Adam (eerste mens)

Van $1

    Adam is de eerste mens en de eerste man die God geschapen heeft. Uit Adam en zijn vrouw Eva is de hele mensheid voortgekomen.

    De schepping van Adam gebeurde op de zesde dag van de scheppingsweek. God nam stof der aarde en formeerde daaruit een man (Gen 2:7). God blies de adem van het leven in het geformeerde lichaam en zo werd Adam tot een levende ziel.

    De naam ‘Adam’ schijnt ontleend te zijn aan ‘Adamah’, een Hebreeuws woord dat “aarde; rode aarde” betekent. Dit stemt overeen met het feit de Here God de mens vormde uit het stof van de aarde.

    Adam verschilde van alle andere schepselen (planten en dieren), doordat  God in zijn neusgaten geblazen de adem van het leven, waardoor de mens een levende ziel werd. Hij verschilde ook doordat hij was gemaakt naar het beeld en de gelijkenis van God: hij was de vertegenwoordiger van God op aarde, en hem werd gegeven heerschappij over alle andere levende wezens, en Adam gaf hen namen.

    God plaatste Adam in een tuin in Eden en gaf hem de taak om die hof te bouwenn en te bewaren (Gen. 2:15). Dit laat zien dat bezigheid een goede zaak voor de mens is, ook in een toestand van onschuld.

    God oordeelde dat het niet goed was voor de mens om alleen te zijn. Daarom bracht Hij hem in een diepte slaap, nam één van zijn ribben (een deel van zijn lichaam), en 'bouwde' hiervan een vrouw. De eerste man en de eerste vrouw zijn beiden naar Gods beeld en gelijkenis gemaakt.

    Adam noemde haar Isha (=‘manninne’), omdat zij uit de Ish (=’man’) genomen was. Later noemde hij haar Eva, omdat uit haar de levenden zijn voortgekomen, zij is de “moeder van alle levenden” (Gen. 3:20)

    Adam_en_Eva_hof_van_Eden-Wenzel_Peter.jpg

    Afbeelding: Adam en Eva in de hof van Eden. Schilderij van Wenzel Peter (1745-1829)

    Adam en Eva mochten van alle bomen van de tuin eten, behalve van de boom der kennis van goed en kwaad. Wanneer ze van deze boom zouden weten, zouden op de dezelfde dag sterven. Eva, verleid door Satan, at van de boom, en op haar voorstel nam ook Adam, ofschoon niet misleid zoals Eva, van de vrucht. Dit is de zondeval.

    Hun ogen werden opeens geopend en zij werden gewaar dat ze naakt waren en verborgen zich van God. Ze waren overtreders, gevallen van hun staat van onschuld. Ze verkregen het besef van goed en kwaad en voelden dat ze verkeerd gedaan hadden.

    Toen God hem bevraagde, legde Adam de schuld bij Eva:

    Ge 3:12 Toen zei Adam: De vrouw die U gaf om bij mij te zijn, die heeft mij van die boom gegeven en ik heb [ervan] gegeten.
    (HSV)

    De aardbodem werd vervolgens vervloekt omwille van Adam. In moeite en zweet zou hij voortaan van de aardbodem eten.

    Ge 3:17 En tegen Adam zei Hij: Omdat u geluisterd hebt naar de stem van uw vrouw en van die boom gegeten hebt waarvan Ik u gebood: U mag daarvan niet eten, is de aardbodem omwille van u vervloekt; met zwoegen zult u daarvan eten, al de dagen van uw leven;
    Ge 3:18 dorens en distels zal hij voor u laten opkomen en u zult het gewas van het veld eten.
    Ge 3:19 In het zweet van uw gezicht zult u brood eten, totdat u tot de aardbodem terugkeert, omdat u daaruit genomen bent; want stof bent u en u zult tot stof terugkeren.
    (HSV)

    God maakte voor Adam en Eva rokken van vellen en bekleedde hen daarmee.

    Ze werden verdreven uit de tuin, en cherubs met een vlammend zwaard verhinderden hen de toegang, opdat zij niet zouden eten van de boom van het leven en eeuwig leven in hun zonde.

    Adam verwekte zijn eerste zoon na de zondeval en gaf hem zijn verzondigde natuur erfelijk mee. Uit Adam heeft God het hele mensengeslacht gemaakt:

    Hnd 17:26 En Hij heeft uit een bloed het hele mensengeslacht gemaakt om op het hele aardoppervlak te wonen, terwijl Hij de bepaalde tijden en de grenzen van hun woonplaats heeft vastgesteld,
    (TELOS)

    De overtreding van Adam en de overerving van zijn kwade natuur heeft geleid tot een zondig nageslacht, dat het oordeel verdient en aan de dood is overgeleverd:

    Ro 5:18 zoals het dus door een overtreding tot alle mensen tot de veroordeling strekt, zo ook strekt het door een gerechtigheid tot alle mensen tot rechtvaardiging van het leven.
    (TELOS)

    Door de overtreding van Adam is de dood in de wereld gekomen.

    1Co 15:22 Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden.
    (TELOS)

    Adam leefde 930 jaar en hij gewon zoons en dochters. We hebben verder geen bijzonderheden over het leven van Adam als een gevallen man.

    Als hoofd van de mensheid staat hij in schril contrast met Jezus Christus, in de Schrift de Tweede Mens en de Laatste Adam genoemd.

    Adams stamboom

    De getallen van de leeftijden, in Adams stamboom aangegeven, zijn drieërlei. Van elke stamhouder wordt eerst vermeld de leeftijd, waarop hij de volgende stamhouder gewon; vervolgens de tijd die
    hij daarna nog leefde, en waarin hij zonen en dochteren gewon; en tenslotte zijn volle leeftijd bij zijn sterven. Door deze getalsverhoudingen krijgen we een blik in de levensverhoudingen van Adams geslacht, doordat we kunnen zien, welke stamhouders tegelijk leefden. Adam was 130 jaar toen hij zijn zoon Seth kreeg, daarna leefde hij nog 800 jaar. Seth was 105 jaar toen hij Enos kreeg. Zetten we de cijfers bij elkaar, dan hebben we dit lijstje:

    • Adam 130 plus 800 = 930 jaar
    • Seth 105 plus 807 = 912
    • Enos 90 plus 815 = 905
    • Kenan 70 plus 840 = 910
    • Mahalaleël 65 plus 830 = 895
    • Jered 162 plus 800 = 962
    • Henoch 65 plus 300 = 365
    • Methusala 187 plus 782 = 969
    • Lamech 182 plus 595 = 777
    • Noach 500 plus 450 = 950 jaar.

    Adams_stamboom.jpg

    Afbeelding: Adams stamboom tot de zondvloed[1]  
    (Klik op de afbeelding om deze te vergroten)

    In lijnen geeft dit de voorstelling van Adams stamboom; de lijn van elke stamhouder loopt eerst van zijn geboorte tot zijn leeftijd, waarop hij de volgende stamhouder gewint, en dezelfde lijn loopt daarna door tot op het einde van zijn leeftijd. 

    Voorafbeelding

    De eerste man (‘Ish’) en zijn vrouw (‘Isha’), Adam en Eva, vormen een voorafbeelding van Christus en Zijn gemeente, die in de nauwste eenheid verbonden zijn, vgl. Ef. 5:31-32.

    God maakte voor Adam en Eva rokken van vellen en bekleedde hen en de schaamte van hun vlees. Dit is een voorafspiegeling van de noodzaak van bedekking, van een plaatsvervangende offer en van de gerechtigheid die alleen maar door de dood van een ander tot ons mensen komen kan.

    Kwesties

    Over het bestaan en de oorsprong van Adam worden in het licht van de stand van de huidige wetenschap belangrijke vragen gesteld, zie artikel Adamkwesties.

    Bronnen

    In de eerste versie van dit artikel is in juni 2011 vertaalde tekst gebruikt uit A New and Concise Bible Dictionary s.v. Adam. George Morris, 1899.

    C. Lindeboom, Bijbelgids, of Handleiding tot het verkrijgen van Bijbelkennis (Middelburg: Stichting de Gihonbron, 2009; bewerking door J. Pluimers van de uitgave uit 1929), blz. 126. Hieruit is onder toestemming in febr. 2012 tekst gebruikt. 

     

    Voetnoten

    1. ↑ Het schema is genomen uit: C. Lindeboom, Bijbelgids, of Handleiding tot het verkrijgen van Bijbelkennis (1929), blz. 133. 

    Labels: (Bewerk labels)
    • Geen labels
    BestandGrootteDatumToegevoegd door 
     Adam_en_Eva_hof_van_Eden-Wenzel_Peter.jpg
    Adam en Eva in de hof van Eden. Schilderij van Peter Wenzel.
    214.79 kB11:16, 16 jun 2011Kees LangeveldActies
     Adams_stamboom.jpg
    Geen beschrijving
    48.97 kB20:37, 13 feb 2012Kees LangeveldActies
    Reacties (0)
    U moet inloggen om een reactie te geven.

     
    Powered by MindTouch Core
    Verrijk Christipedia door informatie toe te voegen.
    Help mee de tekst te verbeteren. Zie Meedoen.