|
|
Christipedia.nl > Artikelen > B > Bethel
BethelVan $1Bethel (ook gespeld Betel, Beth-El; Hebreeuws voor Huis van God) is de plaats in het gebergte van Efraïm waar Jakob, weggezonden naar Paddan-Aram en op de vlucht voor zijn tweelingbroer Esau, in een droom een ladder op de aarde zag die tot aan de hemel reikte. Engelen van God gingen de ladder op en af en bovenop de ladder stond God, die Jakob een belofte deed. Daarom gaf Jakob deze plaats de naam ‘Huis van God’ (Bethel). De plaats was hem een poort van de hemel. Kaart[1] : ligging van Bethel (Luz), 17 km boven Jeruzalem De gebeurtenis te Bethel wordt verhaald in Genesis 28: Ge 28:12 En hij droomde; en ziet, een ladder was gesteld op de aarde, welker opperste aan den hemel raakte; en ziet, de engelen Gods klommen daarbij op en neder. Het huis van God op aarde, de poort van de hemel, werd in verband gebracht met Jacob, de stamvader van Israël. God noemt zich later “de God van Bethel” (Gen. 31:13). Na zijn terugkeer uit Paddan-Aram vestigde Jacob zich aanvankelijk te Sichem. Maar God zond hem van daar weg naar Bethel. Hij noemt de plaats ditmaal 'de God van het Huis van God' (El Beth-El), "want God was hem aldaar geopenbaard" (Gen. 35:7). Daarna verscheen God hem wederom en zegende hem. God gaf hem wederom de naam Israël en de belofte van een talrijk nageslacht en van het land. Nadat God was opgevaren, stelde Jacob een opgericht teken, waarover hij een drankoffer en olie uitgoot. Hij noemde de plaats weer 'Bethel'. De oude naam van de plaats was Luz (Gen. 35:6). In het boek Jozua worden Bethel en Luz onderscheiden. Joz 16:2 En het komt van Beth-el uit naar Luz; en het gaat door tot de landpale des Archiets, tot Ataroth toe; Luz is de naam van de stad, Bethel de naam van het heiligdom, de plaats waar Jacob een altaar bouwde. Vóór Jacob had Abram ten oosten van Bethel, tussen Bethel en Ai, een altaar gebouwd (Gen 12:8; Gen 13:3-4). Ge 12:8 En hij brak op van daar naar het gebergte, tegen het oosten van Beth-el, en hij sloeg zijn tent op, zijnde Beth-el tegen het westen, en Ai tegen het oosten; en hij bouwde daar den HEERE een altaar, en riep den Naam des HEEREN aan. De profeet Samuël sprak recht te Bethel (1 Sam. 7:16). Er was later een profetenschool (2 Kon. 2:3). Na de deling van het koninkrijk Israel koos de goddeloze koning Jerobeam de plaats uit voor zijn heiligdom (1 Kon. 12:29). Hij stelde hier en in de stad Dan een gouden kalf op. Amazia, priester te Bethel, noemde Bethel ‘het heiligdom van de koning’ (Jerobeam) en ‘het huis van het koninkrijk’ (tienstammenrijk). Hij zond de profeet Amos vandaar weg naar Juda (Am. 7:13). Bethel komt overeen met het huidige Palestijnse dorp Betin (Beitin) op de Westelijke Jordaanoever, 17 km ten noorden van Jeruzalem. In de nabijheid ligt de tegenwoordige joodse nederzetting Beit El. Bronnen
Voetnoten1. ↑ Kaart ontleend van Zaine Ridling (red.), Bible Atlas. Access Foundation. De gebruiksvergunning is: attribution, non-commercial.
(Verrijk Christipedia door uw/jouw kennis of informatie toe te voegen. Help mee om de tekst te verbeteren)
Labels: (Bewerk labels)
|
Powered by MindTouch Core |
| Verrijk Christipedia door informatie
toe te voegen. Help mee de tekst te verbeteren. Zie Meedoen. |