Bijbelvertaling

Van $1

    Bijbelvertaling is het werk van het overzetten van de brontekst van de Bijbel in een andere taal, of het resultaat van dit vertaalwerk. Er zijn verscheidene vertalingen van Gods geschreven Woord in het Nederlands. In de oudheid zijn vertalingen tot stand gebracht in het Grieks, Syrisch en Latijn.

    Zodra de Bijbel verspreid werd onder de mensen die het Hebreeuws en Grieks, of één van deze talen niet verstonden, werd vanzelf een overzetting of vertaling noodzakelijk. De oudste vertalingen van het Oude Testament is de Septuaginta.

    Onder de Griekse vertalingen bekleedt de Septuaginta, een Griekse vertaling van het O. T. door zeventig Joodse geleerden, de hoogste plaats. Deze ontstond in de 3e tot 2e eeuw v.C. in Alexandrië, Egypte. 

    Een andere Griekse vertaling is die van Aquila van Sinope, welke verloren is gegaan. Aquila, een tot het Jodendom overgegaan Griek uit Sinope in Pontus, trachtte in het begin der tweede eeuw n. C. op aansporen van de Alexandrijnse Joden, de onnauwkeurigheid van de Septuaginta door een nieuwe vertaling te verbeteren; maar deze was zo letterlijk, dat zij soms niet te begrijpen was. Zij stond bij de Joden zeer hoog aangeschreven en wordt in den Talmoed aangehaald; maar de oudste Christelijke schrijvers hechtten er geen waarde aan. 

    De Joodse geleerde Theodotion, vertaalde ca. 150 n.C. het Oude Testament in het Grieks; of hij herzag de Septuaginta, waarbij hij zich beperkte tot het verbeteren van de onnauwkeurigheden. Zijn vertaling van het boek Daniël is in de plaats gekomen van die der Zeventigen. 

    Symmachus (einde 2e eeuw n.C.) vertaalde het Oude Testament in het Grieks. Zijn vertaling is evenals de Septuaginta omschrijvend (paraphrastlsch), maar zuiverder en sierlijker van taal. Zij ging uit van de Ebionieten, een sekte van Cbristelijke ketters. 

    Drie latere vertalingen van het Oude Testament in het Grieks worden in de Hexapla van Orlgenes vermeld; ze waren anoniem en er zijn slechts brokstukken van overgebleven. 

    De belangrijke Syrische Peshitta (ook gespeld Peshito of Peschito)-vertaling wordt tot de tweede of zelfs tot de eerste eeuw na Christus gerekend; zeker is het, dat reeds zeer vroeg een Syrische vertaling bestond. Zij bevat al de Canonieke boeken van het Oude Testament, met uitzondering van de Kronieken, en die van het Nieuwe, behalve de laatste, nl. de 2e en 3e briel van Jobannes, de brieven van Petrus en van Judas en de Openbaring. Het Oude Testament is uit het Hebreeuws vertaald. Deze vertaling is steeds door alle afdelingen van de Syrische gemeente als echt erkend, en verscheiden Arabische vertalingen zijn er naar gemaakt. 

    De Targumim zijn vertalingen van de grondtekst in het Aramees, gemaakt ten dienste van de voorlezing van de Schrift in de synagogen, omdat na de ballingschap het Hebreeuws minder verstaanbaar was, zelfs voor de joden in Palestina en langzamerhand door het Aramees werd verdrongen. De vertalingen ontstonden ca. 300 na Christus. Behalve van Daniël, Ezra en Nehemia, zijn ons van alle boeken van het Oude Testament zulke Aramese vertalingen bewaard gebleven.

    Latijnse vertalingen zijn er meer dan één. De bekendste Latijnse vertaling, waaraan de naam van Hiëronymus is verbonden, is de Vulgata (= "de algemeen verbreide; gewone, gebruikelijke, gangbare"). De Vulgata is een de oudste vertalingen van de hele Bijbel. Na 604 werd deze vertaling algemeen erkend. 

    Brokstukken van een oude Latijnse uitgave, in de Afrikaanse kerk gebruikt, vertaald uit de Septuaginta, ongeveer in de tweede eeuw n. C, worden in oude christelijke schrijvers gevonden. Hiervoor trad in de plaats in Italië de Itala, en voor deze vertaling kwam de Vulgata weer in de plaats. 

    Een geheel nieuwe vertaling gaf Hieronymus feitelijk niet. Hij herzag (383 n.C.) de gebruikelijke Latijnse vertaling van het Nieuwe Testament, de Itala. Omdat echter bij de vertaling van het Oude Testament gebruik gemaakt was van de Septuaginta, vertaalde hij dit geheel opnieuw uit het Hebreeuws in het Latijn. Voor deze arbeid vestigde bij zich metterwoon te Bethlehem, de geboorteplaats van onze Heiland, en was er één-en-twintig jaar mee bezig. Ofschoon de hoge waarde die aan de·Vertaling der Zeventlgen gehecht werd, aanvankelijk de nieuwe overzetting door Hiëronymus in de weg stond, werd zij toch ten tijde van Gregorius de Grote algemeen door de Westerse Kerk aangenomen. Deze vertaling werd echter langzamerhand verbasterd door vermenging met andere Latijnse overzettingen. In een der besluiten van het Concilie van Trente (1545-1563) werd op de ongelijkheid van de afschriften gewezen, en paus Sixtus V gaf in 1590 een herziene uitgaaf in het licht. Drie jaar later werd de tegenwoordige standaard editie door paus Clemens VIII uitgegeven.

    In de Roomse Kerk heeft niet de grondtekst, maar deze Latijnse vertaling beslissend gezag. Alle Bijbels, in welke taal ook vertaald, moeten naar haar zijn bewerkt.

    Behalve de Syrische en de Latijnse vertalingen zijn er nog vele andere, op verschillende tijdstippen en in ver van elkaar gelegen landen gemaakt. Deze zijn voor het grootste gedeelte onderling onafhankelijke geschriften, en niet enkel kopieën van eenzelfde, oorspronkelijke uitgaaf, zoals voldoende blijkt uit het verscbll in vele uitdrukkingen; maar de volkomen overeenstemming op alle hoofdpunten bewijst met hoeveel zorg de heilige boeken bewaard zijn geworden, en geeft vastere gronden voor hunne onvervalstheid dan enig ander boek uit de oudheid kan aanwijzen.

    In de tijd van de Reformatie groeide de behoefte aan een Bijbel in de landstaal. Luther maakte voor Duitsland de Luthervertaling tijdens zijn gevangenschap op de Wartburg, in 1523 verscheen het Duitse Nieuwe Testament. 

    Na de Hervorming zijn van grote betekenis geworden: In Duitsland de vertaling van Luther (1534), in Frankrijk die van Olivétan (1535), in Engeland die van William Tyndal (1526), en in Nederland de zogenaamde Statenvertaling (1637). 

    Nederlandse vertalingen

    In Nederland bestonden er reeds lang vóór de Hervorming Historiebijbels, Levens van Jezus, Psalmvertalingen enz. Een vertaling van de Psalmen vindt men reeds ten tijde van Karel de Grote (742-814). De zogenaamde Rijmbijbel van Jacob van Maerlandt (1270) is eigenlijk een navolging van een Latijns geschrift en bevat lang niet alle boeken van de Bijbel. Deze 'Rijmbijbel' kan daarom niet als Nederlandse Bijbelvertaling meegerekend worden. De eerste bijbelvertaling in het Nederlands dagtekent uit het laatst van de Middeleeuwen. 

    In 1477 zag in Delft de eerste vertaling van het Oude Testament, zonder het boek van de Psalmen, het licht. Het eerste gedrukte Oude Testament. Deze vertaling is naar de Latijnse Vulgata gemaakt. Drie jaar later (1480) werd te Keulen het eerste volledige Nederlandse Oude Testament uitgegeven. De eerste twee verzen van deze Delftse Bijbel luiden als volgt:

    Inden beghin sciep God hemel ende aerde. Mer die aerde was onnut ende ydel: ende donckerheden waren op die aensichten des afgronts. Ende Goods gheest was ghedraghen bouen den wateren.

    In 1516 verscheen een andere vertaling te Antwerpen bij Nicolaas de Grave, mede naar de Vulgata. In hetzelfde jaar gaf Erasmus een Nederduitse vertaling van het Griekse Nieuwe Testament in het licht.  

    In 1523 werd in Antwerpen en kort daarop in Amsterdam een Nederduitse vertaling van het Nieuwe Testament uitgegeven naar de Hoogduitse uitgave van Luther uit 1523. In Nederland groeide door de Calvinistische reformatie de behoefte aan een leesbare Bijbel voor de bevolking van de Hollandse gewesten. 

    In 1526, op de 26e september, verscheen de eerste vertaling van de gehele Bijbel, welke, naar de uitgever Jacob van Liesveldt, bekend is onder de naam van de Liesveldtse Bijbel. De verklarende aantekeningen, waarvan zij voorzien was, werden de oorzaak ervan dat Van Liesveldt gevangen werd gezet en in 1545 werd onthoofd. De Liesveldtbijbel verkreeg een bijzondere vermaardheid en werd het meest gebezigd, zodat deze uitgave verscheidene malen herdrukt en verbeterd werd. De laatste druk was in 1629. 

    In 1557 verscheen een vertaling van het Nieuwe Testament door Jan Utenhove, het eerste dat uit het oorspronkelijke was vertaald. Het Nederlands was gebrekkig. 

    In 1558 zag te Emden, bij Steven Mirdman en Jan Gaillaert, een nieuwe vertaling, de Emdense Bijbel genaamd, het licht. Zij was door enige Nederlandse godgeleerden bewerkt naar de door de Zwitserse hervormer Zwingli en anderen vervaardigde Hoogduitse uitgave, welke te Zurich en in 1554 te Maagdenhurg was verschenen. In 1560 gaf Nicolaas Biestkens daarvan een verbeterde uitgaaf in het licht, welke herhaalde malen, in 1611, 1624 en in 1646 is herdrukt. 

    In 1559 gaf J.D. (waarschijnlijk Jan Dirkszoon) te Emden weer een vertaling van het Nieuwe Testament. Hierbij voegde Ds. Godfried van Wingerden een herziening van het Oude Testament naar de tekst van Van Liesveldt. En zo verscheen in 1562 de eerste uitgave van de Gereformeerde Bijbel, die als Deux-Aes-Bijbel bekend is. Deze Bijbel werd herhaaldelijk herdrukt en tot 1637 algemeen gebruikt.

    De bijzondere naam dankt deze Deux-Aes-Bijbel aan een vreemde kanttekening bij Neh. 3 vers 5: “De armen moeten het cruyce dragen, de rijcke en geven niets, deux aes en heeft niets, zix cinque en geven niet, quarter dry, die helpen vrij”. Sommigen menen dat die zonderlinge woorden zijn ontleend aan het domino-, kaart- of dobbelspel. Anderen geven deze verklaring: aes = 1; deux = 2; deux aes = 2 x 1; deux aes, dat is dan de weinig bezittende heeft niet; 6 (six) x 5 (cinque), (dat is dan de zeer gegoede, de rijke), geeft niet; 4 (quater) x 3 (dry), (dat is dan de burgerman), die helpt vrij. 

    Vele Nederlanders, en onder deze Marnix van St. Aldegonde, beijverden zlch ondertussen om vertalingen uit de oorspronkelijke Hebreeuwse en Griekse talen te leveren, welke, onder de naam van "oude vertaling", lange tijd bij de Hervormden in gebruik bleven.

    Omdat al deze vertalingen veel te wensen overlieten, begrepen de kerken, dat het op hun weg lag, maatregelen voor een nieuwe Bijbelvertaling te nemen. Vanaf 1571 kwam deze zaak op bijna elke Synode ter sprake, maar ze bleef slepende, tot ze door de Synode van Dordrecht (1618-1619) met kracht ter hand genomen werd. Deze Nationale Synode besloot een Nederlandse vertaling uit de grondtekst te laten maken, een werk dat bijna twintig jaar later gereed kwam. In 1637 verscheen de beroemde, zogenaamde Staten-Bijbel te Leiden, bij Paulus Aertz. van Ravenstein. Dit belangrijke werk is in 1620 begonnen, in 1636 voltooid en in 1637 door de Vergadering der Staten-Generaal goedgekeurd en aanbevolen. De vertaling kreeg de naam Statenvertaling omdat de Staten Generaal van de Verenigde Nederlanden de opdracht gaven en het project bekostigden. Deze Bijbelvertaling was eeuwenlang voor alle protestantse groeperingen dé standaarduitgave van de Bijbel. 

    Na die tijd zijn nog andere bijbelvertalingen verschenen, als van Van der Palm en van het Nieuwe Testament van Vissering en de Synodale vertaling, maar zij hebben de Staten­ Vertaling, die zich tot op heden (anno 2013) door grote nauwkeurigbeid en zuiverheid onderscheidt, niet kunnen verdringen. Niettemin ontstond er mettertijd weer behoefte aan een verbeterde vertaling in de eigentijdse taal. Nieuwe vertalingen worden vaak ondernomen met het oogmerk de jeugd in de eigentijdse taal aan te spreken en bij de kerk te houden. Eigentijdse vertalingen blijken de ongekende kerkverlating in Nederland niet tegen te kunnen houden.

    De Nederlandse vertalingen na de Statenvertaling zijn onder meer:

    1830 - Een ingrijpende herziening van de Statenvertaling door J.H. van der Palm.
    1899 - 1901 De Leidse vertaling van het Oude testament door een commissie van hoogleraren aan de Leidse Universiteit.
    1912 - De Leidse vertaling van het Nieuwe Testament door de Leidse hoogleraar Dr. H. Oort.
    1921 - De vertaling Obbink-Brouwer door de professoren Obbink en Brouwer.
    1939 - De Canisiusvertaling, een volledig nieuwe vertaling uit de grondtekst, uitgegeven door de Apologetische Vereniging "Petrus Canisius."
    1951 - De Bijbel vertaald uit de grondtekst in opdracht van het Nederlands Bijbelgenootschap, kortweg aangeduid als NBG-vertaling.
    1972 - De Bijbel in de omgangstaal, de "Groot nieuws voor U" Bijbel.
    2004 - De Nieuwe Bijbel Vertaling in modern, versimpeld Nederlands, in 'huis- tuin- en keukentaal'. Het is het resultaat van een vertaalproject van het Nederlands Bijbelgenootschap en de Katholieke Bijbelstichting. Opmerkelijk is dat de Katholieke kerk deze vertaling niet wenst te gebruiken.
    2004 - Tegelijkertijd, op 15 oktober, verscheen de Naardense Bijbel, een tamelijk letterlijke vertaling door de predikant Pieter Oussoren. 
    2010 - De Herziene Statenvertaling in hedendaags Nederlands.

    Engelse vertalingen

    De volgende Engelse bijbelvertalingen kenmerken zich door woordelijke vertaling: 

    1526: William Tyndale’s New Testament
    1611: King James Version (KJV)
    1885: English Revised Version (RV)
    1901: American Standard Version (ASV)
    1952: Revised Standard Version (RSV)
    1971: Revised Standard Version. 
    1977: New American Standard Bible (NASB)
    1982: New King James Version (NKJV)
    2001: English Standard Version (ESV)

    De New International Version (1978) is meer omschrijvend in de vertaling en daarom minder geschikt voor detailstudies van Gods Woord. 

    Vertalingen en bronteksten

    De vertalingen verschillen in de brontekst waarvan ze zijn uitgegaan. Het schema hieronder toont aan welke bronteksten voor de vertalingen van het Nieuwe Testament zijn gebruikt. Velen houden de Byzantijnse (Syrische) handschriften, waarop onder meer de Statenvertaling en de Herziene Statenvertaling gebaseerd zijn, voor betrouwbaarder dan de Alexandrijnse brondteksten, waarop onder meer de NBG-1951 vertaling en de Nieuwe Bijvelvertaling 2004 gebaseerd zijn. 

    Figuur: Vertalingen en bronteksten, volgens een voorstander van de Byzantijnse tekstfamilie

    Toelichting bij dit schema: Links één doorgaande kolom naar onder meer de Nederlandse Statenvertaling. Rechts een kolom die uit de linker kolom voortkomt, maar zichzelf van de oorspronkelijke afscheidt vanwege bewerking der grondteksten, daarna in twee wordt gesplitst maar onderaan weer wordt samengevoegd tot één kolom. In de linker kolom vinden we de vertalingen die hun oorsprong vinden in het Bijbelse Antiochië, vgl. Hand. 11:19-26. 

    Middels de Byzantijnse handschriften en de Textus Receptus is het Woord van God tot ons gekomen in de Reformatiebijbels, zoals de Engelse King James 1611 en de Nederlandse Statenvertaling. Erasmus stelde vanuit het Grieks de Textus Receptus op (totaal vijf uitgaven). Op grond van deze grondtekst hebben de Statenvertalers het Nieuwe Testament vertaald. De Statenvertalers zochten dus niet zelf allerlei handschriften bij elkaar, maar dat deden ze rechtstreeks aan de hand van het werk van Erasmus. Het 'Oude' Testament werd rechtstreeks vanuit het Hebreeuws vertaald.

    Deze lijn van Griekse teksten en vertalingen is op het Concilie van Trente (1545-1563 na Chr.) door de Paus verboden verklaard. De besluiten van het Concilie waren de standpuntbepalingen van de Rooms Katholieke Kerk tegenover de Protestanten en kunnen worden beschouwd als de grondslag der Contra-Reformatie. De besluiten van dit Concilie hebben tot op de dag van vandaag geldingskracht in de Rooms Katholieke Kerk, al hebben de latere Concilies wel enige verschuivingen teweeggebracht, die onder meer uitmondden in wederzijdse dooperkenning.

    Zoals in de rechter kolom bovenaan te zien is, werkten - al sinds de tijd dat Jezus Christus op aarde was! - er in Alexandrië Joden die de Bijbeltekst overschreven en bewerkten. Naar het oordeel van sommigen was de bewerking in een 'vermenging' van de Bijbelse Geschriften met wereldse wijsbegeerte. Uit deze arbeid zijn de handschriften Vaticanus, Sinaïticus, Alexandrinus en de ‘Septuaginta’ voortgekomen. Deze zijn vervolgens gebruikt voor de middeleeuwse Rooms Katholieke vertaling: de Vulgaat van Hiëronymus (Eng. Jerome). Alle andere Rooms Katholieke vertalingen volgen ook deze lijn. 

    Een aantal Protestanten ontdekten de handschriften Vaticanus en Sinaïticus en andere Alexandrijnse handschriften. Ondanks grote verschillen die deze handschriften onderling vertonen, worden ze wegens ouderdom toch nog steeds als de beste handschriften aangemerkt. Onder meer Westcott en Hort maakten op grond van deze Handschriften een nieuwe Griekse tekst. In 1881 werd deze tekst voor het eerst voor de Engelse Revised Version-bijbel gebruikt. De (‘King James’) Revised Version is, in tegenstelling wat de naam doet vermoeden, dus niet een herziening van de King James Version 1611, maar een toentertijd geheel nieuwe vertaling. Vanaf dat ogenblik kwam er een stroom van nieuwe vertalingen op gang, allemaal gebaseerd op die Alexandrijnse handschriften. Doordat deze vertalingen dezelfde bron hebben als de Rooms Katholieke vertalingen, lijken de Protestantse nieuwe vertalingen erg veel op de Rooms Katholieke bijbels. De Griekse teksten, die daaraan ten grondslag liggen (Griesbach \ Tischendorf \ Westcott en Hort \ Nestle en Aland), worden dan ook door de Rooms Katholieke kerk aanvaard.

    De NBG-51 vertaling staat dichter bij de (Alexandrijnse) grondtekst dan de Nieuwe Bijbelvertaling uit 2004, maar beide gaan mét de Willibrord-vertalingen uit van dezelfde Alexandrijnse tekstfamilie, die volgens sommigen is aangetast door de menselijke wijsbegeerte van wijsbegeerte van Alexandrië.

    De rechter kolom sluit zich weer door de Nieuwe Bijbelvertaling 2004 (NBV), een gezamenlijke project van de Katholieke Bijbelstichting en het Protestantse Nederlands Bijbelgenootschap. Het is een vrucht van het streven naar oecumene. 

    Bronnen

    In het najaar van 2011 is tekst toegevoegd uit: Bijbelsch Handboek en Concordantie, blz. 3-4. Rotterdam: J.M. Bredée, ca. 1892.  

    C. Lindeboom, Bijbelgids, of Handleiding tot het verkrijgen van Bijbelkennis (Middelburg: Stichting de Gihonbron, 2009; bewerking door J. Pluimers van de uitgave uit 1929), blz. 14v. Hieruit is onder toestemming in 2012 tekst gebruikt. Deze tekst handelt over de vertalingen van de Bijbel.

     
    Reacties (0)
    U moet inloggen om een reactie te geven.

     
    Powered by MindTouch Core
    Verrijk Christipedia door informatie toe te voegen.
    Help mee de tekst te verbeteren. Zie Meedoen.