(Verrijk de Christipedia door je kennis of informatie toe te voegen.)
Damascus (Arabisch: Dimashq ash-Sham; Frans: Damas) is de hoofdstad van Syrië. De stad telt ongeveer 1,7 miljoen inwoners (1995, 2007)[1] en is daarmee de grootste stad van het land. De inwoners heten Damasceners of Damascenen.
(De kaart kan met de muisaanwijzer worden gesleept) Damascus is de oudste ononderbroken bewoonde stad van de wereld. Van de stad is al sprake in het derde millennium voor Christus. De muur om de oude binnenstad dateert uit de Romeinse tijd.
In Damascus is een straat die gelijk zou zijn aan de straat De Rechte waar Ananias de bekeerling Saulus ontmoette. Er is thans een kapel gewijd aan Ananias.
De weeftechniek genaamd Damast is afgeleid van de stadsnaam Damascus.
Geschiedenis
De ouste verwijzing naar de stad is op de oude kleitabletten met spijkerschrift die in de oude Syrische stad Ebla zijn gevonden. Blijkens deze kleitabletten bestond Damascus al in het derde millennium voor Christus.
De oudste overblijfselen van Damascus dateren van ongeveer 2500 v.Chr.
Damascus was de hoofdstad van het rijk der Arameeërs in de 9e eeuw v.Chr.
In de 2e helft van 8e eeuw v.Chr. spannen Efraim (tientstammenrijk) en Syrie samen tegen Juda. In die tijd ontvangt de Judese profeet Jesaja een rechterlijke Godsspraak over Damascus (Jes. 17)
Jes 17:1 De last van Damaskus. Ziet, Damaskus zal weggenomen worden, dat zij geen stad meer zij, maar zij zal een vervallen steenhoop zijn.
Jes 17:2 De steden van Aroer zullen verlaten worden; voor de kudden zullen zij wezen, die zullen [daar] nederliggen, en niemand zal ze verschrikken.
Jes 17:3 En de vesting zal ophouden van Efraïm, en het koninkrijk van Damaskus, en het overblijfsel der Syriers; zij zullen zijn gelijk de heerlijkheid der kinderen Israëls, spreekt de HEERE der heirscharen.
In 732 voor Chr. werd de stad veroverd door de Assyriërs met hun koning Tiglat-Pileser III. Damascus wordt verwoest en de Syrische koning Rezin wordt terechtgesteld.
Later werd de stad een deel van het Nieuw-Babylonische Rijk en weer later van het Perzische rijk.
In 332 v.Chr. veroverde het Griekse leger van Alexander de Grote de stad, waarna Damascus gedurende zo'n duizend jaar onder de invloed van de Griekse en Romeinse culturen stond.
In de Romeinse tijd wordt een muur om de stad gebouwd.
In 635 na Chr. werd de stad door de Arabieren veroverd.
In de eerste eeuw na Christus waren er volgens het Nieuwe Testament chirstenen, Joden en synagogen in Damascus. Op weg naar Damascus om daar christenen te arresteren, ontving de farizeeer Saulus een hemels gezicht waarin de Heer Jezus hem verscheen en zijn plan verijdelde. In een straat genoemd De Rechte ontmoette Ananias de bekeerling Saulus. Na zijn bekering begon Saulus, die later als Paulus bekend werd, in Damascus te prediken dat Jezus de beloofde Massias en de Zoon van God is.
Hnd 9:1 Terwijl nu Saulus nog steeds dreiging en moord blies tegen de discipelen van de Heer, ging hij naar de hogepriester
Hnd 9:2 en vroeg hem om brieven naar Damaskus, voor de synagogen, om, als hij er vond die van de Weg waren, zowel mannen als vrouwen geboeid naar Jeruzalem te brengen.
Hnd 9:3 Terwijl hij echter reisde, gebeurde het dat hij Damaskus naderde; en plotseling omstraalde hem een licht uit de hemel;
Hnd 9:4 en hij viel op de grond en hoorde een stem die tot hem zei: Saul, Saul, waarom vervolg je Mij?
Hnd 9:5 En hij zei: Wie bent U, Heer? En hij zei: Ik ben Jezus, die jij vervolgt.
Hnd 9:6 Maar sta op en ga de stad binnen en er zal tot je gesproken worden wat je moet doen.
Hnd 9:7 De mannen nu die met hem reisden, stonden sprakeloos, daar zij wel de stem hoorden, maar niemand zagen.
Hnd 9:8 Saulus nu stond op van de grond; en hoewel zijn ogen open waren, zag hij niets. En zij leidden hem bij de hand en brachten hem in Damaskus.
Hnd 9:9 En hij kon drie dagen niet zien en hij at en hij dronk niet.
Hnd 9:10 Nu was er een discipel in Damaskus, genaamd Ananias; en de Heer zei tot hem in een gezicht: Ananias! En hij zei: Zie, hier ben ik, Heer.
Hnd 9:11 En de Heer zei tot hem: Sta op en ga naar de straat, de Rechte geheten, en zoek in het huis van Judas naar iemand van Tarsus, genaamd Saulus; want zie, hij bidt.
Hnd 9:12 En hij heeft in een gezicht gezien dat een man, genaamd Ananias, binnenkwam en hem de handen oplegde, opdat hij weer kon zien.
Hnd 9:13 Ananias echter antwoordde: Heer, ik heb van velen over deze man gehoord, hoeveel kwaad hij uw heiligen in Jeruzalem heeft aangedaan;
Hnd 9:14 en hier heeft hij volmacht van de overpriesters om allen die uw naam aanroepen te boeien.
Hnd 9:15 De Heer zei echter tot hem: Ga, want deze is Mij een uitverkoren vat om mijn naam te dragen zowel voor volken als koningen en zonen van Israel;
Hnd 9:16 want Ik zal hem tonen hoeveel hij moet lijden voor mijn naam.
Hnd 9:17 Ananias nu ging en kwam het huis binnen; en hij legde hem de handen op en zei: Saul, broeder, de Heer heeft mij gezonden, Jezus, die u verschenen is op de weg waarlangs u kwam, opdat u weer kunt zien en met de Heilige Geest vervuld wordt.
Hnd 9:18 En terstond vielen hem als het ware schubben van de ogen en hij kon weer zien; en hij stond op en werd gedoopt.
Hnd 9:19 En toen hij voedsel had genomen, werd hij versterkt. Hij nu was enige dagen bij de discipelen in Damaskus.
Hnd 9:20 En terstond predikte hij in de synagogen Jezus, dat Deze de Zoon van God is.
Hnd 9:21 En allen die het hoorden, raakten buiten zichzelf en zeiden: Is deze niet degene die in Jeruzalem hen verdelgde die deze naam aanroepen, en die daarom hier gekomen is om hen geboeid naar de overpriesters te brengen?
Hnd 9:22 Saulus echter werd steeds krachtiger en bracht de Joden die in Damaskus woonden in verwarring door te bewijzen dat Deze de Christus is.
Hnd 9:23 Toen er nu vele dagen verlopen waren, beraadslaagden de Joden samen om hem te doden.
Hnd 9:24 Hun aanslag werd Saulus echter bekend. En ook bewaakten zij dag en nacht de poorten om hem te kunnen doden.
Hnd 9:25 Zijn discipelen echter namen hem ‘s nachts mee en lieten hem door de muur in een mand naar beneden zakken.
Hnd 9:26 Toen hij nu in Jeruzalem aankwam, probeerde hij zich bij de discipelen te voegen; en zij waren allen bang voor hem, daar zij niet geloofden dat hij een discipel was.
Hnd 9:27 Barnabas echter nam hem mee en bracht hem bij de apostelen en vertelde hun, hoe hij onderweg de Heer had gezien, en dat Deze tot hem had gesproken en hoe hij in Damaskus vrijmoedig had gesproken in de naam van Jezus.
Van 661 tot 750 werd Damascus de hoofdstad van het Arabische Rijk onder de dynastie der Omajjaden. De kalief, afkomstig uit dezelfde dynastie, had in Damascus zijn zetel. In die tijd werden er diverse grote moskeeën gebouwd, waarvan de Omajjadenmoskee verreweg de belangrijkste is.
In 750 werden de Omajjaden verslagen door de Abbasiden en verloor Damascus zijn functie als rijkshoofdstad aan Bagdad.
In 1260 veroverden de Mongolen en daarna de uit Egypte afkomstige Mammelukken de stad.
In 1516 veroverde het Ottomaanse Rijk (14e tot begin 20e eeuw) de stad. Damascus bleef onder Ottomaans bewind tot de Eerste Wereldoorlog.
In de Eerste Wereldoorlog veroverde Generaal Allenby namens het Verenigd Koninkrijk, gesteund door Arabische troepen, de stad.
Later werd Damascus de hoofdstad van het Franse mandaatgebied Syrië.
Na de Tweede Wereldoorlog werd Syrië onafhankelijk en Damascus de hoofdstad van dat land.
Meer informatie
Artikel Damascus op Cafe-Syria.com Artikel Damascus op Wikipedia.nl Voetnoten
1. ↑ Schatting uit 1995, zie artikel Syria population op Cafe-Syria.com. Aantal uit 2007, zie artikel Damascus op Wikipedia (Eng.)