Drie-eenheid

Van $1

    Inhoudsopgave
    1. 1. Schriftbewijzen

    Deze pagina is overgezet naar een nieuw software-
    systeem en kan tijdelijk verder worden bewerkt op:
     
    https://christipedia.miraheze.org/wiki/Drie-eenheid

    De Drie-eenheid, Drievuldigheid of Triniteit (van Lat. trinitas) is de theologische term voor het begrip dat de Godheid in drie Goddelijke Personen bestaat, de Vader, de Zoon (mens geworden in Jezus Christus) en de Heilige Geest, die gedrieën volkomen één zijn. Uit de openbaring van God in Zijn Woord blijkt dat Hij meer dan Eén is, hoewel er toch maar één God is. Dit wonderlijke en ondoorgrondelijke geheim omschrijven wij (op gebrekkige manier) als volgt: God is drie-enig. In Hem is een drievuldige volheid.

    De Schrift leert het en wij aanvaarden het, al begrijpen we Hem niet. Hoe kan eindig verstand – door de zonde bovendien verduisterd – de Oneindige begrijpen? Wat zijn we verwaand, wanneer we in het voetspoor van de Jehovah-getuigen menen God te kunnen begrijpen. Trouwens, is het niet waar, wat Augustinus zei: wanneer wij God konden begrijpen, was Hij het niet waard om door ons te worden geëerd, gevreesd en gediend...!?

    Al begrijpen we deze leer niet, toch spreekt de Bijbel zó over God de Vader en Zijn Zoon Jezus Christus en de Heilige Geest, hoewel de term Drie-eenheid in de Bijbel niet voorkomt. Daarom mogen we aannemen, dat – hoewel God Eén is – toch én de Vader God is én de Zoon God is én de Heilige Geest God is (zie de geloofsbelijdenis van Athanasius). Het hóe en het wát van Gods Drievuldigheid, van Zijn Wezen en Zijn eigenschappen willen we ook niet ontrafelen. Maar dát het zo is, mogen en moeten wij eerbiedig belijden en in verwondering aanbidden en geloven. En de bedoeling is dat wij daardoor vertroost zijn. Wat is onze God heerlijk / eerrijk en groot! Het is dan ook geen begrípsleer, maar een gelóófsleer.

    Het is belangrijk dat we God kennen als de Drie-enige, opdat we de drie Goddelijke Personen op de rechte manier eren, aanbidden en vertrouwen. Hem te kennen en Zijn inwoning te ervaren doet ons vast en eerbiedig vertrouwen dat onze zaligheid in goede handen is, want de drie-enige God staat er Borg voor. De welgelukzaligheid is een vólle genieting, wanneer we beleven dat niet alleen de Vader God is, maar dat ook onze Zaligmaker en onze Heiligmaker Beiden waarachtig en eeuwig God zijn.

    Schriftbewijzen

    Let erop dat nog al eens wat in het Oude Testament aan God Zelf wordt toegeschreven, in het Nieuwe Testament aan Jezus Christus of aan de Heilige Geest wordt toegeschreven:

    • In Exodus 17 vers 7 lezen we dat de Israëlieten “de HEERE verzocht hadden, zeggende: is de HEERE in het midden van ons, of niet?” Hierover schrijft Paulus in I Korinthiërs 10 vers 9: “Laat ons Christus niet verzoeken, gelijk ook sommigen van hen [namelijk de Israëlieten] verzocht hebben, en werden door slangen vernield.” Hierover lezen we in Hebreeën 3 vers 7-9 dat “de Heilige Geest zegt: “Heden, indien gij Zijn stem hoort, verhardt uw harten niet, zoals in de verbittering, ten dage van de verzoeking, in de woestijn; waar uw vaders Mij [zo spreekt nog steeds de Heilige Geest!] verzocht hebben.” Vergelijk hiermee Psalm 95 vers 8-9, waar God spreekt: “Verhardt uw hart niet, zoals te Meriba, zoals ten dage van Massa in de woestijn; waar uw vaders Mij [=God] verzochten.”
       
    • In Exodus 20 vers 1-2 is de HEERE aan het woord. Volgens Handelingen 7 vers 37-38 sprak de Engel dit (kanttekening: namelijk de Zoon Gods); in Hebreeën 12 vers 26 lezen we dat de Middelaar van het nieuwe verbond, Jezus (zie vers 24), toen sprak. Wat verwarrend als Jezus niet de HEERE is, en wat eenvoudig wanneer we met al de volgende schriftgegevens bedenken dat Hij Zelf waarachtig en eeuwig God is, gelijk aan de Vader.
       
    • Volgens Numeri 6 vers 24-26 zegent de HEERE, volgens II Korinthiërs 13 vers 13 zegenen Vader, Zoon en Heilige Geest.
       
    • In Deuteronomium 10 vers 17 openbaaart de HEERE Zich als “de God der goden en Heere der heren”. In Openbaring 17 vers 14 wordt de Naam “Heere der heren en Koning der koningen” toegeschreven aan het Lam (zie ook hoofdstuk 19 vers 16).
       
    • In Deuteronomium 30 vers 20 zegt de HEERE dat Hij het Leven is en in Deuteronomium 32 vers 4 dat de HEERE de Waarheid is, terwijl in Johannes 14 vers 6 Christus zegt: “Ik ben de Waarheid en het Leven” (waarmee de Nieuwtestamentische gemeente veel armer zou zijn dan de Oudtestamentische, indien Christus niet God was gelijk aan Zijn Vader).
       
    • In 1 Koningen 8 vers 39 zegt Salomo over de HEERE: “Gij alleen kent het hart van alle kinderen der mensen”, maar volgens Openbaring 2 vers 23 spreekt Christus: “Al de gemeenten zullen weten dat Ik het ben, Die nieren en harten onderzoek.”
       
    • Volgens II Kronieken 29 vers 11 is de HEERE Hoofd over alles; volgens Efeziërs 1 vers 22 is Jezus Hoofd (als Hij niet eenswezens was met de Vader, was de Nieuwtestamentische gemeente veel armer dan de Oudtestamentische).
       
    • Psalm 23 vers 1 zegt: De HEERE is mijn Herder; Johannes 10 vers 11 leert ons dat Christus Zich de Goede Herder noemt (wat godslastering was, indien Hij niet de HEERE was).
       
    • In Psalm 24 vers 8 lezen we: “Wie is de Koning der ere? De HEERE. In 1 Korinthiërs 2 vers 8 en in Jakobus 2 vers 1 wordt Christus de Heere der heerlijkheid genoemd. Was dat niet godslasterlijk wanneer Hij geen God was?
       
    • In Psalm 31 vers 6 bevelen wij onze geest aan de HEERE; in Handelingen 7 vers 59 beveelt Stefanus zijn geest aan Christus (wat godslastering was, indien Christus niet God was).
       
    • Psalm 34 vers 9 zegt: “Smaakt en ziet dat de HEERE goed is.” I Petrus 2 vers 3 zegt: “… dat de Heere goedertieren is.” In het volgende vers blijkt dat deze aanhaling uit Psalm 34 op Christus slaat.
       
    • In Psalm 36 vers 10 lezen we over de HEERE: “Bij U is de fontein des levens; in Uw licht zien wij het licht.” Vergelijk dit met woorden van Jezus als Johannes 8 vers 12: “Ik ben het licht der wereld; wie Mij volgt, zal in de duisternis niet wandelen, maar zal het licht des levens hebben.” Is het niet overduidelijk dat Jezus hier spreekt als de Jehovah van het Oude Testament?
       
    • Psalm 68 vers 19: “Gij zijt opgevaren in de hoogte; Gij hebt de gevangenis gevankelijk gevoerd; Gij hebt gaven genomen om uit te delen onder de mensen; ja, ook de wederhorigen om bij U te wonen, o HEERE God!” In Efeziërs 4 vers 8 zegt Paulus dat het daar over Christus gaat: “Daarom zegt Hij: als Hij opgevaren is in de hoogte, heeft Hij de gevangenis gevangen genomen, en heeft de mensen gaven gegeven”.
       
    • Psalm 73 vers 25 vraagt: “Wie heb ik behalve U in de hemel?”, maar Paulus roept in Filippenzen 1 vers 21 uit: “Het leven is mij Christus, en het sterven is gewin.”
       
    • Volgens Psalm 102 vers 26-28 heeft God alles gemaakt; volgens Hebreeën 1 vers 10-12 heeft Christus alles gemaakt (heel de Bijbel belijdt dat alleen God de Schepper van het heelal is; dus is Christus God).
       
    • Volgens Jesaja 6 vers 1-9 werd God door Jesaja gezien; volgens Johannes 12 vers 40-41 werd Christus door Jesaja gezien; volgens Handelingen 28 vers 25-27 werd de Heilige Geest door Jesaja gezien. Hoe kan Johannes zeggen dat Jesaja de heerlijkheid van Christus zag, als Christus niet de waarachtige God is? en Paulus aangaande de Heilige Geest?
       
    • Wat in Jesaja 8 vers 14 over de HEERE der heerscharen wordt gezegd, gaat volgens Petrus (I Petrus 2 vers 8) over Christus.
       
    • In Jesaja 9 vers 5 gaat het over een Kind. Hij wordt genoemd: Sterke God, Vader der eeuwigheid (of: eeuwige Vader). Past dit bij een kind? Nee, maar wel bij dit Kind, omdat Hij God is.
       
    • Jesaja 40 vers 3 vergeleken met Mattheüs 3 vers 3 leert: de weg des HEEREN = de weg van Jezus Christus.
       
    • Uit Jesaja 43 vers 25 en gelijksoortige schriftplaatsen blijkt overduidelijk dat niemand zonden kan of mag vergeven dan de HEERE alleen: “Ik, Ik ben het, Die uw overtredingen uitdelg, om Mijnentwil, en Ik gedenk uw zonden niet.” Jezus zegt in Mattheüs 9 vers 2: “Zoon, wees welgemoed; uw zonden zijn u vergeven.” Vergelijk vers 6. Hetzelfde gebeurt in Lukas 7 vers 48: “Hij zei tot haar: uw zonden zijn vergeven.”
       
    • In Jesaja 44 vers 6 lezen we: “Zo zegt de HEERE, de Koning van Israël, en zijn Verlosser, de HEERE der heerscharen: Ik ben de Eerste, en Ik ben de Laatste, en behalve Mij is er geen God” (vergelijk ook 48 vers 12). Johannes hoort Jezus zeggen (Openbaring 1 vers 17): “Vrees niet; Ik ben de Eerste en de Laatste” (vergelijk ook 22 vers 13).
       
    • Jesaja 45 vers 23: de HEERE zegt dat alle knie voor Hem gebogen zal worden, alle tong Hem zal belijden. Filippenzen 2 vers 10-11 zegt dat dit Christus betreft; wat godslasterlijk was, indien Christus niet waarachtig God was. Nog duidelijker blijkt dit als we Romeinen 14 vers 10 en 11 hier naast leggen. Eerst zegt Paulus: “Wij zullen allen voor de rechterstoel van Christus gesteld worden.” Dit bevestigt hij door het Oude Testament. Hij haalt een uitspraak aan van Jesaja, waaruit blijkt dat allen voor de rechterstoel van Christus moeten verschijnen. Waar staat dat dan? In Jesaja 45 vers 21 zegt de HEERE: “Ben Ik het niet, de HEERE? en er is geen God meer behalve Mij, een rechtvaardig God, en een Heiland, niemand is er dan Ik.” Heel nadrukkelijk blijkt hier dat er maar één God is, geen tweede hoe dan ook. Nu zegt deze zelfde HEERE in vers 22-23: “Wendt U naar Mij toe, wordt behouden, alle gij einden der aarde! want Ik ben God, en niemand meer. Ik heb gezworen bij Mijzelf, er is een woord der gerechtigheid uit Mijn mond gegaan, en het zal niet wederkeren: dat voor Mij alle knie gebogen zal worden, alle tong bij Mij zal zweren.” Deze uitspraak haalt Paulus aan als bewijs dat allen voor de rechterstoel van Christus moeten verschijnen. Nu, één van tweeën: of Paulus kent de Schrift niet, óf zijn denken is ervan doordrenkt dat JEHOVAH van het Oude Testament Dezelfde is als Jezus Christus!
       
    • In Jesaja 49 vers 10 lezen we een activiteit van God Zelf (hun Ontfermer zal ze leiden, en Hij zal hen aan de springaders der wateren zachtjes leiden), die in Openbaring 7 vers 17 aan ‘het Lam’ wordt toegeschreven.
       
    • In Jeremia 2 vers 13 noemt de HEERE Zich “de Springader van het levende water.” In Johannes 7 vers 37 zegt Jezus: “Als iemand dorst, laat die tot Mij komen en drinken.” Dit zou godslasterlijk zijn, indien Hij niet Dezelfde HEERE van Jeremia 2 vers 13 was.
       
    • Volgens Jeremia 17 vers 10 doorgrondt de HEERE het hart en proeft Hij de nieren, maar volgens Openbaring 2 vers 23 onderzoekt Christus nieren en harten. Als Christus niet God was, zou dit strijden tegen I Koningen 8 vers 39, waar wordt beleden dat alleen de HEERE het hart der mensen kent – waar ook de uitdrukking staat over de nieren; alsof de verhoogde Christus zegt: niet alleen de HEERE proeft de nieren, maar Ik ook. Zou dit niet godslasterlijk zijn als Hij niet waarachtig God was?
       
    • Volgens Joël 2 vers 32 moeten we de Naam des HEEREN aanroepen; in Romeinen 10 vers 13 past Paulus het toe op Jezus Christus; zie ook in I Korinthiërs 1 vers 2 en Handelingen 9 vers 14: (wat godslastering was indien Christus niet waarachtig God was, want we mogen alleen God aanroepen).
       
    • Maleachi 3 vers 1 spreekt over de weg des HEEREN; Markus 1 vers 1-2 zegt: “Het begin van het Evangelie van Jezus Christus, de Zoon van God. Gelijk geschreven is in de profeten: ziet, Ik zend Mijn engel voor Uw aangezicht, die Uw weg voor U heen bereiden zal.”
       
    • Denk aan de onvergelijkelijk radicale en totale eisen die Jezus stelt. Hij zegt (Mattheüs 8 vers 22): “Volg Mij, en laat de doden hun doden begraven.” In Lukas 14 vers 26 zegt Hij zelfs: “Als iemand tot Mij komt en niet haat zijn vader, en moeder, en vrouw, en kinderen, en broeders, en zusters, ja, ook zelfs zijn eigen leven, die kan Mijn discipel niet zijn.” Kon enig mens zo’n claim op radicale, algehele gehoorzaamheid en volgzaamheid laten gelden? Nee, alleen God. Jezus laat deze eis horen, want Hij ís God!
       
    • In Mattheüs 11 vers 5 verklaart Jezus dat de belofte uit Jesaja 35 in Hem vervuld is. Dáár staat nadrukkelijk dat dit zal gebeuren wanneer God komt. Jezus is blijkbaar die ‘gekomen God’, naar Wie Johannes de Doper in de gevangenis vraagt.
         
    • In Mattheüs 11 vers 25 zegt Jezus dat God heilgeheimen aan mensen openbaart, in vers 27 zegt Hij dat Hij Zelf het doet, ja dat Hij Zelf de Vader aan mensen openbaart, en dat ook nog eens vrijmachtig, zoals Hij wil. Dit is volstrekt onverklaarbaar voor de nederige Jezus (vers 29) tenzij Hij gelijk is aan Zijn Vader.
        
    • Mattheüs 12 vers 31-32: als iemand de Heilige Geest lastert wordt het hem niet vergeven, maar de lastering tegen de Vader en de Zoon wel (hoe kan dat, als de Geest slechts een onpersoonlijke kracht van God is, zoals de Jehovah-getuigen beweren?)
        
    • Mattheüs 18 vers 20: Christus is in het midden van elke vergadering die in Zijn Naam wordt gehouden (wat niet kan als Hij geen God is, van Wie alleen wordt gezegd, dat Hij hemel en aarde vervult, zie Jeremia 23 vers 23-24).
       
    • Mattheüs 28 vers 19: in de ene Naam van (1) de Vader, (2) de Zoon en (3) de Heilige Geest zijn wij gedoopt (waaruit klaar blijkt dat de Zoon en de Heilige Geest één Naam met de Vader hebben).
       
    • In Lukas 1 vers 17 zegt Gabriël: Johannes (de Doper) ‘zal voor Hem heengaan’. ‘Hem’ slaat (volgens Johannes 3 vers 28) op Jezus. In Lukas 1 vers 17 slaat ‘Hem’ echter op ‘de Heere, hun God’, van vers 16. Hieruit volgt dat Jezus de Heere, hun God is.
       
    • In Johannes 1 vers 1 staat, dat het Woord bij God is (dus onderscheiden van Hem) én dat Hij Zelf God is.
       
    • In Johannes 5 vers 19 zegt Jezus dat Hij alles doet wat de Vader doet (“zo wat” is oud-Nederlands voor “al wat” of “wat ook maar”). Dit is duidelijk een gelijkschakeling met de almachtige Schepper.
       
    • Johannes 5 vers 23: de Zoon moeten we eren gelijk we de Vader eren (wat godslasterlijk is, als de Zoon niet gelijke eer waardig is met de Vader; en wie anders is gelijke eer waardig met God dan God alleen?)
       
    • In Johannes 5 vers 26 zegt Jezus: “Zoals de Vader het leven heeft in Zichzelf” (wat op niets anders kan slaan dan op het Goddelijke Zijn), “zo heeft Hij ook aan de Zoon gegeven, het leven te hebben in Zichzelf” (wat op hetzelfde wezenlijke Zijn moet slaan, maar blijkbaar niet van een aparte of tweede God, maar één met God).
       
    • In Johannes 10 vers 30 zegt Christus: “Ik en de Vader zijn één.”
       
    • In Johannes 11 vers 4 wordt de glorie van God en van Zijn Zoon in één adem genoemd – een stille getuige hoe deze Twee Eén zijn: “Jezus zei: deze krankheid is ter heerlijkheid van God; opdat de Zoon van God daardoor verheerlijkt wordt.”
       
    • Johannes 14 vers 1 heeft het over én in God geloven én (zo ook) in Christus.
       
    • Johannes 14 vers 9-11 zegt dat Christus in de Vader is en de Vader in Hem.
       
    • In Johannes 14 vers 16 zegt Jezus dat de Vader de Heilige Geest stuurt. In vers 26 zegt Hij, dat de Vader Hem zendt in de Naam van Christus! In 15 vers 26 zegt Hij: “…de Trooster Die Ik u zenden zal van de Vader, namelijk de Geest der waarheid, Die van de Vader uitgaat.” In 15 vers 9 zegt Christus opnieuw dat Hij de Geest zal zenden. Hier worden de dingen erg verward tenzij wij geloven dat Christus één is met de Vader.
       
    • Johannes 15 vers 9: de liefde van Christus tot ons is gelijk aan de liefde waarmee de Vader Hem heeft liefgehad (hoe kan Christus’ liefde gelijk zijn aan die van de Vader voor Zijn Zoon, indien Christus niet God is?)
       
    • Johannes 20 vers 28: Thomas noemt Jezus “mijn Heere en mijn God” en Jezus wijst het niet af; want Hij is ook werkelijk (zijn) God.
       
    • Handelingen 5 vers 3: Ananias heeft gelogen tegen de Heilige Geest dat is volgens vers 4: tegen God.
       
    • Handelingen 9 vers 15: de Heere (namelijk Jezus Christus) roept Paulus; volgens Handelingen 13 vers 2: de Heilige Geest heeft hem geroepen.
       
    • De oproep van Paulus aan de stokbewaarder (Handelingen 16 vers 31): “Geloof in de Heere Jezus Christus en gij zult zalig worden” zou godslasterlijk zijn geweest als Jezus niet waarachtig God was!
       
    • In Romeinen 8 vers 35 schrijft de apostel: “Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus?” Aan het eind van heel de opsomming schrijft hij: “Want ik ben verzekerd, dat (niets) ons zal kunnen scheiden van de liefde van God.” De liefde van God en van Christus schijnt dezelfde liefde te zijn.
       
    • In Romeinen 9 vers 5 staat: “Christus..., Die God is boven allen te prijzen in der eeuwigheid.”
       
    • In Romeinen 14 vers 10 gaat het over de rechterstoel van Christus, maar volgens vers 12 moeten allen rekenschap geven aan God.
       
    • In I Korinthiërs 2 vers 2 schrijft Paulus dat hij maar één ding weten wil: Jezus Christus en Die gekruisigd. Als Jezus niet waarachtig God was, was het toch ondenkbaar dat een door Gods Heilige Geest geïnspireerde apostel van stad tot stad rondtrok met als enige onderwerp van onderwijs: een schepsel…! Vreselijke gedachte, omdat alleen God de enige Inhoud van heel onze godsdienst, en dus ook van de prediking, kan en mag zijn.
       
    • Volgens I Korinthiërs 6 vers 19 zijn wij het eigendom van Hem Die ons met een prijs betaald heeft (dus van Christus), maar vers 20 trekt als conclusie: verheerlijk dan God; wat ongerijmd is, als Christus niet God is.
       
    • Filippenzen 2 vers 6 zegt dat Christus in de gestalte van God was; God is een Geest en heeft geen ‘lichamelijke gestalte’. Deze uitdrukking betekent dat Christus in of van hetzelfde Wezen als God was.
       
    • Paulus noemt in Titus 3 vers 4-6 in één adem zowel God onze Zaligmaker als Jezus onze Zaligmaker: “Wanneer de goedertierenheid van God, onze Zaligmaker, en Zijn liefde tot de mensen verschenen is, heeft Hij ons zalig gemaakt … door het bad van de wedergeboorte en de vernieuwing van de Heilige Geest; Die Hij over ons rijkelijk heeft uitgegoten door Jezus Christus, onze Zaligmaker.” Hoogstverwarrend, tenzij Christus God is.
       
    • Hebreeën 3 vers 3: Paulus verklaart dat Christus meer eer ontvangt dan Mozes, evenals de Bouwer van een huis meer eer ontvangt dan het huis. In vers 4 stelt Hij dat God alles heeft gebouwd. In vers 6 noemt hij Christus ‘als de Zoon over Zijn eigen huis’; over Wie hij schrijft: ‘Wiens huis wij zijn’. Als Paulus niet bedoelde te zeggen dat Christus God is, is hij er werkelijk in geslaagd om zeer verwarrend te schrijven…
       
    • I Johannes 5 vers 20: Christus is de waarachtige God; niet een God, maar de waarachtige God, wat óf twee goden inhoudt, óf dat Hij één is met Zijn Vader.
       
    • Openbaring 1 vers 8: “Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde, zegt de Heere, Die is, en Die was, en Die komen zal, de Almachtige.” Hier spreekt de Almachtige God. Vergelijk hiermee Openbaring 22 vers 13, waar Christus zegt: “Ik ben de Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde; de Eerste en de Laatste.”
       
    • In Openbaring 5 vers 12 (“Het Lam, Dat geslacht is, is waardig te ontvangen de kracht, en rijkdom, en wijsheid, en sterkte, en eer, en heerlijkheid, en dankzegging”) wordt het Lam op dezelfde manier verheerlijkt als God werd verheerlijkt in 4 vers 11: “Gij Heere, zijt waardig te ontvangen de heerlijkheid, en de eer, en de kracht; want Gij hebt alle dingen geschapen, en door Uw wil zijn zij, en zijn zij geschapen.”
       
    • In Openbaring 5 vers 13 wordt in de lofprijzing het Lam in één adem genoemd met God: “En elk schepsel dat in de hemel is, en op de aarde, en onder de aarde, en die in de zee zijn, en alles wat daarin is, hoorde ik zeggen: Hem Die op de troon zit, en het Lam, zij de dankzegging, en de eer, en de heerlijkheid, en de kracht in alle eeuwigheid.”
       
    Labels: (Bewerk labels)
    • Geen labels
     
    Reacties (5)
    Bekijkt 5 van de 5 reacties: bekijk alles
    Misschien mogen wij in de scheppingsformule van de mens misschien ook een bewijs zien van de drie-eenheid? De mens is immers in meerdere opzichten naar Zijn beeld geschapen, bijvoorbeeld als een drie-eenheid van 'geest, ziel en lichaam'. Vast geen toeval ;-) bewerkte 13:11, 6 aug 2009
    Geplaatst 01:32, 5 aug 2009
    Ook in de Tabernakel van Israël en later de Tempel te Jeruzalem, zien we een type of voorbeeld van de drie-eenheid, namelijk, 1) Voorhof, 2) Heilige, 3) Heilige der Heilige. 1) is de Heilige Geest die vanaf Pinksteren is uitgestort (in beginsel) op alle mensen. 2) Het Heilige, Het voorste deel van de tent der samenkomst en de plek waar priesters wel mochten komen, schaduwtype van Jezus Christus. en 3) het Heilige der Heilige, het achterste gedeelte van de Tabernakel, de plaats waar God woont op de Ark des Verbonds. Daar mocht slechts één keer per jaar de Hogepriester binnen komen. bewerkte 21:44, 23 jul 2011
    Geplaatst 21:43, 23 jul 2011
    Menselijk voorbeeld:
    Piet Beekelaar, zoon van Pieter Beekelaar en Harmanna Koopman, tegelijk broer van Egbert, Janna, Annie en Lammie, echtgenoot van Geziena Lammechien Oving en tevens vader van Mannie, Jannie en Peter.
    Verder oom van neven en nichten en oomzegger van ooms en tantes.
    Geplaatst 14:39, 2 mei 2015
    Ik denk dat dit onderwerp nog wel wat uitgebreid kan worden met zaken als apollinarisme en hypostatische eenheid, of wordt dat te ingewikkeld?
    Geplaatst 21:53, 5 dec 2015
    @Fedor Nielsen. De termen zeggen mij niets. Als ingewikkelde zaken bevattelijk kunnen worden uitlegd, is het oké toch?
    Geplaatst 20:40, 6 dec 2015
    Bekijkt 5 van de 5 reacties: bekijk alles
    U moet inloggen om een reactie te geven.

     
    Powered by MindTouch Core
    Verrijk Christipedia door informatie toe te voegen.
    Help mee de tekst te verbeteren. Zie Meedoen.