Droom, dromen

Van $1

    Inhoudsopgave
    1. 1. Bron
    2. 2. Voetnoten

    Deze pagina is overgezet naar een nieuw softwaresysteem
    en kan in de laatste versie tijdelijk verder worden bewerkt op:
     
    https://christipedia.miraheze.org/wiki/Droom,_dromen

    Dromen betekent onder andere ‘zich iets voorstellen in de slaap’. Droom is dan het dromen of de inhoud van de droom, datgene wat gedroomd wordt, de droomvoorstelling.

    De droom is gewoonlijk slechts een spel van gedachten en beelden, die tevoren reeds in de ziel aanwezig waren; zodanige dromen hebben even zo min betekenis als de fantasieën van koortslijders.

    Naar hun herkomst kan men driëerlei dromen onderscheiden:

    1. natuurlijke, Pred.5:2
    2. goddelijke, Gen. 28:12; 41:17; Dan.2:28
    3. demonische, Deut.13:1; Jer.23:16; 27:9;

    Men moet goed onderscheiden en alle dromen niet gelijk achten.

    De natuurlijke droom wordt aangeduid in dit vers:

    Pre 5:3 Want [zoals] de droom komt door veel bezigheid, [ zo] ook het gepraat van de dwaas door veelheid van woorden. (HSV)

    Enkele voorbeelden van een verkeerd uitgelegde natuurlijke droom of mogelijk demonische droom:

    Jer 23:16 Zo zegt de HEERE der heirscharen: Hoort niet naar de woorden der profeten, die u profeteren; zij maken u ijdel; zij spreken het gezicht huns harten, niet uit des HEEREN mond. (SV)
    Jer 27:9 U dan, luister niet naar uw profeten, naar uw waarzeggers, naar uw dromers, naar uw wolkenduiders en naar uw tovenaars, die tegen u zeggen: U mag de koning van Babel niet dienen. (HSV)

    De 13:1 Wanneer een profeet, of dromen-dromer, in het midden van u zal opstaan, en u geven een teken of wonder;
    De 13:2 En dat teken of dat wonder komt, dat hij tot u gesproken had, zeggende: Laat ons andere goden, die gij niet gekend hebt, navolgen en hen dienen;
    De 13:3 Gij zult naar de woorden van dien profeet, of naar dien dromen-dromer niet horen; want de HEERE, uw God, verzoekt ulieden, om te weten, of gij den HEERE, uw God, liefhebt met uw ganse hart en met uw ganse ziel.
    (SV)

    Een droom kan evenwel door God in een mens worden gewekt.

    Joe 2:28 Daarna zal het geschieden dat Ik Mijn Geest zal uitstorten op alle vlees: uw zonen en uw dochters zullen profeteren, uw ouderen zullen dromen dromen, uw jongemannen zullen visioenen zien. 
    Joe 2:29 Ja, zelfs op de dienaren en op de dienaressen zal Ik in die dagen Mijn Geest uitstorten.
    (HSV)

    De dromen, waarin God op buitengewone wijze Zijn raad aan mensen openbaart, zijn van tweeërlei aard[1]:

    1. óf het zijn van God gewerkte persoonlijke verschijningen
    2. óf het zijn uitdrukkingen van goddelijke voorkennis, waarbij aan de dromer, met beelden, genomen uit de kring van zijn eigen gedachten, getoond wordt, wat hem of anderen overkomen zal.

    Een geval van de eerste soort dromen is Jacobs droom van de hemelladder. 

    Van de tweede soort dromen waren de dromen van Jozef (schoven, hemellichamen); van de beide hovelingen de schenker en de bakker (Gen. 40), die Jozef in de gevangenis van Potifar bediende; en van de beide dromen van Farao (vette en magere koeien; vette en magere aren). Jozef zei tegen de hovelingen dat de uitlegging van God is, en erkende daarmee dat er dromen zijn die van God zijn.

    De vrouw van Pilatus leed in een droom veel om de rechtvaardige Jezus van Nazareth:

    Mt 27:19 Toen hij nu op de rechterstoel zat, zond zijn vrouw hem de boodschap: Heb niets te doen met die Rechtvaardige; want ik heb heden in een droom veel om Hem geleden. (TELOS)

    Paulus kreeg een droom die hij als God leiding richting Macedonië verstond. 

    Hnd 16:9 En Paulus kreeg ‘s nachts een gezicht: een Macedonisch man stond daar en smeekte hem aldus: Kom over naar Macedonie en help ons. (TELOS)

    "Het nachtelijke leven met zijn dromen behoort in het weefsel van de goddelijke Voorzienigheid." (J.P. Lange)[4] 

    De juiste uitlegging van een door God verwekte symbolische droom wordt eveneens door Hem ingegeven. God deed Jozef de zin van de dromen verstaan, welke de schenker en de bakker hem verteld hadden.

    Ge 40:8 Ze zeiden tegen hem: We hebben een droom gehad en er is niemand die hem kan uitleggen. Jozef zei tegen hen: Is de uitleg niet aan God? Vertel [ze] toch aan mij. 
    Ge 40:12 Toen zei Jozef tegen hem: Dit is de uitleg ervan: de drie ranken staan voor drie dagen. 
    (HSV)

    Calvijn merkt op: „Jozef spreekt hier niet uit, wat hij voor waarschijnlijk houd, alsof hij een twijfelachtig vermoeden uitsprak, maar hij spreekt door openbaring van de Geest uit, wat de droom betekende. Want waarom verklaart hij de drie ranken eerder voor drie dagen dan voor drie jaren, indien de Geest Gods hem dit niet geopenbaard had? Door een buitengewone ingeving verheft Jozef zich boven de natuur, als hij de droom uitlegt. En als zo aanstonds hij zich de schenker aanbeveelt, alsof deze reeds in zijn ambt hersteld was, daarmee toont hij wel zijn vertrouwen, dat de uitlegging zeker en ondubbelzinnig is."[3]  

    “Bij geen volk van de oude wereld was het droomleven zó opgewekt, zó krachtig en ontwikkeld, als bij de Egyptenaren; de gehele geschiedenis van dit wonderbare volk heeft iets nachtelijks, waarbij de gedaanten van het goddelijke en aardse wonderbaar en verward in elkaar vloeien, en waaruit de Piramiden, Obelisken en Sphynxen, onmetelijke tempels, als droomgestalten te voorschijn treden. Men zou het het volk van dromen, voorgevoelens en raadsels kunnen noemen; ook Jozef’s bestemming voor dit land werd door dromen ingeleid en door dromen bereikt.”(Krummacher)[2]

    Bron

    Karl August Dächsel; F P L C van Lingen; H van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) : met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901), commentaar op Gen. 40:5, 8, 12. Hiervan is tekst verwerkt op 15 feb. 2014.

    Voetnoten

    1. ↑ Aldus Heim, aangehaald in Karl August Dächsel; F P L C van Lingen; H van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) : met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901), commentaar op Gen. 40:5.

    2. ↑ Aangehaald in Karl August Dächsel e.a. (zie voetnoot 1), commentaar op Gen. 40:5. 

    3. ↑ Aangehaald in Karl August Dächsel e.a. (zie voetnoot 1), commentaar op Gen. 40:12. 

    4. ↑ Aangehaald in Karl August Dächsel e.a. (zie voetnoot 1), commentaar op Gen. 40:22.

     
    Labels: (Bewerk labels)
    • Geen labels
     
    Reacties (0)
    U moet inloggen om een reactie te geven.

     
    Powered by MindTouch Core
    Verrijk Christipedia door informatie toe te voegen.
    Help mee de tekst te verbeteren. Zie Meedoen.