|
|
Christipedia.nl > Artikelen > E > Ebed-Melech
Ebed-MelechVan $1Inhoudsopgave
Ebed-Melech (ook gespeld Ebed-Melek, Eved Melech) was een Koesjietische (Nubische, Ethiopische) hoveling in dienst van koning Zedekia van Juda. Zijn naam betekent “knecht van de koning”. Hij was een eunuch, dat is een met het oog op de harem van de koning gecastreerde (gesnedene, ontmande). Hij trok zich het lot van Jeremia aan en pleitte voor hem bij de koning Zedekia, die de staatsgevaarlijke geachte profeet op advies van anderen in een put had gedaan. Jeremia zou volgens Ebed-Melech verhongeren. De hoveling verkreeg toestemming om Jeremia uit de put te halen. Zie daar een ‘barmhartige Samaritaan’ in het Oude Testament!
Jeremia wordt op bevel van Ebed-Melech uit de kuil getrokken, prent van Jan Luyken (1649-1712), 1712. God liet Ebed-Melech daarna door de mond van Jeremia weten dat hij in het leven behouden zou worden bij de verovering van Jeruzalem door de Chaldeeën (Jer. 38: 7-13; Jer. 39: 16-18). Jer 39:16 Ga tegen Ebed-Melech, de Cusjiet, zeggen: Zo zegt de HEERE van de legermachten, de God van Israël: Zie, Ik ga Mijn woorden over deze stad brengen, ten kwade en niet ten goede; op die dag zullen ze voor uw ogen geschieden. De Statenvertaling vertaalt het Hebreeuwse woord voor Koesjiet (Cusjiet) als “Moorman”, de Herziene Statenvertaling heeft “Cusjiet”.
Afbeelding[2]: Ebed-Melech trekt Jeremia uit de put. Voetnoten1. ↑ Bronpagina van de prent op GeheugenVanNederland.nl 2. ↑ Bron van de afbeelding: BrokenBelievers.com
Labels: (Bewerk labels)
|
Powered by MindTouch Core |
| Verrijk Christipedia door informatie
toe te voegen. Help mee de tekst te verbeteren. Zie Meedoen. |