Eerstelingsgarve (feest)

Van $1

    Het feest van de eerstelingsgarve is een hoogtijd van God die Hij heeft ingesteld voor zijn volk Israel (Lev. 23:10v). Een garf of garve is een bos samengebonden graanhalmen, een schoof. Op een bepaalde dag na het begin van het feest der Ongezuurde Broden moesten de Israëlieten door de dienst van een priester een schoof met eerstelingen (van de gersteoogst) als beweegoffer aan God, de Eigenaar van het land en de Gever van de oogst, aanbieden. Zie de volgende Schriftplaatsen: Lev. 23:9-16, 1 Cor. 15:20-23. 

    De Israëlieten ontvingen de inzetting tijdens de woestijnreis. De naleving begon bij de eerste oogst van het land Kanaän, na de intocht in dit land. De eendaagse hoogtijd viel op de dag na de sabbat van het begin van Ongezuurde Broden. Het feest van de Eerstelingsgarve valt dus binnen  de zevendaagse periode van het feest der Ongezuurde Broden. 

    Vóór deze dag van de eerstelingsgarve, dus voordat de eerstelingen van de oogst voor Gods aangezicht waren bewogen, mochten de Israelieten van de nieuwe oogst geen brood, noch geroost koren, noch korrels van groene aren eten (Lev. 23:14). 

    Op de bepaalde dag bewoog de priester de garf (schoof) van eerstelingen voor het aangezicht van de HEER. 

    Le 23:11 En hij zal die garf voor het aangezicht des HEEREN bewegen, opdat het voor u aangenaam zij; des anderen daags na den sabbat zal de priester die bewegen.
    (SV)

    Dit beweegoffer maakte de Israeliet aangenaam voor God. Hebreeuws: “ tot uwe aangenaamheid of welgevalligheid”. 

    Op dezelfde dag moest een volkomen eenjarig lam ten brandoffer voor de HEER worden bereid. Het Hebreeuws duidt een mannelijk lam aan.

    Le 23:12 Gij zult ook op den dag, als gij die garf bewegen zult, bereiden een volkomen lam, dat eenjarig is, ten brandoffer den HEERE;
    (SV)

    Behalve een lam ten brandoffer moest er ook een spijsoffer worden gebracht. 

    Le 23:13 En zijn spijsoffer twee tienden meelbloem, met olie gemengd, ten vuuroffer, den HEERE tot een liefelijken reuk; en zijn drankoffer van wijn, het vierde deel van een hin.
    (SV)

    Het spijsoffer bestond uit twee tienden meelbloem. Het dagelijks brandoffer werd gebracht met een spijsoffer van één tiende meelbloem. Nu moest een spijsoffer met een dubbele maat worden gebracht; de maat van de meelbloem was verdubbeld. Behalve een lam ten brandoffer en een spijsoffer moest er ook een drankoffer van wijn worden gebracht. 

    Na de dag van de eerstelingsgarve brak een periode aan van zeven sabbatten (7 x 7 = 49 dagen), gevolgd door het feest der eerstelingen (Pinksterfeest) op de vijfstigste dag (Lev. 23:15v). 

    Typische betekenis

    Op de morgen dat de eerstelingen als beweegoffer in de tempel werden gebracht, waren vrouwen getuige van de opgestane Heer Jezus Christus. Hij is opgewekt uit de doden, als eersteling van hen die ontslapen zijn. 

    1Co 15:20 (Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden, als eersteling van hen die ontslapen zijn.
    1Co 15:21 Want waar de dood is door een mens, is ook de opstanding van de doden door een mens.
    1Co 15:22 Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden.
    1Co 15:23 Maar ieder in zijn eigen orde: Christus als eersteling, daarna die van Christus zijn, bij zijn komst.

    (TELOS)

    Met de eerstelingsgarve was het bloedig offer van een volkomen eenjarig mannelijk lam verbonden. Dit offerlam spreekt van de Heer Jezus, het lam Gods, de volmaakte mens. Het beweegoffer van de eerstelingsgarve is onlosmakelijk verbonden met het Lam. De opgestane Heer, de Eersteling uit de doden, is dezelfde die als Lam zich geofferd heeft aan God. 

    Het bijbehorend spijsoffer is een zinnebeeld van het volmaakte menselijke leven van de Heiland. Dit spijsoffer was met olie gemengd, dat spreekt van de zalving en leiding door de Heilige Geest. Het spijsoffer werd verbrand en zo een vuuroffer. Het offer van Christus werd blootgesteld aan de rechtvaardige eisen van God, voor wie geen zondaar kan bestaan. 

    Het vuuroffer bereidde God een liefelijke (rustgevende) reuk. God kon daarin met welgevallen rusten. 

    Het bijbehorende drankoffer was van wijn. De wijn spreekt van vreugde. 

    We leven in gemeenschap met de verrezen Heer, de eersteling uit de doden ('Eerstelingsgarve'), in een rein leven, waarin wij ons geestelijk voeden met het 'brood van het leven' ('Ongezuurde Broden'). 

    Meer informatie

    R. Been, De feesten des Heren in Israël, blz. 35-38.Apeldoorn: Medema, 1979. ISBN 90 6353 022 6. Aantal pagina's: 73. 

    Dato Steenhuis, Gods deel eerst - Christus de Eerste. Bijbellezingen gehouden te Emmen, 11 november 2008. Te downloaden van GroeienInGeloof.com
    http://www.groeieningeloof.com/feesten%20des%20Heren.htm

    Jb. Klein Haneveld, Gods feestkalender; profetische betekenis van de feesten van Israël, blz. 17-22Bodegraven: Stichting "Het Morgenrood", 1975. Aantal pagina's: 40.

    Labels: (Bewerk labels)
    • Geen labels
     
    Reacties (0)
    U moet inloggen om een reactie te geven.

     
    Powered by MindTouch Core
    Verrijk Christipedia door informatie toe te voegen.
    Help mee de tekst te verbeteren. Zie Meedoen.