Heiland

Van $1

    Deze pagina is overgezet naar een nieuw software-
    systeem en kan tijdelijk verder worden bewerkt op:
     
    https://christipedia.miraheze.org/wiki/Heiland

    Een heiland is iemand die heil aanbrengt. Volgens het online woordenboek van Van Dale betekent Heiland: Christus of God. Het begrip wordt dus bepaald door te verwijzen naar de personen die Heiland worden genoemd. In de Bijbel wordt Heiland alleen voor God of Christus gebruikt. In het volgende Schriftgedeelte worden zowel God als Christus 'onze Heiland' genoemd. Christus is immers de openbaring van God.

    Tit 3:4 Maar toen de goedertierenheid en de mensenliefde van God, onze Heiland, verschenen is,
    Tit 3:5 heeft Hij ons behouden, niet op grond van werken in gerechtigheid, die wij hadden gedaan, maar naar zijn barmhartigheid, door de wassing van de wedergeboorte en de vernieuwing van de Heilige Geest,
    Tit 3:6 die Hij rijkelijk over ons heeft uitgestort door Jezus Christus, onze Heiland,
    Tit 3:7 opdat wij, door zijn genade gerechtvaardigd, erfgenamen werden naar de hoop van het eeuwige leven.

    (TELOS)

    In het Nieuwe Testament is "Heiland" een vertaling van het Griekse woord sotèr, dat redder, behouder, bevrijder, verlosser betekent.

    In het Nieuwe Testament is de Heiland (Gr. sotèr) Degene die mensen van hun zedelijke en geestelijke ellende verlost en (positief) hen de heerlijkste heilgoederen schenkt. 'Sotèr' kan in het NT óf door 'redder', 'behouder', 'bevrijder', 'verlosser', óf door 'Heiland', 'Zaligmaker', worden vertaald[1]. 'Heiland' of 'Zaligmaker' is rijker van inhoud dan 'redder', 'behouder' enz. Een illustratie. Wie uit een brandend huis bevrijdt, is een redder, wie bovendien een nieuwe woning schenkt, is een Heiland. Wie redt, een nieuwe woning schenkt en gelukkig maakt, is een Zaligmaker. 

    In de heidenwereld was 'sotèr' een bijnaam die aan verscheidene goden, zoals Jupiter, Bacchus en Helios werd gegeven. Vooral beschermgoden ontvingen die bijnaam, omdat ze voor weldoeners van het menselijk geslacht werden gehouden.

    De bijnaam 'sotèr' werd ook aan vorsten en koningen verleend en voorts aan mensen die grote weldaden aan hun land bewezen hadden. Bij de Griekse schrijvers is 'sotèr' een veelgebruikte titel van mannen die zich verdienstelijk voor het vaderland hadden gemaakt. In tijden van verval werden invloedrijke personen gevleid met de titel 'sotèr'[2]

    'Heiland' in het OT

    In de Statenvertaling komt "heiland" 11x in het Oude Testament voor in de volgende Schriftplaatsen:

    Ps 106:21 Zij vergaten God, hun Heiland, Die grote dingen gedaan had in Egypte;
    Jes 19:20 En het zal zijn tot een teken, en tot een getuigenis den HEERE der heirscharen in Egypteland, want zij zullen tot den HEERE roepen vanwege de verdrukkers, en Hij zal hun een Heiland
    en Meester zenden, Die zal hen verlossen.
    Jes 43:3 Want Ik ben de HEERE, uw God, de Heilige Israels, uw Heiland; Ik heb Egypte, Morenland en Seba gegeven tot uw losgeld in uw plaats.
    Jes 43:11 Ik, Ik ben de HEERE, en er is geen Heiland behalve Mij.
    Jes 45:15 Voorwaar, Gij zijt een God, Die Zich verborgen houdt, de God Israels, de Heiland.
    Jes 45:21 Verkondigt en treedt hier toe, ja, beraadslaagt samen: wie heeft dat laten horen van ouds her? Wie heeft dat van toen af verkondigd? Ben Ik het niet, de HEERE? en er is geen God meer behalve Mij, een rechtvaardig God, en een Heiland, niemand is er dan Ik.
    Jes 49:26 En Ik zal uw verdrukkers spijzen met hun eigen vlees, en van hun eigen bloed zullen zij dronken worden, als van zoeten wijn; en alle vlees zal gewaar worden, dat Ik, de HEERE, uw Heiland ben, en uw Verlosser, de Machtige Jakobs.
    Jes 60:16 En gij zult de melk der heidenen zuigen, en gij zult de borsten der koningen zuigen; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben, uw Heiland, en uw Verlosser, de Machtige Jakobs.
    Jes 63:8 Want Hij zeide: Zij zijn immers Mijn volk, kinderen, die niet liegen zullen? Alzo is Hij hun geworden tot een Heiland.
    Hos 13:4 Ik ben toch de HEERE, uw God, van Egypteland af; daarom zoudt gij geen God kennen dan Mij alleen, want er is geen Heiland dan Ik.
    Zac 9:9 Verheug u zeer, gij dochter Sions! juich, gij dochter Jeruzalems! Ziet, uw Koning zal u komen, rechtvaardig, en Hij is een Heiland; arm, en rijdende op een ezel, en op een veulen, een jong der ezelinnen.

    'Heiland' in het NT

    In de Statenvertaling van het Nieuwe Testament komt het woord "Heiland" niet voor. In plaats van "heiland" wordt het woord "Zaligmaker" gebruikt. De bekende NBG51-vertaling daarentegen heeft in het NT nergens "Zaligmaker", wel 22x "Heiland". Ook de TELOS-vertaling van het Nieuwe Testament heeft 22x "Heiland". Het gaat om de volgende Schriftplaatsen:

    Lu 1:47 en mijn geest verheugt zich over God, mijn Heiland,
    Lu 2:11 want u is heden een Heiland geboren, die Christus de Heer is, in de stad van David.
    Joh 4:42 en zij zeiden tot de vrouw: Wij geloven niet meer op uw zeggen, want wijzelf hebben Hem gehoord en weten dat Deze waarlijk de Heiland van de wereld is.
    Hnd 5:31 Deze heeft God als Overste Leidsman en Heiland door zijn rechterhand verhoogd om aan Israel bekering en vergeving van zonden te geven.
    Hnd 13:23 Van diens nageslacht heeft God naar de belofte aan Israel een Heiland gebracht, Jezus,
    Flp 3:20 Want ons burgerschap is in de hemelen, waaruit wij ook de Heer Jezus Christus als Heiland verwachten,
    1Ti 1:1 Paulus, apostel van Christus Jezus naar het bevel van God, onze Heiland, en van Christus Jezus, onze hoop,
    1Ti 2:3 Dit is goed en aangenaam voor God, onze Heiland,
    2Ti 1:10 maar die nu geopenbaard is door de verschijning van onze Heiland Christus Jezus, die de dood te niet gedaan en leven en onvergankelijkheid aan het licht gebracht heeft door het evangelie,
    Tit 1:3 die mij is toevertrouwd naar het bevel van God, onze Heiland;
    Tit 1:4 aan Titus, mijn echt kind naar het gemeenschappelijk geloof: genade en vrede van God de Vader en van Christus Jezus, onze Heiland.
    Tit 2:10 niet te ontvreemden, maar alle goede trouw te bewijzen, opdat zij de leer van God, onze Heiland, in alles versieren.
    Tit 2:13 in de verwachting van de gelukkige hoop en verschijning van de heerlijkheid van onze grote God en Heiland, Jezus Christus,
    Tit 3:4 Maar toen de goedertierenheid en de mensenliefde van God, onze Heiland, verschenen is,
    Tit 3:6 die Hij rijkelijk over ons heeft uitgestort door Jezus Christus, onze Heiland,
    2Pe 1:1 Simon Petrus, slaaf en apostel van Jezus Christus, aan hen die een even kostbaar geloof als wij verkregen hebben door de gerechtigheid van onze God en Heiland Jezus Christus:
    2Pe 1:11 Want zo zal u rijkelijk de ingang in het eeuwige koninkrijk van onze Heer en Heiland Jezus Christus worden verleend.
    2Pe 2:20 Want als zij door de kennis van onze Heer en Heiland Jezus Christus de bevlekkingen van de wereld ontvlucht maar opnieuw daarin verstrikt zijn en erdoor overmeesterd worden, dan is voor hen het laatste erger geworden dan het eerste.
    2Pe 3:2 opdat u terugdenkt aan de woorden die tevoren door de heilige profeten gesproken zijn en aan het gebod van de Heer en Heiland, door uw apostelen verkondigd.
    2Pe 3:18 maar groeit op in de genade en kennis van onze Heer en Heiland Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid, zowel nu als tot de dag van de eeuwigheid. Amen.
    1Jo 4:14 En wij hebben aanschouwd en getuigen, dat de Vader de Zoon heeft gezonden als Heiland van de wereld.
    Jds 1:25 de enige God onze Heiland, door Jezus Christus onze Heer, zij heerlijkheid, majesteit, kracht en macht, voor alle eeuwen, en nu, en tot in alle eeuwigheid! Amen.

    Voetnoten

    1. ↑2. ↑ Grieks - Nederduitsch (Nederlands) Woordenboek op het Nieuwe Testament door Dr. D. Harting.

    Labels: (Bewerk labels)
    • Geen labels
     
    Reacties (0)
    U moet inloggen om een reactie te geven.

     
    Powered by MindTouch Core
    Verrijk Christipedia door informatie toe te voegen.
    Help mee de tekst te verbeteren. Zie Meedoen.