Lijden van Jezus Christus

Van $1

    Deze pagina is overgezet naar een nieuw softwaresysteem
    en kan in de laatste versie tijdelijk verder worden bewerkt op:
     
    https://christipedia.miraheze.org/wi...Jezus_Christus

    Het lijden van Jezus Christus was nodig om ons mensen te kunnen redden. 

    Paragrafen:


    Zijn voorkennis

    De Heiland wist vóóraf dat en hoe Hij zou lijden. Enkele malen heeft Hij zijn lijden, dood en opstanding aangekondigd. Eenmaal bijvoorbeeld zei Hij tegen zijn leerlingen wat Hem zou overkomen: 

    Mr 10:32 Zij nu waren onderweg en trokken op naar Jeruzalem, en Jezus ging hun voor; en zij stonden verbaasd, ja, terwijl zij volgden, waren zij bang. En Hij nam opnieuw de twaalf tot Zich en begon hun te zeggen wat Hem zou overkomen:
    Mr 10:33 Zie, wij trekken op naar Jeruzalem, en de Zoon des mensen zal overgeleverd worden aan de overpriesters en de schriftgeleerden, en zij zullen Hem ter dood veroordelen en Hem overleveren aan de volken; 
    Mr 10:34 en zij zullen Hem bespotten, Hem bespuwen, Hem geselen en doden; en na drie dagen zal Hij opstaan.
    (TELOS)

    Christus' voorkennis was gedetailleerd:

    • welke groepen mensen zouden een rol spelen
    • 'overleveren' impliceert dat hij gevangen genomen zou worden
    • veroordeling tot de dood
    • overlevering aan de volken (de Romeinen regeerden over Israël)
    • bespotting
    • geseling
    • opstanding
    • na drie dagen

    Merk op dat de leerlingen zelf deze voorkennis niet hadden. Ze hadden alleen een bang vermoeden, iets als: 'we gaan naar Jeruzalem en vrezen dat het daar niet goed zal aflopen'. Daarom waren zij 'verbaasd' en 'bang' (Marc. 10:32). 

    Christus' lijden paste echter in Gods heilsplan en de Heer was gekomen op dat plan uit te voeren. 

    Heb 10:7 Toen zei Ik: zie, Ik kom (in de boekrol is over Mij geschreven) om uw wil te doen, O God!’ (TELOS)

    Nadat hij Marcus 10:32-34 zijn lijden had aangekondigd, spreekt hij met zijn leerlingen over heersen en dienen en zegt hij in vers 45:

    Mr 10:45 Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven tot een losprijs voor velen. (TELOS)

    Zijn voorkennis was niet van een noodlot dat het bereiken van zijn levensdoel zou verijdelen. Integendeel, Hij was doelbewust gekomen om te lijden en te sterven en zijn leven te geven tot een losprijs voor velen. 

    Mate van lijden

    De Heer Jezus heeft als mens zwaar en veel geleden:

    Mattheüs 16:21 Van toen af begon Jezus zijn discipelen te tonen dat Hij naar Jeruzalem moest gaan en veel lijden vanwege de oudsten, overpriesters en schriftgeleerden en gedood worden en op de derde dag worden opgewekt.
    (TELOS)
    Markus 8:31  En Hij begon hun te leren dat de Zoon des mensen veel moest lijden en verworpen worden door de oudsten, de overpriesters en de schriftgeleerden en gedood worden en na drie dagen opstaan.(TELOS)
    Lu 17:25 Eerst echter moet Hij veel lijden en verworpen worden door dit geslacht. (TELOS)

    Plaats van lijden

    De Heiland moest lijden ter plaatse waar Hij in de toekomst zou heersen, te weten in Jeruzalem, de stad van de grote Koning. Jeruzalem is de stad die God had uitverkoren om daar Zijn naam te doen wonen. De stad die de hoofdstad van de wereld zal worden; de stad waarvan dan de wet van God zal uitgaan en waarheen eens de volken zullen stromen om de woorden van God te horen.

    Mattheüs 16:21  Van toen af begon Jezus zijn discipelen te tonen dat Hij naar Jeruzalem moest gaan en veel lijden vanwege de oudsten, overpriesters en schriftgeleerden en gedood worden en op de derde dag worden opgewekt.
    (TELOS)

    Mr 10:32 Zij nu waren onderweg en trokken op naar Jeruzalem, en Jezus ging hun voor; en zij stonden verbaasd, ja, terwijl zij volgden, waren zij bang. En Hij nam opnieuw de twaalf tot Zich en begon hun te zeggen wat Hem zou overkomen: 
    Mr 10:33 Zie, wij trekken op naar Jeruzalem, en de Zoon des mensen zal overgeleverd worden aan de overpriesters en de schriftgeleerden, en zij zullen Hem ter dood veroordelen en Hem overleveren aan de volken;
    (TELOS)

    Veroorzakers

    Hy droech onse smerten.

        T'en zijn de Joden niet, Heer Jesu, die u cruysten,
    Noch die verradelijck u togen voort gericht,
    Noch die versmadelijck u spogen int gesicht,
    Noch die u knevelden, en stieten u vol puysten,
        T'en sijn de crijchs-luy niet die met haer felle vuysten
    Den rietstock hebben of den hamer opgelicht,
    Of het vervloecte hout op Golgotha gesticht,
    Of over uwen rock tsaem dobbelden en tuyschten:
        Ick bent, ô Heer, ick bent die u dit heb gedaen,
    Ick ben den swaren boom die u had overlaen,
    Ick ben de taeye streng daermee ghy ginct gebonden,
        De nagel, en de speer, de geessel die u sloech,
    De bloet-bedropen croon die uwen schedel droech:
    Want dit is al geschiet, eylaes! om mijne sonden.

    Jacobus Revius[2] 

    De veroorzakers van het lijden van de Zoon des mensen zijn ... de mensen. Zij hebben aan Hem gedaan alles wat zij wilden.

    Mattheüs 17:10 En de discipelen vroegen Hem aldus: Waarom zeggen de schriftgeleerden dan dat eerst Elia moet komen?
    Mattheüs 17:11 Hij nu antwoordde en zei:
    Mattheüs 17:12 Elia komt wel eerst en zal alles herstellen; Ik zeg u echter dat Elia al gekomen is, en zij hebben hem niet erkend, maar aan hem gedaan alles wat zij wilden; zo zal ook de Zoon des mensen door hen lijden.
    Mattheüs 17:13 Toen beseften de discipelen dat Hij tot hen over Johannes de doper had gesproken.

    (TELOS)

    De veroorzakers van zijn lijden zijn oudsten, overpriesters en schriftgeleerden. Oudsten hebben levenservaring en wijsheid; overpriesters hebben verstand van de dienst van God; schriftgeleerden hebben verstand van de Schrift van God. Desondanks zijn zij een bijzondere oorzaak van Zijn lijden geworden.

    Mattheüs 16:21  Van toen af begon Jezus zijn discipelen te tonen dat Hij naar Jeruzalem moest gaan en veel lijden vanwege de oudsten, overpriesters en schriftgeleerden en gedood worden en op de derde dag worden opgewekt.
    (TELOS)

    Behalve zijn volksgenoten, zijn broeders naar het vlees, hebben ook de heidenvolken zijn lijden veroorzaakt:

    Mr 10:32 Zij nu waren onderweg en trokken op naar Jeruzalem, en Jezus ging hun voor; en zij stonden verbaasd, ja, terwijl zij volgden, waren zij bang. En Hij nam opnieuw de twaalf tot Zich en begon hun te zeggen wat Hem zou overkomen:
    Mr 10:33 Zie, wij trekken op naar Jeruzalem, en de Zoon des mensen zal overgeleverd worden aan de overpriesters en de schriftgeleerden, en zij zullen Hem ter dood veroordelen en Hem overleveren aan de volken;
    Mr 10:34 en zij zullen Hem bespotten, Hem bespuwen, Hem geselen en doden; en na drie dagen zal Hij opstaan. 

    (TELOS) 

    Door de volken, d.w.z. door de Romeinse soldaten, werd Hij bespot, bespuwd, gegeseld en gedood. 

    Mensen hebben Christus' lijden veroorzaakt. Maar ook God, die alles bestuurt, heeft een hand in dat lijden gehad. De lijden door mensen toegebracht gingen niet buiten God om. Het paste in Gods raadsbesluit. De profeet Zacharia had geprofeteerd: 

    Zac 13:7  Zwaard, ontwaak tegen Mijn Herder en tegen de Man Die Mijn Metgezel is, spreekt de HEERE van de legermachten. Sla die Herder en de schapen zullen overal verspreid worden. [Maar] Ik zal Mijn hand tot de kleinen wenden. (HSV) 

    Op Jezus vielen ook onzichtbare slagen. Het zwaard, dat God opriep en 'die Herder' sloeg, was niet te zien voor mensenogen. "Het behaagde de HEERE Hem te verbrijzelen" (Jes. 53:5). 

    Jes 53:4 Voorwaar, onze ziekten heeft Híj op Zich genomen, ons leed heeft Hij gedragen. Wíj hielden Hem echter voor een geplaagde, door God geslagen en verdrukt.
    Jes 53:5 Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden verbrijzeld. De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is er voor ons genezing gekomen.
    Jes 53:10 Maar het behaagde de HEERE Hem te verbrijzelen, Hij heeft [Hem] ziek gemaakt. Als Zijn ziel Zich [tot] een schuldoffer gesteld zal hebben, zal Hij nageslacht zien, Hij zal de dagen verlengen; het welbehagen van de HEERE zal door Zijn hand voorspoedig zijn.

    (HSV)

    Gods raad was gericht op ons heil. Daarom, door Jezus' striemen is ons genezing geworden. Door zijn lijden is - naar Gods welbehagen - ons heil ten deel gevallen. Dat zal het Godvrezend overblijfsel van Israël in de toekomst inzien.

    Miskenning

    Lijden wordt zwaarder door gemis van erkenning en kan ten dele een gevolg zijn van miskenning. Dit is het geval bij het lijden van de Christus.

    Mattheüs 17:10 En de discipelen vroegen Hem aldus: Waarom zeggen de schriftgeleerden dan dat eerst Elia moet komen?
    Mattheüs 17:11 Hij nu antwoordde en zei:
    Mattheüs 17:12 Elia komt wel eerst en zal alles herstellen; Ik zeg u echter dat Elia al gekomen is, en zij hebben hem niet erkend, maar aan hem gedaan alles wat zij wilden; zo zal ook de Zoon des mensen door hen lijden.
    Mattheüs 17:13 Toen beseften de discipelen dat Hij tot hen over Johannes de doper had gesproken.

    (TELOS)

    Verwerping

    Een mens kan lijden terwijl naasten hem liefdevol omringen en zorg verlenen. Het lijden van de Zoon des mensen echter ging gepaard met verwerping door zijn medemensen, door zijn eigen volkgenoten. Ondervonden liefde verzacht het lijden, verwerping verzwaart het lijden.

    Markus 8:31  En Hij begon hun te leren dat de Zoon des mensen veel moest lijden en verworpen worden door de oudsten, de overpriesters en de schriftgeleerden en gedood worden en na drie dagen opstaan.  
    (TELOS)

    Bespotting

    Mr 10:33 Zie, wij trekken op naar Jeruzalem, en de Zoon des mensen zal overgeleverd worden aan de overpriesters en de schriftgeleerden, en zij zullen Hem ter dood veroordelen en Hem overleveren aan de volken; 
    Mr 10:34 en zij zullen Hem bespotten, Hem bespuwen, Hem geselen en doden; en na drie dagen zal Hij opstaan.
    (TELOS)

    Mr 15:19 En zij sloegen zijn hoofd met een rietstok en bespuwden Hem, en zij vielen op hun knieen en huldigden Hem. (TELOS)

    Bespuwing

    Door bespuwing werd Jezus vernederd en verachtelijk behandeld. Zij spuwden Hem in het gezicht. 

    Mr 10:33 Zie, wij trekken op naar Jeruzalem, en de Zoon des mensen zal overgeleverd worden aan de overpriesters en de schriftgeleerden, en zij zullen Hem ter dood veroordelen en Hem overleveren aan de volken; 
    Mr 10:34 en zij zullen Hem bespotten, Hem bespuwen, Hem geselen en doden; en na drie dagen zal Hij opstaan.
    (TELOS)

    Mt 26:67 Toen spuwden zij Hem in het gezicht en sloegen Hem met vuisten, (TELOS)
    Mr 14:65 En sommigen begonnen Hem te bespuwen en zijn gezicht te bedekken en Hem met vuisten te slaan en tot Hem te zeggen: Profeteer! En de dienaren sloegen Hem in het gezicht.(TELOS)

    Mt 27:30 En zij spuwden op Hem, namen de rietstok en sloegen op zijn hoofd. (TELOS)
    Mr 15:19 En zij sloegen zijn hoofd met een rietstok en bespuwden Hem, en zij vielen op hun knieen en huldigden Hem.(TELOS)

    Vergelijk:

    Jes 50:6 Ik geef Mijn rug aan hen die [Mij] slaan, Mijn wangen aan hen die [Mij] de baard uitplukken. Mijn gezicht verberg Ik niet voor smaad en speeksel. (HSV)

    Job 30:9 Maar nu ben ik hun spotlied geworden, en ik ben voor hen tot een [spot] woord.
    Job 30:10 Zij hebben een afschuw van mij, zij blijven ver bij mij vandaan, ja, zij sparen mijn gezicht het speeksel niet.

    Job 30:11 Want [God] heeft mijn tentkoord losgemaakt, en mij vernederd; daarom werpen zij voor mijn gezicht de toom af.
    (HSV)

    Geslagen

    De Heiland heeft geleden door de slagen hem toegebracht.

    Mt 26:31 Toen zei Jezus tot hen: U zult allen over Mij ten val komen in deze nacht; want er staat geschreven: ‘Ik zal de herder slaan en de schapen van de kudde zullen verstrooid worden’. (TELOS)
    Zac 13:7  Zwaard, ontwaak tegen Mijn Herder en tegen de Man Die Mijn Metgezel is, spreekt de HEERE van de legermachten. Sla die Herder en de schapen zullen overal verspreid worden. [Maar] Ik zal Mijn hand tot de kleinen wenden. (HSV)
    Jes 53:10 Maar het behaagde de HEERE Hem te verbrijzelen, Hij heeft [Hem] ziek gemaakt. ...  (HSV)

    Hij is geslagen met vuisten:

    Mt 26:67 Toen spuwden zij Hem in het gezicht en sloegen Hem met vuisten, (TELOS)
    Mr 14:65 En sommigen begonnen Hem te bespuwen en zijn gezicht te bedekken en Hem met vuisten te slaan en tot Hem te zeggen: Profeteer! En de dienaren sloegen Hem in het gezicht.(TELOS)

    Dit gebeurde na de verhoring in de Joodse raad, waar de oudsten en schriftgeleerden bijeen waren. Sommigen van deze hoogwaardigheidsbekleders, en de dienaren, bespuwden en sloegen hem. 

    Jezus is geslagen met een rietstok. Hiermee sloegen de Romeinse soldaten Hem op Zijn hoofd.

    Mt 27:30 En zij spuwden op Hem, namen de rietstok en sloegen op zijn hoofd. (TELOS)
    Mr 15:19 En zij sloegen zijn hoofd met een rietstok en bespuwden Hem, en zij vielen op hun knieen en huldigden Hem.(TELOS)

    Zij sloegen op zijn hoofd en in zijn gezicht. Ze gaven hem kaakslagen:

    Mt 26:67 Toen spuwden zij Hem in het gezicht en sloegen Hem met vuisten,
    Mt 26:68 en zij gaven Hem kaakslagen en zeiden: Profeteer ons, Christus, wie is het die U heeft geslagen?

    Joh 18:22 Toen Hij nu dit zei, gaf een van de dienaars die daarbij stond, Jezus een slag in het gezicht en zei: Antwoordt U zo de hogepriester?
    Joh 18:23 Jezus antwoordde hem: Als Ik verkeerd heb gesproken, getuig van het verkeerde; maar als Ik goed heb gesproken, waarom slaat u Mij?
    Mr 14:65 En sommigen begonnen Hem te bespuwen en zijn gezicht te bedekken en Hem met vuisten te slaan en tot Hem te zeggen: Profeteer! En de dienaren sloegen Hem in het gezicht.
    (TELOS)

    De Heiland ontving ook slagen met de gesel, hij is gegeseld. Stadhouder Pilatus geselde hem (Matth. 27:26; Luc. 23:16; Joh. 19:1):

    Mr 10:33 Zie, wij trekken op naar Jeruzalem, en de Zoon des mensen zal overgeleverd worden aan de overpriesters en de schriftgeleerden, en zij zullen Hem ter dood veroordelen en Hem overleveren aan de volken; 
    Mr 10:34 en zij zullen Hem bespotten, Hem bespuwen, Hem geselen en doden; en na drie dagen zal Hij opstaan.
    (TELOS)


    Joh 19:1 Toen nam Pilatus dan Jezus en geselde Hem.
    Mt 27:26  Toen liet hij hun Barabbas los, maar Jezus geselde hij en leverde Hem over om gekruisigd te worden. 
    (TELOS)

    Dat Hij gegeseld zou worden, heeft de Heer voorzegd (Mt 20:10; Marc. 10:34; Luc. 18:33):

    Mt 20:19 en Hem overleveren aan de volken om Hem te bespotten en te geselen en te kruisigen; en op de derde dag zal Hij worden opgewekt. (TELOS)

    Door de geseling traden de woorden van de profeet Jesaja in vervulling:

    Jes 50:6 Ik geef Mijn rug dengenen, die [Mij] slaan, en Mijn wangen dengenen, die [Mij] het haar uitplukken; Mijn aangezicht verberg Ik niet voor smaadheden en speeksel.
    Jes 53:5 Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden.
    (SV)

    Petrus verwees naar Jes. 53:5 toen hij schreef:

    1Pe 2:24 die Zelf onze zonden in zijn lichaam heeft gedragen op het hout, opdat wij, voor de zonden afgestorven, voor de gerechtigheid leven: ‘door zijn striemen bent u gezond geworden’. (TELOS)

    De slagen door mensen Hem toegebracht gingen niet buiten God om. Ze pasten in Gods raadsbesluit. En ook van Godswege kwamen slagen op Jezus. De profeet Zacharia had geprofeteerd: 

    Zac 13:7  Zwaard, ontwaak tegen Mijn Herder en tegen de Man Die Mijn Metgezel is, spreekt de HEERE van de legermachten. Sla die Herder en de schapen zullen overal verspreid worden. [Maar] Ik zal Mijn hand tot de kleinen wenden. (HSV) 

    Op Jezus vielen ook onzichtbare slagen. Het zwaard, dat God opriep en 'die Herder' sloeg, was niet te zien voor mensenogen. "Het behaagde de HEERE Hem te verbrijzelen" (Jes. 53:5). 

    Gods raad was gericht op ons heil. Daarom, door Jezus' striemen is ons genezing geworden. Door zijn lijden is - naar Gods welbehagen - ons heil ten deel gevallen. Dat zal het Godvrezend overblijfsel van Israël in de toekomst inzien:

    Jes 53:4 Voorwaar, onze ziekten heeft Híj op Zich genomen, ons leed heeft Hij gedragen. Wíj hielden Hem echter voor een geplaagde, door God geslagen en verdrukt.
    Jes 53:5 Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden verbrijzeld. De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is er voor ons genezing gekomen.
    Jes 53:10 Maar het behaagde de HEERE Hem te verbrijzelen, Hij heeft [Hem] ziek gemaakt. Als Zijn ziel Zich [tot] een schuldoffer gesteld zal hebben, zal Hij nageslacht zien, Hij zal de dagen verlengen; het welbehagen van de HEERE zal door Zijn hand voorspoedig zijn.
    (HSV)

    Ziek gemaakt

    De Heer Jezus is in alles aan zijn broeders (de verlosten, de kinderen van God) gelijk geworden (Hebr. 2:17).

    Heb 2:17 Daarom moest Hij in alles aan zijn broeders gelijk worden, ... (TELOS)

    Hij heeft evenals zij aan bloed en vlees deelgenomen (Hebr. 2:14). 

    Heb 2:14 Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben, heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deelgenomen, ... (TELOS)

    Hij werd gegeseld door Romeinse soldaten en vervolgens aan het kruishout genageld. Daar maakte God hem ziek, krank.

    Jes 53:10 Doch het behaagde den HEERE Hem te verbrijzelen; Hij heeft [Hem] krank gemaakt; (SV)
    Jes 53:10 Maar het behaagde de HEERE Hem te verbrijzelen, Hij heeft [Hem] ziek gemaakt. (HSV)

    Daar hing de Mensenzoon aan het vloekhout. Een 'Man van smarten', veracht, verworpen (Jes. 53:3). Hij nam onze krankheden, ziekten op zich; onze smarten droeg Hij (Jes. 53:4). 

    Jes 53:3 Hij was veracht, en de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten, en verzocht in krankheid; en [een] [iegelijk] was als verbergende het aangezicht voor Hem; Hij was veracht, en wij hebben Hem niet geacht. 
    Jes 53:4 Waarlijk, Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze smarten heeft Hij gedragen; doch wij achtten Hem, dat Hij geplaagd, van God geslagen en verdrukt was.

    (SV)

    Jes 53:3 Hij was veracht, de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten, bekend met ziekte, en als [iemand] voor wie men het gezicht verbergt; Hij was veracht en wij hebben Hem niet geacht. 
    Jes 53:4 Voorwaar, onze ziekten heeft Híj op Zich genomen, ons leed heeft Hij gedragen. Wíj hielden Hem echter voor een geplaagde, door God geslagen en verdrukt. 
    (HSV)

    Hij moest in alles aan zijn broeders gelijk worden (Hebr. 2:17), ook in smarten en ziekte. Daardoor kan hij meevoelen met de ziekte van David, die door God om zijn zonden gekastijd werd en waarvan Psalm 38 verhaalt.

    Ps 38:1 Een psalm van David, om te doen gedenken. HEERE, straf mij niet in Uw grote toorn, bestraf mij niet in Uw grimmigheid.
    Ps 38:2 Want Uw pijlen zijn in mij gedrongen, Uw hand is op mij neergekomen.
    Ps 38:3 Er is niets gezonds aan mijn lichaam door Uw gramschap, er is geen vrede in mijn beenderen vanwege mijn zonde. 
    Ps 38:4 Want mijn ongerechtigheden gaan mij boven het hoofd, als een zware last zijn zij mij te zwaar geworden.
    Ps 38:5 Mijn wonden stinken, zij zijn vervuild vanwege mijn dwaasheid. 
    Ps 38:6 Ik ben krom geworden, ik ga zeer diep gebukt; de hele dag ga ik in het zwart gehuld.
    Ps 38:7 Want mijn lendenen zijn volledig ontstoken, er is niets gezonds aan mijn lichaam.
    Ps 38:8 Ik ben bezweken en volkomen verbrijzeld; ik schreeuw het uit vanwege het bonken van mijn hart. 
    Ps 38:9 Heere, al mijn verlangen [ligt] voor U [open], mijn zuchten is voor U niet verborgen.
    Ps 38:10 Mijn hart gaat tekeer, mijn kracht laat mij in de steek; ook het licht in mijn ogen, alsof ik geen ogen heb. 
    Ps 38:11 Mijn geliefden en mijn vrienden staan afzijdig van mijn plaag, zij die nauw aan mij verwant zijn, blijven van verre staan.
    Ps 38:12 Wie mij naar het leven staan, spannen valstrikken; wie mijn onheil zoeken, spreken schadelijke [woorden] en bedenken de hele dag listen.
    Ps 38:13 Maar ik ben als een dove, ik hoor niet, en als een stomme, [die] zijn mond niet opendoet.
    Ps 38:14 Ja, ik ben als een man die niet hoort en in wiens mond geen weerwoord is.
    Ps 38:15 Maar op U, HEERE, hoop ik; Ú zult verhoren, Heere, mijn God! 
    Ps 38:16 Want ik zei: Laten zij zich toch over mij niet verblijden! Zou mijn voet wankelen, zij zouden zich tegen mij verheffen. 
    Ps 38:17 Ja, ik dreig te struikelen, mijn smart [staat] voortdurend vóór mij.
    Ps 38:18 Want ik maak [U] mijn ongerechtigheid bekend, ik ben bekommerd vanwege mijn zonde. 
    Ps 38:19 Maar mijn vijanden zijn in leven [en] worden machtig; wie mij om valse redenen haten, worden talrijk.
    Ps 38:20 Wie kwaad voor goed vergelden, zijn mijn tegenstanders, omdat ik het goede najaag.
    Ps 38:21 Verlaat mij niet, HEERE; mijn God, blijf niet ver van mij.

    Ps 38:22 Kom mij spoedig te hulp, Heere, mijn heil! 
    (HSV)

    Jezus werd ziek, ofschoon hij zondeloos en volmaakt was. Hij droeg onze zonden in zijn lichaam van vlees en bloed en werd door God ziek gemaakt. Zijn lijden ging dieper en verder dan dat van David. God moest hem verlaten (vgl. 38:21) en kwam hem niet te hulp (vgl. 38:22) door hem in die uren van kruislijden te bevrijden. Want door de genade van God over ons moest Jezus voor ons de dood smaken. Hij smaakte zwaar lijden, ziekte, dood. 

    Heb 2:9 maar wij zien Jezus ... vanwege het lijden van de dood met heerlijkheid en eer gekroond, opdat Hij door de genade van God voor allen de dood smaakte. 
    Heb 2:10 Want het paste Hem, om Wie alle dingen zijn en door Wie alle dingen zijn, dat Hij, om vele zonen tot heerlijkheid te leiden, de overste leidsman van hun behoudenis door lijden volmaakte. 

    Het behaagde Jahweh hem, die geen kwaad had gedaan (Luk. 23:41) en dus het allerminst de marteldood had verdiend, te verbrijzelen, Hem het allerzwaarste lijden op te leggen. Hij heeft Hem ziek gemaakt, om aan Hem en door Hem, de overste leidsman van onze behoudenis (Hebr. 2:10), Zijn eeuwig raadsbesluit te volvoeren[2]

    Lijden van de dood

    De Zoon des mensen leed het lijden van een stervende en zijn lijden eindigde in de dood. Het was geen lijden waarvan Hij zichzelf verloste of waarvan Hij Zich liet verlossen, geen lijden met behoud van het leven, geen lijden zoals een patient lijdt en weer herstelt. Hij goot Zijn ziel uit in de dood.

    Heb 2:9 maar wij zien Jezus, die een weinig minder dan de engelen gemaakt was vanwege het lijden van de dood met heerlijkheid en eer gekroond, opdat Hij door de genade van God voor alles de dood smaakte.
    (TELOS)
    Mattheüs 16:21  Van toen af begon Jezus zijn discipelen te tonen dat Hij naar Jeruzalem moest gaan en veel lijden vanwege de oudsten, overpriesters en schriftgeleerden en gedood worden en op de derde dag worden opgewekt.
    (TELOS)

    Helse smarten

    Het lijden van de Heer Jezus heeft trekken van helse smarten. Hoewel Hij niet in de hel is afgedaald, maar in het dodenrijk, heeft Hij wel een voorsmaak van de hel gehad. In meerderlei opzicht. Ten eerste, zoals de goddeloze zich eens in de hel zal bevinden in een toestand van Godverlatenheid, evenzo bevond de mens Jezus van Nazareth zich in een toestand van godverlatenheid toen hij uitriep "Mijn God, Mijn God, waarom hebt U mij verlaten". Hij uitte deze klacht in de uren van duisternis, de laatste drie uur van zijn lijden.

    Ten tweede, zoals de goddelozen zich eens in de hel zich onder Gods oordeel bevinden, evenzo werd Christus verbrijzeld onder Gods oordeel. 

    Ten derde, zoals de hel een plaats van duisternis is, evenzo werd het in de laatste drie uren van Christus' lijden aan het kruis duister.

    Ten vierde, zoals de hel een plaats is waar de goddelozen bij satan en diens engelen zullen zijn, zo was Golgotha een plaats waar, gelijk een enkele Schriftplaats schijnt te zeggen, machten van de duisternis Hem omringden. 

    Ps 22:12 (22:13) Vele stieren hebben mij omringd, sterke stieren van Basan hebben mij omsingeld.
    Ps 22:13 (22:14) Zij hebben hun muil tegen mij opengesperd [als] een verscheurende en brullende leeuw. (...) 
    Ps 22:21 (22:22) Verlos mij uit de muil van de leeuw en van de horens van de wilde ossen. [Ja,] U hebt mij verhoord. 

    (HSV)

    De bekende Engelse commentator Matthew Henry merkt bij vers 22 op: "Dit schijnt bedoeld te zijn van Satan, de oude vijand, die de verzenen vermorzelde van het zaad van de vrouw, de overste van deze wereld,..."

    De toestanden van het helse lijden en het lijden van de Heer Jezus komen dus overeen. De opstellers van de Heidelbergse Catechismus spreken van “Zijn onuitsprekelijke benauwdheid, smarten, verschrikking en helse kwelling, in welke Hij in Zijn ganse lijden (maar inzonderheid aan het kruis) gezonken was.” De Heer heeft helse smarten doorleden, bestaande in de volstrekte verlating door Zijn Vader en het ondergaan, gevoelen en doorleven van Gods heilige toorn over de zonde[1]

    We kunnen op grond van de Schrift echter niet stellen dat Christus daadwerkelijk in de hel, de strafplaats van de verdoemden, is afgedaald. De oude 'Apostolische geloofsbelijdenis' dat de Heer Jezus "is nedergedaald der helle" kan worden opgevat naar het ruimere begrip van het Middelnederlandse woord hel: dodenrijk, onderwereld. 'Hel' betekent eigenlijk, etymologisch gesproken, 'verborgen rijk', en zodanig is ook de verblijfplaats van de overledenen. In het tegenwoordige Nederlands verwijst 'hel' naar de poel van vuur en zwavel (zie art. Hel en Gehenna).

    Zijn lijden en dat van anderen

    Door Zijn lijden heeft de Heiland het lijden van anderen ondervonden. Het lijden van Jozef, die verworpen werd door zijn broeders, is een typische voorstelling van het lijden van Christus. Ook het lijden van David, uitgedrukt bijvoorbeeld in Ps. 22 en 38, is een typische voorstelling van het lijden van Christus. Jozef en David gingen, evenals de Heer Jezus, van lijden tot heerlijkheid.

    Door Zijn eigen lijden kan hij mede-lijden met de lijders. Hij maakt zich één met de lijders. 

    Het lijden dat anderen overkwam en overkomt, is de Heiland wedervaren. In al hun benauwdheid was Hij benauwd.

    Jes 63:7 Ik zal de goedertierenheden des HEEREN vermelden, den veelvoudigen lof des HEEREN, naar alles, wat de HEERE ons heeft bewezen, en de grote goedigheid aan het huis van Israël, die Hij hun bewezen heeft, naar Zijn barmhartigheden, en naar de veelheid Zijner goedertierenheden.
    Jes 63:8 Want Hij zeide: Zij zijn immers Mijn volk, kinderen, [die] niet liegen zullen? Alzo is Hij hun geworden tot een Heiland.
    Jes 63:9 In al hun benauwdheid was Hij benauwd, en de Engel Zijns aangezichts heeft hen behouden; door Zijn liefde en door Zijn genade heeft Hij hen verlost; en Hij nam hen op, en Hij droeg hen al de dagen van ouds. (SV)

    Heb 2:17 Daarom moest Hij in alles aan zijn broeders gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en trouw hogepriester zou zijn in de dingen die God betreffen, om voor de zonden van het volk verzoening te doen.
    Heb 2:18 Want waarin Hijzelf geleden heeft toen Hij verzocht werd, kan Hij hun die verzocht worden te hulp komen. (TELOS)

    In de gelijkenis van de boze landlieden is het de "geliefde Zoon” die het lijden ondergaat dat de vroeger gezonden slaven van de heer van de wijngaard ondergaan hebben. Alle slaven worden geslagen. De tweede slaaf wordt bovendien oneer aangedaan. De derde slaaf wordt verwondt en uitgeworpen. De “geliefde Zoon” ondergaat al deze dingen: hij werd geslagen, ontving oneer, hij werd verwondt en buiten geworpen. Hij werd bovendien gedood, het ergste voorval in de gelijkenis.

    Lu 20:9 Hij nu begon tot het volk deze gelijkenis te spreken: Iemand plantte een wijngaard en verhuurde hem aan landlieden en ging voor geruime tijd buitenslands.
    Lu 20:10 En op de bestemde tijd zond hij een slaaf naar de landlieden, opdat zij hem van de vrucht van de wijngaard gaven. De landlieden echter sloegen hem en zonden hem met lege handen weg.
    Lu 20:11 En hij zond nog een andere slaaf; ook die echter sloegen zij en deden hem oneer aan en zonden hem met lege handen weg.
    Lu 20:12 En hij zond nog een derde; ook die echter verwondden zij en wierpen hem eruit.
    Lu 20:13 De heer van de wijngaard nu zei: Wat zal ik doen? Ik zal mijn geliefde zoon zenden; wellicht zullen zij die ontzien.
    Lu 20:14 Toen de landlieden echter hem zagen, overlegden zij onder elkaar en zeiden: Deze is de erfgenaam; laten wij hem doden, opdat de erfenis van ons wordt.
    Lu 20:15 En zij wierpen hem buiten de wijngaard en doodden hem. Wat zal dan de heer van de wijngaard met hen doen?
    Lu 20:16 Hij zal komen en deze landlieden ombrengen en de wijngaard aan anderen geven. Toen zij nu dit hoorden, zeiden zij: Dat nooit!
    Lu 20:17 Hij zag hen echter aan en zei: Wat betekent dan dit, dat geschreven staat: ‘De steen die de bouwlieden hebben verworpen, die is geworden tot een hoeksteen’?
    (TELOS)

    De vervolging van de zijnen trekt de Heiland zichzelf aan. Wie de zijnen vervolgt, vervolgt Hem.

    Hnd 9:4 en hij viel op de grond en hoorde een stem die tot hem zei: Saul, Saul, waarom vervolg je Mij?
    Hnd 9:5 En hij zei: Wie bent U, Heer? En hij zei: Ik ben Jezus, die jij vervolgt.
    (TELOS)

    Voetnoten

    1. ↑ Zie Wat betekent nedergedaald ter helle? Refoweb.nl, 27 okt. 2007.
    2. ↑ Karl August Dächsel; F P L C van Lingen; H van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) : met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901), commentaar op Jes 53:10. 

    Labels: (Bewerk labels)
    • Geen labels
     
    Reacties (0)
    U moet inloggen om een reactie te geven.

     
    Powered by MindTouch Core
    Verrijk Christipedia door informatie toe te voegen.
    Help mee de tekst te verbeteren. Zie Meedoen.