Kerkgeschiedenis

Van $1

    Kerkgeschiedenis is de geschiedenis van de Christelijke kerk, of de geschiedenis van de christenheid, vanaf haar ontstaan bij de komst van de Heilige Geest rond het jaar 30, tot op heden.

    Verdeling

    Men kan de volgende tijdsindeling maken[1]:

    1. 30 - 590 n.C.: Oude kerkgeschiedenis
      Van de stichting der eerste Christelijke kerk (c. 30 n.C.) tot paus Gregorius I (590 n.C.).
      1. c. 30 - c. 100 n.C.: de Apostolische eeuw
        De stichting van de gemeente en haar ontwikkeling in de tijd der apostelen.
      2. 100 – 323: De wording van de katholieke kerk
        Het ontstaan en de ontwikkeling van de katholieke kerk tot op Constantijn de Grote (323 n.Chr.)
      3. 323 – 590: Grieks-Romeinse rijkskerk.
        Van het jaar 323 tot Gregorius I 590.
         
    2. 590 - 1517 n.C.: Kerkgeschiedenis der middeleeuwen
      Van Gregorius I tot de Reformatie.
      1. 590 - 1073: Het ontstaan van de Romaans-Germaanse kerk.
        Van het jaar 590 tot Gregorius VII (1073 n.C.)
      2. 1073 - 1294: De bloeitiJd van de pauselijke kerk
        Van Gregorius VII (1073 n.C.) tot Bonifacius VIII (1294 n.C.)
      3. 1294 - 1517: Het verval van de pauselijke kerk. 
        Van Bonifacius VIII (1294 n.C.) tot de Reformatie (1517 n.C.)
         
    3. 1517-heden: Nieuwe kerkgeschiedenis
      Van de Reformatie tot heden
      1. 1517-1648: Reformatie en Contra-Reformatie. 
        Van de hervorming tot op de Westphaalse vrede
      2. 1648 - 18e eeuw: De kerk in de tijd van het Piëtisme en de Aufklärung (Verlichting).
      3. einde 18e eeuw - heden

    De kerkgeschiedenis kan op verschillende gronden worden ingedeeld. De oudste indeling is misschien die in Openbaring 2 en 3, die volgens sommige uitleggers een vooraf geopenbaarde kerkgeschiedenis in hoofdtrekken biedt: het begint met de kerk die haar eerste liefde verlaat (Efeze) eindigt met de lauwe zelfvoldane kerk van de eindtijd (Laodicea).

    Behalve die 'profetische' indeling is de oudste indeling die in boeken, zoals men die vindt bij Eusebius en Theodoretus. Deze indeling is zeer uitwendig, want niet elk boek (Eusebius heeft er tien en Theodoretus vijf) bevat een nieuwe zaak.

    Evenmin is aan te bevelen de verdeling in eeuwen, zo­als men die vindt in de Maagdenburger Cen­turiën. Deze indeling is te kunstmatig. Immers, elke nieuwe eeuw bracht geen nieuwe wending in de historie.

    De beste indeling is die in perioden. De eerste, die zulk een indeling leverde was Hornius (1666). Men moet bij het kiezen van perioden letten op die gebeurtenissen, die van bijzonderen invloed geweest zijn op de historie. Maar dan mogen die gebeurtenissen alleen ont­leend worden aan de historie der kerk. Men moet bijv. bij Karel de Grote geen nieuwe periode laten aanvangen, want zijn leven en arbeid behoort bij de wereldhistorie. 

    Oude kerkgeschiedenis (30 - 590 n.C.)

    De tijd van de oude kerkgeschiedenis begint met de geboorte van de gemeente van Jezus Christus op de pinksterdag. De gemeente breidt zich snel uit, doorstaat verdrukking en vervolging en wordt tenslotte de Grieks-Romeinse rijkskerk. 

    Voor het hoofdartikel over de oude kerkgeschiedenis, zie Oude Kerkgeschiedenis

    Kerkgeschiedenis der middeleeuwen (590 - 1517 n.C.)

    In de Middeleeuwen zien we eerst, hoe de kerk de Germaans volken in haar schoot opneemt. Onder die volken bemerken wij een sterke begeerte om te hebben één groote staats­kerk. Bij de pausen bemerken wij omgekeerd de neiging om te heersen over de kerk. Zij wilden een kerkstaat (strijd tusschen keizer en paus). De éne Katholieke kerk scheurde in twee delen. In de Oosterse kerk was een streven naar caesaropapie, in de Westerse een begeerte naar hierarchie.

    Naast het pausdom ontwikkelt zich het mon­nikenwezen, en het waren vooral de bedelmon­niken, die een macht schiepen van verstrekkende gevolgen. In de kerk ontwikkelt zich het dogma onder de stuwkracht der scholen (Scholastiek). De rechten van het hart zoeken een weg in de Mystiek. Tenslotte bemerken wij aan het einde van dit tijdperk een begeerte naar Reformatie, hetzij door de kerk zelf op haar reformatorische concilies, hetzij door afzonderlijke secten of personen (Hus, Wyclif enz.). 

    Nieuwe kerkgeschiedenis (1517 - heden)

    De nieuwe geschiedenis vangt aan met het machtig feit de Reformatie. De Roomse kerk had haar kracht gezocht en gevonden in het uitwendige, de Reformatie riep terug naar het inwendige leven van het geloof. De Roomse kerk had haar kracht in het ambt, in het sacrament, in de goede werken, de Reformatie riep terug naar het Woord van de Heer en de leer der rechtvaardiging alleen door het geloof.

    In de eerste periode van de nieuwe kerkgeschiedenis (1517-1648) zien we den machtigen strijd tusschen Reformatie en ContraReformatie. In het Westen leed de Contra- Reformatie schipbreuk door het optreden van Nederland en Engeland, in het Westen en Oosten door het optreden van Gustaaf Adolf.

    In de tweede periode van de nieuwe kerkgeschiedenis (1648-einde 18e eeuw) had de kerk eerst de invloed diep gevoeld van het Piëtisme en Methodisme. Daarna bemerken wij in de Aufklärung, die voorafgegaan werd door het Deïsme, dat het woord van de mens zich stelt boven Gods Woord, de rede boven het geloof.

    In de laatste periode van de nieuwe kerkgeschiedenis (einde 18de eeuw tot heden) bemerken wij eerst de droeve gevolgen der Revolutie. Een korte opleving (Reveil) bracht weer geloofskracht naar voren. De snelle ontwikkeling van de natuurwetenschappen, bovenal de
    leer der evolutie, werd oorzaak van een criticisme, dat de grondslagen van het geloof aantastte. Daarenboven zien we overal een individualisme zich baan breken, dat leidt tot onrustbarende toeneming van het aantal secten.  

    In de 20e eeuw neemt breidt het christendom zich verder over de aarde uit. In het Westen neemt de invloed van de kerk en het bezoek aan de kerk verder af (secularisatie, kerkverlating). In de christenheid bemerken we een streven naar praktische eenheid (eucumenisme). 

    De evangelische beweging, ontstaan in de 2e helft van de 18e eeuw en in de 19e eeuw aangewakkeerd door opwekkingen, is een beweging in het protestantisme die in de 20e eeuw een grote invloed kreeg. De beweging benadrukt persoonlijk geloof, evangelisatie, het gezag en de onfeilbaarheid van de Schrift en het werk van het geloof. In het begin van de 20e eeuw werd de evangelische beweging beheerst door het fundamentalisme, dat de vrijzinnige theologie verwierp, opkwam voor fundamentele geloofswaarden en nadruk legde op afzondering van de wereld. Een deel van de evangelischen wendde zich later van het fundamentalisme af, was minder militant (verdraagzamer) en hield zich meer bezig met het bereiken van de wereld: neo-evangelicalen. De 'emerging church'-beweging is een reactie op de hoofdstroom van de evangelische beweging ('post-evangelicaal') en zoekt op nieuwe manieren het christelijk geloof 'relevant' te maken voor de wereld

    In het begin van de 20e eeuw ontstaat in het Westen de pinksterbeweging, die naar opwekking en verlevendiging door de Heilige Geest streeft. Uit deze beweging komt de charismatische beweging voort, die nadruk legt op de geestesgaven (charismata, in het bijzonder nadruk op tongentaal, profetie en genezing). 

    In het Westen ondergaat de kerk de invloed van de wereld: de evolutietheorie, het feminisme, het socialisme, het marktkapitalisme, de seksuele revolutie en het relativisme. Het gezag van de Schrift is tanend. De waarheid van de Schrift maakt al meer plaats voor 'mijn' en 'jouw' waarheid. Het scheppingsbericht uit Genesis wordt steeds minder letterlijk genomen. Het debat schepping versus evolutie wordt bij tijden heftig gevoerd. Vrouwen nemen in de Westerse kerk een rol in die eerder alleen aan mannen toekwam, zoals het ambt van predikant. Seksuele samenleving buiten het huwelijk en homoseksueel gedrag worden al meer geaccepteerd. De kerk wordt al meer als een bedrijf gezien, met een missie, visie, strategie, beleidsplan en management. De maatschappelijke rol van de kerk neemt af, zij komt al meer aan de zijlijn te staan. 

    Terwijl de kerk in het Westen geestelijk en maatschappelijker zwakker wordt en in het Midden-Oosten onder druk van de fundamentalistische islam uitwijkt, laat de kerk in andere delen van de wereld (Afrika, Azië) groei zien.

    Het christendom is met ruim twee miljard aanhangers de grootste godsdienst in de wereld. Het kleinste zaadje is de grootste boom geworden.

    Mt 13:31 Een andere gelijkenis hield Hij hun voor en zei: Het koninkrijk der hemelen is gelijk aan een mosterdzaad, dat een mens nam en in zijn akker zaaide;
    Mt 13:32 het is wel kleiner dan alle zaden, maar als het is opgegroeid, is het groter dan de groenten en wordt een boom, zodat de vogels van de hemel in zijn takken komen nestelen.

    (TELOS)

    1648 - 1883

    De luthersche zendingswerkzaamheid werd in dit tijdvak krachtiger en uitgebreider. De verlevendiging van het practische christendom, welke van het piëtismus uitging, droeg ook voor haar rijke vrucht. Vooral munt Denemarken door zendingsijver uit, maar zijne beste zendelingen leverde de pietistenschool van Halle. Ook Engeland begon zijne roeping in deze in te zien, en de Herrnhutterse broedergemeente handhaaft reeds dadelijk de hare vanaf het begin.  

    In het algemeen was in de gereformeerde kerk met haar meer subjectieve riching een vruchtbaarder grond voor geestdrijvers, dwepers die naast en boven het uitwendige woord Gods in den bijbel, voorgewende innerlijke openbaringen des geestes stelden, en door middel van deze de kerk wilden vernieuwen en tot haar volmaking voeren. Doch juist in dit tijdperk deden zich ook in de lutherse kerk enige soortgelijke verschijnselen voor. Slechts aan weinige der thans optredende geestdrijvers, met name aan de engelse schoenmaker Fox en de zweedse natuuronderzoeker Swedenborg, gelukte het, secten van enige duurzaaamheid in het leven te roepen.  

    Op 8 december 1854 kondigt paus Pius IX het dogma van de onbevlekte ontvangenis af. 

    Meer informatie

    J.H. Landwehr, Beknopt leerboek der kerk geschiedenis. Kampen: Kok, 5e vermeerderde druk 1929.   

    Bronnen

    In dit lemma is tekst verwerkt uit:

    • Joh. Heinr. Kurz, J.E. van Toorenenbergen, Beknopt leerboek der Kerkgeschiedenis. Utrecht: 1884.
    • Christelijke Encyclopaedie voor het Nederlandsche Volk. Kampen: Kok, 1925-1931.

    Voetnoten

    1. ↑ Naar J.H. Landwehr, Kerkgeschiedenis, artikel in: Christelijke Encyclopaedie voor het Nederlandsche Volk. Kampen: Kok, 1925-1931.

    Labels: (Bewerk labels)
    • Geen labels
     
    Reacties (0)
    U moet inloggen om een reactie te geven.

     
    Powered by MindTouch Core
    Verrijk Christipedia door informatie toe te voegen.
    Help mee de tekst te verbeteren. Zie Meedoen.