Kwaad, probleem van het

Van $1

    Inhoudsopgave
    1. 1. Vraagstuk
    2. 2. Antwoord
    3. 3. Meer informatie

    Het probleem van het kwaad is misschien wel de moeilijkste kwestie binnen het Christendom. Als God goed is en almachtig, waarom laat Hij dan lijden in de wereld toe? De oplossing van het vraagstuk is gelegen in de wijsheid van God.

    Een algemene verstandelijke oplossing of verklaring voor het probleem van het kwaad in de wereld wordt een theodicee genoemd, als gepoogd wordt op logische, relevante en consequente wijze te verdedigen dat God zowel almachtig is als volkomen liefdevol en rechtvaardig, ondanks de werkelijkheid van het kwaad. 

    Vraagstuk

    Het probleem van het kwaad is een vraagstuk die heel erg kan dwarszitten. Als God, die almachtig is, echt zó veel van ons houd, waarom zijn er dan zoveel problemen als hongersnood, aids, natuurrampen, oorlogen? Waarom laat God dat toe als Hij zo van alle mensen houdt? ​

    Het is een kwestie die christenen erg dwars kan zitten. Ongelovigen kunnen het probleem opwerpen, maar dan lijkt het meer een afweermiddel of dooddoener tegen het geloof, dan een kwestie waarmee ze persoonlijk worstelen en waarop ze een antwoord begeren. 

    Kwaad en lijden zijn zaken waarmee we als gelovigen dagelijks geconfronteerd worden, tenminste als we het nieuws volgen of in een rampgebied wonen of met de gevolgen van kwaad moeten leven. 

    Het is ook een moeilijk probleem. Wie heeft er een bevredigend antwoord op? Er is al veel over gedacht en geschreven. Het blijft moeilijk. Als je een algemeen antwoord hanteert, kun je het soms nog niet goed toepassen op een concrete situatie, bijvoorbeeld een kind dat overlijdt aan de gevolgen van kanker.

    Hoe komt dat we het “probleem van het kwaad” hebben? Waarom hebben sommige mensen (christenen) daar meer mee te worstelen dan anderen? Het probleem ontstaat bijvoorbeeld doordat we de volgende redenering hebben:

    1. God heeft alle mensen lief
    2. Als iemand de ander liefheeft, doet hij de ander goed en geen kwaad, als het in zijn vermogen ligt.
    3. God heeft de macht om alle mensen goed te doen en het kwaad te voorkomen of weg te nemen
    4. Conclusie: God doet alle mensen goed.
    5. Een ander goed doen houdt in hem voor alle kwaad behoeden, zover het in je macht ligt.
    6. Conclusie: God behoedt ons voor alle kwaad
    7. Echter, in feite treft het kwade ons allen

    Antwoord

    Om in de buurt van een antwoord te geraken, moeten wij van het volgende uitgaan:

    • De zonde. Het onheil (kwaad, ellende) is door de zonde van de eerste mensen in de wereld gekomen. De aarde ligt onder een vloek.

    • Keuzevrijheid. Wij mensen zijn vrije wezens, we kunnen kiezen. Zo kiezen we helaas ook om anderen kwaad te doen: diefstal, aanranding, moord, terrorisme, abortus, oorlog. God heeft ons die vrijheid gegeven en staat toe dat wij die vrijheid misbruiken.

    • Gevolgen van onze zonden. De mens zondigt met alle gevolgen van dien, gevolgen die God niet altijd wegneemt. Voorbeeld: (1) een dief wordt gepakt en krijgt gevangenisstraf; (2) een losbandig seksueel gedrag met als gevolg een geslachtsziekte of een andere ziekte (bijvoorbeeld Aids); (3) hongersnood als gevolg van een burgeroorlog.

    • Gevolgen van onverstand. Voorbeeld: roken is onverstandig en kan de oorzaak worden van longkanker of longemfyseem.

    • God straft soms in dit leven al. Soms laat Hij ellende gebeuren als straf. Voorbeeld: Het volk Israel had soms te kampen met droogte als straf op de boosheid van de Israelieten, Ps. 107:34
      Het zenden of laten gebeuren van ellende als straf doet Hij overigens niet van harte, juist omdat Hij liefde is.

    • Duivel. Er zijn geestelijke machten (satan, demonen) die schade berokkenen, ook vandaag de dag. 

    • God laat niet àlles toe. God laat in zijn liefde niet alle ellende toe, hij staat niet alles toe. Hij laat deze of gene ellende toe en voorkomt andere ellende. Bij deze mens kan hij een aanrijding toelaten, bij een andere mens voorkomen. Bovendien heeft Hij het menselijk lichaam een wonderlijk afweersysteem gegeven, dat veel ziektekiemen, oorzaken van kwaad (kwalen, ziekten), effectief bestrijdt. 

    • God lijdt. God ondergaat zelf smart. Het smartte hem aan zijn hart toen hij zag hoezeer de mensen zondigden. Bovendien, de Zoon van God is mens geworden en heeft geestelijk en lichamelijk erg geleden. Hij heeft Zichzelf niet buiten de gevolgen van het kwaad gehouden, maar Zich als mens eraan blootgesteld. 

    • God laat zijn kinderen lijden. Een van de ernstigste schendingen van de mensenrechten in deze wereld is het lijden van de christenen om hun geloof.

    • Ten goede. God doet alle dingen ten goede meewerken voor hen die Hem liefhebben. Anders gezegd, hij maakt er iets goeds uit. Uit en door ellende heen weet hij geluk te scheppen.
      Een simpel alledaags voorbeeld ter verduidelijking. Een vader neemt zijn zoontje mee voor een vaccinatie. Het kind brult. Het is te jong om dingen te begrijpen. Op de plaats van de injectie ontstaat een reactie, een rode plek of zwelling. Het kind huilt, het lichaam wordt beschadigd. Later is het kind dankbaar als het beseft: Het was zorg van mijn ouders.

    • Onze onwetendheid. We weten meestal niet tot welk goed (welk doel) God dingen laat gebeuren. Misschien wil hij ons iets leren, ons karakter vormen, iets door ons voor anderen doen.

      Jes 55:8 Want Mijn gedachten zijn niet uw gedachten, en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt de HEERE.
      Jes 55:9 Want [zoals] de hemel hoger is dan de aarde, zo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen en Mijn gedachten dan uw gedachten.

      (HSV)

    • Onheil niet altoos. De wereld blijft niet eeuwig een toneel van geluk en onheil, van blijdschap en verdriet, van leven en dood, geboorte en sterven, welkom heten en en afscheid nemen. Deze wereld is tijdelijk. Er komt een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, dat zegt de Bijbel. Christenen mogen geloven dat ze eens een nieuw lichaam krijgen dat niet meer kan sterven of ziek worden. In het vrederijk zal de Heer Jezus als de vredevorst de oorlogen doen ophouden. 

    • God zal rechtvaardig blijken.

    De oplossing van het vraagstuk van het kwaad is de wijsheid van God. Hij laat in Zijn wijsheid de mensen, die vrije wezens zijn, vrij om goed én kwaad te doen, Hem te gehoorzamen of Hem ongehoorzaam te zijn. Hij geeft Zijn tegenstanders de duivel en diens engelen enige vrijheid van bewegen en handelen. Hij laat natuurrampen toe. Intussen doet Hij alle dingen meewerken ten goede voor wie Hem liefhebben. Hij werkt aan de afschaffing van de zonde in de schepping. Hij zal gerechtvaardigd worden, Zijn gerechtigheid en Zijn wijsheid zullen verheerlijkt worden. 

    Dit zijn algemene uitgangspunten. De toepassing op concrete vormen van kwaad is altijd moeilijk, omdat het kwaad niet alleen verstandelijke vragen oproept, maar ook emotionele en soms existentiële. Op de vraag “en die tsunami daar dan?” kan men geen bevredigend sluitend antwoord geven. In zo’n geval kan men maar het beste vasthouden aan de waarheden uit Gods woord en luisteren naar christenen die in het rampgebied wonen en van hen vernemen hoe zij met de ramp omgaan. 

    Meer informatie

    Normal Geisler, Waarom kwaad als God bestaat? Uitgave van uitgeverij Het Zoeklicht, 2012. Pagina's: 166.

    Labels: (Bewerk labels)
    • Geen labels
     
    Reacties (2)
    Bekijkt 2 van de 2 reacties: bekijk alles
    Citaat uit Vraagstuk.
    Het probleem van het kwaad is een vraagstuk die heel erg kan dwarszitten. Als God, die almachtig is, echt zó veel van ons houd, waarom zijn er dan zoveel problemen als hongersnood, aids, natuurrampen, oorlogen? Waarom laat God dat toe als Hij zo van alle mensen houdt? ​(einde citaat)



    We zouden het in feite andersom moeten stellen. Zo:
    Waarom gaat er nog zoveel goed in de wereld?

    Tenminste, als we er vanuit gaan dat Jezus gezegd heeft dat de duivel de 'overste der wereld' is, Johannes 14 vers 30,
    en gezien dat de duivel zegt tot Jezus: U zal ik al deze macht (over de wereld) geven en hun heerlijkheid, want zij is mij overgegeven en ik geef haar aan wie ik wil. Lukas 4 vers 6.

    Dat impliceert dat de boze de 'baas' is

    Daarvan uitgaande kunnen we begrijpen dat God de 'touwtjes nog in handen' houdt.

    Want het karakter van de boze kennende zou er niets meer op aarde goed gaan. Als God werkelijk niet de Almachtige was en deze wereld (de mensheid) niet lief had, zoals dus de algemene redenering is, zou de hel pas goed losbreken. Helaas is dat een toekomstbeeld dat werkelijkheid zal worden.

    Nu beperkt God nog de aids epidemie, de oorlogszucht, de hongersnoden en natuurrampen. En als je tot de gelukkigen mag behoren die b.v. in Nederland wonen dan zou het betamelijk zijn God heel hard te danken i.p.v. te kankeren op dingen die niet goed gaan.
    Een sterk voorbeeld van dat God de macht van satan inperkt is een land waar christelijke onderwijs-instituten zijn. Waar kerken nog (ondanks de afbraak) in menigte te vinden zijn. Waar een PCOB bestaat en een christelijke Militaire bond Pro Rge en een NPV en waar zorgverzekeringen bestaan die, op grond van de Bijbel diverse zaken niet vergoeden. Waar christelijke TV netten en Radio omroepen bestaan.Wij vinden dat wellicht normaal. Maar in feite is het een absurd voorrecht. Want we leven midden in vijandelijk gebied. Het zou normaal zijn als heel de wereld zich zou verzetten tegen alles wat nog maar naar Jezus riekt. Want zij is het werktuig van, en het gebied van de duivel. Dus als God ondanks dat nog zo nadrukkelijk aanwezig is, is dat pure genade en zouden, ook de wereldse mens als hij dat zou verstaan, wij allen diep dankbaar moeten zijn.

    Cornelis de Vlaming bewerkte 11:07, 5 mrt 2013
    Geplaatst 10:58, 5 mrt 2013
    Als je begint te stellen dat het kwaad ten gevolge van de eerste zonde door de eerste mensen in de wereld gekomen is en vervolgens doorgaat naar de vervolgpunten, heb je daarmee wel het recht aan jouw zijde, maar je begint 'halverwege'.

    Je moet eerst de vraag stellen wat de reden zou kunnen zijn dat God, nádat Hij hemel en Aarde (her)schapen had en de mens daarop zondeloos doen rondwandelen, in het midden des Hofs, dus vermoedelijk opvallend op een goed zichtbare plek, den boom der kennis des goeds en des kwaads plaatste.
    Dit nu is de éérste vraag die je moet stellen.

    De tweede vraag die je moet stellen is, wat DAARBIJ de reden zou kunnen zijn dat God de duivel in de vorm van een slang in die heilige omgeving toeliet, terwijl Hij als voorzienige wist wat er zou gaan gebeuren en wat de gevolgen daarvan zouden worden.

    Je moet dus gaan zoeken naar de beweegreden van Gods handelen vanaf het alleréérste begin en niet op een 'rijdende trein springen', waarmee ik overigens geen enkele afbreuk wil doen aan jouw beweringen maar die veeleer bevestigen.

    In de loop der tijd hoop ik mijn gedachten verder uit te werken.
    Geplaatst 15:07, 23 jul 2013
    Bekijkt 2 van de 2 reacties: bekijk alles
    U moet inloggen om een reactie te geven.

     
    Powered by MindTouch Core
    Verrijk Christipedia door informatie toe te voegen.
    Help mee de tekst te verbeteren. Zie Meedoen.