Manasse (koning van Juda)

Van $1

    Inhoudsopgave
    1. 1. Voetnoten

    Manasse was gedurende 55 jaar koning van Juda (696 - 641 v.Chr.[1]). Hij was een goddeloze koning, zoon van de vrome koning Hizkia en diens vrouw Hefziba. Men leest over Manasse in 2 Kon. 21 en 2 Kron. 33.  

    2Kon 21:1 Manasse was twaalf jaar oud toen hij koning werd, en hij regeerde vijfenvijftig jaar in Jeruzalem. De naam van zijn moeder was Hefziba.
    (HSV)

    Over de betekenis van de naam “Manasse”, zie Manasse (naam).

    Manasse aanbad Baäl, liet zijn zoon door het vuur gaan, liet zich in met toverij en waarzeggerij en vergoot veel onschuldig bloed (1 Kon. 21:5v). Door het invoeren van allerlei afgodendienst deed hij het volk zondigen.

    2Kr 33:9 Zo deed Manasse Juda en de inwoners te Jeruzalem dwalen, dat zij erger deden dan de heidenen, die de HEERE voor het aangezicht der kinderen Israëls verdelgd had.
    2Kr 33:10 De HEERE sprak wel tot Manasse en tot zijn volk; maar zij merkten daar niet op.
    (SVV)

    Hij werd door de Assyriërs als gevangene naar Babel weggevoerd (2 Kron 33:10v). In zijn benauwdheid vernederde hij zich voor God. Daarop bracht God hem terug naar Jeruzalem.

    Teruggekomen herstelt hij de godsdienst. 

    2Kr 33:15 Ook nam hij de vreemde goden en het afgodsbeeld uit het huis van de HEERE weg, en al de altaren die hij gebouwd had op de berg van het huis van de HEERE en in Jeruzalem, en wierp ze buiten de stad.
    2Kr 33:16 Hij herbouwde het altaar van de HEERE en bracht daarop dank- en lofoffers en zei tegen Juda dat zij de HEERE, de God van Israël, moesten dienen.
    2Kr 33:17 Toch bleef het volk nog wel op de [offer]hoogten offeren, [maar] alleen aan de HEERE, hun God.
    (HSV)

    Manasse’s zonden waren de hoofdoorzaak van Juda’s ballingschap.

    2Kon 21:10 Toen sprak de HEERE door de dienst van Zijn dienaren, de profeten:
    2Kon 21:11 Omdat Manasse, de koning van Juda, deze gruweldaden gedaan heeft, erger dan al wat de Amorieten gedaan hebben, die er vóór hem geweest zijn, ja, ook Juda door zijn stinkgoden heeft doen zondigen-
    2Kon 21:12 daarom, zo zegt de HEERE, de God van Israël: Zie, Ik ga onheil over Jeruzalem en Juda brengen, zodat bij ieder die het hoort, zijn beide oren zullen tuiten.
    2Kon 21:13 Ik zal over Jeruzalem het meetlint van Samaria uitstrekken en het paslood van het huis van Achab. Ik zal Jeruzalem schoonvegen zoals men een schotel schoonveegt: men veegt hem schoon en keert hem ondersteboven.
    2Kon 21:14 Ik zal het overblijfsel van Mijn eigendom verlaten en hen in de hand van hun vijanden geven. Zij zullen tot plundering en tot buit worden voor al hun vijanden,
    2Kon 21:15 omdat zij gedaan hebben wat slecht was in Mijn ogen en Mij tot toorn verwekt hebben, vanaf de dag dat hun vaderen uit Egypte gegaan zijn, tot op deze dag.
    (HSV)

    Jer 15:4 Ik zal hen stellen tot een schrikbeeld voor alle koninkrijken van de aarde, vanwege Manasse, de zoon van Hizkia, de koning van Juda, om wat hij in Jeruzalem gedaan heeft.
    (HSV)

    Voetnoten

    1. ↑ De jaartallen worden genoemd door Aldus Frithiof Dahlby, Bijbels Woordenboek, s.v. Manasse. Baarn: Bosch & Keuning. Elders leest men andere jaartallen. De Encyclopedie van de Bijbel (Lion Publishing, 1978-1980) heeft 696-642 v.C.)
     

    Labels: (Bewerk labels)
    • Geen labels
     
    Reacties (0)
    U moet inloggen om een reactie te geven.

     
    Powered by MindTouch Core
    Verrijk Christipedia door informatie toe te voegen.
    Help mee de tekst te verbeteren. Zie Meedoen.