Manna

Van $1

    Manna, ook genoemd man, is het voedsel waarmee God zijn volk spijsde tijdens de veertigjarige reis door de woestijn, op weg van Egypte naar het Beloofde Land.

    Het woord manna betekent letterlijk “Wat is dat?”, omdat de Israëlieten dat vroegen toen ze de spijs voor het eerst zagen.

    Ex 16:4 Toen zei de HEERE tegen Mozes: Zie, Ik zal voor u brood uit de hemel laten regenen. Het volk moet eropuit gaan en de per dag benodigde [hoeveelheid] verzamelen, zodat Ik het op de proef kan stellen of het naar Mijn wet wandelt of niet.
    Ex 16:15 Toen de Israëlieten dat zagen, zeiden zij tegen elkaar: Wat is dat? Want zij wisten niet wat het was. Mozes zei tegen hen: Dit is het brood dat de HEERE u te eten gegeven heeft.

    (HSV)

    Het manna was ‘hemels koren’ (Ps. 78:24), ‘hemels brood’ (Ps. 105:4), ‘brood van de machtigen’ (Ps. 78:25)

    Ps 78:23 Hij gebood de wolken daarboven en opende de deuren van de hemel:
    Ps 78:24 Hij liet manna op hen regenen om te eten en gaf hun hemels koren.

    Ps 78:25 Eenieder at het brood van de machtigen; Hij zond hun proviand tot verzadiging toe.
    (HSV)

    Ps 105:40 Zij baden, en Hij deed kwartels komen, Hij verzadigde hen met hemels brood.
    (HSV) 

    Het manna zag er rond en klein uit, als de rijp op de aardbodem (Ex. 16:14-21; Num. 11:7-9). 

    De kinderen van Israël verzamelden het manna in de ochtend. Men mocht een gomer per persoon verzamelen. In de loop van de dag smolt het weg door de zon. Het was een dag houdbaar, behalve op vrijdag, dan bleef het eetbaar tot en met de dag van de sabbat (zaterdag). Op vrijdag verzamelde men dan ook een dubbel deel, twee gomer per persoon. Op de rustdag regende het geen manna. 

    Mozes droeg Aäron op, een kruik te nemen en daar een gomer (2,2 liter) manna in doen. Deze kruik werd “vóór de getuigenis”, voor de twee stenen tafelen in de ark, gelegd en bewaard (Ex. 16:33-34; Hebr. 9:4). 

    In het beloofde land gekomen, at het volk van het overjarig koren en hield de voedselvoorziening door het manna op (Joz 5:11,12).

    De kruik met manna “vóór de getuigenis” (= de twee stenen tafelen) herinnerde Israël eraan dat het volk in de woestijn door God met manna was gevoed.

    Sommigen hebben een natuurlijke verklaring voor het verschijnsel van het manna gezocht. Volgens één theorie is het afkomstig van de tamariskplant, die in de Sinai-woestijn groeit. Deze plant scheidt zijn overtollig sap af in druppeltjes, die kristalliseren en op de grond vallen[1]. Deze natuurlijke verklaring is echter niet waarschijnlijk. De tamarisken brengen te weinig sap voort om een heel volk van manna te voorzien. De gestolde bolletjes zijn niet voedzaam genoeg en zijn niet te bakken. 

    Het ware brood uit de hemel

    Het hemels brood waarmee God zijn volk in deze wereld voedde ziet vooruit op Jezus Christus, die het ware brood uit de hemel is.

    Joh 6:31 Onze vaderen hebben het manna gegeten in de woestijn, zoals geschreven staat: ‘Brood uit de hemel gaf Hij hun te eten’.
    Joh 6:32 Jezus dan zei tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: niet Mozes heeft u het brood uit de hemel gegeven, maar mijn Vader geeft u het ware brood uit de hemel.
    Joh 6:33 Want het brood van God is Hij die uit de hemel neerdaalt en aan de wereld leven geeft.
    (TELOS)

    Het doel van deze gave uit de hemel is, ‘opdat men daarvan eet en niet sterft’ (Joh. 6:50), ‘leven tot in eeuwigheid’ (Joh. 6:51). Het geeft leven aan de wereld (Joh. 6:33). Jezus is 'het brood van het leven' (Joh. 6:35). 

    Joh 6:33 Want het brood van God is Hij die uit de hemel neerdaalt en aan de wereld leven geeft.
    Joh 6:34 Zij zeiden dan tot Hem: Heer, geef ons altijd dit brood. 
    Joh 6:35 Jezus zei tot hen: Ik ben het brood van het leven; wie tot Mij komt, zal nooit meer honger hebben; en wie in Mij gelooft, zal nooit meer dorst hebben.
    (TELOS)

    Joh 6:48 Ik ben het brood van het leven
    Joh 6:49 Uw vaderen hebben het manna gegeten in de woestijn en zijn gestorven.
    Joh 6:50 Dit is het brood dat uit de hemel neerdaalt, opdat men daarvan eet en niet sterft.
    Joh 6:51 Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald; als iemand van dit brood eet, zal hij leven tot in eeuwigheid. En het brood dat Ik zal geven, is mijn vlees dat Ik zal geven voor het leven van de wereld.
    (TELOS)

    Het brood dat de Heiland gaf, was zijn vlees voor het leven van de wereld. De twéévoudige gave van manna (brood) en kwartels (vlees) wordt éénvoudig in Hem vervuld.

    Ieder die in Jezus Christus gelooft, eet dat hemelbrood en ontvangt het eeuwige leven.

    Joh 6:58 Dit is het brood dat uit de hemel is neergedaald; niet zoals de vaderen het manna hebben gegeten en gestorven zijn; wie dit brood eet, zal leven tot in eeuwigheid.
    (TELOS)

    En gedurende heel onze reis in deze wereld - die geestelijk gezien een woestijn is, die onze echte behoeften niet kan bevredigen - is Hij ons voedsel. Wij nemen dat tot ons door Gods Woord te lezen en te overdenken hoe Christus op aarde geleefd heeft en het verlossingswerk heeft volbracht. De mens leeft van alle woord van God, dat getuigt van Hem die God gezonden heeft.

    Lu 4:4 En Jezus antwoordde hem: Er staat geschreven: ‘Niet van brood alleen zal de mens leven, maar van alle woord van God’.
    (TEOS)

    In de hemel zullen we tot in eeuwigheid herinnerd blijven aan ons hemelbrood op aarde. We zullen niet vergeten dat Christus uit de hemel is neergedaald als mens op aarde is gekomen en het voedsel voor zijn volk is geweest.

    Overwinnaars ontvangen van het verborgen manna.

    Opb 2:17 Wie een oor heeft, laat hij horen wat de Geest tot de gemeenten zegt. Wie overwint, die zal Ik geven van het verborgen manna, en Ik zal hem een witte steen geven en op de steen een nieuwe naam geschreven, die niemand kent dan hij die hem ontvangt.

    Het verborgen manna is de werkelijkheid van het aardse manna dat in de kruik in de ark verborgen was. Christus is nu voor ons verborgen, doordat Hij boven in de hemel is en wij nog hier op aarde voorttrekken. Maar eens zal Hij aan ons geopenbaard worden. We zullen Hem zien en smaken dat Hij goed is. En ons blijvend herinneren dat Hij ons voedsel op aarde is geweest.

    De Heer Zelf zal steeds in onze geestelijke behoeften voorzien. Bij Hem zullen wij geen honger of dorst kennen. 

    Joh 6:35 Jezus zei tot hen: Ik ben het brood van het leven; wie tot Mij komt, zal nooit meer honger hebben; en wie in Mij gelooft, zal nooit meer dorst hebben.
    (TELOS)

    Bronnen

    Jaap Fijnvandraat, De kruik, manna en de staf uit de ark, artikel op JaapFijnvandraat.nl, zonder jaar. 

    Voetnoten

    1. ↑ Aldus het Nederlands Bijbelgenootschap en de Katholieke Bijbelstichting in de verklaring van 'Manna' in de woordenlijst bij Groot Nieuws voor u; geillustreerde uitgave van het Nieuwe Testament in de omgangstaal. Haarlem, Boxtel: 1985, 6e druk, 2e oplage.

    Labels: (Bewerk labels)
    • Geen labels
     
    Reacties (0)
    U moet inloggen om een reactie te geven.

     
    Powered by MindTouch Core
    Verrijk Christipedia door informatie toe te voegen.
    Help mee de tekst te verbeteren. Zie Meedoen.