Nathan

Van $1

    Deze pagina is overgezet naar een nieuw softwaresysteem
    en kan in de laatste versie tijdelijk verder worden bewerkt op:
     
    https://christipedia.miraheze.org/wiki/Nathan

    Nathan is een mansnaam in Bijbel die verwijst naar verschillende personen, van wie de profeet Nathan in de tijd van David en Salomo de bekendste is.

    In het Grieks is de naam Ναθαν, Nathan. De Hebreeuwse eigennaam betekent “gever”[3] of “Hij (d.i. God) heeft gegeven”[4] of “gevend, mild”[5], van het werkwoord nathan, geven.

    De volgende mannen in de Bijbel heten Nathan:

    1. een profeet te Jeruzalem, die tijdens het bewind van David en Salomo een invloedrijke positie had. Een vertrouwde vriend van koning David, aan wie hij Gods wil bekendmaakte over het bouwen van de tempel. Hij wordt voor het eerst genoemd als David het in zijn hart had om een huis te bouwen voor Jahweh. Nathan moedigde hem eerst aan, maar bracht hem kort daarna een bijzondere boodschap van God. 

      Het was Nathan die koning David bestrafte wegens het gepleegde overspel met Bathseba en het vermoorden van Uria. Door middel van een toepasselijke gelijkenis trof Nathan het geweten van David.

      Nathan voedde Davids zoon Salomo op en zalfde hem tot troonsopvolger. Hij speelde een belangrijke rol bij het veiligstellen van de troon voor Salomo, 2 Sam 7: 2-17; 12: 1-25; 1 Koningen 1: 8-45; 1 Kronieken 17: 1-15; 2 Kronieken 29:25; Psalm 51: 1 titel.

      Hij is de vader van Azaria en Zabud, die door Salomo tot aanzienlijke betrekkingen geroepen werden, 1 Kon. 4:5;

      Ook Nathans lotgevallen werden in het grote koningsboek opgetekend. Hij schreef een 'boek' met daarin de Handelingen van de koning David en Salomo, die geen deel van de Heilige Schrift uitmaken, 2 Kron. 9: 29 en 1 Kron. 29: 29.
       
    2. een zoon van koning David en Batseba, een der zonen van David; 2 Sam 5:14; 1 Kron. 3:5; 14:4; Luc. 3:31
    3. de vader van Jigal, een der helden van David; was afkomstig uit Soba (Zobah), 2 Sam. 22:36; broer van Joël, 1 Kron. 11:38
    4. vader van Azarja, die over de krijgsoversten van Salomo was gesteld. Volgens sommigen is deze Nathan gelijk aan de profeet Nathan.
    5. zoon van Attaï en vader van Zabad van de stam van Juda, 1 Kron. 2:36
    6. broeder van Joël van de stam Juda; volgens sommigen is deze Nathan gelijk aan Nathan de vader van Jigal.
    7. een der volkshoofden, met Ezra uit de ballingschap teruggekeerd, Ezr. 8:16
    8. een der Israëlieten, die vreemde vrouwen genomen hadden, Ezr. 10:39
    9. een familiehoofd van Israël, wiens familie zal zal rouwen, wanneer zij de Messias aanschouwen. die zij hebben doorstoken, Zach. 12:12

    De Nathan in Zach. 12:12

    Wanneer de Heer Jezus is weergekomen en de Israëlieten over Hem zullen rouwklagen, zal ook het geslacht van Nathan over hem rouwklagen.

    Zac 12:12 En het land zal rouwklagen, elk geslacht bijzonder; het geslacht van het huis Davids bijzonder, en hunlieder vrouwen bijzonder; en het geslacht van het huis van Nathan bijzonder, en hun vrouwen bijzonder; (SV)

    Welke Nathan hier bedoeld wordt is niet duidelijk. Waarschijnlijk Nathan de zoon van David. Van deze Nathan immers stamt Jezus Christus af, Luc.3:27, 31.

    Lu 3:31 van Meleas, van Menna, van Mattatha, van Nathan, van David, (TELOS)

    Volgens sommigen echter wordt in Zach. 12:12 de profeet Nathan bedoeld, terwijl anderen denken aan Nathan de zoon van David. Karl August Dächsel[1] denkt dat door ’huis van Nathan’ een bijzondere tak van het huis van David is bedoeld. John Gill daarentegen meent[2] dat Nathan de profeet is bedoeld. Het ‘huis van David’ sluit immers Davids zoon Nathan al in. Het huis van de profeet Nathan zal treuren, omdat de Joden Jezus veracht hebben, de grote profeet die God in Israël verwekt had.

    Bronnen

    P.J. Gouda Quint, Woordenboek des Bijbels, inzonderheid ten gebruike bij de Statenvertaling. Haarlem: De erven F. Bohn, 1866. Tekst van het lemma 'Nathan' is op 12 dec. 2014 verwerkt.

    A New and Concise Bible Dictionary (George Morris, 1899) s.v. Nathan. Tekst van dit lemma is op 12 dec. 2014 vertaald en verwerkt.

    Voetnoot

    1. ↑ Karl August Dächsel; F P L C van Lingen; H van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting)(Kampen: Bos, 1893-1901), commentaar op Zach. 12:12.

    2. ↑ John Gill’s Expositor, zijn commentaar op Zach. 12:12.

    3. ↑ Zo het Hebreeuws-Nederlandse Lexicon in de Online Bible (Importantia).

    4. ↑ Zo het Hebreeuws-Franse Lexicon in de Online Bible (Importantia).

    5. ↑ S.J. van Ronkel, Woordenboek der eigennamen, naar hunne eerste spelling en oorspronkelijke uitspraak met eene korte beschrijving de personen, landen en plaatsen, in het Oude Testament voorkomende, en voor het grootste gedeelte ook etymologisch behandeld. (Groningen: M. Smit, 1835) s.v. Nathan. Van Ronkel was destijds hoofdonderwijzer aan een Joodse school en beëdigd vertaler.

    Labels: (Bewerk labels)
    • Geen labels
     
    Reacties (0)
    U moet inloggen om een reactie te geven.

     
    Powered by MindTouch Core
    Verrijk Christipedia door informatie toe te voegen.
    Help mee de tekst te verbeteren. Zie Meedoen.