Ram

Van $1

    Inhoudsopgave
    1. 1. Bronnen
    2. 2. Voetnoten

    Een ram (Hebr. 'ajil) is een mannelijk schaap. Het vrouwtje heet ooi. Als de sterkte van de kudde werd het mannetjesschaap aldoor geofferd in de offeranden. De ram werd in Israël als offerdier gebruikt bij de offerdienst (brandoffer, schuldoffer, dankoffer) en bij de priesterwijding. 


    Ram_hoornen_Markbyzweski.jpg

    Ram. Foto door Markbyzewski [2] 

    De Israëlitische veehoeder had (volgens Gen. 32:14) gewoonlijk[1] op elk tiental schapen en geiten resp. één ram en één bok had.

    De ram is de sterkte van de kudde. Het Hebreeuwse woord voor ram ('ajil) wordt dan ook figuurlijk gebruikt voor machtige mensen, machthebbers. Voorbeelden: 

    Ex 15:15 Toen werden door schrik overmand de stamhoofden van Edom. De machthebbers van Moab greep huivering aan. Al de inwoners van Kanaän smolten weg [van angst].
    (HSV)
    2Kon 24:15 Zo voerde hij Jojachin weg naar Babel, mitsgaders des konings moeder, en des konings vrouwen, en zijn hovelingen; daartoe de machtigen des lands bracht hij gevankelijk van Jeruzalem naar Babel;
    (SV)

    De Herziene Statenvertaling vertaalt in 2Kon 24:15 door 'heersers'. 

    De vette en goed gemeste ram behoorde tot de meest gezochte slachtdieren (Gen. 31:38; Deut. 32:14; Ezech. 39:18) en werd daarom zeer vaak als offerdier aangewend, vooral bij het schuldoffer (Lev. 5:15, 18; 6:6; 21; Num. 5:8: Ezra 10:19).

    Ezr 10:19 En zij gaven hun hand, dat zij hun vrouwen zouden doen uitgaan; en schuldig zijnde, [offerden] [zij] een ram van de kudde voor hun schuld.
    (SV)

    Voorts werd de ram van oudsher (Gen . 22, 13) bij voorkeur voor het brandoffer gebezigd (1 Sam. 15:22; Ps. 68:15; Jes. 1:11). 

    Abraham moest zijn zoon Izak ‘offeren tot een brandoffer’ (Gen. 22). Toen Abraham hiervan toch weerhouden, voorzag God ter plekke in een plaatsvervangende offerram, die door Abraham ten brandoffer werd geofferd. God zou ‘Zichzelf voorzien van een lam ten brandoffer’ (vs. 8), had Abraham tevoren aangekondigd. Daar en toen diende de ram als het vervangende brandoffer, later zou de Here Jezus, voorgesteld door Izak, het ware lam ten brandoffer worden op Golgotha.

    De vrienden van Job moesten zeven varren en zeven rammen ten brandoffer ten behoeve van henzelf offeren:

    Job 42:8 Daarom neemt nu voor ulieden zeven varren en zeven rammen, en gaat henen tot Mijn knecht Job, en offert brandoffer voor ulieden, en laat Mijn knecht Job voor ulieden bidden; want zekerlijk, Ik zal zijn aangezicht aannemen, opdat Ik aan ulieden niet doe naar uw dwaasheid; want gijlieden hebt niet recht van Mij gesproken, gelijk Mijn knecht Job.
    (SV)

    Jes 1:11 Waartoe dienen voor Mij uw vele offers? zegt de HEERE. Ik heb genoeg van de brandoffers van rammen en het vet van gemest [vee]; en in het bloed van jonge stieren, lammeren of bokken vind Ik geen vreugde.
    (HSV)

    Voorts diende de ram ook tot vredeoffer (of dankoffer) (Lev. 9:4, 18), waarbij dikwijls een groot aantal van deze dieren geslacht werden (Num. 7:17, 88).

    Voor het zondoffer werd de ram nooit gebruikt, ook niet volgens 2 Kron. 29:21, waar de geitenbokken voor het zondoffer en de rammen voor het brandoffer aangewezen worden (vgl. vs. 22 en 23).

    De Wet schrijft het ramoffer voor bij de priesterwijding (Ex. 29:19 vv; Lev. 8:22 vv) en bij de beëindiging van het Nazireërschap (Num. 6:14 vv). Bij de priesterwijding werden één var en twee rammen geslacht. De eerste ram werd als brandoffer geofferd. De tweede ram diende ter inwijding met bloed. De bloed van deze ram werd werd gestreken op een oor, een duim en een grote teen van Aäron, de hogepriester, en van zijn zonen, de priesters. 

    Ex 29:20 U moet de ram slachten, [wat] van zijn bloed nemen en [dat] strijken op de [rechter] oorlel van Aäron en op de rechteroorlel van zijn zonen, op de duim van hun rechterhand en op de grote teen van hun rechtervoet. Daarna moet u het [overige] bloed rondom op het altaar sprenkelen.
    (HSV)

    Voor de Nieuwe-maan en feestbrandoffers werden behalve andere dieren, een (Num. 28:11, 19, 24, 27; 29:2, 8, 36) of twee rammen (Lev. 23:18;  Num. 29:13, 17, 20, 23, 26, 29, 32) vereist en ook voor andere Feestbrandoffers koos men graag dit dier.

    Soms was het aantal offerrammen groter, overeenkomend met dat der offervarren; dikwijls zijn het juist zeven (Num. 23:1, 29; 1 Kron. 15:26; 2 Kron. 13:9; 29:21; Job 42:8; Ezech. 45:23), terwijl niet zelden grote aantallen rammen als brandoffers geofferd werden (1 Kron. 29:21 “duizend rammen”; Micha 6:7).

    Ezr 8:35 [En] de weggevoerden, die uit de gevangenis gekomen waren, offerden den God Israëls brandofferen; twaalf varren voor gans Israël, zes en negentig rammen, zeven en zeventig lammeren, twaalf bokken ten zondoffer; alles ten brandoffer den HEERE.
    (SV)

    Onder de schapen heeft alleen de ram horens. Van die horens werden de rambazuinen vervaardigd.

    Het derde ‘dekkleed’ van de Tabernakel was gemaakt van roodgeverfde ramsvellen.

    In het derde jaar van koning Belsazar ontving de profeet Daniël een visioen, waarin hij een ram zag met twee horens, waarvan de hoogste het laatst oprees. De ram met de twee horens stelde de koningen der Meden en Perzen voor (Dan. 8:20-22).

    Bronnen

    In de eerste versie van dit artikel is in aug. 2011 tekst verwerkt uit Ed. Rhiem, C.H. van Rhijn (red.), Bijbelsch woordenboek voor ontwikkelde lezers der Heilige Schriften, s.v. Ram. Utrecht: Kemink & Zoon, z.j.

    Voetnoten

    1. ↑ Zo ook Varro, de re rustica 2:3.
    2. ↑ Bronpagina van de foto.

    Labels: (Bewerk labels)
    • Geen labels
     
    Reacties (0)
    U moet inloggen om een reactie te geven.

     
    Powered by MindTouch Core
    Verrijk Christipedia door informatie toe te voegen.
    Help mee de tekst te verbeteren. Zie Meedoen.