Titus (persoon)

Van $1

    Inhoudsopgave
    1. 1. Bron
    2. 2. Voetnoot

    Titus, vroeger een heiden, was door de apostel Paulus tot het geloof in de Heer Jezus gebracht. Hij was een der getrouwste en geliefdste medearbeiders van de apostel en vergezelde hem op sommige van diens reizen.

    De naam Titus (Grieks Τιτος, Titos) is van Latijnse oorsprong. De betekenis is onzeker, misschien “verpleger”[1] of “wilde duif”[2]. De naam is in het Engels en Duits Titus, in het Frans Tite.

    Titus was van geboorte een Griek.

    Ga 2:3 maar ook werd Titus, die bij mij was, hoewel hij een Griek was niet genoodzaakt zich te laten besnijden;
    (TELOS)

    Titus was door Paulus door het evangelie geestelijk verwekt. Paulus noemt hem ‘mijn echt kind naar het gemeenschappelijk geloof’.

    Tit 1:4 aan Titus, mijn echt kind naar het gemeenschappelijk geloof: genade en vrede van God de Vader en van Christus Jezus, onze Heiland.
    (TELOS)

    Vergelijk:

    1Co 4:15 Want al had u tienduizend leermeesters in Christus, dan hebt u toch niet vele vaders; want in Christus Jezus heb ik u door het evangelie verwekt.
    (TELOS)

    Titus was een deelgenoot en medearbeider van Paulus.

    2Co 8:23 Enerzijds wat Titus betreft, hij is mijn deelgenoot en medearbeider bij u; anderzijds onze broeders, zij zijn gezanten van de gemeenten, Christus’ heerlijkheid.

    Titus vergezelde Paulus op sommige van zijn reizen. Bijvoorbeeld:

    Ga 2:1  Daarna ging ik na verloop van veertien jaar weer op naar Jeruzalem met Barnabas en nam ook Titus mee.
    (TELOS)

    Paulus zond hem naar Korinthe, waar een ernstig geval van ontucht was. Paulus had de gemeente een brief geschreven, waarin hij enkele misstanden aan de kaak stelde. Paulus had tegenover Titus wel geroemd over de Corinthiërs (2 Cor. 7:14), maar zou hij nu beschaamd worden? Uit Korinthe teruggekomen bracht Titus hem op de hoogte van het effect van Paulus’ eerste brief aan de Korinthiërs. Paulus schreef hierover in de tweede brief:

    2Co 7:6 Maar God, die de nederigen troost, heeft ons getroost door de komst van Titus,
    2Co 7:7 en niet alleen door zijn komst, maar ook door de troost waarmee hij over u vertroost werd, doordat hij ons vertelde van uw vurig verlangen, uw treuren, uw ijver voor mij, zodat ik mij nog meer verblijdde.
    2Co 7:13 Daarom zijn wij vertroost; en bij onze troost hebben wij ons nog veel overvloediger verblijd over de blijdschap van Titus, omdat zijn geest door u allen verkwikt is.
    2Co 7:14 Want als ik bij hem enigermate over u heb geroemd, dan ben ik niet beschaamd geworden; maar zoals wij alles in waarheid tot u gesproken hebben, zo is ook onze roem bij Titus waarheid geworden;
    (TELOS)

    Titus moest in Corinthe meewerken aan de voltooiing van de inzameling voor de arme heiligen in Judea.

    2Co 8:6 zodat wij Titus aanspoorden dat hij, zoals hij vroeger begonnen was, zo ook deze genade ook bij u zou voltooien.
    (…)
    2Co 8:16 Maar God zij dank, die dezelfde bereidwilligheid voor u in het hart van Titus heeft gegeven,
    2Co 8:17 want hij heeft de aansporing wel ontvangen, maar zeer bereidwillig is hij uit eigen beweging naar u toe gereisd.
    2Co 12:18 Ik heb Titus aangespoord en de broeder met hem gezonden. Heeft Titus soms zijn voordeel van u gezocht? Hebben wij niet in dezelfde geest gewandeld, niet in dezelfde voetstappen?
    (TELOS)

    Paul liet hem later in Kreta achter om gemeentelijke zaken in orde te brengen en in elke plaats oudsten aan te stellen. Dit deed hij als afgevaardigde van de apostel voor die bepaalde plaats. Hij vestigde zich er niet, want hij was moest naar Paulus in Nikopolis gaan zodra andere arbeiders op Kreta kwamen.

    Tit 3:12 Wanneer ik Artemas of Tychicus tot je zend, beijver je dan tot mij te komen in Nikopolis, want ik heb besloten daar te overwinteren.
    (TELOS)

    Terwijl Titus op het eiland Kreta vertoefde, schreef de Paulus hem op zijn reis van Kreta naar Nikopolis een brief, wellicht in de jaren 64 en 65 (na zijne eerste gevangenschap te Rome) of vroeger. Als de beide brieven aan Timotheüs bevat ook dit geschrift raadgevingen omtrent de rechte bediening van het opzienersambt in de gemeente.

    Tit 1:5  Om deze reden heb ik je op Kreta gelaten, opdat je het ontbrekende in orde brengt en in elke stad oudsten aanstelt, zoals ik je opgedragen heb.
    (TELOS)

    Daarna, toen Paulus de tweede brief aan Timotheus schreef, was Titus naar Dalmatië gegaan.

    2Ti 4:10 want Demas heeft mij verlaten, daar hij de tegenwoordige eeuw heeft liefgekregen, en is naar Thessalonika gereisd, Crescens naar Galatie, Titus naar Dalmatie.
    (TELOS)

    Romeinse_rijk_117nC.jpg

    Kaart[1]: ligging van Dalmatië ten oosten van Italië
    (Klik op de kaart om deze te vergroten) 
     

    Titus had het voorrecht te werken met en voor de apostel Paulus, en hij was ongetwijfeld een ijverig en trouwe dienaar van de gemeente.

    Latere handschriften van Paulus’ brief aan Titus vermelden dat hij ‘opziener van Kreta’ was. Volgens de overlevering is hij als opziener van de gemeente op Kreta gestorven.

    Bron

    P.J. Gouda Quint, Woordenboek des Bijbels, inzonderheid ten gebruike bij de Statenvertaling. Haarlem: De erven F. Bohn, 1866. Hieruit is op 1 mei 2013 genomen en bewerkt.

    A New and Concise Bible Dictionary (George Morris, 1899) s.v. Titus. Hieruit is op 1 mei 2013 tekst genomen, vertaald en verwerkt.

    Voetnoot

    1. ↑ Aldus Grieks-Nederlands Lexicon, onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia.
    2. ↑ Aldus Rob van Riet (samensteller), Prisma van de bijbelse persoonsnamen (Utrecht: Het Spectrum, 1990) s.v. Titus.
    1. ↑ 
    Kaart ontleend van Zaine Ridling (red.), Bible Atlas. Access Foundation. De gebruiksvergunning is: attribution, non-commercial.   

    Labels: (Bewerk labels)
    • Geen labels
     
    Reacties (0)
    U moet inloggen om een reactie te geven.

     
    Powered by MindTouch Core
    Verrijk Christipedia door informatie toe te voegen.
    Help mee de tekst te verbeteren. Zie Meedoen.