Wetenschap

Van $1

    Wetenschap kan als woord verwijzen naar:

    1. de bezigheid van formuleren van vragen en methoden, onderzoeken, beschrijven, verklaren, publiceren, bespreken, enz.), of
    2. de inzichten die de bezigheid opleveren, of
    3. de gemeenschap van geleerden en hun instituten. 

    In onze wereld staat 'de wetenschap', in alle drie betekenissen van het woord, hoog aangeschreven als bron van en weg tot kennis en dus waarheid.

    Beoefenaren van de wetenschap streven naar kennis van God en Zijn Schepping, en de nuttige toepassing van die kennis. In de middeleeuwen was theologie, de wetenschap aangaande God, de koningin der wetenschappen. In de 18e eeuw, het tijdperk van de zogenaamde Verlichting, veranderde dat. De Verlichting had een ant-kerkelijke en antigodsdienstige achtergrond. Er ontstond een worsteling tussen theologie en andere wetenschappen. Tegenwoordig wordt de term 'wetenschap' overwegend gebruikt voor kennis van de schepping (kosmos, natuur, mens). In de angelsaksische wereld wordt de term 'science' overwegend toegepast op natuurwetenschap (astronomie, fysica, scheikunde, biologie e.d.). 

    Sommige wetenschappen, zoals de natuurkunde en de scheikunde, bestuderen verschijnselen in het heden. Andere, zoals de wetenschap der geschiedenis, houden zich met het verleden bezig, door de studie van overblijfselen en overleveringen uit dat verleden. Sommige wetenschappen, zoals de anthropologie (menskunde), geologie, de biologie en de astronomie, houden zich met heden èn verleden bezig. De geologie bijvoorbeeld is natuurwetenschap, die de hedendaagse aarde bestudeert, en geschiedwetenschap, die zich een beeld vormt van de geschiedenis van de aardkorst. De biologie is studie van de levende natuur en studie van de ontwikkeling van het leven. Een historische wetenschap gaat uiteraard anders te werk dan een wetenschap die uitpluist hoe thans waarneembare verschijnselen werken. De evolutietheorie zegt iets over de historische ontwikkeling van het leven op aarde en is in zoverre geschiedwetenschap. De tegenovergestelde creatietheorie (de theorie van het creationisme) is eveneens geschiedwetenschap. 

    Wetenschap van de schepping, de natuur is mogelijk dankzij de orde (patronen, wetmatigheden, structuren) die God in de schepping heeft aangebracht. Dankzij deze orde kan de wetenschap de bevinding "deze kikkers kunnen zwemmen" veralgemenen (generaliseren) tot "alle kikkers kunnen zwemmen". En dankzij dezelfde orde kan de wetenschap uit de algemene uitspraak "alle kikkers kunnen zwemmen" en de bevinding "dit is een kikker" voorspellen dat deze kikker kan zwemmen. 

    Wetenschap bestudeert een deel van de werkelijkheid, feiten. Feiten worden waargenomen. Wat zien wij, hoe zien wij het? Voor waargenomen verschijnselen zoeken wij een verklaring. Een verklaring die nog getoetst moet worden heet een hypothese. Een hypothese die zo vaak is bevestigd dat ze een hoge mate van vertrouwen geniet, wordt een theorie genoemd. Een gevestigde theorie die in de wetenschappelijke gemeenschap zoveel vertrouwen geniet dat ze een alternatieve theorieën impopulair maakt, heet een paradigma. Feit ⇒ waarneming ​⇒ hypothese  ​⇒ theorie  ​⇒ paradigmaDe wetenschap klimt op van feit naar paradigma en beziet, andersom, de feiten door de bril van theorie en paradigma. 

    De theorie is niet een logisch uitvloeisel van de feiten. Er is afstand tussen feit en theorie. De afstand wordt overbrugd door menselijke denkarbeid. Dat geldt voor de creatietheorie en de evolutietheorie. Creationisten nemen feiten van de geschapen wereld waar, lezen de Heilige Schrift en theoretiseren over het ontstaan en de ontwikkeling van het leven. 

    Wetenschap wordt beoefend binnen denkkaders (begrippen, theorieën, paradigma's, vooronderstellingen). Eén bepaald algemeen aanvaard denkkader wordt een paradigma genoemd. In de loop van de geschiedenis wisselen zulke denkkaders elkaar af. Het paradigma van de kosmologie was achtereenvolgens aristotelisch, ptolemeïsch, copernicaans, newtoniaans en thans (anno 2012) dat van Albert Einstein. Een heersend paradigma in de biologie en in de menswetenschappen is dat van de algemene evolutie (de ontwikkeling van amoebe tot mens, door natuurlijke selectie van spontane mutaties). 

    Dat de wetenschap hoog staat aangeschreven, gezag heeft, komt mede door haar macht en successen. 'Kennis is macht,' die ten goede en ten kwade aangewend kan worden. Ziekten worden met succes bestreden. Met gifgas kan een groep onschuldige mensen worden uitgeroeid. Met de atoombom konden de VS Japan op de knieën krijgen. 

    'Grote watervoorraad onder Sahara'
    Wetenschappers hebben een enorm waterreservoir onder het Afrikaanse continent in kaart gebracht. Onder de grond zit honderd keer zoveel water als op het aardoppervlak van heel Afrika, schrijven de wetenschappers in het tijdschrift Environmental Research Letters. Volgens de onderzoekers zitten de grootste voorraden onder de Sahara in Algerije, Libië en Tsjaad. De reservoirs zijn zo'n 5000 jaar geleden ontstaan. De Sahara was toen nog geen woestijn. De vondst is bijzonder omdat 300 miljoen Afrikanen geen toegang hebben tot drinkwater. Bovendien wordt verwacht dat de vraag naar schoon water vanwege de bevolkingsgroei zal toenemen. De wetenschappers zeggen dat het onverstandig is om het water op grote schaal op te pompen; daardoor kunnen de reservoirs snel uitgeput raken. De onderzoekers denken wel dat het mogelijk is om genoeg water voor irrigatie en de lokale bevolking omhoog te halen.
    (Radio Nederland Wereldomroep, nieuwsbericht 20 april 2012.)

    Door wetenschappelijke ontdekkingen en technische uitvindingen is onze wereld erg veranderd (telefonie, computer, enz.).

    De macht en het succes van de wetenschap kan ons makkelijk aftrekken van God, onze Schepper. "Je kunt gemakkelijk verblind raken door deze successen en ten prooi vallen aan 'sciëntisme', de verering van wetenschap en een naiëf vertrouwen dat zij alle menselijke problemen kan oplossen," merken twee filosofen terecht op[3].

    Onvolkomen 

    Ofschoon we met de wetenschap veel weten, is onze wetenschap (1) slechts een beetje van al wat er te weten valt en (2) voor een deel hoogstwaarschijnlijk onwaar. Wetenschap kent als menselijke onderneming feilen en bedrog. Bescheidenheid betaamt ons daarom, zeker tegenover Gods woord, dat in de naam van de wetenschap zo dikwijls is aangevallen.

    Het hoofdartikel over dit onderwerp is: Onvolkomenheid van de wetenschap.

    Atheïsme in de wetenschap

    Dank aan God in proefschrift

    Aan de universiteit van Wageningen had het college van promoties een gelovige argotechnoloog opgedragen om zijn dankwoord af te plakken. Zijn proefschrift begon met de zin 'My Father God, thank You, it's the most wonderful thing to be loved and honoured by You' en een citaat van Augustinus.

    Zo'n dankwoord zou niet passen bij de wetenschappelijke statuur van het proefschrift. Een half jaar eerder nog was een oude regel bekrachtigd die voorschreef dat de publicatie op religieus en politiek gebied 'vrij van kleur' moest zijn. In het promotiereglement stond echter niets over het dankwoord. 

    Toen de promovendus weigerde om de passage af te plakken, kreeg hij te verstaan dat hij de desbetreffende pagina moest uitscheuren. Veel studenten en academici van de universiteit tekenden protest aan. Sommigen wezen op wat zij zagen als willekeur: het danken van geliefden en huisdieren was niet verboden.

    Na een storm van kritiek bond het bestuur in. Zij was bij nader inzien te streng geweest. 'We hebben ontdekt dat we mensen hiermee tekortdoen', vertelde een woordvoerder. 'Dat wil je niet, als het gaat om zo'n belangrijk levenswerk.'

    Bron: Trouw.nl, 13 maart 2014[4].

    In het wetenschappelijk bedrijf is tweeërlei atheisme werkzaam. Ten eerste, in de beschrijving en verklaring van verschijnselen wordt een verwijzing naar God uitgesloten ('methodologisch atheisme'). Ten tweede, van alle hoogleraren in Nederland noemt 44% zich atheïst (anno 2011). "Helaas zie ik in mijn werk de gevolgen daarvan direct terug, in de invloed die atheïstische hoogleraren hebben op studenten. Het lijkt erop dat het christelijk geloof geen plaats meer heeft op de universiteit en hogeschool." (Bert den Hertog, directeur van de studentenvereniging IFES-Nederland, 2011)[2]

    In de beschrijving en verklaring van verschijnselen wordt God buitengesloten. De schepping wordt beschreven en verklaard zonder de Schepper. Het is alsof een schilderij van Rembrandt beschreven en verklaard wordt in termen van kleuren, lijnen, penselen, canvas e.d., zonder te verwijzen naar, laat staan waardering te hebben voor, de schilder (Rembrandt). En het is alsof een pianoconcert beschreven en geanalyseerd wordt in termen van de piano (het instrument met zijn klanken, aanslag, toetsen, pedalen, snaren, enz.), zonder te rekenen met de pianist. 

    De uitsluiting van God uit het wetenschappelijk beschrijven en verklaren is moedwillig. De apostel Petrus merkt op dat in de laatste dagen spottende mensen zullen zijn die er niet van willen weten dat hemel en aarde door Gods woord geschapen zijn en dat de aarde door de zondvloed overstroomd is. In de huidige wetenschap is geen plaats meer voor de denkbeelden van een schepping (door God) en een wereldwijde zondvloed (Gods straf).  

    2Pe 3:5 Want moedwillig is hun dit onbekend, dat door het woord van God de hemelen van oudsher waren en een aarde bestaande uit water en door water,
    2Pe 3:6 waardoor de toenmalige wereld, door water overstroomd, vergaan is.
    2Pe 3:7 Maar de tegenwoordige hemelen en de aarde zijn door hetzelfde woord opgespaard voor het vuur en worden bewaard tot de dag van het oordeel en van de ondergang van de goddeloze mensen.

    (TELOS)

    Het gevolg van het methodologisch atheïsme is een (wetenschappelijk) wereldbeeld waarin God ontbreekt. Dit bevordert in de maatschappij een denken en doen waarin met God niet gerekend wordt, waarin Hij niet gevreesd en geëerd wordt. De goddeloosheid in het wetenschappelijk denken en spreken, in het hogere denken van de maatschappij, leidt tot goddeloosheid in denken en handelen in de samenleving. 

    Wetenschap en christendom

    Op zeldzame uitzonderingen na, zoals de kwestie Galileo, gingen wetenschap en christelijke godsdienst tot aan Darwin vreedzaam samen. 

    Op sommige terreinen ontstonden echter spanningen. De ouderdom van de aarde speelde geen grote rol in de 19e-eeuwste strijd over het Darwinisme, omdat veel christenen op grond van geologische gegevens al aan een oude aarde geloofden[1].

    Op grond van wetenschappelijke inzichten kwamen en komen sommigen theologen ertoe belangrijke bijbelse waarheden te loochenen of te verdraaien. Een voorbeeld is de schepping van de mens.  De oorsprong van de mens werd een hot item. Op grond van de wetenschappelijke evolutietheorie kwamen sommige theologen ertoe de schepping van de mens uit het stof der aarde te loochenen: de mens is door God uit het dierenrijk geformeerd. Het scheppingsbericht werd verworpen, of anders ontdaan van zijn historisch karakter en versmald tot de symbolische boodschap dat God de schepper van alles is. 

    Een ander voorbeeld is de loochening van het lege graf en de opstanding van de Heer Jezus. Volgens sommige theologen is dat natuurwetenschappelijk (bijv. neurobiologisch) onvoorstelbaar. Daartegen kan gezegd worden dat de dingen die onvoorstelbaar of onmogelijk in de ogen van mensen zijn, mogelijk bij God zijn. Vergelijk de woorden van de Heer Jezus: 

    Lu 18:27 Hij echter zei: De dingen die onmogelijk zijn bij mensen, zijn mogelijk bij God.
    (TELOS)

    De opgestane Heer heeft zich levend vertoond en vele ondervindingen en bewijzen van zijn opstanding geleverd aan zijn leerlingen. Hun zekerheid over Zijn opstanding was daardoor zo vast en groot, dat zij bereid bleken hun leven op te offeren voor de verkondiging van het evangelie en de opstanding uit de doden. 

    De wetenschap heeft haar grenzen. Een wetenschappelijke ontkenning van de opstanding overschrijdt de grenzen van de wetenschap. De natuurwetenschap kan niets zeggen over een leven na de dood of over de opstanding. Anderzijds prikkelen bijna-dood-ervaringen tot wetenschappelijk onderzoek en zien sommige wetenschappers hierin een aanwijzing voor een bewust leven na de dood. 

    Organisaties

    Kennislink (www.Kennislink.nl) is één van de meest bezochte populair-wetenschappelijke websites in het Nederlandse taalgebied. Kennislink maakt wetenschappelijke informatie toegankelijk voor een breed publiek. Vooral middelbare scholieren en studenten behoren tot de doelgroep. Kennislink wordt in opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap uitgevoerd door Stichting Nationaal Centrum voor Wetenschap en Technologie.

    The American Scientific Affiliation ( www.asa3.org ) is "a fellowship of men and women in science and disciplines that relate to science who share a common fidelity to the Word of God and a commitment to integrity in the practice of science. In matters of science and Christian faith, we offer Christian scholarship, education, fellowship and service to ASA members, churches, educational institutions, the scientific community, and society."

    Meer informatie

    J.A. van Delden, Schepping en wetenschapBuijten en Schipperheijn, 1998. Pagina's: 235 pagina's. 

    Marc J. de Vries, God vinden; in gesprek met zoekers. Uitgeverij Groen, 2011. Pagina's: 128. De auteur is hoogleraar Christelijke Filosofie aan de TU Delft en richt zich o.a. op christenstudenten die vaak te horen krijgen dat wetenschap en menselijk redeneren niet samen gaan met geloof. 

    Voetnoten

    1. ↑ Jonathan Wells, The Problem of Evidence. Forbes.com, 5 feb. 2009.
    2. ↑ Citaat afkomstig uit een nieuwsbrief van IFES-Nederland, 15 juli 2011. 
    3. ↑ Dave Robinson, Judy Groves, Wat is dat nou ... filosofie (Rotterdam: Lemniscaat, 2004), p. 148 
    4. ↑ Wageningen zwicht: promovendi mogen God toch danken, nieuwsbericht op Trouw.nl, 13 maart 2014.

    Labels: (Bewerk labels)
    • Geen labels
     
    Reacties (0)
    U moet inloggen om een reactie te geven.

     
    Powered by MindTouch Core
    Verrijk Christipedia door informatie toe te voegen.
    Help mee de tekst te verbeteren. Zie Meedoen.