2 Petrus 1

2 Petrus 1 van de Tweede brief van Petrus wordt hieronder samengevat en/of becommentarieerd. De volgende hoofdstukken zijn samengevat en/of passages ervan becommentarieerd:

2 Petrus: 123.

Samenvatting

1-2 Vredegroet. 3-11 God heeft ons alles geschonken wat het leven en de godsvrucht betreft, wij zijn deelgenoten van de Goddelijke natuur geworden en nu hebben wij de roeping bij ons geloof andere deugden te voegen, zodat wij een ruime ingang zouden hebben in het eeuwig koninkrijk. 12-15 Petrus verwacht het afleggen van zijn tent; hij denkt dus dat zijn einde nabij is. 16-21 Hij herinnert zich de verheerlijking op de berg en vestigt de aandacht op het profetische woord.

1

1 Simon Petrus, slaaf en apostel van Jezus Christus, aan hen die een even kostbaar geloof als wij verkregen hebben door [de] gerechtigheid van onze God en Heiland Jezus Christus: (Telos)

Slaaf. Slaaf zijn van Jezus Christus, van God, sluit vrijheid niet uit. Het sluit "de vrijheid als een dekmantel van de boosheid" uit. Je kunt niet én God dienen én de boosheid, de zonde.

1Pe 2:15 Want zo is het de wil van God, dat u door goeddoen de onwetendheid van de dwaze mensen tot zwijgen brengt; 1Pe 2:16 als vrijen, en niet door de vrijheid als een dekmantel van de boosheid te hebben, maar als slaven van God. (Telos)

Kostbaar geloof. Zie vs. 4 "kostbare beloften". Een kostbaar geloof is het waard om het vast te houden in een tijd waarin het ondergraven zal worden, ondermijnd, aangevallen, betwijfeld en betwist. maar bij dit kostbare geloof moeten dingen worden toegevoegd, zie vs. 5.

Door [de] gerechtigheid. 'Door' is de vertaling van het Griekse 'en', dat ook kan betekenen 'in', 'met'. In vs. 2 is het vertaald door 'in': "in [de] kennis van God en van Jezus, onze Heer".

Jezus, de Rechtvaardige, is de Heiland, die naar goddelijk recht plaatsvervangend onze zonden heeft geboet.
1Pe 3:18 Want ook Christus heeft eenmaal voor de zonden geleden, de Rechtvaardige voor de onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen; ... (Telos)
Mt 3:15  Jezus antwoordde echter en zei tot hem: Laat Mij nu begaan; want zo past het ons alle gerechtigheid te vervullen. Toen liet hij Hem begaan. (Telos)
Zie ook vs. 3: "door heerlijkheid en deugd". Van de goddeloze dwaalleraars zegt Petrus:
2Pe 2:21  Want het was beter voor hen geweest de weg van de gerechtigheid niet gekend te hebben, dan na die gekend te hebben zich af te keren van het heilige gebod dat hun was overgeleverd. (Telos)
Onze God en Heiland Jezus Christus. Merk op dat er niet staat "van onze God en van onze Heiland Jezus Christus"; vergelijk daarentegen het 2x 'van' in het volgende vers: "in de kennis van God en van Jezus, onze Heer". In ons vers wordt dus wellicht gewezen op de Godheid van Jezus Christus. In een brief waarin gewaarschuwd wordt tegen dwaalleraars, wordt in het eerste vers beleden dat Jezus God is. Veel dwaalleraars hebben de Godheid van Christus ontkend! In het laatste vers van de brief vinden wij de woorden "onze Heer en Heiland Jezus Christus".
2Pe 3:18 maar groeit op in de genade en kennis van onze Heer en Heiland Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid, zowel nu als tot de dag van de eeuwigheid. Amen. (Telos)

2

2 genade en vrede zij u vermenigvuldigd in [de] kennis van God en van Jezus, onze Heer. (Telos)
Genade ... zij u vermenigvuldigd enz. Vergelijk:
2Pe 3:18  maar groeit op in de genade en kennis van onze Heer en Heiland Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid, zowel nu als tot de dag van de eeuwigheid. Amen. (Telos)
In [de] kennis van God en van Jezus, onze Heer. 'In' is de vertaling van Grieks 'en'. In vs. 3: "door de kennis van Hem"; hier is 'door' de vertaling van Gr. 'dia'.
2Pe 3:18 maar groeit op in de genade en kennis van onze Heer en Heiland Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid, zowel nu als tot de dag van de eeuwigheid. Amen. (Telos)
Joh 17:3  En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus die U hebt gezonden. (Telos)
1Jo 5:20  En wij weten dat de Zoon van God gekomen is en ons het verstand gegeven heeft, opdat wij de Waarachtige kennen; en wij zijn in de Waarachtige, in zijn Zoon Jezus Christus. Deze is de waarachtige God en het eeuwige leven. (Telos)
De kennis van onze Heer en Heiland kan aanvankelijk ook bij mensen aanwezig zijn, die later opnieuw verstrikt worden in de bevlekkingen van de wereld (2:20).
2Pe 2:20  Want als zij door de kennis van onze Heer en Heiland Jezus Christus de bevlekkingen van de wereld ontvlucht maar opnieuw daarin verstrikt zijn en erdoor overmeesterd worden, dan is voor hen het laatste erger geworden dan het eerste. (Telos)

3

3 Zijn Goddelijke kracht heeft ons immers alles geschonken betreffende het leven en de godsvrucht door de kennis van Hem die ons heeft geroepen door <zijn eigen> heerlijkheid en deugd, (Telos)

Zijn Goddelijke kracht. Die van Jezus Christus.

2 Pe 1:16  Want niet als navolgers van vernuftig verzonnen fabels hebben wij u de kracht en komst van onze Heer Jezus Christus bekend gemaakt, maar als ooggetuigen van zijn majesteit. (Telos)
Ro 1:20  -want van de schepping van de wereld af worden wat van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en Goddelijkheid, uit zijn werken met inzicht doorzien-,opdat zij niet te verontschuldigen zijn, (Telos)

Door de kracht van God worden wij bewaard tot de behoudenis.

1Pe 1:5  die in de kracht van God door het geloof bewaard wordt tot de behoudenis, die gereed is om in de laatste tijd geopenbaard te worden. (Telos)
1Pe 4:14  Als u in de naam van Christus smaad lijdt, bent u gelukkig, omdat de Geest van de heerlijkheid en kracht en Die van God op u rust. (Telos)

De godsvrucht. Zie vs. 6-7.

Door de kennis van Hem. 'Door', in het Grieks: 'dia'. Zie vs. 8.

Die ons heeft geroepen door <zijn eigen> heerlijkheid en deugd. 'Die' lijkt te verwijzen naar de Heer Jezus, zie vs. 8. Anders naar God, zoals in:

Mt 17:5  Terwijl hij nog sprak, zie, een lichtende wolk overschaduwde hen; en zie, een stem uit de wolk, die zei: Deze is mijn geliefde Zoon, in Wie Ik welbehagen gevonden heb, hoort Hem. (Telos)

Voor roeping, zie vs. 10.

4

4  waardoor Hij ons de kostbare en zeer grote beloften geschonken heeft, opdat u daardoor deelgenoten van de Goddelijke natuur zou worden, ontkomen aan het verderf dat door de begeerte in de wereld is. (Telos)

De kostbare en zeer grote beloften. Die ons geloof kostbaar (vs.1) maken.

Ontkomen. Waaraan we ontkomen zijn, daarnaar moeten we niet terugkeren, zoals de goddeloze dwaalleraars doen.
2Pe 2:20  Want als zij door de kennis van onze Heer en Heiland Jezus Christus de bevlekkingen van de wereld ontvlucht maar opnieuw daarin verstrikt zijn en erdoor overmeesterd worden, dan is voor hen het laatste erger geworden dan het eerste. (Telos)
Het verderf. Petrus zegt later in deze brief over de zedeloze dwaalleraars:
2Pe 2:12  Dezen echter, als redeloze dieren, die van nature voortgebracht zijn om gevangen en omgebracht te worden, zullen ook, daar zij lasteren in dingen die zij niet begrijpen, in hun eigen verderf omkomen, (Telos)
Zij zijn "slaven van het verderf" (2:19).

De begeerte. De zondige en/of onmatige begeerte.

5

5 Voegt om deze reden echter ook, met inbreng van alle ijver, bij uw geloof de deugd, en bij de deugd de kennis, (Telos)
Voegt... bij. Het Griekse werkwoord is επιχορηγεω, epichoregeo, dat betekent 1. verstrekken, leveren, aanbieden, 2. voorzien worden van, bediend worden[1]. Petrus gebruikt het woord ook in vs. 11:
2Pe 1:11  Want zo zal u rijkelijk de ingang in het eeuwige koninkrijk van onze Heer en Heiland Jezus Christus worden verleend. (Telos)
Het woord komt verder voor in de volgende verzen van het Nieuwe Testament.
2Co 9:10  Hij nu die aan de zaaier zaad verschaft en brood tot voedsel, zal u het zaaisel verschaffen en vermenigvuldigen en de vruchten van uw gerechtigheid doen toenemen, (Telos)
Ga 3:5  Hij dan die u de Geest verleent en krachten onder u werkt, doet Hij dat op grond van werken van de wet of op grond van de prediking van het geloof? (Telos)
Col 2:19  terwijl hij niet vasthoudt aan het hoofd, uit Wie het hele lichaam, door zijn gewrichten en banden ondersteund en verbonden, opgroeit met de groei van God. (Telos)
Vergelijk:
Efe 4:16  uit Wie het hele lichaam, samengevoegd en verbonden door elk gewricht dat de ondersteuning verleent naar de werking die elk deel is toegemeten, de groei van het lichaam bewerkt tot opbouwing van zichzelf in liefde. (Telos)
In dit laatste vers wordt het zelfstandig naamwoord επιχορηγια, epichoregia, gebezigd, dat afgeleid is van het bovengenoemde werkwoord en betekent: verstrekking, hulp, ondersteuning.

De Herziene Statenvertaling heeft: "En daarom moet u zich er met alle inzet op toeleggen om aan uw geloof deugd toe te voegen, aan de deugd kennis,"

De NBG51-vertaling neemt de gedachte van ondersteuning over: het geloof ondersteunt de deugd. Maar het omgekeerde lijkt waarschijnlijker: voorzie het geloof van deugd, verleen de deugdzaamheid aan het geloof, voeg dat erbij. Geloof heeft deugd enz. nodig.

Opvallend is de Willibrord-vertaling (1995): "Doe daarom uw uiterste best om uw geloof te voeden met deugd, de deugd met kennis".

De vertaling van Het Boek heeft: "Maar daarvoor hebt u meer nodig dan vertrouwen alleen. U moet ook uw best doen om goed te zijn en zelfs dat is niet genoeg. U moet God beter leren kennen en weten wat Hij wil."

Darby vertaalde aldus: "But for this very reason also, using therewith all diligence, in your faith have also virtue, in virtue knowledge,".

Door aan ons geloof de genoemde dingen (deugd, kennis enz.) toe te voegen, maken we onze roeping en verkiezing vast (10). Dat toevoegen betekent zedelijke en geestelijke groei:
2Pe 3:18  maar groeit op in de genade en kennis van onze Heer en Heiland Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid, zowel nu als tot de dag van de eeuwigheid. Amen. (Telos)
Ons vers doet ook denken aan wat Paulus schreef:
Flp 2:12  Daarom, mijn geliefden, zoals u altijd gehoorzaamd hebt, niet alleen zoals in mijn aanwezigheid, maar nu veel meer in mijn afwezigheid, bewerkt uw eigen behoudenis met vrees en beven; (Telos)
Niet dat wij door werken behouden worden, maar we hebben onze behoudenis uit te werken in ons leven.

Om deze reden. Ter verkrijging van (mededeelgenootschap van) de goddelijke natuur (4).

Alle ijver. Het gebruikte Griekse naamwoord is σπουδη, spoude, dat betekent: 1. inspanning, moeite, ernst, haast, 2. ijver, bemoeiing, ernst[1]. Men kan dus ook vertalen door "ernst". Brouwer vertaalde aldus: "En juist daarom moet gij u met alle ernst er op toeleggen, om bij uw geloof te voegen de deugd, en bij de deugd de kennis".

Zie ook vs. 10; 15 (Petrus' ijver).

Uw geloof. Uw kostbare geloof (1).

De deugd. Zie vs. 3. Geestelijke kracht of moed[2]. De vertaling van N. de Jonge heeft: "kracht". De NBV04-vertaling heeft "deugdzaamheid".

De kennis. Zie vs. 2, 3, 8.

6

6 en bij de kennis de zelfbeheersing, en bij de zelfbeheersing de volharding, en bij de volharding de godsvrucht, (Telos)

De zelfbeheersing. Later in deze brief zal Petrus waarschuwen voor mensen die losbandig leven (2:2, 18) en in onreine begeerte vlees achterna gaan en heerschappij verachten (2:10). Ze "verlokken door vreselijke begeerten, door losbandigheden" (2:18). De latere spotters aangaande de wederkomst van Christus zijn mensen "die naar hun eigen begeerten wandelen" (3:3).

De godsvrucht. Zie vs 3.

7

7 en bij de godsvrucht de broederliefde, en bij de broederliefde de liefde. (Telos)
De broederliefde de liefde. In het Grieks zijn hier twee verschillende woorden: philia en agapè. De tweede soort liefde gaat uit naar de medemens, gelovig of niet, zelfs als deze onaangenaam of vijandig is. Omdat Petrus ons vermaant om deze liefde ijverig (5), met inspanning, bij te voegen, kunnen wij ook denken aan wat een andere apostel schrijft:
1Co 14:1  Jaagt naar de liefde en streeft naar de geestelijke uitingen, maar vooral, dat u mag profeteren. (Telos)
1Ti 6:11  Maar jij, mens Gods, ontvlucht deze dingen en jaag naar gerechtigheid, godsvrucht, geloof, liefde, volharding, zachtmoedigheid. (Telos)

8

8 Want als deze dingen bij u aanwezig en overvloedig zijn, laten zij u niet werkeloos of onvruchtbaar wat de kennis van onze Heer Jezus Christus betreft. (Telos)

Laten zij u niet werkeloos of onvruchtbaar. Het geloof tezamen met de genoemde deugden werkt door in ons leven, geeft vrucht, brengt goede werken voort.

Kennis aangaande de Heer Jezus zónder goede werken of vruchten vinden wij aangeduid in deze passage, ofschoon het daarin om ongelovigen gaat:

Lu 13:26 Dan zult u beginnen te zeggen: Wij hebben in uw bijzijn gegeten en gedronken, en U hebt in onze straten geleerd. Lu 13:27 En Hij zal zeker tot u zeggen: Ik weet niet vanwaar u bent; gaat weg van Mij, alle werkers van ongerechtigheid. (Telos)

De kennis van onze Heer Jezus Christus. Zie vs. 2, 3.

10

10 Daarom, broeders, beijvert u te meer om uw roeping en verkiezing vast te maken; want door dit te doen zult u beslist nooit struikelen. (Telos)
Beijvert u te meer. Zie ook vs. 5. Het gebruikte Griekse werkwoord is σπουδαζω, spoudazo, dat betekent: 1. haasten, zich haasten, 2. zich beijveren, ernstig met iets bezig zijn[1].
2Pe 3:14  Daarom, geliefden, daar u deze dingen verwacht, beijvert u onbesmet en onberispelijk voor Hem te worden gevonden in vrede. (Telos)

Uw roeping. Zie vs. 3. Waartoe wij geroepen zijn beschrijft Petrus in het begin van deze brief (1-4), alsook in het begin van zijn eerste brief.

Vast te maken. De zedeloze dwaalleraars, waarvoor Petrus gaat waarschuwen, "verlokken onstandvastige zielen" (2:14). In 3:16: "onstandvastigen".
2Pe 3:17  U dan, geliefden, nu u dit van tevoren weet, weest op uw hoede dat u niet, door de dwaling van de zedelozen meegesleept, afvalt van uw eigen standvastigheid; (Telos)
Door dit te doen zult u beslist nooit struikelen. Kennis bewaart ons voor misleiding en dwaling. Zelfbeheersing bewaart ons voor onbedachte uitspraken en handelingen waar we later spijt van hebben. Volharding bewaart ons voor het verloochenen van onze Heer en doet ons volhouden in goeddoen. Broederliefde bewaart ons ervoor een broeder kwaad te doen, want de liefde doet de naaste geen kwaad (1 Cor. 13).

11

11 Want zo zal u rijkelijk de ingang in het eeuwige koninkrijk van onze Heer en Heiland Jezus Christus worden verleend. (Telos)
Worden verleend. Hetzelfde Griekse werkwoord als in "voegt bij" (5).
2Ti 4:18  De Heer zal mij redden van elk boos werk en behouden voor zijn hemels koninkrijk. Hem zij de heerlijkheid tot in alle eeuwigheid! Amen. (Telos)
Het eeuwige koninkrijk.
Da 2:44  In de dagen van die koningen zal de God van de hemel echter een Koninkrijk doen opkomen dat voor eeuwig niet te gronde zal gaan en waarvan de heerschappij niet op een ander volk zal overgaan. Het zal al die [andere] koninkrijken verbrijzelen en tenietdoen, maar zelf zal het voor eeuwig standhouden. (HSV)
Opb 11:15 En de zevende engel bazuinde, en er kwamen luide stemmen in de hemel die zeiden: Het koninkrijk van de wereld van onze Heer en van zijn Christus is gekomen, en Hij zal regeren tot in alle eeuwigheid. (TELOS)

12

12 Daarom ben ik er altijd op uit u aan deze dingen te herinneren, hoewel u ze weet en bevestigd bent in de onderhavige waarheid. (Telos)

Ben ik er altijd op uit u aan deze dingen te herinneren. Zie vs. 15a.

Te herinneren. Zie ook volgende verzen.

15

15 Ik zal mij echter beijveren, dat u zich ook telkens na mijn heengaan deze dingen kunt herinneren. (Telos)

Ik zal mij echter beijveren. Zie vs. 12.

16

16  Want niet als navolgers van vernuftig verzonnen fabels hebben wij u de kracht en komst van onze Heer Jezus Christus bekend gemaakt, maar als ooggetuigen van zijn majesteit. (Telos)

De kracht en komst van onze Heer Jezus Christus. Uit het zinsverband ('kracht', 'majesteit', verheerlijking op de berg, 'profetische woord') en uit zijn wijzen op onze toekomstige heerlijkheid, dat hij in zijn beide brieven doet, mogen we afleiden dat Petrus doelt op de toekomstige glorieuze wederkomst van de Heer.

Als ooggetuigen van zijn majesteit. Op de berg der verheerlijking (zie volgende verzen), waar hij met Johannes en Jakobus de komst van Gods koninkrijk in de persoon van de Heer Jezus zag, daarvan een vooruitblik, een 'preview' had.

17

17 Want Hij ontving van God de Vader eer en heerlijkheid, toen van de luisterrijke heerlijkheid zo’n stem tot Hem kwam: ‘Deze is mijn geliefde Zoon, in Wie Ik welbehagen heb gevonden’. (Telos)
Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik welbehagen heb gevonden. Dit 'welbehagen gevonden' doet vermoeden dat 'Mijn geliefde zoon' ziet op de Heer Jezus als mens, uit de Heilige Geest verwekt.
Lu 1:32  Deze zal groot zijn en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd, en de Heer, God, zal Hem de troon van zijn vader David geven, (Telos)

18

18 En wij hoorden deze stem uit de hemel komen, toen wij met Hem op de heilige berg waren. (Telos)

Wij. Dat zijn Petrus, Johannes en Jakobus.

De heilige berg. Die heilig heet om de gebeurtenis in vs. 17 genoemd. Op welke berg het gebeurde is onzeker; vermoedelijk de berg Hermon; minder waarschijnlijk de berg Tabor.

19

19 En zo hebben wij het profetische woord des te vaster, en u doet er goed aan daarop acht te geven als op een lamp die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en <de> morgenster opgaat in uw harten. (Telos)

Het profetische woord. De boodschap aangaande "de kracht en komst van onze Heer Jezus Christus" (16). De boodschap van de komst van de grote Verlosser wordt al in het Oude Testament voorzegd (20).

Zo hebben wij het ... des te vaster. Doordat het bevestigd is door de ervaring op "de heilige berg", door de Petrus, Johannes en Jakobus geschonken vooruitblik op de komst van het Koninkrijk van God.
Mt 18:16 als hij naar u luistert, hebt u uw broeder gewonnen. Als hij echter niet luistert, neem nog een of twee met u mee, opdat door de mond van twee of drie getuigen elk woord vaststaat. (TELOS)
2Co 13:1 Dit is de derde keer dat ik naar u toe kom: in de mond van twee of drie getuigen zal elke zaak vaststaan. (TELOS)
Een lamp.
Ps 119:105  Nun. Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad. (SV)
Totdat de dag aanbreekt. De dag van Jezus' terugkomst. Nu zijn wij nog in een duistere plaats, in de nacht, en hebben het profetische licht nodig.
2Pe 3:18  maar groeit op in de genade en kennis van onze Heer en Heiland Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid, zowel nu als tot de dag van de eeuwigheid. Amen. (Telos)
En <de> morgenster opgaat in uw harten. Morgenster, in het Grieks phosphoros = ‘die [’s morgens] licht brengt’[3] of 'de licht brengende' of 'de licht dragende'. Het woord komt in het Nieuwe Testament alleen hier voor. 'Morgenster' hebben de vertalingen: Statenvertaling, Herziene Statenvertaling, NBG51, NBV04, Brouwer, Canisius, Groot Nieuws Bijbel, Jonge, Leidse vertaling, Naardense Bijbel, Utrechtse vertaling, Vissering.

De Peshitta echter heeft "en de zon opgaat in uw harten". De Vulgaat heet 'lucifer' = lichtbrenger, lichtdrager.

Volgens het bekende Thayer's Greek—English Lexicon of the New Testament verwijst het als zelfstandig naamwoord gebruikte Griekse woord naar de planeet Venus, de morgenster, en vinden wij deze betekenis ook bij Plato, Plutarchus en anderen.

Het is een ander woord dan de uitdrukking in Opb 2:28 en 22:16, waar het letterlijk ‘morgenster’ betekent. In Opb. 2:28 is de uitdrukking "ton astera ton proinon" = de ster van de morgen". In Opb. 22: 16 "ho aster ho lampros ho proinos" = de blinkende ster van de morgen".

De morgenster kondigt de dag aan. Wanneer de Heer komt en ons tot Zich neemt, gaat er een licht op in ons hart en worden wij veranderd en gelijkvormig aan Hem gemaakt. Alle innerlijke somberheid, twijfel, verdriet zal wijken voor een licht, opgeruimd, gelukkig gemoed. Misschien ook slaat het lichtbrengende op de verlichting van ons hart, zodat wij helder gaan zien en verstaan wat ons profetisch is voorzegd.
1Co 13:12  Want wij kijken nu door een spiegel, wazig, maar dan van aangezicht tot aangezicht, nu ken ik ten dele, maar dan zal ik kennen zoals ik ook gekend ben. (Telos)
1Jo 3:2  Geliefden, nu zijn wij kinderen van God, en het is nog niet geopenbaard wat wij zullen zijn. Wij weten dat als Hij geopenbaard zal zijn, wij Hem gelijk zullen zijn; want wij zullen Hem zien zoals Hij is. (Telos)
De Heer Jezus belooft de morgenster te geven aan wie overwint en Zijn goede werken tot het eind toe bewaart.
Opb 2:26  En wie overwint en mijn werken tot het einde toe bewaart, die zal Ik macht geven over de volken;  Opb 2:27  en hij zal hen hoeden met een ijzeren staf; als pottenbakkersvaten worden zij verbrijzeld, zoals ook Ik die macht van mijn Vader heb ontvangen;  Opb 2:28  en Ik zal hem de morgenster geven. (Telos)
"Ik was bij mijn cardiologe gekomen voor de uitslag van de ct-scan. In een eerder gesprek had ik haar als een gelovige vrouw leren kennen. Nadat zij mij de uitslag van de ct-scan had verklaard en mijn bezoek ging eindigen, wees ik haar erop dat in de Bijbel een 'cardiologische uitspraak' staat met het oog op de komst van de Heer Jezus. Meteen kwam er iets van sprankelende blijdschap over haar en zij neigde haar oor en, achter het plexiglas dat tussen ons in hing, helde zij vanachter haar bureau geïnteresseerd naar mij over. 'U kunt dat lezen,' zei ik, 'in de tweede brief van Petrus, hoofstuk 1, vers 15 of 19'. Ze pakte een vel papier en schreef de Schriftplaats op. Ik vertelde haar dat bij de komst van de Heer Jezus de morgenster opgaat in onze harten. De morgenster, de helderste ster, kondigt de dag aan. Wanneer de Heer Jezus komt, wordt ons lichaam veranderd, en onze omgeving, maar ook inwendig, in ons hart, gaat er wat veranderen. Somberheid, verdriet, twijfel verdwijnen. De cardiologe beaamde deze verwachting en was blij met deze woorden."[4]

Sommigen[5] denken dat de verlichting hierin bestaat dat door de Heilige Geest de voorzeggingen van het Oude Testament zo helder voor ons, in onze harten worden als het daglicht. Doordat[6] de voorzeggingen voor onze ogen vervuld worden wanneer de Heer komt. Tegenwerping: de dag die aanbreekt schijnt een dag te zijn die de duisternis van de wereld rondom ons, het donkere van de "duistere plaats" verdrijft, niet slechts een inwendige verlichting.

21

21 Want niet door de wil van een mens werd ooit profetie voortgebracht, maar heilige mensen van Godswege hebben, door de Heilige Geest gedreven, gesproken. (Telos)

Niet door de wil van een mens werd ooit profetie voortgebracht. Dat geldt voor ware profetie. Valse profetie (2:1) kan daarentegen door de wil (en verbeelding) van een mens worden voortgebracht.

Bron

H. Moll, Wat zegt Gods Woord over ...? Deel 3: Een korte inhoud van alle Bijbelboeken met alfabetische lijst van namen. (Oostburg: uitgeverij W.J. Pieters, z.j.), blz. 138. Enige tekst hiervan is onder wijziging verwerkt in de hierboven staande paragraaf Samenvatting.

Voetnoten

  1. 1,0 1,1 1,2 Grieks-Nederlands Lexicon, onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia.
  2. Aldus een aantekening in de Telos-vertaling.
  3. Het Nieuwe Testament; herziene Voorhoeve-uitgave (Vaassen: uitgeverij H. Medema, 1982). Aantekening bij 2 Petr. 1:19.
  4. Kees Langeveld, 29 nov. 2022.
  5. Zoals bijv. Ludwig Albrecht, Das Neue Testament und Die Psalmen (1920)
  6. Albert Barnes, Notes on the New Testament.