2 Timotheüs/1

Uit Christipedia
< 2 Timotheüs
Versie door Kees Langeveld (overleg | bijdragen) op 23 okt 2020 om 11:11 (→‎2 Tim. 1:8)
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb
2 Timotheüs: 1 2 3 4

Hoofdstuk 1 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Samenvatting

Adres en groet (1-2). Het verlangen van Paulus om Timotheüs te zien, voor wie hij zoveel bad. Het geloof van Timotheüs' moeder, zijn grootmoeder en van hemzelf brengt hij in herinnering (3-5). Timotheüs mocht zich niet schamen bij het vasthouden aan Gods woord. Ook Paulus schaamde zich niet ondanks zijn lijden in de gevangenis (6-14). Paulus betoont zich dankbaar, dat Onesíforus hem trouw is blijven dienen, terwijl alle anderen hem hebben verlaten (15-18).

2 Tim. 1:6

2Ti 1:6  Om die reden herinner ik je eraan de genadegave van God aan te wakkeren, die in je is door de oplegging van mijn handen. (Telos)

Vergelijk:

1Ti 4:14  Verwaarloos niet de genadegave in je, die je gegeven is door profetie met oplegging van de handen van de gezamenlijke oudsten. (Telos)

2 Tim. 1:8

2Ti 1:8  Schaam je dus niet voor het getuigenis van onze Heer, noch voor mij, zijn gevangene, maar lijd verdrukking met het evangelie, naar de kracht van God, (Telos)

Schaam je dus niet. Zie verzen 12 en 16.

2Ti 2:15  Beijver je, je aan God beproefd voor te stellen als een arbeider die zich niet hoeft te schamen, die het woord van de waarheid recht snijdt. (Telos)

2 Tim. 1:12

2Ti 1:12  Om die reden lijd ik ook deze dingen, maar ik schaam mij niet, want ik weet Wie ik geloofd heb, en ik ben overtuigd dat Hij machtig is mijn aan Hem toevertrouwde pand te bewaren tot die dag. (Telos)

Ik schaam mij niet. Zie vers 8.

Mijn aan Hem toevertrouwde pand. Dit pand is waarschijnlijk Paulus' ziel.

2 Tim. 1:14

2Ti 1:14  Bewaar het goede jou toevertrouwde pand door de Heilige Geest die in ons woont. (Telos)

Het goede jou toevertrouwde pand. Dit pand behelst wellicht het evangelie, de gezonde leer, samen met het geloof en de liefde die in Christus Jezus is (vers 13).

2 Tim. 1:16

2Ti 1:16  Moge de Heer het huis van Onesiforus barmhartigheid geven, omdat hij mij dikwijls verkwikt en zich voor mijn keten niet geschaamd heeft; (Telos)

Barmhartigheid. Zie vers 18.

Mijn keten.

2Ti 2:9  waarin ik verdrukking lijd en zelfs boeien draag als boosdoener; maar het woord van God is niet geboeid. (Telos)

2 Tim. 1:17

2Ti 1:17  maar toen hij in Rome kwam, heeft hij mij ijverig gezocht en gevonden. (Telos)

Gezocht en gevonden. En Paulus, de gevangene, die geboeid is (2:9), bezocht.

De Heer zal na zijn wederkomst, in het gericht, tot de schapen zeggen:

Mt 25:36  ... Ik was in de gevangenis en u bent bij Mij gekomen.  Mt 25:37  Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden en zeggen: Heer, wanneer zagen wij U hongerig en hebben U gevoed, of dorstig en hebben U te drinken gegeven? Mt 25:39  En wanneer zagen wij U ziek of in de gevangenis en zijn bij U gekomen? Mt 25:40  En de koning zal antwoorden en tot hen zeggen: Voorwaar, Ik zeg u: voor zoveel u het hebt gedaan aan een van de geringsten van deze broeders van mij, hebt u het Mij gedaan. (Telos)

2 Tim. 1:18

2Ti 1:18  Moge de Heer hem barmhartigheid te vinden geven van de Heer in die dag. En hoeveel diensten hij in Efeze bewezen heeft, weet jijzelf het best. (Telos)

Barmhartigheid. Zie vers 16.