Buigen

Uit Christipedia
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Buigen is van de gewone (gewoonlijk rechte) stand, houding of richting (doen) afwijken[1]; (doen) krommen[2].

Buigen kan als onovergankelijk of als overgankelijk werkwoord worden gebruikt. Onovergankelijk: "Mijn knie buigt makkelijk." Overgankelijk: "Ik buig mijn knieën om te bidden". "Iemands wil buigen" (overgankelijk) wil zeggen: hem tot volgzaamheid brengen.

Gebogen dingen

Buigen van de knieën

Het buigen van de knieën is een gebaar:

  1. van eerbewijzing aan mensen (2 Kon. 1: 13. Esth. 3: 2, 5. Hand. 10 : 25);
  2. van onderdanigheid
  3. van aanbidding en goddelijke verering van afgoden (1 Kon. 19: 18), van God (Jes. 45: 23. Ps. 22: 30. 2 Kron. 20: 18 . 29: 29), de Vader (Ef. 3: 14), van Jezus Christus (Flp. 2: 10) spottend (Matth.  27: 29).

Buigen van de rug

Dit is gewoonlijk het hoofd en bovenlichaam voorover doen hellen, een buiging maken, als groet, teken van eerbewijs of onderwerping. "Hij boog en vertrok"). "Voor iemands wil buigen" wil zeggen: zich onderwerpen, gehoorzamen. Het buigen van de rug, van onderworpen vijanden, (Rom. 11 : 11), is een zinnebeeld voor verootmoediging, vgl. Job 9: 13; 40: 7. Ps. 44 : 26.

Buigen van het recht

Buigen van het recht (Deut. 16:19. 1 Sam. 8: 3) heeft betrekking op ongerechtigheid en partijdigheid in het gericht, dikwijls ten gevolge van omkoping door geschenken (Job 36 : 18), buigen = partijdig maken. De wet waarschuwt dikwijls tegen het buigen van het recht der armen, vreemdelingen en wezen (Exod. 23 : 6. Deut. 16 : 19; 24: 17; 27: 19; vgl. Spr. 17: 23. Jes. 10: 1).

De 16:19  U mag het recht niet buigen. U mag niet partijdig zijn en geen geschenk aannemen, want een geschenk verblindt de ogen van wijzen en verdraait de woorden van rechtvaardigen. (HSV)

De 24:17  U mag het recht van de vreemdeling [en] de wees niet buigen, en u mag het kleed van een weduwe niet in onderpand nemen, (HSV)

Voor afgoden buigen

God verbiedt ons voor andere goden neer te buigen.

Jer 25:6  En wandelt andere goden niet na, om die te dienen, en u voor die neder te buigen; en vertoornt Mij niet door uwer handen werk, opdat Ik u geen kwaad doe. (SV)

"Voor de mammon buigen" wil zeggen: geld boven alles dienen als zijn god. Jesaja wijst op de dwaasheid dat mensen zich een afgodsbeeld laten maken en zich er daarna voor buigen.

Jes 46:6  Zij verkwisten het goud uit de beurs, en wegen het zilver met de waag; zij huren een goudsmid, en die maakt het tot een god, zij knielen neder, ook buigen zij zich [daarvoor]. (SV)

Voor God buigen

Ro 14:11  Want er is geschreven: Ik leef, zegt de Heere; voor Mij zal alle knie zich buigen, en alle tong zal God belijden. (Telos)

Voor de Heer Jezus Christus buigen

De Israëlieten zullen allen eens voor Hem buigen. Dit is voorafgebeeld in de droom van Jozef, die aan zijn broers verhaalde:

Ge 37:7  Zie, wij waren midden op de akker schoven aan het binden; en zie, mijn schoof stond op en bleef ook overeind staan. En zie, jullie schoven kwamen om hem heen [staan] en bogen zich voor mijn schoof neer. Ge 37:8  Toen zeiden zijn broers tegen hem: Wil je dan soms over ons regeren? Wil je dan soms over ons heersen? Daarom haatten zij hem nog meer, vanwege zijn dromen en vanwege zijn woorden. (...) Ge 37:9  Hij kreeg nog een andere droom, en vertelde [ook] die aan zijn broers. Hij zei: Zie, ik heb weer een droom gehad; en zie, de zon, de maan en elf sterren bogen zich voor mij neer. Ge 37:10  Toen hij dit aan zijn vader en zijn broers vertelde, bestrafte zijn vader hem en zei tegen hem: Wat is dat voor een droom die je gehad hebt? Moeten wij, [namelijk] ik, je moeder en je broers, soms naar je toe komen om ons voor jou ter aarde neer te buigen?  Ge 37:11  Zijn broers waren jaloers op hem, maar zijn vader hield de zaak [in gedachten]. (HSV)

Inderdaad zou Jozef over zijn familie regeren - als een goedertieren heerser in Egypte. Voor Hem zullen koningen en vorsten zich buigen.

Jes 49:7  Alzo zegt de HEERE, de Verlosser van Israël, Zijn Heilige, tot de verachte ziel, tot Dien, aan Welken het volk een gruwel heeft, tot den Knecht dergenen, die heersen: Koningen zullen het zien en opstaan, [ook] vorsten, en zij zullen zich [voor] [U] buigen; om des HEEREN wil, Die getrouw is, om den Heilige Israëls, Die U verkoren heeft. (SV)

Flp 2:9  Daarom heeft Hem ook God uitermate verhoogd, en heeft Hem een Naam gegeven, welke boven allen naam is;  Flp 2:10  Opdat in den Naam van Jezus zich zou buigen alle knie dergenen, die in den hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn. Flp 2:11  En alle tong zou belijden, dat Jezus Christus de Heere zij, tot heerlijkheid Gods des Vaders. (Telos)

Bronnen

Van Dale's Groot woordenboek der Nederlandse taal (13e uitgave), digitale versie 1.0 Plus, jaar 2000.

H. Zeller, Bijbelsch Woordenboek voor het Christelijke volk. Eerste deel A - J. ('s Gravenhage: M.J. Visser, 1867) s.v. Buigen. Tekst hiervan is onder wijziging verwerkt op 17 nov. 2020.

Voetnoten

  1. Van Dale's Groot woordenboek der Nederlandse taal (13e uitgave), digitale versie 1.0 Plus, jaar 2000.
  2. VanDale.nl, geraadpleegd 17 nov. 2020.