Daniël (boek)/Hoofdstuk 11

Uit Christipedia
< Daniël (boek)
Versie door Kees Langeveld (overleg | bijdragen) op 14 jun 2020 om 17:30
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

Daniël (boek):


Hoofdstuk 11 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Dan. 11:37

Da 11:37  En op de goden zijner vaderen zal hij geen acht geven, noch op de begeerte der vrouwen; hij zal ook op geen God acht geven, maar hij zal zich boven alles groot maken. (SV)

De goden. Of, de God. In het Hebreeuws wordt Elohiem gebruikt, een meervoudsvorm die zowel voor God als voor de (af)goden wordt gebezigd. De Nederlandse vertalingen hebben goden. Luther en de King James vertaling hebben hier God. De meeste Engelse vertalingen echter hebben 'gods'. Redenen om te denken aan 'goden' zijn: (1) het zinsverband, die niet naar de God van Israël verwijst; (2) het gebruik van het enkelvoudige Elah, in plaats van het meervoudige Elohiem, als Daniël verwijst naar de God van zijn vaderen.

Da 2:23  Ik dank en ik loof U, o God mijner vaderen! omdat Gij mij wijsheid en kracht gegeven hebt, en mij nu bekend gemaakt hebt, wat wij van U verzocht hebben, want Gij hebt ons des konings zaak bekend gemaakt. (SV)