Daniël 3

Daniël 3 is een hoofdstuk van het boek Daniël. Het wordt hieronder samengevat en/of becommentarieerd.

De volgende hoofdstukken zijn samengevat en/of passages ervan becommentarieerd:
Daniël: 1 · 2 · 3 · 4 · 5 · 7 · 9 · 11 · 12

Samenvatting

Daniëls vrienden weigeren Nebukadnezars beeld te aanbidden, worden hierom in een vuuroven geworpen, maar daarin wonderlijk bewaard. 1-6 Koning Nebukadnezar laat in het dal Dura een gouden beeld oprichten, dat bij de inwijding iedereen moet aanbidden, op straffe van in de brandende oven geworpen te worden. 7-12 Iedereen gehoorzaamt, behalve de drie vrienden van Daniël. 13-18 De koning laat hen halen en hoort uit hun mond een besliste weigering zijn god(en) te dienen en het beeld te aanbidden. 19-23 In toorn ontbrand, laat hij de oven zevenmaal heter stoken en de drie Joodse weigerambtenaren gebonden daarin werpen. 24-27 Tot zijn schrik ziet hij niet drie, maar vier personen ongebonden in het vuur rondgaan. Hij laat de drie mannen eruit komen; er is zelfs geen brandlucht aan hen te bespeuren! 28-30 Daarop looft Nebukadnezar hun God en vaardigt aan zijn onderdanen een verbod uit, kwaad te spreken van zulk een machtige God. De drie mannen maakt hij voorspoedig in het gewest Babel.

1

1 De koning Nebukadnezar maakte een beeld van goud, welks hoogte was zestig ellen, zijn breedte zes ellen; hij richtte het op in het dal Dura, in het landschap van Babel. (SV)  

Een beeld van goud. In meerdere verzen van dit hoofdstuk (5, 7, 10 enz) is uitdrukkelijk sprake van "het gouden beeld". Goud is een kostbaar metaal. Het hoofd van het statenbeeld stelde deze koning voor en was van goud.

Welks hoogte was zestig ellen, zijn breedte zes ellen. Ongeveer 30 meter hoog en 3 meter breed; zie El. Voor de hoogte van verdieping geldt de vuistregel dat een woonlaag 3 meter hoog is. 30 meter hoogte komt dus overeen met een flatgebouw van 10 woonlagen oftewel 9 verdiepingen.

Ook het gedroomde statenbeeld was zeer hoog.

Het verschil tussen de twee beelden is:

  1. het gedroomde beeld bevat verschillende metalen, zelfs leem. Het door Nebukadnezar opgerichte beeld is geheel van het kostbaarste metaal goud.
  2. het gedroomd beeld stelde slechts ten dele de koning voor, namelijk alleen het gouden hoofd. Het gemaakte beeld stelt misschien in zijn geheel de koning voor.

Dágelijks moeten burgers in Noord-Korea eer bewijzen aan de in 1994 overleden leider Kim Il-Sung, bij diens immense, 23 meter hoge, standbeeld in de hoofdstad van het land. Wie dat niet doet, riskeert het strafkamp.

Zestig...zes. Zes is het getal van de mens, die op de zesde dag geschapen is. De zestig en zes doen ook denken aan het getal 666, ofschoon dit een ander getal is.

Wat stelt het beeld voor? Het is alsof de koning het gedroomde beeld wilde realiseren en het geheel van goud wilde maken; een beeld dat alleen van hem, de grote koning, sprak. Maar of het beeld de koning voorstelt, is onzeker. In het laatste Bijbelboek is sprake van het beeld van het Beest, dat voor het Beest gemaakt zal worden en ook aanbeden moet worden. Dat beeld zal wellicht iets van het Beest weergeven. Derhalve geeft het beeld van Nebukadnezar, dat een voorafbeelding is van het beeld van het Beest, misschien ook (iets van) deze koning weer.

Daartegen kan men opwerpen dat het beeld misschien iets van de goden of van de god Bel van Nebukadnezar symboliseert en niet van de koning. Immers zegt hij tegen de drie metgezellen van Daniël: "Is het met opzet dat jullie mijn goden niet eert en het gouden beeld, dat ik opgericht heb, niet aanbidt." (14), en antwoorden de metgezellen "dat wij uw goden niet zullen eren, noch het gouden beeld, dat u hebt opgericht, zullen aanbidden." (18), en Nebukadnezar zegt van hen dat zij hun lichamen hebben overgegeven, "opdat zij geen god eerden noch aanbaden dan hun God" (28). Dit wijst erop dat het beeld een afgodische functie had, een functie gericht op de goden van de koning of in het bijzonder zijn god Bel.

Denkbaar is evenwel dat het beeld zowel iets zegt van de god(en) als van de koning, die immers als hoofd van de priesters de schakel is tussen de goden en de mensen.

5

5 Ten tijde als gij horen zult het geluid des hoorns, der pijp, der citer, der vedel, der psalteren, des akkoordgezangs, en allerlei soorten van muziek, zo zult gijlieden nedervallen, en aanbidden het gouden beeld, hetwelk de koning Nebukadnezar heeft opgericht; (SV) 
Muziek maakt de inwijding feestelijk, aangenaam, aantrekkelijk.
1Co 12:2  U weet dat toen u van de volken was, u tot de stomme afgoden werd heengedreven, al naar u geleid werd. (Telos)

12

12 Er zijn Joodse mannen, die gij over de bediening van het landschap van Babel gesteld hebt, Sadrach, Mesach en Abed-nego; deze mannen hebben, o koning! op u geen acht gesteld; uw goden eren zij niet, en zij bidden het gouden beeld niet aan, hetwelk gij opgericht hebt. (SV)  

De Joodse mannen weigeren het eerste en tweede van de Tien Woorden (geboden) te overtreden: geen ander goden vereren en geen beeld maken. (Ex. 20:1v).

In de eindtijd zal het Beest zich tot god verheffen (2 Thess. 2) en zal er een beeld voor hem worden gemaakt, dat aanbeden moet worden.

15

15  Nu dan, zo ulieden gereed zijt, dat u ten tijde, als u horen zult het geluid van de hoorn, van de fluit, van de citer, van de luit, van de psalters, en van het orgel, en allerlei soort van muziek, neervalt en aanbidt het beeld dat ik gemaakt heb, [dan] [is] [het] [wel]; maar zo ulieden het niet aanbidt; ter zelfder ure zult ulieden geworpen worden in het midden van de oven van het brandende vuur; en wie is de God, Die ulieden uit mijn handen verlossen zou? (CP[1]) 

De koning treedt op als opperste rechter onder de zonnegod Sjamasj[2].

In het midden van de oven. Zie ook vzn. 21, 23, 25, 26.

17

17 Zal het zo zijn, onze God, Dien wij eren, is machtig ons te verlossen uit den oven des brandenden vuurs, en Hij zal [ons] uit uw hand, o koning! verlossen. (SV) 
Jes 43:1 Maar nu, alzo zegt de HEERE, uw Schepper, o Jakob! en uw Formeerder, o Israël! vrees niet, want Ik heb u verlost; Ik heb u bij uw naam geroepen, gij zijt Mijn. Jes 43:2  Wanneer gij zult gaan door het water, Ik zal bij u zijn, en door de rivieren, zij zullen u niet overstromen; wanneer gij door het vuur zult gaan, zult gij niet verbranden, en de vlam zal u niet aansteken. (SV)
1Jo 2:14  Ik heb u geschreven, vaders, omdat u Hem kent die van het begin af is. Ik heb u geschreven, jongelingen, omdat u sterk bent en het woord van God in u blijft en u de boze overwonnen hebt. (Telos)
1Jo 5:4  Want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning die de wereld overwonnen heeft: ons geloof. (Telos)

19

Da 3:19  Toen werd Nebukadnezar vol grimmigheid, en de gedaante zijns aangezichts veranderde tegen Sadrach, Mesach en Abed-nego; hij antwoordde en zeide, dat men den oven zevenmaal meer heet zou maken dan men dien pleegt heet te maken. (SV)

Zevenmaal meer heet zou maken. De laatste jaarweek van Daniël, die zeven jaar zal duren, zal vooral in de tweede helft een enorm grote verdrukking brengen voor het volk Israël. Een gelovig overblijfsel zal behouden worden. Hiervoor zal de Heer Jezus zorg dragen.

21

21 Toen werden die mannen gebonden in hun mantels, hun broeken, en hun hoeden, en hun [andere] kleren, en zij wierpen hen in het midden van de oven van het brandende vuur. (CP[1]) 

In het midden van de oven. Zie ook vzn. 15, 23, 25, 26.

Misschien heeft de apostel Paulus aan deze gebeurtenis gedacht, toen hij schreef:
1Co 13:3  En al zou ik al mijn bezittingen uitdelen tot levensonderhoud [van de armen], en al zou ik mijn lichaam overgeven om verbrand te worden, maar ik had de liefde niet, het baatte mij niets. (HSV)

22

22 Daarom dan, dewijl het woord des konings aandreef, en de oven zeer heet was, zo hebben de vonken des vuurs die mannen, die Sadrach, Mesach en Abed-nego opgeheven hadden, gedood. (SV)  

Dit noodlottige ongeval toont aan hoe heet de oven was en maakt de verlossing van de drie Joodse mannen, die nu plaatsvindt, des te wonderbaarlijker. Het ongeval is wellicht ook een illustratie van het goddelijk rechtsbeginsel van wedervergelding.

25

25 Hij antwoordde en zeide: Ziet, ik zie vier mannen, los wandelende in het midden des vuurs, en er is geen verderf aan hen; en de gedaante des vierden is gelijk een zoon der goden. (SV)  
 
De koning ziet vier mannen.

Een zoon der goden. Kennelijk had deze persoon een lichtende gedaante en/of een gedaante die hoger was dan de drie Joodse mannen.

27

27 Toen vergaderden de stadhouders, de overheden, en de landvoogden, en de raadsheren van de koning, deze mannen beziende, omdat het vuur over hun lichamen niet geheerst had, en dat het haar van hun hoofd niet verbrand was, en hun mantels niet veranderd waren, ja, dat de geur van het vuur daardoor niet gegaan was. (CP[1]) 
De geur van het vuur daardoor niet gegaan was. Hun mantels hadden dus geen brandlucht.
Jes 43:1 Maar nu, alzo zegt de HEERE, uw Schepper, o Jakob! en uw Formeerder, o Israël! vrees niet, want Ik heb u verlost; Ik heb u bij uw naam geroepen, gij zijt Mijn. Jes 43:2  Wanneer gij zult gaan door het water, Ik zal bij u zijn, en door de rivieren, zij zullen u niet overstromen; wanneer gij door het vuur zult gaan, zult gij niet verbranden, en de vlam zal u niet aansteken. (SV)

28

28 Nebukadnezar antwoordde en zeide: Geloofd zij de God van Sadrach, Mesach en Abed-nego, Die Zijn engel gezonden, en Zijn knechten verlost heeft, die op Hem vertrouwd hebben, en des konings woord veranderd, en hun lichamen overgegeven hebben, opdat zij geen god eerden noch aanbaden, dan hun God. (SV) 

De gramschap van de koning jegens de hem ongehoorzame mannen, de weigerambtenaren, heeft plaatsgemaakt voor waardering.

Die op Hem vertrouwd hebben. Hun woorden spraken de koning van vertrouwen in hun God.

Zijn engel gezonden. Zijn bode, gezant. Iemand "gelijk een godenzoon" (25), aldus de koning. Wie is deze engel? De aartsengel Michaël? De Engel van Jahweh, d.i. de Zoon van God?

29

29 Daarom wordt van mij een bevel gegeven, dat alle volk, natie en tong, die lastering spreekt tegen de God van Sadrach, Mesach en Abed-nego, in stukken gehouwen wordt, en zijn huis tot een drekhoop gesteld wordt; want er is geen ander God, Die zó verlossen kan. (CP[1]) 

Er is geen ander God, Die zó verlossen kan. Vgl. vs. 26, waarin de koning erkent dat de God van de Israëlitische mannen "de allerhoogste God" is.

30

30 Toen maakte de koning Sadrach, Mesach en Abed-nego voorspoedig in het landschap van Babel. (SV) 

Het vorige hoofdstuk eindigde met de verhoging van Daniël en zijn drie vrienden. Zij kregen een aanzienlijke functie. Nu worden de drie vrienden verder begunstigd en bevestigd op hun post.

Video

Libro de Daniel: Capítulo III - El horno de fuego / Book of Daniel: Chapter III - The Fire Furnace. Youtube.com: Buena Noticio ICT, 17 juni 2020. Duur: 15 min. 19 sec. Verfilming van Dan. 3. Gesproken in het Spaans, ondertiteling in het Engels beschikbaar.

Bron

Leidsche Vertaling (1914). Tekst van de samenvatting van Dan. 3 is onder wijziging verwerkt op 21 jan. 2023.

Voetnoten

  1. 1,0 1,1 1,2 1,3 Hertaling of vertaling door Christipedia, uitgaande van de Statenvertaling.
  2. Roger Liebi, Das Buch Daniël, hoofdstukken 1 t/m 3 (juni 2013). Transcript van een toespraak.