Discipel

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een discipel of leerling is een aanhanger en volgeling van een profeet of wijze. Een gelovige in Jezus Christus is een discipel van Hem; hij wil worden als zijn Meester.

Het woord ‘discipel’ is een vertaling van het Griekse woord mathe’tes (μαθητης), dat “leerling, pupil, discipel” betekent, en dat afgeleid is van het werkwoord man’thano (μανθανω). Manthano heeft de volgende betekenissen:

  • 1) leren, aannemen
  • 1a) zijn kennis vermeerderen, meer kennis verwerven
  • 1b) horen, vernemen
  • 1c) leren door gebruik en ervaring
  • 1c1) gewoon zijn

Een discipel of leerling leert van een Meester (of Leermeester) en volgt Hem na. De verhouding leerling - meester wordt onderscheiden van de verhouding slaaf - heer. Een slaaf is eigendom van zijn heer en dient hem. Een leerling leert van zijn meester en wil hem navolgen.

Mt 10:24 Een discipel is niet boven zijn meester, en een slaaf niet boven zijn heer. Mt 10:25 Het is de discipel genoeg dat hij wordt als zijn meester, en de slaaf als zijn heer. Als zij de heer des huizes Beelzebul hebben genoemd, hoeveel te meer zijn huisgenoten! (TELOS)

De bekendste leerlingen van de Heer Jezus waren de twaalf die door hem geroepen waren. Doch er waren er meer, onder andere Jozef van Arimathea, die later zijn graf ter beschikking stelde aan zijn gestorven Meester:

Mt 27:57  Toen het nu avond was geworden, kwam een rijk man van Arimathea, Jozef geheten, die ook zelf een discipel van Jezus was geworden. (TELOS)

In het Nieuwe Testament zijn er behalve discipelen van de Heer Jezus ook leerlingen van Johannes de Doper. Dezen vroegen Jezus waarom zijn discipelen niet vasten.

Mt 9:14 Toen kwamen de discipelen van Johannes tot Hem en zeiden: Waarom vasten wij en de farizeeen dikwijls, maar uw discipelen vasten niet? (TELOS)

Jezus’ tegenstanders noemden zichzelf, tegenover de blindgeborene die genezen was, ‘discipelen van Mozes

Joh 9:28 En zij scholden hem uit en zeiden: U bent een discipel van Hem, maar wij zijn discipelen van Mozes. (TELOS)

Ook Paulus had zijn discipelen (Hand. 9:25 ‘zijn discipelen’), maar hij leidde hen op tot discipelen van de Heer Jezus. Het doel van een discipel is te worden als zijn meester.

Mt 10:24 Een discipel is niet boven zijn meester, en een slaaf niet boven zijn heer. Mt 10:25 Het is de discipel genoeg dat hij wordt als zijn meester, en de slaaf als zijn heer. Als zij de heer des huizes Beelzebul hebben genoemd, hoeveel te meer zijn huisgenoten! (TELOS)

Bron

Grieks-Nederlands Lexicon (onderdeel van de Online Bible) s.v. Strongs nummer 3101, 3129.