Eerste brief van Petrus

Uit Christipedia
Versie door Kees Langeveld (overleg | bijdragen) op 24 nov 2021 om 12:40 (→‎Geadresseerden)
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De eerste brief van Petrus ofwel 1 Petrus is de eerste van twee brieven van de apostel Petrus die zijn opgenomen in het Nieuwe Testament. Hij rust de christenen toe met het oog op het lijden dat zij ondergaan.

Schrijver

Zowel de eerste als de tweede brief van Petrus noemen hem als de schrijver. Ze beginnen in vers 1 met de vermelding respectievelijk " Petrus, een apostel van Jezus Christus" en "Simeon Petrus, een dienstknecht en apostel van Jezus Christus.". Bij het schrijven van de eerste brief ontving Petrus hulp van Silvanus (Silas), 1 Petr. 5:12.
1Pe 5:12 Door Silvanus, die naar ik meen voor u een trouwe broeder is, heb ik in het kort geschreven ... . (TELOS)
Plaats. Petrus schreef de brief toen hij zich samen met Marcus in Babylon bevond, waar een uitgebreide Joodse gemeenschap woonde. Het is echter ook mogelijk dat hij "Babylon" gebruikte als een symbolische aanduiding voor de stad Rome.

Geadresseerden

Petrus schreef aan de gelovigen in enige landschappen van Klein-Azië: Pontus, Galatië, Kapadocië, Asia en Bitynië (1 Petr. 1:2). Ze waren door Paulus en diens medearbeiders met de naam van Jezus en de boodschap van het evangelie bekendgemaakt.

Het is niet duidelijk[1] of hij gelovigen uit de joden dan wel uit de heidenen of allebei[2] op het oog had. Petrus, 'apostel van de besnedenen' (Gal. 2:8) schreef 'aan de vreemdelingen in de verstrooiing':
1Pe 1:1 Petrus, apostel van Jezus Christus aan de vreemdelingen in de verstrooiing in Pontus, Galatie, Kappadocie, Asia, en Bithynie, (TELOS)
Het Griekse woord voor 'verstrooiing' is 'diaspora', een woord dat Jakobus gebruikt in verband met de joden, Jak. 1:1 'aan de twaalf stammen in de verstrooiing'. De passage 1 Petr. 4:1-4 doet daarentegen denken aan gelovigen uit de heidenen. Ze deden vroeger immers 'de wil van de volken', de vleselijke begeerten van de mensen en niet de wil van God.

Aanleiding tot het schrijven zijn de vervolgingen die de christenen daar overkwamen. In hun midden was een "vuurgloed" van verdrukking (4:12). Ze hadden "deel aan het lijden van Christus" (4:13).

Ligging van Bithynië en Pontus, Galatië, Kappadocië en Asia, in het huidige Turkije.

Datering

Aangezien Petrus deze brief in het bijzonder aan de gelovigen in de genoemde landstreken heeft geschreven, kunnen we aannemen dat deze brief pas rond 60 na Christus moet zijn geschreven[3], daar er voor die tijd nog geen christengemeenten waren in die regio's.

Boodschap

De schrijver heeft zich ten doel gesteld het geloof bij zijn lezers, die lijden om Christus' wil, te versterken door hen te herinneren aan de hoofdinhoud van het evangelie. Met ingenomenheid spreekt hij van de hoop, welke de gelovige in Christus bezit, daar deze hoop onder alle lijden vertroost en tot een heilige wandel dringen moet.

Het sleutelwoord is 'lijden'. De gebruikte Griekse woorden voor lijden zijn pascho of pathema. Deze komen 16x voor: 12 x pascho + 4 x pathema[4].  

Petrus roept de lijdende christenen op tot een heilige levenswandel, zodat aan ieder duidelijk zal zijn dat ze niet lijden vanwege eigen zonden. Lijden hoort bij het christenleven, ook Christus heeft voor ons geleden. Lijden om Christus' wil is genade van God.
1Pe 5:12 Door Silvanus, die naar ik meen voor u een trouwe broeder is, heb ik in het kort geschreven om u te vermanen en te betuigen, dat dit de ware genade van God is waarin u moet staan. (TELOS)
Ook elders lijden de gelovigen, 1 Petr. 5:9.

Na het godsdienstig standpunt van zijn lezers goedgekeurd te hebben, eindigt hij zijn schrijven met krachtige vermaning tot onderscheidene plichten in verband met de houding tegenover de overheid, de slavernij, het huwelijk en de onderlinge relaties binnen de gemeente. Hij roept op tot een nederige levenshouding.

Indeling

Globaal gaat de eerste brief over drie onderwerpen:

  • 1:1-2:10          over de verlossing en levensheiliging.
  • 2:11-3:12        over het gezag en huwelijk.
  • 3:13-5:14        over het lijden en volharding.

Een nadere indeling is:

  • 1:1-2 inleiding.
  • 1:3-2:17 hoop en goede wandel in Christus.
    • 1:3-13 de toekomstige behoudenis. Nu: bedroefd door allerlei verzoekingen. Maar: wedergeboren, uitverkoren, liefde tot de Heer Jezus. En straks: volkomen behoudenis, eeuwig leven, erfenis in de hemel, heerlijkheid. Daarom ook nu nodig: hoop, verstand, nuchterheid.
    • 1:14-16 Weest heilig.
    • 1:17-21 Wandelt in de vreze Gods (met geloof en hoop op Hem).
    • 1:22-25 Hebt elkaar lief, u die wedergeboren bent.
    • 2:1-11 Afleggen. Geestelijke groei.
    • 2:11-17 Onthouding en goeddoen.
  • 2:18-25 vermaningen aan de huisknechten.
  • 3:1-6 vermaningen aan de vrouwen.
  • 3:7 vermaningen aan de mannen.
  • 3:8 vermaningen aan allen.
  • 5:1-4 vermaningen aan de oudsten.
  • 5:5 vermaningen aan de jongeren.
  • 5:5- vermaningen aan allen.
  • 5:10-15 slot.

Commentaar

De volgende hoofdstukken zijn samengevat en/of passages ervan becommentarieerd:

Hoofdstukken van 1 Petrus: 12345.

Zie ook

Tweede brief van Petrus.

Bron

P.J. Gouda Quint, Woordenboek des Bijbels, inzonderheid ten gebruike bij de Statenvertaling. Haarlem: De erven F. Bohn, 1866. Enige tekst van het lemma 'Petrus' is op 2 okt. 2021 onder wijziging verwerkt.

Voetnoten

  1. Volgens de inleiding tot de eerste brief van Petrus in de Telos-vertaling richt de brief zich 'vooral ... tot Joodse christenen'. Dr. ir. J. de Graaf e.a. (red.), Tekst voor Tekst; de Heilige Schrift kort verklaard en toegelicht. (Boekencentrum, 1987) daarentegen stelt dat we 'beslist aan christenen uit de heidenen' hebben te denken.
  2. P.J. Gouda Quint, Woordenboek des Bijbels, inzonderheid ten gebruike bij de Statenvertaling. (Haarlem: De erven F. Bohn, 1866) s.v. Petrus, stelt dat de christenen aldaar "vroeger grotendeels heidenen" waren.
  3. P.J. Gouda Quint, Woordenboek des Bijbels, inzonderheid ten gebruike bij de Statenvertaling (Haarlem: De erven F. Bohn, 1866) s.v. Petrus, dateert de brief 65-67 n.C. .
  4. In het hele Nieuwe Testament komt “pascho” 41x voor en “pathema” 16x, samen 57x.