Genezing

Genezing is het beter worden of maken van een zieke of wond. De belangrijkste genezing is die van zonde en haar gevolg: geestelijke en zedelijke genezing.

De profeet Elia bidt voor genezing bij de weduwe in Zarfath, uit het boek Koningen.
Zie Ziekte voor het hoofdartikel over dit onderwerp

Lichamelijke genezing is niet het enige of het hoogste antwoord op het probleem van ziekte en lijden. Bovendien, in zonde leven is de ergste kwaal en genezing daarvan belangrijker dan genezing van een lichamelijke ziekte.

Geestelijke, zedelijke genezing

Petrus scheen te denken aan zedelijke en geestelijke genezing, toen hij aan christenslaven schreef:

1Pe 2:24  die Zelf onze zonden in zijn lichaam heeft gedragen op het hout, opdat wij, voor de zonden afgestorven, voor de gerechtigheid leven: ‘door zijn striemen bent u gezond geworden’. (Telos)

Petrus haalt een woord uit Jes. 53 aan.
Jes 53:5 Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden. (SV)
De striem heeft Hij om onzentwil ondergaan. De apostel gebruikt het woord striem hier te liever, daar de dienstknechten, omdat zij christenen waren, dergelijke striemen van hun harde heren dikwijls moesten dragen. De door Petrus aangehaalde tekst uit Jesaja 53 wordt hier blijkbaar geestelijk en zedelijk verstaan; hij denkt niet aan de genezing van lichamelijke kwalen. Vergelijk:
Jes 1:6 Van de voetzool af tot het hoofd toe is er niets geheels aan hetzelve; [maar] wonden, en striemen, en etterbuilen, [die] niet uitgedrukt noch verbonden zijn, en geen derzelve is met olie verzacht. (SV)

Innerlijke genezing

De verkondiging van het evangelie zou, volgens de profetie van Jesaja, gepaard gaan met bevrijding en heling, ook innerlijke genezing, heling van het hart.
Jes 61:1 De Geest des Heeren HEEREN is op Mij, omdat de HEERE Mij gezalfd heeft, om een blijde boodschap te brengen den zachtmoedigen; Hij heeft Mij gezonden om te verbinden de gebrokenen van harte, om den gevangenen vrijheid uit te roepen, en den gebondenen opening der gevangenis; Jes 61:2  Om uit te roepen het jaar van het welbehagen des HEEREN, en den dag der wraak onzes Gods; om alle treurigen te troosten; (SV)
Dat is in vervulling gegaan door de Heer Jezus. In de synagoge te Nazareth las hij de profetie van Jesaja voor:
Lu 4:18  ‘De Geest van de Heer is op Mij, doordat Hij Mij heeft gezalfd om aan armen het evangelie te verkondigen; Hij heeft Mij gezonden Lu 4:19  om aan gevangenen loslating te prediken en aan blinden het gezicht, om verbrokenen heen te zenden in vrijlating, om te prediken het aangename jaar van de Heer’. (...) Lu 4:21  en de ogen van allen in de synagoge waren op Hem gericht. Hij nu begon tot hen te zeggen: Heden is dit Schriftwoord in uw oren vervuld. (Telos)

God onze Heelmeester

God is onze Heelmeester, de allerhoogste Geneesheer, de allerbeste Arts. Tot Zijn volk Israël zei Hij:
Ex 15:26  Hij zei: Als u aandachtig luistert naar de stem van de HEERE, uw God, en doet wat juist is in Zijn ogen, als u Zijn geboden gehoorzaamt en al Zijn verordeningen in acht neemt, dan zal Ik geen enkele van de ziekten over u brengen die Ik over Egypte gebracht heb, want Ik ben de HEERE, uw Heelmeester. (HSV)   
Dat Jahweh onze Heelmeester is, betekent hier voor Israël dat hij hen niet zou plagen met de epidemische ziekten die Hij over Egypte heeft gebracht. We mogen niet concluderen dat God altijd ziekten, bijvoorbeeld melaatsheid of vergiftiging door een slangenbeet, zal genezen.

God belooft soms ziekte te genezen, Exod. 23: 25; 2 Kon. 20: 5. Hij geneest ziekte, Exod. 23: 25; Deut. 32: 39; 2 Kon. 20: 5-7 en Jes. 38: 5, 9; Job 5: 18; Ps. 103: 3; 107: 20. God toont zijn macht en ontferming in het genezen van ziekte, Luk. 5: 17; Fil. 2: 27. God verhoort de gelovigen in ziekte, 2 Kon. 20: 5 en Jes. 38: 5; Ps. 30: 3; Ps. 107: 18-20.

Het Oude Testament vermeldt wel meer gevallen dat God mensen ziek maakt of doodt, dan gevallen dat Hij geneest of levend maakt.

'Ik verwond en Ik genees'. Zegt God:
De 32:39 Zie nu [in] dat Ik, Ik Die ben, er is geen God naast Mij. Ík dood en Ik maak levend, Ik verwond en Ík genees en er is niemand die uit Mijn hand redt! (HSV)
Hannah. God opende de baarmoeder van Hannah, die Hij eerder had toegesloten.
 1Sa 1:5  Maar aan Hanna gaf hij een aanzienlijk deel, want hij had Hanna lief; doch de HEERE had haar baarmoeder toegesloten. (...) 1Sa 1:17  Toen antwoordde Eli en zeide: Ga heen in vrede, en de God Israëls zal uw bede geven, die gij van Hem gebeden hebt. (SV)
'Die al uw krankheden geneest'.
Ps 103:2  Loof den HEERE, mijn ziel, en vergeet geen van Zijn weldaden; Ps 103:3  Die al uw ongerechtigheid vergeeft, die al uw krankheden geneest; Ps 103:4  Die uw leven verlost van het verderf, die u kroont met goedertierenheid en barmhartigheden; Ps 103:5  Die uw mond verzadigt met het goede, uw jeugd vernieuwt als eens arends. (SV)
Naäman. Deze Syrische generaal schreef de genezing van zijn melaatsheid aan God toe.
2Kon 5:14  Zo klom hij af, en doopte zich in de Jordaan zevenmaal, naar het woord van den man Gods; en zijn vlees kwam weder, gelijk het vlees van een kleinen jongen; en hij werd rein. 2Kon 5:15 Toen keerde hij weder tot den man Gods, hij en zijn ganse heir, en kwam, en stond voor zijn aangezicht en zeide: Zie, nu weet ik, dat er geen God is op de ganse aarde, dan in Israël! Nu dan, neem toch een zegen van uw knecht. (SV)
Hizkia. God maakte koning Hizkia gezond en voegde vijftien levensjaren bij diens leven.
Jes 38:5  Ga henen, en zeg tot Hizkia: Zo zegt de HEERE, de God van uw vader David: Ik heb uw gebed gehoord, Ik heb uw tranen gezien; zie, Ik zal vijftien jaren tot uw dagen toedoen; (...)  Jes 38:9  [Dit] is het schrift van Hizkia, koning van Juda, toen hij ziek geweest en van zijn ziekte genezen was. (...) Jes 38:16  Heere, bij deze dingen leeft men, en in dit alles is het leven van mijn geest; want Gij hebt mij gezond gemaakt en mij genezen. (...) Jes 38:21  Jesaja nu had gezegd: Laat men nemen een klomp vijgen, en tot een pleister op het gezwel maken, en hij zal genezen. (SV)
Epafroditus. Hetzij op deze reis, hetzij gedurende zijn verblijf te Rome, werd Epafroditus, een medearbeider van Paulus, zeer ernstig ziek, maar herstelde weer tot grote vreugde van de apostel.
Flp 2:25 Maar ik vond het nodig Epafroditus, mijn broeder en medearbeider en medestrijder, maar uw gezant en bedienaar in mijn behoefte, naar u toe te zenden, Flp 2:26 daar hij zeer naar u allen verlangde en verontrust was omdat u had gehoord dat hij ziek was. Flp 2:27 Want hij is ook ziek geweest, de dood nabij, maar God heeft Zich over Hem erbarmd, en niet alleen over hem maar ook over mij, opdat ik niet droefheid op droefheid had. Flp 2:28 Daarom heb ik hem met des te meer spoed gezonden, opdat u, als u hem ziet, zich weer verblijdt en ik minder bedroefd ben. Flp 2:29 Ontvangt hem dan in de Heer met alle blijdschap en houdt zulke mannen in ere; Flp 2:30 want om het werk van Christus is hij de dood nabij gekomen, doordat hij zijn leven heeft gewaagd om aan te vullen wat aan uw dienstbetoon jegens mij ontbrak. (TELOS)

Christus geneest

De Heer Jezus Christus heeft ziekte genezen, Matth. 4: 23; 8: 16; 9: 35; 14: 14; Mark. 1: 34; Luk. 4: 40; 9: 11. Hij heeft genezen in tegenwoordigheid van de zieke (Mark. 1: 31; Luk. 4: 39), maar ook terwijl hij niet bij de zieke aanwezig was (Matth.8: 13; 15: 28; Mark. 7: 29, 80; Luk.7: 10; Joh. 4: 50, 53). Hij heeft genezen door een woord (Matth. 8: 8, 13; 9: 6; 12: 13; Mark. 3:5; Luk. 5:24; 7:7, 10). Hij heeft genezen door aanraking van de zieke (Matth. 8: 3; 9: 29, 30; Luk. 22:51), zoals door handoplegging (Mark. 6: 5; 8: 23; Luk. 13: 13). Hij heeft genezen doordat zieken zijn kleed aanraakten (Matth. 9: 20-22; 14: 36; Mark. 5: 27-29; 6: 56; Luk. 8: 44).

God stelde Zijn kracht beschikbaar om gezond te maken. Die kracht stroomde door Jezus heen en ging van Hem uit.
Lu 5:17 En het gebeurde op een van die dagen dat Hij leerde, en er zaten farizeeen en wetgeleerden, die uit elk dorp van Galilea en Judea en van Jeruzalem bijeen gekomen waren, en er was kracht van de Heer om gezond te maken. (Telos)
Lu 8:46  Jezus echter zei: Iemand heeft Mij aangeraakt, want Ik heb gemerkt dat kracht van Mij is uitgegaan. (Telos)

Natuur, mens en middel tot genezing

Natuur

Het menselijk lichaam heeft een enorm en verbazingwekkend vermogen om ziekteverwekkers te bestrijden en van een ziekte te herstellen. Ons door God gegeven afweersysteem is een meervoudige strijdmacht tegen indringers die onze gezondheid kunnen ondermijnen. Zie Afweer voor het hoofdartikel.

Mensen

Ook mensen kunnen ons helpen om gezond te worden of gezond te leven.

Artsen. Artsen kunnen mensen genezen. Niet zelden echter staan ze machteloos. Koning Asa van Juda werd ernstig ziek aan zijn voeten. Hij zocht de geneesheren, maar die konden hem niet helpen. Twee jaar later overleed hij.
2Kr 16:12  Asa werd in het negenendertigste jaar van zijn regering ziek aan zijn voeten. Zijn ziekte was heel ernstig. Desondanks zocht hij in zijn ziekte niet de HEERE, maar de geneesheren. 2Kr 16:13  Asa ging te ruste bij zijn vaderen. Hij stierf in het eenenveertigste jaar van zijn regering, (HSV)

Hieruit mag niet afgeleid worden dat we geen arts mogen raadplegen of dat het beroep van arts tegen Gods wil indruist. De fout van Asa was dat hij genezing buiten de Heer om zocht.

In alle drie evangeliën stelt Jezus dat zieken een arts nodig hebben.
Mt 9:12  Toen Hij nu dit hoorde, zei Hij tot hen: Zij die gezond zijn, hebben geen arts nodig, maar zij die ziek zijn. (Telos)
Mr 2:17  En toen Jezus dit hoorde, zei Hij tot hen: Zij die gezond zijn, hebben geen arts nodig, maar zij die ziek zijn. Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars. (Telos)
Lu 5:31  En Jezus antwoordde en zei tot hen: Zij die gezond zijn, hebben geen arts nodig, maar zij die ziek zijn. (Telos)
De apostel Paulus werd op reizen vergezeld van de arts Lukas, die "de geliefde arts" noemt (Kol.4: 14). Apostelen. De apostelen hadden de macht ontvangen om ziekte te genezen, Matth. 10: 1; Mark. 6:7-13; 16: 18; Luk. 9: 1; 10: 9; Hand. 5: 15; 19: 12; 1 Cor 12: 12:9, 28
Mr 6:7  En Hij riep de twaalf bij Zich en begon hen twee aan twee uit te zenden en gaf hun macht over de onreine geesten. (...) Mr 6:12  En zij vertrokken en predikten dat men zich moest bekeren, Mr 6:13  en zij dreven vele demonen uit en zalfden vele zieken met olie en genazen hen. (Telos)

Middelen

De geschapen natuur en medische wetenschap en techniek verschaffen ons middelen voor onze gezondheid en tegen ziekte. God, de Schepper en Onderhouder van de wereld en de mensen, kan kracht tot gezondmaking geven (Luk. 5:17).

Naäman. Deze Syrisiche generaal werd van zijn melaatsheid genezen genezen door zich zevenmaal onder te dompelen in de Jordaan.
2Kon 5:14  Zo klom hij af, en doopte zich in de Jordaan zevenmaal, naar het woord van den man Gods; en zijn vlees kwam weder, gelijk het vlees van een kleinen jongen; en hij werd rein. 2Kon 5:15 Toen keerde hij weder tot den man Gods, hij en zijn ganse heir, en kwam, en stond voor zijn aangezicht en zeide: Zie, nu weet ik, dat er geen God is op de ganse aarde, dan in Israël! Nu dan, neem toch een zegen van uw knecht. (SV)
Hizkia. Deze koning werd genezen met behulp van een klomp vijgen.
Jes 38:16  Heere, bij deze dingen leeft men, en in dit alles is het leven van mijn geest; want Gij hebt mij gezond gemaakt en mij genezen. (...) Jes 38:21  Jesaja nu had gezegd: Laat men nemen een klomp vijgen, en tot een pleister op het gezwel maken, en hij zal genezen. (SV)
Zalving met olie. De Twaalf werden uitgezonden en "zalfden vele zieken met olie en genazen hen" (Mark. 6:13).
Mr 6:13  en zij dreven vele demonen uit en zalfden vele zieken met olie en genazen hen. (Telos)
In 1928 werd antibiotica ontdekt, waarmee men bepaalde ziekten kan bestrijden.

Maar ziekte is soms niet te genezen door mensen en hun middelen, Deut. 28: 27; 2 Kron. 21: 18; Mark. 5: 26; Luk.8: 43.

Opdracht tot genezing

De Heer Jezus gaf zeventig leerlingen, die Hij voor Zich uitzond om het koninkrijk van God aan te kondigen, de opdracht om zieken te genezen.
Lu 10:8  En welke stad u ook binnengaat en men ontvangt u, eet wat u wordt voorgezet;  Lu 10:9  en geneest de zieken daarin en zegt tot hen: Het koninkrijk van God is nabij u gekomen. (Telos)
De genezingen bevestigden de boodschap van koninkrijk van God. Dat rijk zal genezing brengen, welzijn en geluk.

Verzoening en genezing

Soms wordt gezegd dat genezing een deel is van onze verzoening met God. En soms wordt hiervan afgeleid dat we recht hebben op genezing en dat een gelovige niet ziek hoeft te zijn. Dat genezing een deel is van de verzoening is echter een onbijbelse gedachte. Genezing is, evenals verzoening, een deel van het volle heil dat voor ons bereid is door Christus.
Opb 21:4  En Hij zal elke traan van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geschrei, noch pijn zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan. (Telos)
Onze zonden zijn weggedaan. De Heer Jezus heeft ze gedragen aan het kruis. Het op zich nemen van 'onze ziekten' en het dragen van 'onze smarten', waarvan de profeet Jesaja spreekt in Jes. 53:4, ziet op Jezus' contact met en genezing van zieken in Israël tijdens zijn omwandeling op aarde.
Jes 53:4  Waarlijk, Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze smarten heeft Hij gedragen; doch wij achtten Hem, dat Hij geplaagd, van God geslagen en verdrukt was. (SV)
Dit woord is niet vervuld aan het kruis, maar bij de genezingen die de Heer verrichtte.
Mt 8:16  Toen het nu avond was geworden, brachten zij tot Hem vele bezetenen, en Hij dreef de geesten uit met een woord en Hij genas alle lijdenden, Mt 8:17  opdat vervuld werd wat gesproken is door de profeet Jesaja, die zei: ‘Hijzelf heeft onze zwakheden op Zich genomen en onze ziekten gedragen’. (Telos)
Aan het kruis droeg de Heer onze zonden, niet onze ziekten. Wel heeft God hem daar ziek gemaakt, maar nergens lezen wij dat Hij daar beladen is met onze ziekten. In Jes. 53 lezen wij dat ons door Christus' striemen genezing is geworden.
Jes 53:5 Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden. (SV)
Petrus haalt dit woord aan als hij zich tot huisknechten richt, die door hun meester geslagen en daardoor striemen konden oplopen.
1Pe 2:24  die Zelf onze zonden in zijn lichaam heeft gedragen op het hout, opdat wij, voor de zonden afgestorven, voor de gerechtigheid leven: ‘door zijn striemen bent u gezond geworden’. (Telos)
Petrus zegt dat de huisknechten gezond zijn geworden door de 'striem' (Petrus gebruikt een enkelvoud) die op de Heer is neergekomen. Hun gezondheid wordt zedelijk-geestelijk verstaan: zij zijn niet langer slaven van de zonde; ze hebben hun "zielen gereinigd door gehoorzaamheid aan de waarheid" (1 Petr. 1:22); het is nu wel met hun ziel. Ook Jes. 53:5 en 1 Petr. 2:24 bieden onvoldoende grond voor de stelling dat genezing in de verzoening is inbegrepen.

Het lichaam van een met God verzoende gelovige op aarde is nog een onverlost lichaam, een sterfelijk lichaam, een lichaam van de dood (Rom. 7:24; 8:10), een lichaam dat ziek kan worden en vaak na een ziekte sterft. De verlossing van ons lichaam moet nog komen. De algehele verlossing vindt in fasen plaats.

Genezing op gebed

De apostel Paulus maakte Publius, de voornaamste van het eiland Malta, gezond.
Hnd 28:7  In de omgeving van die plaats nu had de voornaamste van het eiland, genaamd Publius, landerijen. Deze ontving ons en verleende ons drie dagen vriendelijk gastvrijheid. Hnd 28:8  Het gebeurde nu, dat de vader van Publius door koorts en ingewandsziekte bevangen op bed lag; Paulus ging naar hem toe, en na te hebben gebeden legde hij hem de handen op en maakte hem gezond. (Telos).
In de brief van Jakobus wordt de zieke aangeraden om de ouderlingen van de gemeente bij zich te roepen, opdat dezen voor hem bidden.
Jak 5:13  Lijdt iemand onder u? Laat hij bidden. Is iemand welgemoed? Laat hij lofzingen. Jak 5:14  Is iemand onder u ziek? Laat hij de oudsten van de gemeente bij zich roepen en laten zij over hem bidden en hem zalven met olie in de naam van de Heer. Jak 5:15  En het gebed van het geloof zal de zieke behouden en de Heer zal hem oprichten; en als hij zonden gedaan heeft, zal het hem vergeven worden. Jak 5:16  Belijd dus elkaar de zonden en bidt voor elkaar, opdat u gezond wordt. Een krachtig gebed van een rechtvaardige vermag veel. Jak 5:17  Elia was een man van gelijke natuur als wij, en hij bad een gebed dat het niet zou regenen, en het regende drie jaar en zes maanden niet op aarde. Jak 5:18  En hij bad opnieuw, en de hemel gaf regen en de aarde bracht haar vrucht voort. (Telos)
Behalve de oudsten kunnen andere gelovigen, al of niet op verzoek, persoonlijk of als gemeente, voorbede doen. Van een dergelijke laatste voorbede voor een zieke vinden we echter geen voorbeeld in het Nieuwe Testament. Wel vinden wij dat Petrus, terwijl de gemeente voor hem bad, uit de gevangenis werd bevrijd door een engel (Hand. 12).
Hnd 12:5   Petrus werd dus in de gevangenis bewaakt, maar door de gemeente werd vurig een gebed tot God voor hem gedaan. (...) Hnd 12:12  En toen hij dit had overlegd, ging hij naar het huis van Maria, de moeder van Johannes, die bijgenaamd was Markus, waar velen waren samenvergaderd en in gebed waren. (Telos)
Geloof nodig. Voor het doen van voorbede is geen gave nodig die speciale gelovigen zouden hebben, maar geloof dat elke gelovige kan bezitten.

Onverhoord. Als er geen zonde in het spel is en de zieke geneest niet op een gelovig gebed, dan zal een gebed in de geest van "Niet onze wil, maar de uwe geschiede" op zijn plaats zijn.

Genezingsbijeenkomst. Massale, landelijke of regionale gebedsbijeenkomsten om voor zieken te bidden vinden wij niet in de Schrift. Wat we in de Schrift wel vinden is de voorbede door de ouderlingen van een plaatselijke gemeente bij een zieke (Jak. 5) en de gemeentelijke voorbede voor de bevrijding van Petrus (Hand. 12). Zo kan de gemeente ook bidden om genezing voor de zieken in haar midden.

Onderscheid. Genezing op gebed, gebedsgenezing, moeten we onderscheiden van de uitoefening van de genadegave van genezing. Wanneer de gemeente bidt voor haar zieken, doet zij voorbede. Als er genezing plaatsvindt is het genezing op gebed. Het gaat niet om het 'uitdrijven' van ziekte door een machtwoord, want dit kan gebeuren door iemand die de gave van gezondmaking heeft.

Genezing door de gave van genezing

Genadegave. God stelt in de gemeente 'genadegaven van genezingen'. De Geest geeft ze. Niet iedereen ontvangt ze.
1Co 12:4  Nu is er verscheidenheid van genadegaven, maar het is dezelfde Geest; 1Co 12:5  en er is verscheidenheid van bedieningen, en het is dezelfde Heer; 1Co 12:6  en er is verscheidenheid van werkingen, maar het is dezelfde God die alles in allen werkt. 1Co 12:7  Maar aan ieder wordt de openbaring van de Geest gegeven tot wat nuttig is. 1Co 12:8  Want aan de een wordt door de Geest gegeven een woord van wijsheid; en aan een volgende een woord van kennis volgens dezelfde Geest; 1Co 12:9  aan een ander geloof door dezelfde Geest; en aan een volgende genadegaven van genezing door de ene Geest; 1Co 12:10  en aan een volgende werkingen van krachten; en aan een volgende profetie; en aan een volgende onderscheidingen van geesten; aan een ander allerlei talen; en aan een volgende uitlegging van talen. 1Co 12:11  Maar al deze dingen werkt een en dezelfde Geest, die aan ieder afzonderlijk toedeelt zoals Hij wil. (Telos)
1Co 12:28  En God heeft sommigen in de gemeente gesteld: ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars, vervolgens krachten, vervolgens genadegaven van genezingen, hulpbetoningen, besturingen, allerlei talen. 1Co 12:29  Zijn allen soms apostelen? Zijn allen soms profeten? Zijn allen soms leraars? Hebben allen soms krachten?  1Co 12:30  Hebben allen soms genadegaven van genezingen? Spreken allen soms in talen? Zijn allen soms uitleggers?  1Co 12:31  Streeft echter naar de grootste genadegaven. En ik wijs u een nog uitnemender weg. (Telos)
Genezing kan dus plaatsvinden door uitoefening van de gave of macht van gezondmaking. Hiervan staan in de Schrift verscheidene voorbeelden opgetekend. Opvallend is dat bij de uitoefening van de gave niet voor of met de zieke gebeden wordt; er is geen sprake van 'gebedsgenezing'. Genezingen door de Twaalf. De Heer Jezus gaf zijn macht om onreine geesten uit te drijven. Blijkbaar ontvingen zij ook genadegaven van genezingen: zij genazen vele zieken.
Mr 6:7  En Hij riep de twaalf bij Zich en begon hen twee aan twee uit te zenden en gaf hun macht over de onreine geesten. (...) Mr 6:12  En zij vertrokken en predikten dat men zich moest bekeren, Mr 6:13  en zij dreven vele demonen uit en zalfden vele zieken met olie en genazen hen. (Telos)
Ze hadden van de Heer macht gekregen om demonen uit te drijven en zieken te genezen, wat ze ook deden. Zij genazen middelijkerwijs, als dienstknechten van de Heer. We lezen hier niet dat zij gebeden voor de zieken deden. Het gaat niet om de 'macht van het gebed' (vgl. "een krachtig gebed van een rechtvaardige vermag veel", Jak. 5:16), maar om de uitoefening van macht door Christus verleend.

In vs. 13 wordt het uitdrijven van demonen en het zalven en genezen van zieken in één adem genoemd. In de zending van de twaalf discipelen hielden ze verband met elkaar. De gepredikte boodschap werd bevestigd door verschijnselen (bevrijdingen en genezingen) die men aan God moest toeschrijven. Het waren tekenen die op God wezen en de boodschap bevestigden. God getuigde van de waarheid van de boodschap door deze tekenen te geven.

Zendingsopdracht. Bij de zendingsopdracht gegeven vóór Zijn hemelvaart vertelde de Heer Jezus dat hun die de boodschap zullen geloven, tekenen zullen volgen, onder meer de genezing van zieken door handoplegging.
Mr 16:15  En Hij zei tot hen: Gaat heen in de hele wereld en predikt het evangelie aan de hele schepping. Mr 16:16  Wie geloofd heeft en gedoopt is, zal behouden worden; wie echter niet gelooft, zal veroordeeld worden. Mr 16:17  Hen nu die geloven, zullen deze tekenen volgen: in mijn naam zullen zij demonen uitdrijven, in nieuwe talen zullen zij spreken, Mr 16:18  en met hun handen zullen zij slangen opnemen, en als zij iets dodelijks drinken, zal het hun geenszins schaden; op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen beter worden. Mr 16:19 De Heer Jezus dan, nadat Hij tot hen had gesproken, werd opgenomen in de hemel en ging zitten aan de rechterhand van God. Mr 16:20  En zij gingen uit en predikten overal, terwijl de Heer meewerkte en het woord bevestigde door de tekenen die daarop volgden. (Telos)
In het boek Handelingen vinden wij wonderbaarlijke genezingen. De schrijver van de Hebreeënbrief herinnert daaraan: de genezingen waren tekenen waardoor God de gepredikte heilsboodschap bevestigde.
Heb 2:3  hoe zullen wij ontkomen als wij zo’n grote behoudenis veronachtzamen, waarover aanvankelijk gesproken is door de Heer en die aan ons bevestigd is door hen die het gehoord hebben, Heb 2:4  terwijl God bovendien meegetuigde zowel door tekenen als wonderen en allerlei krachten en uitdelingen van de Heilige Geest naar zijn wil. (Telos)
Petrus geneest een kreupele.
Hnd 3:1 Petrus nu en Johannes gingen op naar de tempel op het uur van het gebed, het negende; Hnd 3:2  en een man die kreupel was van de schoot van zijn moeder af, werd gedragen, die zij dagelijks neerzetten bij de deur van de tempel, de Schone geheten, om een aalmoes te vragen van hen die de tempel binnengingen. Hnd 3:3  Toen hij Petrus en Johannes zag, die juist de tempel zouden binnengaan, vroeg hij een aalmoes te mogen ontvangen. Hnd 3:4  Petrus nu zag hem strak aan, met Johannes, en zei: Kijk ons aan. Hnd 3:5  Hij nu richtte de blik op hen in de verwachting iets van hen te ontvangen. Hnd 3:6  Petrus echter zei: Zilver en goud heb ik niet; maar wat ik heb, dat geef ik u: in de naam van Jezus Christus de Nazoreeër, sta op en loop! Hnd 3:7  En hij greep hem bij de rechterhand en richtte hem op; en onmiddellijk werden zijn voeten en zijn enkels stevig. Hnd 3:8  En hij sprong op, ging staan en liep, en ging met hen de tempel binnen, terwijl hij liep en sprong en God prees. Hnd 3:9  En al het volk zag hem lopen en God prijzen. Hnd 3:10  En zij herkenden hem, dat hij het was die om een aalmoes had gezeten aan de Schone Poort van de tempel; en zij werden vervuld met verbazing en ontzetting over wat er met hem was gebeurd. Hnd 3:11  En terwijl hij Petrus en Johannes vasthield, liep al het volk gezamenlijk snel naar hen toe in de zogenaamde zuilengang van Salomo, vol verbazing. Hnd 3:12  Toen nu Petrus dit zag, antwoordde hij het volk: Mannen van Israel, waarom verwondert u zich hierover, of wat staart u ons aan, alsof wij door eigen kracht of godsvrucht deze hebben doen lopen? Hnd 3:13  De God van Abraham en de God van Izaak en de God van Jakob, de God van onze vaderen, heeft zijn knecht Jezus verheerlijkt, die u hebt overgeleverd en in bijzijn van Pilatus hebt verloochend, toen deze oordeelde Hem te moeten loslaten. Hnd 3:16  En op grond van het geloof in zijn naam heeft zijn naam deze die u ziet en kent, sterk gemaakt; en het geloof dat door Hem is, heeft hem deze volledige gezondheid gegeven in tegenwoordigheid van u allen. (Telos)
Genezingen door de apostelen.
Hnd 5:12  Door de handen van de apostelen nu gebeurden vele tekenen en wonderen onder het volk; en zij waren allen eendrachtig in de zuilengang van Salomo; (..) Hnd 5:14  (en er werden steeds meer gelovigen de Heer toegevoegd, menigten zowel van mannen als van vrouwen;) Hnd 5:15  zodat zij zelfs op de straten de zieken naar buiten droegen en op matrassen en bedden legden, opdat, als Petrus kwam, ook maar zijn schaduw op iemand van hen viel. Hnd 5:16  En ook de menigte uit de steden rondom Jeruzalem kwam bijeen en zij brachten zieken en door onreine geesten gekwelden, die allen werden genezen. (Telos)
Petrus geneest Aeneas.
Hnd 9:32  Het gebeurde nu, toen Petrus overal rondreisde, dat hij ook bij de heiligen kwam die in Lydda woonden. Hnd 9:33  En hij vond daar een man, genaamd Aeneas, die sinds acht jaar op bed lag en die verlamd was. Hnd 9:34  En Petrus zei tot hem: Aeneas, Jezus Christus maakt u gezond; sta op en maak zelf uw bed op. En hij stond onmiddellijk op. Hnd 9:35  En allen die te Lydda en Saron woonden, zagen hem en zij bekeerden zich tot de Heer. (Telos)
Petrus wekte de dode Tabitha (Dorcas) op. Paulus' zweetdoeken en gordeldoeken.
Hnd 19:11  En buitengewone krachten deed God door de handen van Paulus, Hnd 19:12  zodat zelfs zweetdoeken en gordeldoeken van zijn lichaam op de zieken werden gelegd en de ziekten van hen weken en de boze geesten uitgingen. (Telos)
Paulus en Eutychus. Paulus wekte de dode Eutychus op. Misschien mogen we hier spreken van het gebruik van een genadegave van genezing.
Hnd 20:9  En een jongeman genaamd Eutychus zat in het venster en werd door een diepe slaap bevangen, toen Paulus lang sprak; en door diepe slaap bevangen viel hij van de derde verdieping naar beneden en werd dood opgenomen. Hnd 20:10  Paulus echter kwam naar beneden, wierp zich op hem, sloeg zijn armen om hem heen en zei: Maakt geen misbaar, want zijn ziel is in hem. Hnd 20:11  En hij ging naar boven, brak het brood en at, en hij praatte lang met hen, tot aan de dageraad, en zo vertrok hij.  Hnd 20:12  En zij brachten de jongen levend terug en werden buitengewoon vertroost. (Telos)
Intern of extern gebruik. De gave van gezondmaking kan binnen of buiten de gemeente worden uitgeoefend. Volgens 1 Cor. 12:12 heeft God genadegaven van genezingen "in de gemeente" gesteld. Ze kunnen intern worden gebruikt ten behoeve van de gelovigen, maar ook buiten op het zendingsveld, bijvoorbeeld op straat, ter bevestiging van het evangelie.

Genezing als teken

De verkondiging van het evangelie zou, volgens de profetie van Jesaja, gepaard gaan met bevrijding en heling.
Jes 61:1 De Geest des Heeren HEEREN is op Mij, omdat de HEERE Mij gezalfd heeft, om een blijde boodschap te brengen den zachtmoedigen; Hij heeft Mij gezonden om te verbinden de gebrokenen van harte, om den gevangenen vrijheid uit te roepen, en den gebondenen opening der gevangenis; Jes 61:2  Om uit te roepen het jaar van het welbehagen des HEEREN, en den dag der wraak onzes Gods; om alle treurigen te troosten; (SV)
Dat is in vervulling gegaan door de Heer Jezus. In de synagoge te Nazareth las hij de profetie van Jesaja voor:
Lu 4:18  ‘De Geest van de Heer is op Mij, doordat Hij Mij heeft gezalfd om aan armen het evangelie te verkondigen; Hij heeft Mij gezonden Lu 4:19  om aan gevangenen loslating te prediken en aan blinden het gezicht, om verbrokenen heen te zenden in vrijlating, om te prediken het aangename jaar van de Heer’. (...) Lu 4:21  en de ogen van allen in de synagoge waren op Hem gericht. Hij nu begon tot hen te zeggen: Heden is dit Schriftwoord in uw oren vervuld. (Telos)
Een wonderdadige genezing, door God bewerkt, kan mede bedoeld zijn als teken.
Joh 6:2  En een grote menigte volgde Hem, omdat zij de tekenen zagen die Hij deed aan de zieken. (Telos
Zoals hierboven gezegd, bij de zendingsopdracht gegeven vóór Zijn hemelvaart vertelde de Heer Jezus dat hun die de boodschap zullen geloven, tekenen zullen volgen, onder meer de genezing van zieken door handoplegging.
Mr 16:15  En Hij zei tot hen: Gaat heen in de hele wereld en predikt het evangelie aan de hele schepping. Mr 16:16  Wie geloofd heeft en gedoopt is, zal behouden worden; wie echter niet gelooft, zal veroordeeld worden. Mr 16:17  Hen nu die geloven, zullen deze tekenen volgen: in mijn naam zullen zij demonen uitdrijven, in nieuwe talen zullen zij spreken, Mr 16:18  en met hun handen zullen zij slangen opnemen, en als zij iets dodelijks drinken, zal het hun geenszins schaden; op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen beter worden. Mr 16:19 De Heer Jezus dan, nadat Hij tot hen had gesproken, werd opgenomen in de hemel en ging zitten aan de rechterhand van God. Mr 16:20  En zij gingen uit en predikten overal, terwijl de Heer meewerkte en het woord bevestigde door de tekenen die daarop volgden. (Telos)
De genezingen waren tekenen waardoor God de gepredikte heilsboodschap bevestigde. De boodschap was een boodschap van God!
Heb 2:3  hoe zullen wij ontkomen als wij zo’n grote behoudenis veronachtzamen, waarover aanvankelijk gesproken is door de Heer en die aan ons bevestigd is door hen die het gehoord hebben, Heb 2:4  terwijl God bovendien meegetuigde zowel door tekenen als wonderen en allerlei krachten en uitdelingen van de Heilige Geest naar zijn wil. (Telos)
Van de tekenen ging zeggingskracht uit; het gepredikte heil was zichtbaar, merkbaar.
Hnd 2:43  En er kwam vrees over elke ziel, en vele wonderen en tekenen gebeurden door de apostelen in Jeruzalem, en er was grote vrees over allen, (Telos)
Hnd 5:12  Door de handen van de apostelen nu gebeurden vele tekenen en wonderen onder het volk; en zij waren allen eendrachtig in de zuilengang van Salomo; (..) Hnd 5:14  (en er werden steeds meer gelovigen de Heer toegevoegd, menigten zowel van mannen als van vrouwen;) Hnd 5:15  zodat zij zelfs op de straten de zieken naar buiten droegen en op matrassen en bedden legden, opdat, als Petrus kwam, ook maar zijn schaduw op iemand van hen viel. Hnd 5:16  En ook de menigte uit de steden rondom Jeruzalem kwam bijeen en zij brachten zieken en door onreine geesten gekwelden, die allen werden genezen. (Telos)
2Co 12:11  Ik ben onwijs geworden; u hebt mij genoodzaakt; want ik behoorde door u aanbevolen te worden; want ik heb in niets bij de uitnemendste apostelen achtergestaan, ook al ben ik niets.  2Co 12:12  De tekenen van de apostel zijn onder u met alle volharding verricht, door tekenen, wonderen en krachten. (Telos)
God kan in onze dagen in zendingsgebieden, waar Zijn woord nog bevestigd moet worden, zulke tekenen van genezing geven. In hoeverre God ook nog tekenen van genezing geeft in gebieden waar het evangelie allang bevestigd is, is de vraag. "Dat geldt bijzonder als men daar als christenheid vervallen is tot een levenloos geloof. Anderzijds kunnen we niet uitsluiten dat God onder een geestelijk gedegenereerde christenheid niet een opwekking kan geven waarbij Hij aan de boodschap kracht verleent door tekenen te laten geschieden." (J.G. Fijnvandraat)[1]

'Geen gelovige hoeft ziek te worden of te blijven'

Jes 53:4  Voorwaar, onze ziekten heeft Híj op Zich genomen, onze smarten heeft Hij gedragen. Wíj hielden Hem echter voor een geplaagde, door God geslagen en verdrukt.  Jes 53:5  Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden verbrijzeld. De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is er voor ons genezing gekomen. (HSV)
Op deze Bijbelwoorden beroepen sommigen zich die leren dat, aangezien Jezus aan het kruis alle ziekten van de gelovigen heeft gedragen, geen enkele gelovige meer ziek hoeft te worden of te blijven, tenzij er aan hem of haar ongeloof of een zonde kleeft. In het Nieuwe Testament worden zieke gelovigen vermeldt. Paulus en zijn medearbeiders kenden ook ziekte, 2 Kor.12:7 ;Fil.2:27 ;1 Tim.5:23 ;2 Tim.4:20. In de brief van Paulus aan de Filippiërs lezen wij van een zeer zieke Epafroditus, "mijn broeder en medearbeider en medestrijder", noemt Paulus hem.
Flp 2:25 Maar ik vond het nodig Epafroditus, mijn broeder en medearbeider en medestrijder, maar uw gezant en bedienaar in mijn behoefte, naar u toe te zenden, Flp 2:26 daar hij zeer naar u allen verlangde en verontrust was omdat u had gehoord dat hij ziek was. Flp 2:27 Want hij is ook ziek geweest, de dood nabij, maar God heeft Zich over Hem erbarmd, en niet alleen over hem maar ook over mij, opdat ik niet droefheid op droefheid had. Flp 2:28 Daarom heb ik hem met des te meer spoed gezonden, opdat u, als u hem ziet, zich weer verblijdt en ik minder bedroefd ben. Flp 2:29 Ontvangt hem dan in de Heer met alle blijdschap en houdt zulke mannen in ere; Flp 2:30 want om het werk van Christus is hij de dood nabij gekomen, doordat hij zijn leven heeft gewaagd om aan te vullen wat aan uw dienstbetoon jegens mij ontbrak. (TELOS)
Er is geen enkele reden om aan te nemen dat hij door een zonde of door ongeloof ziek was geworden. Paulus schrijft aan het eind van zijn leven dat hij Trofimus ziek in Milete heeft achtergelaten.
2Ti 4:20 Erastus is in Korinthe gebleven en Trofimus heb ik in Milete ziek achtergelaten. (TELOS)
Ook van Trofimus lezen wij niets kwalijks dat de oorzaak van zijn ziekte geweest zou zijn. Paulus zelf had, naar het schijnt, een oogaandoening, maar de Heer nam die kwaal niet weg.

De leer dat geen gelovige ziek hoeft te worden of te blijven moet als dwaling worden afgewezen. Het kan dus fout zijn als men een zieke verwijt gebrek aan geloof te hebben.

Voorwaarden en verhinderingen

Het geloof was een vereiste bij de zieken, die door Christus werden genezen, Matth. 8: 13; 9: 28, 29; Mark. 5: 34; 9: 23, 24; 10: 52; Luk. 5: 20; 8: 50; Hand. 14: 9.

Wrok, haat kan genezing in de weg staan. Daarom treedt genezing soms pas op als de wrok, haat is beleden en vergeving is ontvangen.

Niet-genezing

Genezing is een deel van het heil dat de Heer Jezus ons schenkt. maar het volle heil wordt gefaseerd 'uitgerold'. Onze geest is vernieuwd, maar ons lichaam wacht nog op verlossing.

Niet alle zieken waarvoor gebeden wordt of waarover genezing wordt uitgesproken, genezen. Ook de Heer en zijn apostelen genazen niet iedereen. Bij het badwater van Bethesda geneest de Heer, zover ons is meegedeeld, alleen de 38-jarige zieke (Joh. 5: 1-18). De verklaring dat het sabbat was en de Heer op sabbat slechts een enkeling genas, is een hypothese, die niet in de Schrift voorkomt. De Heer kwam niet op een andere dag terug om alle zieken bij het badwater te genezen.

Als een gelovige zieke niet nu of later in zijn aardse bestaan genezing ontvangt, zal hij haar bij de komst van de Heer ontvangen of bij het ontslapen van de ziekte of het gebrek bevrijd worden.

"Genezing is een geschenk, maar Gods werk door de ziekte heen is dat ook"[2], zegt geestelijk raadsman Jef de Vriese. De zangmeester Asaf beleed:
Ps 73:25  Wie heb ik [behalve U] in de hemel? Naast U vind ik nergens vreugde in op de aarde. Ps 73:26  Bezwijkt mijn lichaam en mijn hart, dan is God de rots van mijn hart en voor eeuwig mijn deel. (HSV)

Gevallen in het Nieuwe Testament

In het Nieuwe Testament vinden wij gevallen van mensen die (nog) niet genazen. De discipelen van de Heer Jezus konden een maanzieke jongen niet genezen. De Heer kon het daarna wel. De poging tot de genezing door de discipelen is de enige mislukte poging die het Nieuwe Testament vermeldt.
Mt 17:14  En toen zij bij de menigte kwamen, kwam een mens naar Hem toe die voor Hem op de knieen viel en zei: Mt 17:15  Heer, erbarm U over mijn zoon, want hij is maanziek en heeft veel te lijden, want dikwijls valt hij in het vuur en dikwijls in het water. Mt 17:16  En ik heb hem bij uw discipelen gebracht en zij hebben hem niet kunnen genezen. Mt 17:17  Jezus nu antwoordde en zei: O ongelovig en verdraaid geslacht, hoe lang zal Ik nog bij u zijn? Hoe lang zal Ik u nog verdragen? Brengt hem Mij hier. Mt 17:18  En Jezus bestrafte hem, en de demon ging van hem uit, en het kind was genezen van dat uur af. Mt 17:19  Toen kwamen de discipelen tot Jezus afzonderlijk en zeiden: Waarom konden wij hem niet uitdrijven? Mt 17:20  Hij nu zei tot hen: Vanwege uw kleingeloof; want voorwaar, Ik zeg u: als u een geloof hebt als een mosterdzaad, zult u tot deze berg zeggen: Verplaats u van hier daarheen, en hij zal zich verplaatsen; en niets zal u onmogelijk zijn. (Telos)
De apostel Paulus gewaagt in zijn brieven van "een doorn in het vlees", die de Heer niet wegnam, en van een oogaandoening.
Ga 4:13  En u weet dat ik u de eerste maal in lichamelijke zwakheid het evangelie heb verkondigd; Ga 4:14  en de verzoeking voor u in mijn lichaam hebt u niet veracht of verafschuwd; maar u nam mij aan als een engel van God, als Christus Jezus. Ga 4:15  Waarin prees u zich dan gelukkig? Want ik getuig van u dat u zo mogelijk uw ogen uitgerukt en mij gegeven zou hebben. (Telos)
De oogaandoening verhinderde hem niet om de brief aan de Galaten te schrijven, die 149 verzen telt[3], hoewel hij de meeste brieven dicteerde en eigenhandig van een slotwoord voorzag. In Paulus’ dagen was het gebruikelijk dat de eigenlijke afzender van een brief de ganzeveer van de schrijver overnam om zelf de laatste regels te schrijven[4]. De brief aan de Galaten echter is geheel door Paulus zelf geschreven.
Ga 6:11 Ziet, wat een lange brief ik u geschreven heb met mijn eigen hand! (Telos)
De apostel, die nota bene Publius op het eiland wonderdadig genas, kon blijkbaar zijn medewerker Timotheüs niet genezen van zijn maagkwaal en "menigvuldige zwakheden".
1Ti 5:23  Drink niet langer alleen water, maar gebruik een beetje wijn om je maag en je veelvuldige zwakheden. (Telos)
Paulus liet zijn medewerker Trofimus in Milete ziek achter (2 Tim. 4:20).

Oorzaken

Oorzaken van niet genezen worden ondanks gebed of ondanks de uitoefening van de gave van genezing kunnen zijn:

  1. Het past niet in Gods plan met het leven van de zieke om de zieke in een bepaalde tijd te genezen.
  2. Een of andere zonde of zondige toestand verhindert genezing. Bijvoorbeeld onvergevingsgezindheid jegens een of meer medemensen.
  3. Kleingeloof of ongeloof

Ad. 3. Wanneer iemand voor de genezing van een ziekte bidt of de gave van genezing uitoefent en er treedt geen genezing op, dan mag hij de oorzaak niet bij de patiënt leggen en stellen dat deze niet genoeg geloof heeft. In het geval van de maanzieke knaap (zie hierboven) wijt de Heer de mislukte poging tot genezing door zijn leerlingen aan hun kleingeloof (Matt.17: 19-20), niet aan het on- of kleingeloof van de zieke of diens vader.

In Mark. 6 geneest de Heer in zijn vaderstad Nazareth slechts enkele zieken, omdat zijn vroegere dorpsgenoten hem niet erkenden als profeet of messias. Het was geen ongeloof aan zijn wondermacht, want ze zagen de buitengewone krachten, die door zijn handen gebeurden.
Mr 6:2  En toen het sabbat was geworden, begon Hij te leren in de synagoge; en velen die Hem hoorden, stonden versteld en zeiden: Waar heeft Deze die dingen vandaan en wat is dat voor wijsheid die Hem gegeven is, en zulke krachten, die door zijn handen gebeuren? Mr 6:3  Is Deze niet de timmerman, de Zoon van Maria en de Broer van Jakobus, Joses, Judas en Simon? En zijn zijn zusters niet hier bij ons? En zij namen aanstoot aan Hem. Mr 6:4  En Jezus zei tot hen: Een profeet is niet ongeeerd behalve in zijn vaderstad, onder zijn bloedverwanten en in zijn huis. Mr 6:5  En Hij kon daar geen enkele kracht doen, behalve dat Hij enkele zieken de handen oplegde en hen genas. Mr 6:6  En Hij verwonderde Zich over hun ongeloof. En Hij trok de omliggende dorpen rond en leerde. (Telos)
Er is in Mark. 6 geen sprake van mislukte genezingen, maar van een beperkt aantal genezingen. Paulus genas in Lystre een kreupele man.
Hnd 14:8 En er zat in Lystra een man die geen kracht in zijn voeten had, kreupel van de schoot van zijn moeder af, die nooit had gelopen. Hnd 14:9  Deze hoorde Paulus spreken; die keek hem aandachtig aan, en daar hij zag dat hij geloof had om behouden te worden, Hnd 14:10  zei hij met luider stem: Ga recht op uw voeten staan! En hij sprong op en liep. (Telos)
De man had geloof om behouden te worden, of - gelijk andere vertalingen hebben - om gezond te worden. Beide vertalingen 'behouden te worden' en 'gezond te worden' zijn mogelijk. Paulus predikte in de eerste plaats de behoudenis in Christus, niet de gezondheid in Hem. Daarom is 'behouden te worden' wellicht de beste vertaling. In elk geval mag men niet de conclusie trekken dat geloof aan genezing ter plekke altijd een voorwaarde is om op die tijd en plaats gezond te worden.

In de praktijk wordt een mislukte poging tot genezing vaak ten onrechte geweten aan te weinig of ontbrekend geloof bij de zieke, wat de ziekte in geestelijke moeilijkheden kan brengen.

Houding tegenover genezing

De gelovigen schrijven aan God de genezing toe van hun ziekte, Jes. 38: 16.

De gelovigen danken God voor de genezing van hun ziekte, Ps. 103: 1, 3; Jes. 38:20; Luk. 17: 15; Hand. 3: 8.

Toekomst

Bracht de nabije komst van het Koninkrijk van God indertijd al verlossing van zonde, ziekte en dood - door de grote Verlosser, onze Heer en Heiland Jezus Christus - hoeveel te meer zal dat gebeuren als het koninkrijk van God aanbreekt en is aangebroken. De wederkomst van de Heiland brengt, meer nog dan bij zijn eerste komst in nederigheid, herstel voor blinden, doven, kreupelen en stommen.
Jes 35:3  Versterk de slappe handen, verstevig de wankele knieën;  Jes 35:4  zeg tegen onbedachtzamen van hart: Wees sterk, wees niet bevreesd! Zie, uw God! De wraak zal komen, de vergelding van God; Híj zal komen en u verlossen. Jes 35:5  Dan zullen de ogen van de blinden worden opengedaan, de oren van de doven zullen worden geopend. Jes 35:6  Dan zal de kreupele springen als een hert, de tong van de stomme zal juichen. Want in de woestijn zullen wateren zich een weg banen en beken in de wildernis. (HSV)
In het Vrederijk heeft God een middel om de volken te genezen: de bladeren van de Boom des Levens in het nieuwe Jeruzalem.
Opb 22:2  In het midden van haar straat en aan beide zijden van de rivier was de boom van het leven, die twaalf vruchten draagt en elke maand zijn vrucht geeft; en de bladeren van de boom zijn tot genezing van de naties. (Telos)

Zie ook

Wonder

Bron

Jaap Fijnvandraat, Ziekte en genezing, op: JaapFijnvandraat.nl, zonder jaar.

Voetnoot

  1. J.G. Fijnvandraat, Ziekte en genezing, op: JaapFijnvandraat.nl, zonder jaar.
  2. 12 Ziekte en Genezing. Youtube.com: CIP.nl, 12 sept. 2014. Duur: 4 min. 9 sec. Pastoraal hulpverlener Jef de Vriese, die lijdt aan chronische lymfatische leukemie (een vorm van bloedkanker), spreekt over ziekte en genezing op grond van een Bijbelgetrouwe zienswijze.  
  3. Zie https://www.neverthirsty.org/bible-qa/qa-archives/question/how-many-chapters-verses-and-words-are-in-the-bible/. Geraadpleegd op 18 okt. 2021.
  4. Dr. ir. J. de Graaf e.a. (red.), Tekst voor Tekst; de Heilige Schrift kort verklaard en toegelicht (Boekencentrum, 1987), commentaar bij Gal. 6:11.