Hebreeën 4

Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb
Hebreeënbrief, hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13
Hebreeënbrief, onderwerp: Allerlei Priester Tabernakel Verbond

Hoofdstuk Hebreeën 4 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Samenvatting

Christus is de ware rustaanbrenger; Hij is meer dan Jozua. Hij is de grote Hogepriester in de hemel, die medelijden heeft met de zwakheden van de zijnen, en daarom moest de belijdenis vastgehouden worden.

2

Heb 4:2 Immers, aan ons is een blijde boodschap verkondigd, evenals ook aan hen; maar het woord van de prediking bracht hun geen nut, daar zij niet verbonden waren met hen die het in het geloof hoorden. (TELOS)

Blijde boodschap. De blijde boodschap "aan hen" was die van het goede land en de rust die Israel er zou genieten.

Deuteronomium 12:9 Want gij zijt tot nu toe niet gekomen in de rust en in de erfenis, die de HEERE, uw God, u geven zal. Deuteronomium 12:10 Maar gij zult over de Jordaan gaan, en wonen in het land, dat u de HEERE, uw God, zal doen erven; en Hij zal u rust geven van al uw vijanden rondom, en gij zult zeker wonen. (SV)

Hebreeën 4:6 Daar dus overblijft dat sommigen haar ingaan, en zij aan wie eerst de blijde boodschap verkondigd was, niet ingegaan zijn wegens ongehoorzaamheid, (TELOS)

Vergelijk:

Galaten 3:8 De Schrift nu, die voorzag dat God de volken op grond van geloof zou rechtvaardigen, verkondigde tevoren aan Abraham de blijde boodschap: ‘In u zullen alle volken gezegend worden’. (TELOS)

Zij niet verbonden waren met hen die het in het geloof hoorden. De meerderheid van het volk was niet verbonden met Jozua en Kaleb, die wel op God vertrouwden, dat Hij het land aan het volk kan schenken.

Hebreeën 4:6 Daar dus overblijft dat sommigen haar ingaan, en zij aan wie eerst de blijde boodschap verkondigd was, niet ingegaan zijn wegens ongehoorzaamheid, (TELOS)

3

Heb 4:3 Want wij die geloofd hebben, gaan in de rust, zoals Hij gezegd heeft: ‘Zodat Ik zwoer in mijn toorn: Nooit zullen zij in mijn rust ingaan’. En toch waren zijn werken van de grondlegging van de wereld af volbracht. (TELOS)

Wij die geloofd hebben. Gelijk eertijds Jozua en Kaleb.

9

Hebreeën 4:9 Er blijft dus een sabbatsrust over voor het volk van God. (TELOS)

Sabbatsrust. De hemelse rust en zaligheid in het toekomstige koninkrijk en daarna. Sommige uitleggers denken alleen aan de rust van het 1000-jarig vrederijk op aarde; een rust in de aardse schepping. De toekomstige rust is nu al het deel, als innerlijke rust, van de gelovige. De Heer Jezus heeft gezegd: Komt tot mij allen die vermoeid en belast bent, en Ik zal u rust geven.

De wekelijkse sabbat herinnert aan (1) het volbrachte scheppingswerk van God, Ex. 20, en (2) de verlossing uit Egypte, Deut. 5.

10

Hebreeën 4:10 Want wie in zijn rust ingaat, komt ook zelf tot rust van zijn werken, evenals God van de zijne. (TELOS)

Zijn rust. D.i. Gods rust.

Rust van zijn werken. Vergelijk Openbaring 14:13 "En ik hoorde een stem uit de hemel zeggen: Schrijf: gelukkig de doden die in de Heer sterven, van nu aan. Ja, zegt de Geest, opdat zij rusten van hun arbeid; want hun werken volgen hen". Over Rust, zie Rust.

Hebr. 4:14

Jezus onze grote hogepriester (14-16)

14

Hebreeën 4:14 Daar wij nu een grote hogepriester hebben, die de hemelen is doorgegaan, Jezus, de Zoon van God, laten wij de belijdenis vasthouden. (TELOS)

Grote hogepriester. In Hebr. 3:1 heet de Heer Jezus "de apostel en hogepriester van onze belijdenis". 'Grote hogepriester is eigenlijk dubbelop, de 'hogepriester' is in het Hebreeuws de 'kohen kadol', de grote priester.

Die de hemelen is doorgegaan. En hoger dan de hemelen is geworden:

Heb 7:26  Want zo’n hogepriester paste ons ook: heilig, onschuldig, onbesmet, gescheiden van de zondaars en hoger dan de hemelen geworden; (Telos)

Jezus, de Zoon van God.

Heb 1:1  Nadat God vroeger vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had in de profeten, heeft Hij in het laatst van deze dagen tot ons gesproken in [de] Zoon, (Telos)

Heb 1:5 Want tot wie van de engelen heeft Hij ooit gezegd: ‘U bent mijn Zoon, Ik heb U heden verwekt’? En opnieuw: ‘Ik zal Hem tot Vader zijn, en Hij zal Mij tot Zoon zijn’? (Telos)

Belijdenis vasthouden. Vgl. Hebreeën 10:23 Laten wij de belijdenis van de hoop onwankelbaar vasthouden (want Hij die beloofd heeft, is getrouw). De belijdenis houdt in: (1) Jezus is de Zoon van God, (2) Hij is de oorzaak van een eeuwige behoudenis, een hemelse erfenis, rust en zegen.

15

Hebreeën 4:15 Want wij hebben niet een hogepriester die niet met onze zwakheden kan meelijden, maar Een die in alle dingen verzocht is als wij, met uitzondering van de zonde. (TELOS)

Zwakheden. Onze zwakheid is dat we niet altijd de kracht hebben om vol te houden, door te zetten; we geven toe.

Meelijden. Vergelijk:

Heb 2:18 Want waarin Hijzelf geleden heeft toen Hij verzocht werd, kan Hij hun die verzocht worden te hulp komen.

Verzoeking moet je vaak overwinnen door lijden. Een vergelijkbaar voorbeeld: je wilt je aan een dieet houden, terwijl je een lekkernij wordt aangeboden die onverenigbaar is met je dieet. Ontzegging, nee zeggen tegen de trek, kost je wat. De verzoeking komt van buitenaf. De Heer voelt ons lijden mee.

Met uitzondering van de zonde. De verzoeking kwam altijd van buitenaf, ook al haakte zij aan op zijn lichamelijke behoeften. Doch de Heer had geen zondige natuur die hem in verzoeking bracht.

16

Hebreeën 4:16 Laten wij dus met vrijmoedigheid naderen tot de troon van de genade, opdat wij barmhartigheid ontvangen en genade vinden tot hulp op de juiste tijd. (TELOS)

Genade vinden. Vergelijk Esther die tot Ashasveros kwam.