Hinnom

Uit Christipedia
Versie door Kees Langeveld (overleg | bijdragen) op 27 okt 2018 om 07:15
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hinnom is de naam van het dal ten zuiden van de oude stad Jeruzalem. Het heette eigenlijk "dal van de zoon van Hinnom" of "dal Ben-Hinnom" (Ben = zoon), 2 Kron. 28:3. God noemt bij monde van Jeremia het dal: ‘het dal met de dode lichamen en de as’ (Jer. 31:40). Daar werd afval uit de stad verbrand. Het woord "Gehenna" betekent “dal van Hinnom” en werd de benaming van de hel als een plaats van dood, vuur en verderf.

Het dal van Hinnom ligt ten zuiden van Jeruzalem.
Het Hinnomdal liep langs de grens tussen Juda en Benjamin. Er waren door de Israëlieten hoogten van de afgod Baäl gebouwd. De Judese koningen Achaz en Manasse richtten er een altaar op voor de afgod Molech, waaraan kinderen werden geofferd door hen door het vuur te laten gaan. Van koning Achaz wordt gezegd:
2Kr 28:3 Dezelve rookte ook in het dal des zoons van Hinnom; en hij brandde zijn zonen in het vuur, naar de gruwelen der heidenen, die de HEERE voor het aangezicht der kinderen Israëls uit de bezitting verdreven had. (SV)
In de Herziene Statenvertaling:
2Kr 28:3 Hij was het die reukoffers in rook liet opgaan in het dal Ben-Hinnom. Hij verbrandde zijn zonen in het vuur, overeenkomstig de gruweldaden van de heidenvolken die de HEERE van voor de ogen van de Israëlieten verdreven had. (HSV)
Jer 32:35 Zij bouwden de hoogten van de Baäl, die in het dal Ben-Hinnom zijn, om hun zonen en hun dochters voor de Molech door [het vuur] te laten gaan, wat Ik hun niet geboden had. En in Mijn hart was het niet opgekomen dat zij deze gruweldaad zouden doen, zodat ze Juda zouden doen zondigen. (HSV)

Deze plaats in of bij het Kidrondal heet ‘Tofet’.

Mannen van Juda herbewoonden na de Babylonische ballingschap plaatsen tussen Berseba en het Dal van Hinnom.
Ne 11:30 Zanoah, Adullam en zijn dorpen, Lachis en zijn akkers, en Azeka en de bijbehorende plaatsen;zij vestigden zich van Berseba af tot het Dal van Hinnom toe. (HSV)
Wanneer Jeruzalem voor de HEER herbouwd zal worden, zal onder andere het Hinnomdal een heiligheid voor Hem zijn.
Jer 31:38 Zie, er komen dagen, spreekt de HEERE, dat de stad herbouwd zal worden voor de HEERE, van de Hananeëltoren tot aan de Hoekpoort, Jer 31:39 en dat het meetlint nog verder zal lopen, rechtdoor, tot aan de heuvel Gareb en zal afbuigen naar Goa. Jer 31:40 Heel het dal met de dode lichamen en de as en al de velden tot aan de beek Kidron, tot aan de hoek van de Paardenpoort naar het oosten toe, zal een heiligheid voor de HEERE zijn. Voor eeuwig zal er niets meer worden weggerukt of afgebroken. (HSV)