Ingetogen

Ingetogen betekent[1]:

1. zich onthoudend van buitensporigheden of uitspattingen. Synoniemen zijn 'zedig', 'stemmig', 'matig'. "Een ingetogen leven leiden", "ingetogen leven", "ingetogen levenswijze".

2. kuis

Verwante begrippen. Verwante begrippen zijn bescheiden en zedig. Gemeenschappelijk is de betekenis: wiens gedrag zich door betamelijkheid en terughouding kenmerkt. Ingetogen is hij, die zijn driften weet te beheersen, zich voor buitensporigheden hoedt en kalm en rustig leeft. — Bescheiden is hij, die geen hoge gedachten van zich zelf koestert, naar lof noch eer streeft, met een eenvoudig onthaal tevreden is, geen buitensporige winsten najaagt. Bescheiden nadert dus sterk tot de betekenis van nederig. "Volgens mijn bescheiden mening" zegt men, wanneer men zijn eigen opvatting meedeelt, maar die graag wil laten varen voor een betere. — Zedig ziet eigenlijk alleen op het uiterlijk betoon van bescheidenheid, ingetogenheid en nederigheid; het drukt dus een ander begrip uit dan zedelijk, dat het bezit van zedelijke beginselen aanduidt. "Zedig voor zich zien".

Wij hebben ingetogen te leven in deze tegenwoordige eeuw.

Tit 2:12 en onderwijst ons, dat wij met verzaking van de goddeloosheid en de wereldse begeerten ingetogen, rechtvaardig en godvruchtig zouden leven in deze tegenwoordige eeuw, (Telos)

De Engelse Authorized Version vertaalt ‘soberly’.

Het Griekse woord vertaald met 'ingetogen' is σωφρονως, in het Nederlands ‘sophronos’ overgeschreven. Het betekent ‘verstandig, bezonnen, matig, ingetogen, vol zelfbeheersing’[2]. Het komt in het Nieuwe Testament alleen voor in Tit. 2:12. Het Strongnummer is 4996.

Gelovige vrouwen hebben zich te tooien in waardige kleding 'met bescheidenheid en ingetogenheid'.

1Ti 2:8 Ik wil dan dat mannen in elke plaats bidden met opheffing van heilige handen, zonder toorn en twist. 1Ti 2:9 Evenzo dat ook vrouwen zich tooien in waardige kleding met bescheidenheid en ingetogenheid, niet met haarvlechten en goud of parels of kostbare kleding; 1Ti 2:10 maar-zoals het vrouwen past die belijden godvrezend te zijn-door goede werken. (...) 1Ti 2:15 Maar zij zal bewaard blijven tijdens het ter wereld brengen van kinderen, als zij blijven in geloof, liefde en heiliging, met ingetogenheid. (Telos)

Het Griekse woord vertaald met 'ingetogenheid' is σωφροσυνη, sophrosune, en betekent[3] 1) gezond verstand, bezonnenheid en 2) ingetogenheid, zelfbeheersing, gematigdheid. Het woord komt 3x voor in het Nieuwe Testament. Het Strongnummer is 4997.

Bron

Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908) s.v. Bescheiden — ingetogen — zedig. De tekst hiervan is onder wijziging verwerkt op 21 jan. 2019.

Voetnoot

  1. Van Dale's Groot woordenboek der Nederlandse taal (13e uitgave), digitale versie 1.0 Plus, jaar 2000. Het online woordenboek van Van Dale heeft (2019) geeft als betekenis: kalm en waardig; synoniem: stemmig.
  2. Hebreeuws-Nederlands Lexicon; op basis van Strong-coderingen. Onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia. Het is gebaseerd op het Engelstalige Online Bible Hebrew-Englisch Lexicon van Larry Pierce.
  3. Grieks-Nederlands Lexicon, onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia.