Jeremia 33

Uit Christipedia
Versie door Kees Langeveld (overleg | bijdragen) op 29 sep 2022 om 11:01 (→‎17)
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)

Jeremia 33 van het boek Jeremia wordt hieronder samengevat en/of becommentarieerd. Op Christipedia samengevat en/of becommentarieerd zijn de hoofdstukken:

Jeremia: 1 · 2 · 3 · 4 · 5 · 6 · 7 · 8 · 9 · 10 · 11 · 12 · 13 · 14 · 15 · 16 · 17 · 18 · 19 · 20 · 21 · 22 · 23 · 24 · 25 · 26 · 27 · 28 · 29 · 30 · 31 · 32 · 33 · 34 · 35 · 36 · 37 · 38 · 39 · 40 · 41 · 42 · 43 · 44 · 49.

Samenvatting

Israëls heerlijk herstel. 1-13 God maakt Jeremia, die nog in de gevangenis zit, bekend dat, hoewel Jeruzalem geslagen zal worden, de stad eens hersteld zal worden, Juda en Israël zullen van al hun ongerechtigheid gereinigd zullen worden en gelukkig worden en God loven, zodat de heidenen zullen vrezen. 14-16 God zal eens aan David een rechtvaardige spruit verwekken en Juda verlossen en Jeruzalem veilig doen wonen. De stad zal genoemd worden: Jahweh onze gerechtigheid. 17-26. Het koningshuis van David zal bestendig zijn, evenals het Levitische priesterschap. Beiden zullen ontelbaar zijn. Israël en Juda worden thans versmaad, maar God houdt Zijn belofte en zal zich over hen ontfermen.

17

Jer 33:17  Want zo zegt de HEERE: Aan David zal niet worden afgesneden een Man, Die op de troon van het huis Israëls zit. (CP[1])

Zie ook vers 21. Dit is een belofte die gedaan wordt als de koninklijke lijn van David door ontrouw aan God afgebroken is of bijna afgebroken is. Zekedia was de laatste koning van Israël. Wanneer de Spruit der gerechtigheid, de zoon van David (15), is gekomen en als koning zal regeren, dan zal hij niet worden afgesneden (als bij zijn eerste komst, Jes. 53:8) en niet worden opgevolgd, Hij zal regeren tot in eeuwigheid.

God kon zijn oorspronkelijke belofte aan David niet vervullen door de nakomelingen van David die vóór de Messias geregeerd hebben, omdat zij ontrouw waren.
1Kon 2:4  Opdat de HEERE bevestige Zijn woord, dat Hij over mij gesproken heeft, zeggende: Indien uw zonen hun weg bewaren, om voor Mijn aangezicht trouwelijk, met hun ganse hart en met hun ganse ziel te wandelen, zo zal geen man, zeide Hij, u afgesneden worden van den troon Israëls. (SV)
1Kon 8:25  En nu HEERE, God van Israël, houd Uw knecht, mijn vader David, wat Gij tot hem gesproken hebt, zeggende: Geen man zal u van voor Mijn aangezicht afgesneden worden, die op den troon van Israël zitte; alleenlijk zo uw zonen hun weg bewaren, om te wandelen voor Mijn aangezicht, gelijk als gij gewandeld hebt voor Mijn aangezicht. (SV)
1Kon 9:5  Zo zal Ik den troon uws koninkrijks over Israël bevestigen in eeuwigheid; gelijk als Ik gesproken heb over uw vader David, zeggende: Geen man zal u afgesneden worden van den troon van Israël. (SV)
God vervult nu zijn belofte door die ene Zoon van David, de Spruit.

De hoofdbedoeling van de belofte Jer. 33:17 is, dat Israël niet meer aan vreemde heersers, maar aan zijn eigen koningshuis zal onderworpen zijn; dit wordt niet daardoor verwezenlijkt, dat steeds een onafgebrokene opvolging op de troon van Israël zit, maar de rechtvaardige Spruit van David, die het huis van David voor altijd in Zich sluit, zal voor alle tijden die troon in bezit hebben.

18

Jer 33:18  Ook zal den Levietischen priesteren, van voor Mijn aangezicht, niet worden afgesneden een Man, Die brandoffer offere, en spijsoffer aansteke, en slachtoffer bereide al de dagen. (SV)

Zie ook vers 21. Ook het Levitische priesterschap zal worden hersteld, in het messiaanse Vrederijk. Ook, trouwens, in de hemel zal een priesterschare zijn.

22

Jer 33:22  Gelijk het heir des hemels niet geteld, en het zand der zee niet gemeten kan worden, alzo zal Ik vermenigvuldigen het zaad van Mijn knecht David, en de Levieten, die Mij dienen. (SV)

Niet alleen een belofte van een eeuwig koningschap en priesterschap, maar een belofte van vermenigvuldiging tot een ontelbare menigte. Misschien geldt die belofte voor de nieuwe aarde en/of voor de mensen in de hemel. Ook in de hemel zal een ontelbare priesterschaar zijn, alsmede ontelbaar veel koningen.

Opb 1:6  en ons gemaakt heeft tot een koninkrijk, tot priesters voor zijn God en Vader, Hem zij de heerlijkheid en de kracht tot in alle eeuwigheid! Amen. (Telos)

Opb 5:10  en hebt hen voor onze God gemaakt tot een koninkrijk en tot priesters; en zij zullen over de aarde regeren. (Telos)

Opb 20:6  Gelukkig en heilig is hij die aan de eerste opstanding deel heeft; over dezen heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en van Christus zijn en met Hem de duizend jaren regeren. (Telos)

Bron

Karl August Dächsel; F. P. L. C. van Lingen; H. van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting): met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901), commentaar op Jer. 33:17. Enige tekst hiervan is onder wijziging verwerkt op 20 sept. 2022.

Voetnoot

  1. Hertaling of vertaling door Christipedia, uitgaande van de Statenvertaling.