Jeremia 5

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Jeremia 5 van het boek Jeremia wordt hieronder samengevat en/of becommentarieerd. Samengevat en/of becommentarieerd zijn de hoofdstukken:

Jeremia: 123456749.

Samenvatting

Niemand in Jeruzalem doet recht (5:1). Men zweert vals (5:2). Men weigert de tucht aan te nemen (5:3). Men kent Gods weg niet (5:4). De groten kennen die wel, maar hadden het juk verbroken (5:5). Roofdieren, figuurlijk, belagen het volk (5:6). Er is afgoderij en overspel (5:7v). God roept de vijand op de muren van Jeruzalem te verwoesten (5:10). Profetie van onheil wordt door het volk veracht (5:12v). God zal de Babyloniërs aanbrengen (5:15v). Ze eten alles op (5:17). Israël is doof en blind. Zonde wendt de regen af (5:25). Er worden goddelozen gevonden, die zich door bedrog verrijken en het recht nalaten (5:26v). Er zijn valse profeten en de priester heersen door hun handen (5:30v).

5

Jer 5:5  Ik zal gaan tot de groten, en met hen spreken, want die weten den weg des HEEREN, het recht huns Gods; maar zij hadden te zamen het juk verbroken, [en] de banden verscheurd. (SV)

De banden verscheurd.

Ps 2:3  Laat ons hun banden verscheuren, en hun touwen van ons werpen. (SV)

6

Jer 5:6  Daarom heeft hen een leeuw uit het woud verslagen, een wolf der wildernissen zal hen verwoesten; een luipaard waakt tegen hun steden; al wie uit dezelve uitgaat, zal verscheurd worden; want hun overtredingen zijn vermenigvuldigd, hun afkeringen zijn machtig veel geworden. (SV)

Leeuw ... wolf ... luipaard. Zeer waarschijnlijk in figuurlijke zin gezegd van de vijanden van Israël. Nebukadnezar wordt bij een leeuw vergeleken.

Jer 4:7  De leeuw is opgekomen uit zijn haag, en de verderver der heidenen is opgetrokken, hij is uitgegaan uit zijn plaats, om uw land te stellen in verwoesting; uw steden zullen verstoord worden, dat er niemand in wone. (SV)

7

Jer 5:7  Hoe zou Ik over zulks u vergeven? Uw kinderen verlaten Mij, en zweren bij hen, die geen God zijn; als Ik hen verzadigd heb, zo bedrijven zij overspel, en verzamelen bij hopen in het hoerenhuis. (SV)

Hoerenhuis. Fig. gezegd van de afgodstempel, waar ook hoererij in lichamelijke zin op de gruwelijkste wijze wordt bedreven (tempelprostitutie).

10

Jer 5:10  Beklimt haar muren, en verderft ze (doch maakt geen voleinding); doet haar ranken weg, want zij zijn des HEEREN niet. (CP[1])

Beklimt haar muren. Dit beveelt God de werktuigen van Zijn wraak, die Hij reeds voor de poorten van Jeruzalem heeft besteld

Verderft ze. Richt een grote verwoesting in de stad aan (2 Kon. 25:4 vv.)

Doch maakt geen voleinding. Tot gehele vernietiging van haar mag het volgens Gods raadsbesluit niet komen

Doet haar ranken weg. De ranken van die wilde wijnstok (Jer. 2:21) weg, voert ze in ballingschap naar een vreemd land, want zij behoren de Heere niet meer toe, Hij geeft ze over.

Jer 2:21  Ik had u toch geplant, een edelen wijnstok, een geheel getrouw zaad; hoe zijt gij Mij dan veranderd [in] verbasterde ranken van een vreemden wijnstok? (SV)

12

Jer 5:12  Zij verloochenen de HEERE, en zeggen: Hij is het niet, en ons zal geen kwaad overkomen, wij zullen noch zwaard noch honger zien. (CP[1])

Zij verloochenen de HEERE. Door hun ongeloof, waarin zij het woord van de profeet verachten

Hij is het niet. Hij is zulk een hard en gestreng God niet, als de profeet Jeremia of de profeten ons Hem beschrijven,

Ons zal geen kwaad overkomen. Gelijk de profeet Jeremia of de ware profeten profeteren. Vergelijk de reactie van Lots schoonzonen:

Ge 19:14  Toen ging Lot naar buiten en sprak tot zijn schoonzonen, die zijn dochters [tot vrouw] zouden nemen, en zei: Sta op! Ga naar buiten, uit deze plaats! Want de HEERE gaat deze stad te gronde richten. Maar hij was in de ogen van zijn schoonzonen als iemand die grappen maakte. (HSV)

13

Jer 5:13  Ja, die profeten zullen tot wind worden, want het woord is niet bij hen; hunzelf zal zo geschieden. (CP[1])

Die profeten. De profeten die dergelijke straffen aankondigen.

Zullen tot wind worden. De valse profeten zeggen van de ware profeten dat dezen tot wind, n.l. dat hun woorden tot wind zullen worden. De uitkomst zal het bewijzen dat hun woorden slechts ijdele klanken waren.

Mic 2:11  Zo er iemand is, die met wind omgaat, en valselijk liegt, [zeggende]: Ik zal u profeteren voor wijn en voor sterken drank! dat is een profeet dezes volks. (SV)

Want het woord is niet bij hen. Zo als zij met "zo zegt de HEERE" voorgeven, zij zijn predikers van leugen. Het woord des Heeren is niet in hen, zij spreken niet door de Geest.

Hunzelven zal zo geschieden. Gelijk zij ons bedreigen.

Andere hoofdstukken

Samengevat en/of becommentarieerd zijn de hoofdstukken:

Jeremia: 123456749.

Bron

Karl August Dächsel; F. P. L. C. van Lingen; H. van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting): met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901), commentaar op Jer. 5:7, 10, 12-13. Enige tekst hiervan is onder wijziging verwerkt op 13 en 15 sept. 2021.

Voetnoot

  1. 1,0 1,1 1,2 Hertaling of vertaling door Christipedia, uitgaande van de Statenvertaling.