Jesaja (boek)/Hoofdstuk 62

Uit Christipedia
< Jesaja (boek)
Versie door Kees Langeveld (overleg | bijdragen) op 9 jun 2021 om 13:43 (Nieuwe pagina aangemaakt met '{{Commentaar hoofdstuk}} == 1 == Jes 62:1  Om Sions wil zal ik niet zwijgen, en om Jeruzalems wil zal ik niet stil zijn; totdat haar gerechtigheid voortkomt als...')
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

Jesaja (boek):


Hoofdstuk 62 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

1

Jes 62:1  Om Sions wil zal ik niet zwijgen, en om Jeruzalems wil zal ik niet stil zijn; totdat haar gerechtigheid voortkomt als een glans, en haar heil als een fakkel, die brandt. (CP[1])

In dit vers zit de stijlfiguur van de parallellie.

Totdat haar gerechtigheid voortkomt als een glans. Zie 61:10-11; 62:2

Jes 61:11  Want gelijk de aarde haar spruit voortbrengt, en gelijk een hof, hetgeen in hem gezaaid is, doet uitspruiten; alzo zal de Heere HEERE gerechtigheid en lof doen uitspruiten voor al de volken. (SV)

De glans heeft haar begin in het opgaan van de Zon der gerechtigheid.

Jes 60:3  En de heidenen zullen tot uw licht gaan, en koningen tot den glans, die u is opgegaan. (SV)

De Heer zal Israël louteren, tot bekering en wedergeboorte brengen en met zijn gerechtigheid bekleden.

En haar heil als een fakkel. Over het heil, zie ook 61:10.

2

Jes 62:2  En de heidenen zullen uw gerechtigheid zien, en alle koningen uw heerlijkheid; en u zult met een nieuwe naam genoemd worden, welke de mond van Jahweh uitdrukkelijk noemen zal. (CP[1])

De heidenen zullen uw gerechtigheid zien. Zie vers 1 en 61:10-11.

En alle koningen uw heerlijkheid.

Jes 49:7  Alzo zegt de HEERE, de Verlosser van Israël, Zijn Heilige, tot de verachte ziel, tot Dien, aan Welken het volk een gruwel heeft, tot den Knecht dergenen, die heersen: Koningen zullen het zien en opstaan, [ook] vorsten, en zij zullen zich [voor] [U] buigen; om des HEEREN wil, Die getrouw is, om den Heilige Israëls, Die U verkoren heeft. (...)     Jes 49:23  En koningen zullen uw voedsterheren zijn, hun vorstinnen uw zoogvrouwen; zij zullen zich voor u buigen met het aangezicht ter aarde, en zij zullen het stof uwer voeten lekken; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben, dat zij niet beschaamd zullen worden die Mij verwachten. (SV)

Jes 52:15  Alzo zal Hij vele heidenen besprengen, [ja], de koningen zullen hun mond over Hem toehouden; want denwelken het niet verkondigd was, die zullen het zien, en welken het niet gehoord hebben, die zullen het verstaan. (SV)

Jes 60:3  En de heidenen zullen tot uw licht gaan, en koningen tot den glans, die u is opgegaan. (...) Jes 60:10  En de vreemden zullen uw muren bouwen, en hun koningen zullen u dienen; want in Mijn verbolgenheid heb Ik u geslagen, maar in Mijn welbehagen heb Ik Mij over u ontfermd. Jes 60:11  En uw poorten zullen steeds openstaan, zij zullen des daags of des nachts niet toegesloten worden; opdat men tot u inbrenge het heir der heidenen, en hun koningen [tot] [u] geleid worden. (...) Jes 60:16  En gij zult de melk der heidenen zuigen, en gij zult de borsten der koningen zuigen; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben, uw Heiland, en uw Verlosser, de Machtige Jakobs. (SV)

U zult met een nieuwe naam genoemd worden. Wellicht niet langer 'Israël' (= 'Strijder met God').

Ook de gelovige in Christus krijgt een nieuwe naam:

Opb 2:17  Wie een oor heeft, laat hij horen wat de Geest tot de gemeenten zegt. Wie overwint, die zal Ik geven van het verborgen manna, en Ik zal hem een witte steen geven en op de steen een nieuwe naam geschreven, die niemand kent dan hij die hem ontvangt. (Telos)

Ook Jezus zelf heeft (of krijgt?) een nieuwe naam.

Opb 3:12  Wie overwint, die zal Ik maken tot een pilaar in de tempel van mijn God en hij zal geenszins meer daaruit weggaan; en Ik zal op hem schrijven de naam van de stad van mijn God, het nieuwe Jeruzalem dat uit de hemel neerdaalt van mijn God, en mijn nieuwe naam. (Telos)

3

Jes 62:3  En gij zult een sierlijke kroon zijn in de hand des HEEREN, en een koninklijke hoed in de hand uws Gods. (SV)

Zie ook 61:10.

Jes 61:10 Ik ben zeer vrolijk in den HEERE, mijn ziel verheugt zich in mijn God, want Hij heeft mij bekleed met de klederen des heils, de mantel der gerechtigheid heeft Hij mij omgedaan; gelijk een bruidegom zich als een priester het hoofdsieraad ombindt, en gelijk een bruid zich met haar versierselen tooit. (CP[1])

Ook in dit vers 3 is de stijlfiguur van de parallellie.

Voetnoot

  1. 1,0 1,1 1,2 Hertaling of vertaling door Christipedia, uitgaande van de Statenvertaling.