Johannes 1

Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb
Johannes, hoofdstuk: 123456789101112131415161718192021
Johannes, onderwerpen: TekenenDiverse onderwerpen

Johannes 1 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Samenvatting

Het Woord. Prediking van Johannes de doper. De eerste discipelen.

  • 1:1-18    Het Woord, de Heer Jezus, God zelf, is vlees geworden. Johannes heeft van hem getuigd.
  • 1:19-28  Johannes antwoordt op vragen door priesters en Levieten aan hem gesteld. 
  • 1:29-34  De volgende dag wijst Johannes op Jezus als het Lam van God en de Zoon van God
  • 1:35-51  De volgende dag worden komen de eerste leerlingen tot Jezus.

Alle wezenlijke namen van de Heer zijn in dit hoofdstuk te vinden: God (zijn wezenlijke Godheid vóór de schepping), Hij is de Schepper, het ware Licht, de eniggeboren van de Vader (Zijn eeuwig Zoonschap), Hij is de Vleesgewordene ('het Woord is vlees geworden'), het Lam van God, de Zoon van God, de Messias, de koning van Israel en de Zoon des mensen. 

De joden, 'de zijnen,' hebben Hem niet aangenomen; maar wie Hem aannamen heeft Hij macht gegeven om kinderen van God te worden. De Heer werd hun een middelpunt: 1. Zijn verblijfplaats een verblijfplaats voor hen; 2. Hij is de Degeen die zij hierbeneden hebben te volgen; 3. Hij is de hoop van Israël. 

1

Joh 1:1 In het begin was het Woord; en het Woord was bij God, en het Woord was God. (Telos)

In het begin. Zie ook vers 2. Ook het boek Genesis begint aldus.

En het Woord was bij God. Zie ook vers 2. Grieks: kai ho logos en pros ton theon.

 
Uit de Bijbelvertaling van John Wyclif (eind 14 eeuw). Onder de rode letters begint het Johannesevangelie. "En God was het Woord," staat er in vers 2.

Vergelijk:

Joh 1:18 Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon die in de schoot van de Vader is, die heeft Hem verklaard. (TELOS)

Bij God. Grieks: pros ton theon. 'Pros' wordt hier gebruikt met een lijdend voorwerp 'ton theon'. Dat betekent dat het niet slechts om nabijheid of bij elkaar zijn gaat. Het gaat om een richting of gerichtheid. Het duidt op gemeenschap, evenals het 'in de schoot van de Vader zijn' meer aangeeft dan aanwezig-zijn bij de ander of nabijheid.[1]

En het Woord was God. In de Griekse grondtekst: kai theos en ho logos. De gewone vertaling, ook in het Nederlands, is 'En het Woord was God'. 'Het Woord' is het onderwerp, 'was God' het gezegde.

'Was goddelijk'. Sommigen vertalen 'theos' hier door 'goddelijk'. Maar dit moet worden verworpen op deze gronden[2]:

  1. er staat niet het bijvoeglijk naamwoord theios = goddelijk, maar theos = God, god. Het bijvoeglijk naamwoord wordt gebruikt in Hand. 17:29 ("niet denken dat het goddelijke gelijk is aan een beeld van goud of zilver of steen", NBV), Rom. 1:20 ("Zijn eeuwige kracht en Goddelijkheid", TELOS), 2 Petr. 1:3 ("Goddelijke kracht") en 4 ("Goddelijke natuur").
  2. 'Theos' wordt in de verzen 1 en 2 drie keer gebruikt, achtereenvolgens in de vormen 'theon' - 'theos' - 'theon'. Als de betekenis 'God' is in het eerste en derde geval, dan is het waarschijnlijk ook 'God' in het middelste geval. Dit is een stilistische reden.
  3. Als we 'enige God' in vers 18 vertalen, dan past de vertaling van 'theios' met 'God' goed in de samenhang van de verzen 1 tot 18. Het Woord heeft alles geschapen.

'Was god(delijk)'. Soms wordt gesteld dat het zelfstandig naamwoord 'theos' niettemin als een bijvoeglijk gebruikt 'goddelijk' moet worden genomen, omdat het lidwoord 'de' ontbreekt. Maar daartegen kan worden aangevoerd dat het zelfstandig naamwoord in het gezegde hier vóór het werkwoord staat en dan wordt het naamwoord gebruikt zonder lidwoord; zou het na het werkwoord staan, dan zou er een lidwoord bij staan[3]. Het ontbreken van het lidwoord is geen voldoende grond voor de vertaling 'goddelijk'. Zelfstandige naamwoorden in gezegden worden in de regel zonder lidwoord gebruikt en daardoor onderscheiden van het grammaticale onderwerp. Ook het zinsverband eist niet dat we aan een bijvoeglijk gebruik moeten denken.

"Het leven was het licht" (Gr. he zoe en to phos) heeft zowel in het onderwerp als in het gezegde het bepaalde lidwoord. Licht en leven zijn hier identiek. 'God' in 'het Woord was God' heeft in het Grieks geen lidwoord, ze zijn niet identiek[4]. De Vader is niet dezelfde als de Zoon. De Zoon (het Woord) is bij God (de Vader), maar is ermee niet te vereenzelvigen. 'Ho theos' zou van het Woord de enige en hele Godheid maken, met uitsluiting van de Vader en de Heilige Geest. Maar 'theos' zonder het bepaalde lidwoord sluit een algehele vereenzelviging met God uit. Johannes deelde mee dat het Woord bij God was, en het zou vreemd zijn als hij meteen daarop zou stellen dat het Woord identiek was met God.

'Was een god'. Wegens het ontbreken van het lidwoord vertalen Jehovah's Getuigen 'was een god'. Deze (kleine) god heeft alles gemaakt, laat Johannes meteen daarop weten. Door die vertaling komen we uit bij meergodendom.

Muziekvideo Joh. 1:1-3



John 1 :: Beathe Krueger | Anja Schraal. Gepubliceerd op 1 aug. 2018 door Bibelstream :: Deutsch op Youtube.com. Beathe Krueger en Anja Schraal vertolken in een lied de versen Joh. 1:1-3, in de video vanaf 1 min 37 sec., na het getuigenis van Beathe.

5

Joh 1:5   En het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft het niet begrepen. (Telos)

Niet begrepen. Zie "Hem niet gekend" (10).

9

Joh 1:9  Dit was het waarachtige licht, dat in de wereld komt en iedere mens verlicht. (Telos)

Het waarachtige licht. Jezus is "de waarachtige God" (1 Joh. 5:20), "de Waarachtige" (Opb. 3:7).

1Jo 5:20  En wij weten dat de Zoon van God gekomen is en ons het verstand gegeven heeft, opdat wij de Waarachtige kennen; en wij zijn in de Waarachtige, in zijn Zoon Jezus Christus. Deze is de waarachtige God en het eeuwige leven. (Telos)

Opb 3:7  En schrijf aan de engel van de gemeente in Filadelfia: Dit zegt de Heilige, de Waarachtige, die de sleutel van David heeft, die opent en niemand zal sluiten, en die sluit en niemand opent: (Telos)

Dat in de wereld komt en iedere mens verlicht. Hij "was in de wereld" (10) en zal opnieuw, dan "met grote heerlijkheid" (Matth. 24:30), in de wereld komen, als "de Zon der gerechtigheid" (Mal. 4:2).

Mal 4:2  Maar voor u die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan en onder Zijn vleugels zal genezing zijn; en u zult naar buiten gaan en dartelen als kalveren uit de stal. (HSV)

De bekeerling Paulus getuigde:

Hnd 26:13 zag ik, O koning, midden op de dag onderweg een licht uit de hemel, sterker dan de glans van de zon, mij en die met mij reisden omstralen. (Telos)

Iedere mens wordt door Hem verlicht: Zijn licht valt op iedere mens. Hij is de door God aangewezen Rechter.

10

Joh 1:10  Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem geworden, en de wereld heeft Hem niet gekend. (Telos)

De wereld heeft Hem niet gekend. "Niet begrepen" (5).

11

Joh 1:11  Hij kwam tot het zijne, en de zijnen hebben Hem niet aangenomen. (Telos)

Vergelijk Jozef, die tot zijn broeders kwam, die ver van het huis van hun vader de kudde weidden. Zij namen hem niet aan, integendeel, ze grepen Jozef, wierpen hem in de put wierpen en verkochten hem naar Egypte.

12

Joh 1:12  Maar allen die Hem hebben aangenomen, hun gaf Hij het recht kinderen van God te worden, hun die in zijn naam geloven; (Telos)

Onderstaand Zambiaans lied, in een arrangement van Andrew Fischer, vertolkt dat.

Bonse Aba
  Alle mensen

Bonse aba mu pokelela ba lipele maka akuba bana
  Alle mensen die aannemen Zijn gezag zijn kinderen,
Kuba Bana
  zijn kinderen
Bakwa Lesa.
 in de kracht van God.


Bonse Aba - Shenandoah Christian Music Camp.Youtube.com: SCMC - Music Camp, 18 jul. 2017. Duur: 1 min. 53 sec.

13

Joh 1:13  die niet uit bloed, niet uit de wil van het vlees, niet uit de wil van een man, maar uit God geboren zijn. (Telos)

Niet uit bloed. Dit kan betekenen: niet uit het bloed van de vrouw dat bij de geboorte van een kind uitstroomt, of: niet uit vlees en bloed (= uit een mens). Voor dit laatste, vergelijk:

Hnd 17:26  En Hij heeft uit een bloed het hele mensengeslacht gemaakt om op het hele aardoppervlak te wonen, terwijl Hij de bepaalde tijden en de grenzen van hun woonplaats heeft vastgesteld, (Telos)

De wil van het vlees. De geslachtsdrift.

De wil van een man. De wil om nageslacht te verwekken. Merk op dat ook Jezus als mens niet uit de wil van een mens geboren is, maar uit de maagd Maria.

14

Joh 1:14  En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond (en wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van een eniggeborene van een vader) vol van genade en waarheid. (Telos)

Het Woord is vlees geworden. Opdat wij kinderen van God zouden worden (vs. 12). Twee soorten verandering.

Gewoond. Lett. "getabernakeld".

Heerlijkheid. Zowel Zijn zedelijke heerlijkheid (zijn volheid van genade en waarheid) als Zijn uitwendige heerlijkheid (op de berg der verheerlijking).

Vol van ... waarheid. Wat Hij zei was waar, wat Hij voorzegde werd bewaarheid, ook had Hij kennis van 's mensen hart en doorzag Hij de bedoeling van Zijn tegenstanders.

15

Joh 1:15  (Johannes getuigt van Hem en heeft geroepen en gezegd: Deze was het van Wie ik zei: Hij die na mij komt, is mij voor, want Hij was eerder dan ik.) (Telos)

Heeft geroepen.

Joh 1:23  Hij zei: Ik ben de stem van een roepende in de woestijn: ‘Maakt de weg van de Heer recht!’, zoals de profeet Jesaja heeft gesproken. (Telos)

Mt 3:3  Want deze is het van wie gesproken is door de profeet Jesaja, die zei’: Stem van een roepende in de woestijn: Bereidt de weg van de Heer, maakt zijn paden recht’. (Telos)

Deze was het van Wie ik zei: Hij die na mij komt, is mij voor, want Hij was eerder dan ik.

Joh 1:30  Deze is het van Wie ik zei: Na mij komt een man die mij voor is, want Hij was eerder dan ik. (Telos)

"Is mij voor, want Hij was eerder dan ik." Jezus bestond al voordat Johannes was geboren. Met het voorbestaan van Jezus begint dit evangelie.

16

Joh 1:16  Want uit zijn volheid hebben wij allen ontvangen, en wel genade op genade. (Telos)

Uit zijn volheid. Van genade en waarheid (14), zie ook vs. 17 "de genade en de waarheid".

Genade op genade. Genade bijvoorbeeld om te vergeven, genade om te verdragen, genade om te volharden, enz.

18

Joh 1:18 Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon die in de schoot van de Vader is, die heeft Hem verklaard. (TELOS)

De eniggeboren Zoon. Sommigen lezen in de Griekse brontekst monogenes theos = 'enige (of eniggeboren) God', anderen monogenes huios'= 'enige (of eniggeboren) Zoon'. De meeste geleerden nemen aan dat monogenes theos de oorspronkelijke lezing is[5]. Anderen nemen monogenes huios ('enige zoon') als de oorspronkelijke lezing.

De 'eniggeboren God' betekent dan wellicht dat Jezus Christus de enige God die als mens geboren is.

In de schoot van de Vader. Hij is heel dicht bij God. Vergelijk:

Joh 1:1 In het begin was het Woord; en het Woord was bij God, en het Woord was God. Joh 1:2 Dit was in het begin bij God. (TELOS)

Verklaard. Nader en beter doen kennen. De genade en de waarheid, waarvan Jezus vol is, zijn die van God. Wie Jezus heeft gezien, heeft de Vader gezien. De Heer Jezus is het beeld van God.

In dit vers wordt de Zoon duidelijk onderscheiden van de Vader.  

21

Joh 1:21  En zij vroegen hem: Wat dan? Bent u Elia? En hij zei: Ik ben het niet. Bent u de profeet? En hij antwoordde: Nee. (Telos)

De profeet. Van wie Mozes sprak, een profeet als hij.

De 18:15 Een Profeet, uit het midden van u, uit uw broederen, als mij, zal u de HEERE, uw God, verwekken; naar Hem zult gij horen; (SV)

22

Joh 1:22  Zij zeiden dan tot hem: Wie bent u? opdat wij antwoord geven aan hen die ons hebben gezonden. Wat zegt u van uzelf? (Telos)

Hen die ons hebben gezonden. "Zij waren gezonden uit de farizeeën" (24). "Ons": priesters en Levieten uit Jeruzalem (19).

23

Joh 1:23  Hij zei: Ik ben de stem van een roepende in de woestijn: ‘Maakt de weg van de Heer recht!’, zoals de profeet Jesaja heeft gesproken. (Telos)

Een roepende. Zie vs. 15, waar wij hem roepende vinden.

Maakt de weg van de Heer recht. Zodat Hij tot u kan komen.

Jes 40:1  Troost, troost Mijn volk, zal ulieder God zeggen. Jes 40:2  Spreekt naar het hart van Jeruzalem, en roept haar toe, dat haar strijd vervuld is, dat haar ongerechtigheid verzoend is, dat zij van de hand des HEEREN dubbel ontvangen heeft voor al haar zonden. Jes 40:3 Een stem des roependen in de woestijn: Bereidt den weg des HEEREN, maakt recht in de wildernis een baan voor onzen God!  Jes 40:4  Alle dalen zullen verhoogd worden, en alle bergen en heuvelen zullen vernederd worden; en wat krom is, dat zal recht, en wat hobbelachtig is, dat zal tot een vallei gemaakt worden. Jes 40:5  En de heerlijkheid des HEEREN zal geopenbaard worden; en alle vlees te gelijk zal zien, dat [het] de mond des HEEREN gesproken heeft. Jes 40:5  En de heerlijkheid des HEEREN zal geopenbaard worden; en alle vlees te gelijk zal zien, dat [het] de mond des HEEREN gesproken heeft. (SV)

24

Joh 1:25  En zij vroegen hem en zeiden tot hem: Waarom doopt u dan, als u de Christus niet bent, noch Elia, noch de profeet? (Telos)

Noch Elia, noch de profeet. Zie vs. 21.

27

Joh 1:27  ik ben niet waard zijn schoenriem los te maken. (Telos)

Zelfs niet waard om een nederige dienst te doen als Zijn schoenriem los te maken.

29

Joh 1:29  De volgende dag zag hij Jezus naar zich toe komen en zei: Zie, het Lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt. (Telos)

Wat Johannes zei, zei hij omdat God het hem geopenbaard had.

30

Joh 1:30  Deze is het van Wie ik zei: Na mij komt een man die mij voor is, want Hij was eerder dan ik. (Telos)

Joh 1:15  (Johannes getuigt van Hem en heeft geroepen en gezegd: Deze was het van Wie ik zei: Hij die na mij komt, is mij voor, want Hij was eerder dan ik.) (Telos)

31

Joh 1:31  En ik kende Hem niet; maar opdat Hij aan Israël openbaar wordt, daarom ben ik komen dopen met water. (Telos)

Ik kende Hem niet. Zie vs. 33. Totdat God Johannes het hem openbaarde (33). Naar zijn uitwendige verschijning zag Jezus er niet uit als een koning of een machtige redder, laat staan als de Zoon van God.

Jes 53:2  Want Hij is als een rijsje voor Zijn aangezicht opgeschoten, en als een wortel uit een dorre aarde; Hij had geen gedaante noch heerlijkheid; als wij Hem aanzagen, zo was er geen gestalte, dat wij Hem zouden begeerd hebben. (SV)

Maar opdat Hij aan Israël openbaar wordt, daarom ben ik komen dopen met water. Opdat Hij tot Israël zou kunnen komen, vgl.:

Joh 1:23  Hij zei: Ik ben de stem van een roepende in de woestijn: ‘Maakt de weg van de Heer recht!’, zoals de profeet Jesaja heeft gesproken. (Telos)

De doop van Johannes was een waterdoop der bekering tot vergeving van zonden. Bekering en vergeving leveren een beter zicht op God, nadien kunnen we Hem nog beter leren kennen.

Openbaar geworden, is Hij helaas niet door Israël gekend en erkend:

Joh 1:5  En het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft het niet begrepen. (...) Joh 1:10  Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem geworden, en de wereld heeft Hem niet gekend. Joh 1:11  Hij kwam tot het zijne, en de zijnen hebben Hem niet aangenomen. (Telos)

32

Joh 1:32  En Johannes getuigde en zei: Ik heb de Geest zien neerdalen als een duif uit de hemel, en hij bleef op Hem. (Telos)

Zien. Zie vers 34.

33

Joh 1:33  En ik kende Hem niet; maar Hij die mij heeft gezonden om te dopen met water, die zei mij: Op Wie u de Geest zult zien neerdalen en op Hem blijven, Die is het die met de Heilige Geest doopt. (Telos)

Ik kende Hem niet. Zie vs. 31.

34

Joh 1:34  En ik heb gezien en getuigd dat Deze de Zoon van God is. (Telos)

Ik heb gezien. Zie vers 32.

Dat Deze de Zoon van God is. En tevens, aldus Johannes, "het Lam van God" (2). Zoon èn offerlam. Dat herinnert ons aan Izak, die door zijn vader Abraham geofferd werd.

35

Joh 1:35  De volgende dag stond Johannes daar weer, en twee van zijn discipelen. (Telos)

De volgende dag. Het is de eerste dag, gerekend tot ‘de derde dag’ van Joh. 2:1 en 'de volgende dag' van vs. 43.

Twee van zijn discipelen. Onder wie Andreas (vs. 40).

36

Joh 1:36  En toen hij op Jezus zag, die daar wandelde, zei hij: Zie, het Lam van God. (Telos)

Zie, het Lam van God. Dat is de tweede keer dat Johannes aldus op Jezus wijst (29). Merk op dat Johannes niet zei: 'Zie, de Messias' (vgl. vs. 42) of 'Zie, de Zoon van God' (34, vgl. vs. 49), of 'Zie, de koning van Israël' (vgl. vs. 49). Johannes zag door de ogen van God.

37

Joh 1:37   En de twee discipelen hoorden hem spreken en volgden Jezus. (Telos)

De twee discipelen. Zie vers 35.

38

Joh 1:38  En Jezus keerde Zich om en zag dat zij Hem volgden, en zei tot hen: (1-39) Wat zoekt u? En zij zeiden tot Hem: Rabbi (wat vertaald wil zeggen: Meester), waar verblijft U? (Telos)

Rabbi. Ook Nathanaël zal hem met 'rabbi' (vs. 49) aanspreken.

39

Joh 1:39  (1-40) Hij zei tot hen: Komt en u zult het zien. Zij kwamen dan en zagen waar Hij verbleef, en zij verbleven die dag bij Hem. Het was ongeveer het tiende uur. (Telos)

Het tiende uur. Dat is 6 + 10 = 16 uur volgens onze tijdrekening. Johannes rekent vanaf 6 uur 's ochtends.

40

Joh 1:40  (1-41) Andreas, de broer van Simon Petrus, was een van de twee die het van Johannes gehoord hadden en Hem gevolgd waren. (Telos)

Een van de twee. Zie vs. 35, 37. De andere is ons niet bekend.

43

Joh 1:43   (1-44) De volgende dag wilde Hij naar Galilea vertrekken en Hij vond Filippus; en Jezus zei tot hem: Volg Mij. (Telos)

De volgende dag. Ook in vers 35. Het is de tweede dag, teruggerekend vanaf ‘de derde dag’ van Joh. 2:1

Naar Galilea vertrekken. De Heer was in het Overjordaanse.

Filippus. Filippus wordt door sommigen hier gezien als een voorafbeelding van het gelovig overblijfsel. Door hem komt Nathanaël tot geloof.  

45

Joh 1:45  (1-46) Filippus vond Nathanaël en zei tot hem: Wij hebben Hem gevonden van Wie Mozes in de wet geschreven heeft, en de profeten: Jezus, de Zoon van Jozef, van Nazareth. (Telos)

Van Wie Mozes in de wet geschreven heeft. Namelijk van een profeet zoals hijzelf; eerder in het Johannesevangelie door de priesters en Levieten “de profeet” genoemd (21, 24). Mozes had gezegd:

De 18:15 Een Profeet, uit het midden van u, uit uw broederen, als mij, zal u de HEERE, uw God, verwekken; naar Hem zult gij horen; (SV)

46

Joh 1:46 (1-47) En Nathanaël zei tot hem: Kan uit Nazareth iets goeds zijn? Filippus zei tot hem: Kom en zie. (Telos)

Nazareth. Een dorp kleiner dan Kana, waar Nathanaël woonde.

Kan uit Nazareth iets goeds zijn. Wellicht stond het dorp slecht bekend. Jezus werd geboren in een nederige plek in Bethlehem en groeide op in een Galileïsch dorp dat tenminste bij Nathanaël geen goede naam had.

49

Joh 1:49  (1-50) Nathanaël antwoordde Hem: Rabbi, U bent de Zoon van God, U bent de koning van Israël. (Telos)

Rabbi. De betekenis "meester" is in vs. 38 gegeven.

U bent de Zoon van God. Dat had Johannes eerder gezegd (34). Misschien had Nathanaël daarvan gehoord. Zo niet, dan is het een wonderbare belijdenis. Ook Petrus zal de Heer later belijden als 'de zoon van de levende God'.

50

Joh 1:50  (1-51) Jezus antwoordde en zei tot hem: Omdat Ik je gezegd heb: Ik zag je onder de vijgeboom, geloof je? Je zult grotere dingen zien dan deze. (Telos)

Geloof je? Nathanaël had al een en ander over Jezus gehoord van Filippus. Nu bemerkt hij dat Jezus buitengewone kennis van hem heeft: ogen die verder zien dan wat een natuurlijk oog normaliter kan waarnemen.

Grotere dingen. Als genoemd in het volgende vers.

51

Joh 1:51 (1-52) En Hij zei tot hem: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg jullie: Jullie zullen van nu aan de hemel geopend zien en de engelen van God opstijgen en neerdalen op de Zoon des mensen. (CP[6])

Voorwaar, voorwaar, Ik zeg jullie. De verzekerende spreekwijze: "voorwaar, voorwaar zeg Ik u," evenals zijn "Die oren heeft om te horen, die hore", is voor Jezus eigenaardig. Zij luidde in de landstaal: amen, amêna, lechon; en dit "Amen" is voor Christus zo karakteristiek geworden dat Hij in Openb. 3:14 de "Amen," de getrouwe en waarachtige Getuige genoemd wordt.

Jullie. Meervoud. Jezus sprak tot de enkeling Nathanaël, maar doelde tevens op de andere leerlingen.

Van nu aan. De Heer ziet zijn leerlingen al in een verheerlijkte staat voor zich, waarin hun de hemel niet langer gesloten, maar geopend is en hun de gang der engelen openbaar is en Jezus' gezag en heerschappij door hen gezien wordt.

Ro 8:30  En hen die Hij tevoren heeft bestemd, die heeft Hij ook geroepen; en die Hij heeft geroepen, die heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij heeft gerechtvaardigd, die heeft Hij ook verheerlijkt. (Telos)

De hemel geopend zien. De Heer Zelf had de hemel geopend gezien.

Mt 3:16  Nadat nu Jezus was gedoopt, steeg Hij terstond op uit het water; en zie, de hemelen werden Hem geopend, en Hij zag de Geest van God neerdalen als een duif en op Zich komen; (Telos)

Later zal Stefanus de hemel geopend zien:

Hnd 7:56  en zei: Zie, ik zie de hemelen geopend en de Zoon des mensen, staande aan Gods rechterhand. (Telos)

En ook Petrus zag de hemel geopend.

Hnd 10:11  En hij zag de hemel geopend en een voorwerp neerdalen als een groot laken, dat aan de vier hoeken op de aarde werd neergelaten; (Telos)

En Johannes zag de hemel geopend:

Opb 4:1  Hierna zag ik, en zie, een deur was geopend in de hemel, en de eerste stem die ik gehoord had als van een bazuin, die met mij sprak, zei: Kom hier op en Ik zal u tonen wat hierna moet gebeuren. (Telos)

Opb 19:11  En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard, en Hij die daarop zit, heet Getrouw en Waarachtig, en Hij oordeelt en voert oorlog in gerechtigheid. (Telos)

Het geloof in de Zoon van God opent voor ons de hemel.

De engelen van God opstijgen en neerdalen op de Zoon des mensen. Heengaand van en terugkerend tot Hem die de Heer der engelen is. Een glimp van Jezus' heerlijkheid in het Vrederijk wordt gegeven in deze verklaring: de engelen zullen opstijgen en neerdalen op de Zoon des mensen.

De Zoon des mensen. Niet: "op de Zoon van God" (vs. 49).

Bron

Karl August Dächsel; F. P. L. C. van Lingen; H. van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) : met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901). Enige tekst van het commentaar op Joh. 1:51 is onder wijziging verwerkt op 10 apr. 2021.

Voetnoten

  1. Ed. L. Miller, "'The Logos Was God'," in: The Evangelical Quarterly 53.2 (April-Juni. 1981): 65-77, blz. 73-74.
  2. Ed. L. Miller, "'The Logos Was God'," in: The Evangelical Quarterly 53.2 (April-Juni. 1981): 65-77, blz. 68v. Daar worden nog meer redenen genoemd.
  3. Ed. L. Miller, "'The Logos Was God'," in: The Evangelical Quarterly 53.2 (April-Juni. 1981): 65-77, blz. 69v.
  4. Ed. L. Miller, "'The Logos Was God'," in: The Evangelical Quarterly 53.2 (April-Juni. 1981): 65-77, blz. 72.
  5. Ed. L. Miller, "'The Logos Was God'," in: The Evangelical Quarterly 53.2 (April-Juni. 1981): 65-77, blz. 65.
  6. Hertaling of vertaling door Christipedia, uitgaande van de Telos-vertaling.