Johannes 3

Uit Christipedia
Versie door Kees Langeveld (overleg | bijdragen) op 22 mei 2021 om 08:59
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Johannes 3 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd. De volgende hoofdstukken van het Evangelie naar Johannes zijn op Christipedia samengevat en/of becommentarieerd.

Johannes: 123456789101112131415161718192021
Johannes, onderwerpen: TekenenDiverse onderwerpen

Samenvatting

De noodzakelijkheid van de wedergeboorte en het verhoogd worden van de Heer, met de slang in de woestijn als voorbeeld. Het getuigenis van Johannes de doper aangaande de Zoon van God.

  • 3:1-22   Gesprek met Nicodemus, 'de leraar van Israël': over de wedergeboorte en behoudenis door geloof in de Zoon van God.
  • 3:23-26 Jezus en Johannes dopen. Vraag over Jezus' dopen. 
  • 3:27-36 Getuigenis van Johannes de doper aangaande Jezus, de Bruidegom, hem die van Boven is, de Zoon van God.

8

Joh 3:8  De wind waait waarheen hij wil, en u hoort zijn geluid, maar u weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heengaat; zo is ieder die uit de Geest geboren is. (Telos)

U weet niet waar hij vandaan komt. Een gelovige in Christus is voor de wereld een vreemd figuur, omdat zij niet weet dat zijn oorsprong als nieuw mens in de hemel is.

En waar hij heengaat. De wereld weet niet dat onze bestemming de hemel is. De wegrukking van de gemeente ten hemel (→ Opneming van de gemeente) zal de wereld een raadsel zijn.

12

Joh 3:12  Als Ik u de aardse dingen heb gezegd en u niet gelooft, hoe zult u geloven als Ik u de hemelse zeg? (Telos)

De aardse dingen. Waartoe de wedergeboorte van een mens op aarde behoort.

13

Joh 3:13  En niemand is opgevaren in de hemel dan hij die uit de hemel neergedaald is, de Zoon des mensen, die in de hemel is. (Telos)

De Zoon des mensen, die in de hemel is. De Zoon des mensen was op aarde, naar zijn menselijke natuur, maar als de eeuwige Zoon van God, tevens Mensenzoon, was Hij in de hemel.

De wereld heeft 'de Heer der heerlijkheid', een uitdrukking die toch van toepassing is op de goddelijke Zoon, die tevens Mensenzoon was, als mens gekruisigd.

1Co 2:8  die geen van de oversten van deze wereld heeft gekend (want als zij haar hadden gekend, zouden zij de Heer der heerlijkheid niet gekruisigd hebben); (Telos)

27

Joh 3:27  Johannes antwoordde en zei: Een mens kan helemaal niets aannemen, tenzij het hem uit de hemel is gegeven. (Telos)

Een mens kan helemaal niets aannemen, tenzij het hem uit de hemel is gegeven. De Heer Jezus doopte en leraarde. Zoiets kan een mens alleen op zich nemen, als hij door God daartoe geroepen is.

29

Joh 3:29  Hij die de bruid heeft, is de bruidegom; maar de vriend van de bruidegom, die daarbij staat en hem hoort, verblijdt zich met blijdschap over de stem van de bruidegom. Deze blijdschap van mij dan is vervuld geworden. (Telos)

De bruid. Daartoe behoorden de mensen die zich door Jezus lieten dopen (vs. 26).

Joh 3:26  En zij kwamen naar Johannes toe en zeiden tot hem: Rabbi, Hij die met u was aan de overkant van de Jordaan, van Wie u hebt getuigd, zie, Hij doopt en allen komen naar Hem toe. (Telos)

De vriend van de bruidegom. De vriend is Johannes de Doper.

30

Joh 3:30  Hij moet meer, maar ik minder worden. (Telos)

Nog meer dopelingen (vgl. vs. 26) moeten zich bij Hem vervoegen, nog meer mensen Hem volgen. Zijn discipelschaar moet groter worden dan die van mij.

31

Joh 3:31  Hij die van boven komt, is boven allen; wie uit de aarde is, is uit de aarde en spreekt uit de aarde. (Telos)

Johannes acht zich, met reden, minder (vs. 30) dan Hem die van boven komt.

Van boven. Van de hemel (vs. 32)

Wie uit de aarde is. Als Johannes zelf.

32

Joh 3:32  Hij die uit de hemel komt, is boven allen. Wat Hij heeft gezien en gehoord, dat getuigt Hij; en zijn getuigenis neemt niemand aan. (Telos)

Hij die uit de hemel komt. Het is, naar dit woord van Johannes, alsof Jezus pas van Boven komt. De hemelse oorsprong van de Heer staat Johannes helder voor de geest.

Wat Hij heeft gezien en gehoord. De hemelse dingen.

33

Joh 3:33  Wie zijn getuigenis heeft aangenomen, heeft bezegeld dat God waarachtig is. (Telos)

Dat God waarachtig is. Een feit dat voorafgaand aan de zondeval van de mens door de duivel in twijfel werd getrokken. Door het geloof erkennen wij Gods waarachtigheid en worden wij behouden.

Nabeschouwing

De mens, zoals hij van nature is, zelfs al is hij voornaam en bevoorrecht als Nicodemus, moet door het werking van de Geest en het Woord van God opnieuw, nu geestelijk, geboren worden, teneinde het Koninkrijk van God te kunnen zien en binnengaan. Hij moet geboren worden uit water en Geest. Wat uit de Geest geboren is, is geest, in tegenstelling tot vlees, en het water betekent ongetwijfeld het woord van God in zijn zedelijke werking, vgl. Joh 15: 3; 1 Petrus 1:23. Dit had 'de leraar van Israël' moeten weten uit de profetische aankondiging in Eze 36:25 enz. aangaande de aardse zegen. Maar de Heer gaat spreken van hemelse dingen. De mens, die een zondaar is, kan door het geloof in de Zoon van God - in diens verhoging aan het kruis het tegenbeeld van de koperen slang - behouden worden en eeuwig leven ontvangen. Hier vernemen wij voor het eerst het getuigenis van de liefde van God tot de wereld, en Zijn doel met de mens in het geven van Zijn enige Zoon, namelijk dat wie in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. De liefde van God is niet beperkt tot de Joden ("de wereld... ieder die in Hem gelooft", Joh. 3:16).

Johannes de Doper legt een ontroerend getuigenis af aangaande Jezus. Johannes' blijdschap wordt vervuld door het horen van de stem van de Bruidegom, hoewel hijzelf ten opzichte van de Heiland minder moet worden. De laatste twee verzen zijn ongetwijfeld[1] de woorden van de evangelist. Jezus wordt als de Zoon voorgesteld. Geloof in Hem is eeuwig leven, ongehoorzaamheid aan Hem houdt de mens onder Gods toorn.

Voetnoot

  1. Aldus A New and Concise Bible Dictionary (George Morris, 1899) s.v. 'John, the Gospel by'.