Johannes 5

Johannes 5 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd. De volgende hoofdstukken van het Evangelie naar Johannes zijn op Christipedia samengevat en/of becommentarieerd.

Johannes: 123456789101112131415161718192021
Johannes, onderwerpen: TekenenDiverse onderwerpen

Samenvatting

Een teken te Jeruzalem: genezing van een verlamde bij het badwater Bethesda op de sabbat en Jezus’ verantwoording aan de Joden.

  • 5: 1-5     het badwater Bethesda
  • 5: 6-9     genezing van een verlamde
  • 5: 10-13 verantwoording van de verlamde aan de Joden
  • 5: 14-15 ontmoeting met Jezus
  • 5: 16-47 verantwoording van Jezus aan de Joden

De zegen in het badwater van Bethesda werd overtroffen door de kracht van het woord van de Zoon van God. Het genezingswonder verricht op de sabbat is een werk van de zoon in afhankelijkheid van de Vader, die eveneens werkt. "Mijn Vader werkt tot nu toe en ik werk." De Vader en de Zoon één zijn in hun werk van genade. De Vader oordeelt niet; de Zoon wekt op en oordeelt. Wie Zijn woord hoort en gelooft in de Vader die Hem gezonden heeft, heeft eeuwig leven en zal niet in het oordeel komen. Hij is uit de dood overgegaan in het leven. Zij die zedelijk-geestelijk dood zijn, horen Zijn stem nu, en zij die gehoord hebben zullen leven. Ook allen die in hun graven zijn, zullen horen en uitgaan, en er zal een opstanding van het leven en een ten oordeel zijn. In dit hoofdstuk wordt het leven beschouwd in samenhang met de stem van de Heer Jezus als de Zoon van God. Naast het getuigenis van Johannes, was er de drievoudige getuige van Zijn heerlijkheid: Zijn werken, de Vader, en de Schriften.

1

Joh 5:1  Daarna was er een feest van de Joden, en Jezus ging op naar Jeruzalem. (Telos)

Een feest van de Joden. Welk feest dat was wordt niet duidelijk, het is kennelijk niet van belang. Het was waarschijnlijk een van de jaarlijkse feesten waarbij de mannen verplicht waren naar Jeruzalem te gaan (Ex. 23:14): Ongezuurde Broden (dat direct op Pasen volgt), Wekenfeest (Pinksterfeest) of Loofhuttenfeest. Uitleggers zijn niet eenstemmig in hun antwoord op de vraag welk feest in ons vers bedoeld wordt.

Sommigen zien in de uitdrukking “feest der Joden” een zinspeling op de verwording van de hoogtijden des Heren tot menselijke feesten van de Joden. Maar de woorden kunnen evengoed een neutrale aanduiding zijn voor de gelovigen uit de volken buiten Israël.

2

Joh 5:2 Nu is er in Jeruzalem aan de Schaapspoort een vijver, die in het Hebreeuws bijgenaamd wordt Bethesda, met vijf zuilengangen. (Telos)

Schaapspoort. In de noordelijke stadsmuur. Zie Schaapspoort.

Bethesda. Zie Bethesda.

 
Ligging van de schaapspoort en de vijver Bethesda.

3

Joh 5:3  Daarin lag een menigte zieken, blinden, kreupelen, verdorden, <die wachtten op de beroering van het water.> (Telos)

Verdorden. Dit zijn mensen met vermagerde of verschrompelde ledematen. Het Griekse bijvoeglijke naamwoord wordt ook gebezigd voor de ledematen.

Mt 12:10  En zie, er was een mens met een verschrompelde hand. En zij vroegen Hem: Is het geoorloofd op de sabbat te genezen? - om Hem te kunnen aanklagen. (Telos)

Mr 3:3  En Hij zei tot de mens met de verschrompelde hand: Kom in het midden staan! (Telos)

Lu 6:6  Het gebeurde nu op een andere sabbat dat Hij de synagoge binnenkwam en leerde; en daar was een mens, wiens rechterhand verschrompeld was. (Telos)

Lu 6:8  Hij kende echter hun overleggingen en zei tot de mens met de verschrompelde hand: Sta op en ga in het midden staan. En hij stond op en ging daar staan. (Telos)

In plaats van 'verschrompeld' heeft de Statenvertaling 'dor'.

<Die wachten op de beroering enz.>. De beschrijving in Joh. 5:3-4 ("die wachten op .... aan welke ziekte hij ook leed") schijnt, uit de vergelijking en studie van handschriften, een latere toevoeging te zijn, die de geneeskracht van het water zoekt te verklaren.

6

Joh 5:6  Jezus zag hem liggen, en daar Hij wist dat hij al lange tijd ziek was, zei Hij tot hem: Wilt u gezond worden? (Telos)

Daar Hij wist dat hij al lange tijd ziek was. Jezus blijkt hier en elders over buitengewoon verkregen kennis te beschikken.

Wilt u gezond worden. De Heer wilde uit de mond van de zieke zelf vernemen wat deze begeerde. Gelukkig zei de zieke niet: Ga weg, flauwerik! We moeten contact met God / Jezus niet bij voorbaat afwijzen.

7

Joh 5:7  De zieke antwoordde Hem: Heer, ik heb geen mens om mij in de vijver te werpen wanneer het water in beweging wordt gebracht; en terwijl ik kom, daalt een ander voor mij neer. (Telos)

Het antwoord van de zieke getuigt van de teleurstellingen die hij heeft ondervonden en van de onmacht om zijn kans te verbeteren.

8

Joh 5:8  Jezus zei tot hem: Sta op, neem uw rustbed op en wandel. (Telos)

De zieke heeft te kennen gegeven dat hij gezond wil worden, hetgeen voor de Heer genoeg is om hem te genezen.

10

Joh 5:10  De Joden dan zeiden tot de genezene: Het is sabbat, en het is u niet geoorloofd uw rustbed op te nemen. (Telos)

Jezus, de Zoon van God, die de Heer is van de sabbat, had de zieke gezegd zijn rustbed op te nemen (vs. 8, 11). De Joden echter hadden het sabbatsgebod verzwaard, zodat het opnemen van een rustbed en andere geringe handelingen verboden waren. Zowel het opnemen van het rustbed alsook de voorafgaande daad van genezing (vs. 16) waren overtredingen in de ogen van deze Joden.

13

Joh 5:13  Maar de genezene wist niet wie het was; want Jezus was ontweken, omdat er een menigte op die plaats was. (Telos)

De menigte zou op hem afgekomen zijn.

Een menigte op die plaats. Zie vers 3.

14

Joh 5:14  Daarna vond Jezus hem in de tempel en zei tot hem: Zie, u bent gezond geworden; zondig niet meer, opdat u niet iets ergers overkomt. (Telos)

Daarna vond Jezus hem in de tempel. De vijver lag in de buurt van de schaapspoort (vs. 2), welke toegang gaf tot het tempelplein.

Zondig niet meer. De ziekte was kennelijk een gevolg van zijn zonde.

20

Joh 5:20  Want de Vader heeft de Zoon lief en toont Hem alles wat Hijzelf doet; en Hij zal Hem grotere werken tonen dan deze, opdat u zich verwondert. (Telos)

Grotere werken. Zie vers 21. Die grotere werken is onder meer de opwekking van Lazarus.

21

Joh 5:21  Want zoals de Vader de doden opwekt en levend maakt, zo maakt ook de Zoon levend wie Hij wil. (Telos)

Zoals de Vader ... zo ... ook de Zoon. Zie de vorige twee verzen.

24

Joh 5:24 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: wie mijn woord hoort en gelooft Hem die Mij heeft gezonden, die heeft eeuwig leven en komt niet in het oordeel, maar is uit de dood overgegaan in het leven. (Telos)

Komt niet in het oordeel. Zie de ontmoeting van Johannes met de Heer in Opb. 1. De Heer verschijnt hem als rechter. De apostel valt als dood aan Diens voeten en rijst door Jezus’ aanraking weer op. Johannes wordt niet geoordeeld.

25

Joh 5:25 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: er komt een uur, en het is nu, dat de doden de stem van de Zoon van God zullen horen en zij die deze hebben gehoord, zullen leven. (Telos)

Er komt een uur, en het is nu. Nadat de Heer aan het kruis zijn Geest had overgegeven, werden de graven geopend en werden vele heiligen levend. Na zijn opstanding kwamen zij uit de graven en verschenen aan velen. Zij hadden de stem gehoord. De overige doden hebben misschien alleen een geluid gehoord, gelijk als toen de God van de hemel sprak en de mensen een dondergeluid vernamen.  

Hebben de doden de stem van de Heer gehoord toen Hij een meisje, een jongen en Lazarus opwekte?

26

Joh 5:26 Want zoals de Vader leven heeft in Zichzelf, zo heeft Hij ook de Zoon gegeven leven te hebben in Zichzelf; (Telos)

De Zoon gegeven. De Zoon is hier misschien de zoon van God door geboorte uit de Heilige Geest en Maria. Daardoor is hij ook mensenzoon (27). Als menselijke zoon van de Vader heeft hij leven in zichzelf ontvangen, dat hij aan andere mensen kan meedelen. Hij is het hoofd van een nieuw mensengeslacht.

32

Joh 5:32 Er is een ander die van Mij getuigt, en Ik weet dat het getuigenis dat Hij van Mij getuigt, waar is. (SV)

Er is een ander die van Mij getuigt. Dat is Johannes de Doper (vs. 33).