Johannes 9

Uit Christipedia
Versie door Kees Langeveld (overleg | bijdragen) op 22 okt 2021 om 16:45 (→‎Samenvatting)
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Johannes 9 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd. De volgende hoofdstukken van het Evangelie naar Johannes zijn op Christipedia samengevat en/of becommentarieerd.

Johannes, hoofdstukken: 123456789101112131415161718192021
Johannes, onderwerpen: TekenenDiverse onderwerpen

Samenvatting

In 't kort: de genezing van een blindgeborene. 1-5 De oorzaak van de blindheid. 6-7 Genezing van de blindgeborene. 8-9 Reacties van mensen. 10-18 De blindgeborene bevraagd. 19-24 Zijn ouders bevraagd. 25-34 De tweede bevraging door de farizeeën eindigt in zijn verwerping. 35-39 Jezus hoort ervan, zoekt hem op en spreekt met hem. 40-41 Jezus wijst de farizeeën op hun (geestelijke) blindheid en zonde.

1

Joh 9:1  En toen Hij voorbijging, zag Hij een mens, blind van de geboorte af. (Telos)

Een mens, blind van de geboorte af. Die daar zat te bedelen (vgl. vs. 8).

2

Joh 9:2  En zijn discipelen vroegen Hem aldus: Rabbi, wie heeft gezondigd, deze of zijn ouders, dat hij blind geboren werd? (Telos)

Wie heeft gezondigd, deze of ... De discipelen wisten kennelijk niet dat de man blind van zijn geboorte af was. Dit zal hen later zijn bekend geworden.

4

Joh 9:4  Ik moet de werken werken van Hem die Mij heeft gezonden, zolang het dag is; de nacht komt wanneer niemand kan werken.

Joh 12:35  Jezus dan zei tot hen: Nog een korte tijd is het licht onder u; wandelt terwijl u het licht hebt, opdat de duisternis u niet overvalt. En wie in de duisternis wandelt, weet niet waar hij heengaat. (Telos)

De nacht komt wanneer niemand kan werken. Welke nacht wordt door de Heer bedoeld? Enkele antwoorden: 1. de nacht van de dood[1]; 2. de tijd voor de Joden na Jezus' vertrek uit deze wereld[1]; 3. de tijd van de toekomstige grote verdrukking.

6

Joh 9:6  Na dit gezegd te hebben spuwde Hij op de grond en maakte slijk van het speeksel en streek het slijk op zijn ogen (Telos)

Wat heeft deze behandeling te betekenen? De blindgeborene ging, nog altijd blind, met slijk op zijn ogen, heen naar de vijver (vs. 7). Misschien wordt met het slijk de oorzaak van de blindheid aangewezen: een vloek ('spuwde') is na de zondeval over de aarde ('grond') gekomen, met gevolgen voor de mens en diens nageslacht (blindheid vanaf de geboorte). Door het woord van God (water) worden wij gereinigd en onze ogen geopend (vs. 7).

7

Joh 9:7  en zei tot hem: Ga heen, was u in de vijver Siloam-wat vertaald wordt: uitgezonden. Hij dan ging weg, waste zich en kwam ziende terug. (Telos)

Hij dan ging weg. Nog blind, met slijk op zijn ogen.

Waste zich en kwam ziende terug.

Opb 7:14  En ik zei tot hem: Mijn heer, u weet het. En hij zei tot mij: Dezen zijn het die uit de grote verdrukking komen; en zij hebben hun lange kleren gewassen en ze wit gemaakt in het bloed van het Lam. (Telos)

13

Joh 9:13 Zij brachten hem die vroeger blind was geweest, naar de farizeeën. (Telos)

De man was een levend teken voor de farizeeën.

17

Joh 9:17  Zij zeiden dan opnieuw tot de blinde: Wat zegt u van Hem, omdat Hij uw ogen heeft geopend? En hij zei: Hij is een profeet. (Telos)

Hij is een profeet. Hij moet van God zijn, aldus de blindgeborene (vs. 33).

24

Joh 9:24 Zij riepen dan voor de tweede keer de mens die blind was geweest en zeiden tot hem: Geef God heerlijkheid; wij weten dat deze mens een zondaar is. (Telos)

Geef God heerlijkheid.

Joz 7:19 Toen zeide Jozua tot Achan: Mijn zoon! Geef toch den HEERE, den God van Israël, de eer, en doe voor Hem belijdenis; en geef mij toch te kennen, wat gij gedaan hebt, verberg het voor mij niet. (SV)

Dat deze mens een zondaar is. Zie vs. 16: "een zondig mens".

Joh 18:30 Zij antwoordden en zeiden tot hem: Als Hij geen boosdoener was, zouden wij Hem niet aan u hebben overgeleverd.

31

Joh 9:31  Wij weten dat God geen zondaars hoort, maar als iemand godvrezend is en zijn wil doet, die hoort Hij. (Telos)

De verzen 31 - 33 zijn nog van de blindgeborene.

41

Joh 9:41  Jezus zei tot hen: Als u blind was, zou u geen zonde hebben; maar nu zegt u: Wij zien; dus blijft uw zonde. (Telos)

Als u blind was, zou u geen zonde hebben. De farizeeën hadden tegen de blindgeborene gezegd: "u bent geheel in zonden geboren" (34). Het is alsof de Heer het omgekeerde beweert, om hen tot nadenken te prikkelen. Als de farizeeën hun geestelijke blindheid zouden erkennen en geloven dat Jezus de Christus is, dan zouden ze geen zonde meer hebben. Hun zonden zouden vergeven zijn.

Nabeschouwing

In dit hoofdstuk zien wij opnieuw een openbaring van haat jegens de Heer Jezus. De Heer Jezus geeft het gezichtsvermogen aan een blindgeborene. Hier is het Zijn werk dat van de Heer getuigt. De leiders van de Joden waren zelf blind. Ze zeiden van Jezus: "Wij weten dat deze man een zondaar is." De blindgeborene weerlegt hun bewering door een eenvoudige redenering. Maar zij werpen hem uit hun synagoge. Jezus openbaart zich aan hem als de Mensenzoon. De blindgeborene gelooft in Jezus en aanbidt hem. Hoewel uitgeworpen door mensen, behoort Hij nu de Heer toe. Hij werd ziende, maar de ziende farizeeën (15), de Joden (18) die Jezus verwierpen, waren blind geworden (39).

Voetnoot

  1. 1,0 1,1 Karl August Dächsel; F. P. L. C. van Lingen; H. van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting): met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901).