Kloekzinnig

Kloekzinnig is, naar de samenstelling van het woord, een kloeke zin bezittend. Het betekent onder meer "flink van verstand, wakker van geest".

Het woord is afgeleid van kloek (flink, groot) en zin.

Als bijvoeglijk naamwoord heeft het deze betekenissen:[1]

  1. Flink van verstand, wakker van geest. 
  2. Een flink handelende geest bezittend, flink in handelen en optreden. 
  3. IJverig. 
  4. Verstandig, wijs. 
  5. Bekwaam, knap. 

Als bijwoord betekent het: "met verstand"[1]. "Wij moeten nu verder alles kloekzinnig overleggen".

De afleiding kloekzinnigheid, betekent

  1. Flinkheid of wakkerheid van geest. "De kloekzinnigheid kan zich daarin openbaren dat men het kwaad zowel als het goede ziet voordat her door anderen ontdekt wordt.
  2. Wijsheid, verstand.

Kloekzinnigheid, een enigzins verouderd woord, is hetzelfde als hetgeen wij thans zouden zeggen: schranderheid, beleid, doorzicht in de zaken van het gewone leven[2].

Wijsheid woont bij de kloekzinnigheid.

Spr 8:12 Ik, Wijsheid, woon [bij] de kloekzinnigheid, en vinde de kennis van alle bedachtzaamheid. (SV)

Voetnoot

  1. 1,0 1,1 Kloekzinnig, in: Woordenboek der Nederlandsche Taal (1936).
  2. Naar Van der Palm, zie Kloekzinnig, in: Woordenboek der Nederlandsche Taal (1936).