Laodicea

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Laodicéa (= volksoordeel) is een plaats genoemd in het Nieuwe Testament. Jaren na Zijn hemelvaart en verhoging liet de Heer Jezus een korte brief aan de gemeente aldaar schrijven. Laodicea was in de oudheid een belangrijke stad in het district Frygië in Klein-Azië. De stad lag tussen de steden Hiërapolis en Colosse in, die ook beide in het Nieuwe Testament worden genoemd.

Ligging van Laodicéa.

Naam. De oude stadsnaam van Laodicéa was Diospolis, maar toen Antiochus Theos de stad herbouwde noemde hij haar Laodicéa, naar de naam van zijn vrouw Laodice.

De naam Laodicéa is samengesteld uit de Griekse woorden laos (=volk) en dike (=oordeel, vonnis, straf, gerechtigheid). In de uitspraak ligt de klemtoon op de 'e'. De bewoners heten Laodiceëers (Col. 4:16).

Laodicéa werd na de herbouw een welvarende stad. Eens werd zij verwoest door een aardbeving, maar de bewoners waren in staat om haar zonder hulp van de staat te herbouwen; vergelijk Openbaring 3:17

Opb 3:17 Omdat u zegt: Ik ben rijk en verrijkt en heb aan niets gebrek, en u weet niet dat u de ellendige, jammerlijke, arme, blinde en naakte bent, (TELOS)

Later is de stad opnieuw vernietigd. De ruïnes worden genoemd Eski-hissar.  

Gemeente. Er was daar een christelijke gemeente ontstaan, misschien door de dienst van de Kolosser Epafras. Onzeker is of Paulus de gemeente heeft bezocht. In elk geval heeft hij haar een brief geschreven, die ons echter niet is overgeleverd (Col. 4:16).

Het is duidelijk dat de plaatselijke gemeente in Paulus' hart was en dat hij haar welzijn zocht, zoals blijkt uit zijn brief aan de heiligen te Kolosse.

Col 1:27 Aan hen heeft God willen bekend maken welke de rijkdom is van de heerlijkheid van deze verborgenheid onder de volken, welke is Christus in u, de hoop van de heerlijkheid. Col 1:28 Hem verkondigen wij, terwijl wij iedere mens terechtwijzen en iedere mens leren in alle wijsheid, om iedere mens volmaakt te stellen in Christus. Col 1:29 Hiervoor arbeid ik ook onder strijd naar zijn werking, die in mij werkt met kracht. Col 2:1 Want ik wil dat u weet, wat een strijd ik heb voor u en voor hen in Laodicéa, en voor allen die mijn aangezicht in het vlees niet hebben gezien; Col 2:2 opdat hun harten vertroost worden en zij samengevoegd zijn in liefde en tot alle rijkdom van de volle zekerheid van het inzicht, tot kennis van de verborgenheid van God de Vader, Christus, Col 2:3 in Wie al de schatten van de wijsheid en kennis verborgen zijn. (TELOS)

Col 4:13 Want ik getuig van hem, dat hij veel moeite doet voor u en voor hen in Laodicéa en hen in Hierápolis. Col 4:15 Groet de broeders in Laodicéa, en Nymfa, en de gemeente in haar huis. Col 4:16 En wanneer de brief bij u is gelezen, zorgt er dan voor dat hij ook wordt gelezen in de gemeente van de Laodiceëers en dat ook u die uit Laodicéa leest. (TELOS)

De toestand van de gemeente kennen wij hoofdzakelijk uit de brief die de Heer door de hand van de apostel Johannes aan haar liet schrijven.

Opb 1:11 die zei: Wat u ziet, schrijf dat in een boek en zend het aan de zeven gemeenten: naar Efeze, naar Smyrna, naar Pergamus, naar Thyatira, naar Sardis, naar Filadelfia en naar Laodicea. Opb 3:14 En schrijf aan de engel van de gemeente in Laodicea: Dit zegt de Amen, de trouwe en waarachtige getuige, het begin van de schepping van God: (TELOS)

Artemon (ook Artemonos of Artemonus) van Laodicéa was een ouderling die ca. 303 als martelaar werd onthoofd.[1]

Bronnen

In dit artikel is vertaalde tekst gebruikt uit A New and Concise Bible Dictionary (George Morris, 1899).

Voetnoot