Lukasevangelie/Hoofdstuk 24

Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

Lukasevangelie:


Hoofdstuk 24 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Samenvatting

Maria Magdalena, Johanna en Maria de moeder van Jakobus komen bij het graf, dat leeg blijkt te zijn. Engelen verkondigen hen de opstanding van de Heer (1-8). De apostelen geloven hun getuigenis niet. Petrus bevindt wel dat het graf leeg is. (9-12). Jezus verschijnt aan twee discipelen die op weg zijn van Jeruzalem naar Emmaüs, zij herkennen hem pas als hij het brood bij hen in huis breekt (13-32). Daarna keren zij terug naar Jeruzalem om hun belevenis te vertellen. Daar horen ze van de samenvergaderde discipelen dat de Heer aan Petrus is verschenen. (33-35). Vervolgens verschijnt Jezus in hun midden en bewijst dat Hij het is. Hij opent hun verstand opdat zij de Schriften over zijn lijden en verheerlijking verstaan. Hij gebiedt hen te wachten in Jeruzalem op de belofte van de Heilige Geest (36-49). Nabij Bethanië scheidt hij zegenend van hen en wordt opgenomen in dehemel (50-53).

Luk. 24:1

Lu 24:1  Op de eerste dag van de week echter, toen het nog zeer vroeg was, kwamen zij bij het graf met de specerijen die zij hadden bereid. (Telos)

De eerste dag van de week. Dat is zondag.

Toen het nog zeer vroeg was. Zie ook vers 22.

Zij. Dat zijn de drie vrouwen genoemd in vers 10.

Luk. 24:4

Lu 24:4  En het gebeurde, toen zij daarover in verlegenheid waren, dat zie, twee mannen bij hen stonden in lichtende kleren. (Telos)

Twee mannen. Engelen verschijnen in de Schrift in de gedaante van mannen of van dierachtige wezens.

2Co 13:1 ... in de mond van twee of drie getuigen zal elke zaak vaststaan. (Telos)

In lichtende kleren. Zie Engel over de kleding van engelen.

Luk. 24:5

Lu 24:5  Toen zij erg bang werden en hun gezicht ter aarde bogen, zeiden zij tot hen: Waarom zoekt u de Levende bij de doden? (Telos)

Waarom enz.? De vraag is vreemd, tenzij de vrouwen hadden kunnen weten dat de Heer Jezus zou opstaan. En dat hadden zij kunnen weten, zie volgende vers.

De Levende. Niet "de Heer", want zij wilden meteen bekendmaken dat de Heer Jezus levend was geworden. Tientallen jaren later zal de Heer tot Johannes zeggen:

Opb 1:17  En toen ik Hem zag, viel ik als dood aan zijn voeten; en Hij legde zijn rechterhand op mij en zei: Vrees niet, Ik ben de eerste en de laatste, Opb 1:18  en de levende; en Ik ben dood geweest, en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid, en Ik heb de sleutels van de dood en de hades. (Telos)

Opb 2:8  En schrijf aan de engel van de gemeente in Smyrna: Dit zegt de eerste en de laatste, die dood geweest is en weer levend geworden: (Telos)

Petrus zal hem noemen "de Vorst van het leven".

Hnd 3:15  de Vorst van het leven echter hebt u gedood, die God heeft opgewekt uit de doden, van Wie wij getuigen zijn. (Telos)

Luk. 24:6

Lu 24:6  Hij is hier niet, maar Hij is opgewekt. Herinnert u hoe Hij tot u heeft gesproken toen Hij nog in Galilea was, (Telos)

Hij is hier niet, maar Hij is opgewekt. Opvallend is dat vrouwen het eerst vernamen van Jezus' opstanding. En dat Jezus Zelf het eerst aan een vrouw verscheen, Maria Magdalena, uit wie Hij zeven boze geesten had uitgedreven (Luk. 8:2). De eerste mens die door de duivel verleid werd en in de zonde viel was een vrouw. Door de zonde is de dood in de wereld gekomen. Een bevrijde vrouw vernam als eerste dat de dood door Jezus, haar Bevrijder, was overwonnen.

Herinnert u hoe Hij tot u heeft gesproken toen Hij nog in Galilea was. Dat konden zij zich herinneren, zie volgende verzen. De Heer had niet alleen tot de twaalf apostelen gesproken, die mannen waren.

Luk. 24:7

Lu 24:7  en zei dat de Zoon des mensen moest worden overgeleverd in handen van zondige mensen en gekruisigd worden en op de derde dag opstaan. (Telos)

Zondige mensen. De zondigheid van de mens zou verschrikkelijk openbaar worden bij het verhoor en de kruisiging van Jezus. Misschien echter doelden de engelen met 'zondige mensen' op bijzonder slechte mensen, zoals de ruwe soldaten die een doornenkroon op zijn hoofd drukten.

Gekruisigd worden. De Heer had ook de wijze van zijn terechtstelling aangekondigd: niet door steniging, niet door het zwaard, maar door kruisiging.

Luk. 24:9

Lu 24:9  En teruggekeerd van het graf berichtten zij dit alles aan de elf en aan al de overigen. (Telos)

En aan al de overigen. De overige discipelen van de Heer. Ieder discipel moest het weten!

Luk. 24:10

Lu 24:10  Dit waren nu Maria Magdalena, Johanna en Maria, de moeder van Jakobus; en de overige vrouwen zeiden dit met hen tot de apostelen. (Telos)

Johanna. De vrouw van Chusas, zie Johanna.

Maria. De vrouw van Klopas en de moeder van Jakobus en Joses, zie Maria van Klopas.

En de overige vrouwen zeiden dit met hen tot de apostelen. De overige vrouwen hadden het inmiddels gehoord en hadden geloofd wat hun was bericht door de drie. Wellicht konden de overige vrouwen zich ook herinneren dat Jezus Zijn lijden, dood en opstanding in Galilea had aangekondigd (6-7).

Luk. 24:12

Lu 24:12  Petrus echter stond op en liep snel naar het graf; en hij bukte zich voorover en zag de doeken alleen liggen; en hij ging weg, bij zichzelf verwonderd over wat er was gebeurd. (Telos)

Petrus meende dat de vrouwen kletspraat vertelden, maar hij deed de zaak niet als kletspraat af. Hun bericht liet hem niet los en hij, die zijn Meester had verloochend, besloot op onderzoek uit te gaan. Wat hij vond, deed hem nadenken over wat er was gebeurd.

Daarvan kunnen wij leren dat we niet onze monden hoeven dicht te houden uit vrees dat mensen ons getuigenis als kletspraat verwerpen. Mogelijk is er onder hen iemand die toch aangesproken is, zelf op onderzoek uitgaat en tenslotte de Heer Jezus vindt.

Luk. 24:13

Lu 24:13  En zie, twee van hen waren op diezelfde dag op reis naar een dorp dat zestig stadiën van Jeruzalem verwijderd was, genaamd Emmaüs, (Telos)

Zestig stadiën. Dat is ruim 11 kilometer; zie stadie.

Luk. 24:16

Lu 24:16  hun ogen werden echter ervan weerhouden Hem te herkennen. (Telos)

Wellicht zag Hij er ook uiterlijk anders uit. Immers moest Hij, toen hij na zijn opstanding aan zijn discipelen verscheen, hen verzekeren dat Hij het was. Vergelijk:

Lu 9:29  En terwijl Hij bad, werd het uiterlijk van Zijn gezicht anders en Zijn kleding werd lichtend wit. (Telos)

In Emmaüs, bij de aanvang van de maaltijd met Hem, zullen hun ogen geopend worden (31).

Luk. 24:19

Lu 24:19  En Hij zei tot hen: Wat dan? Zij nu zeiden tot Hem: De dingen betreffende Jezus de Nazarener, die een profeet was, krachtig in werk en woord voor God en al het volk, (Telos)

Zo getuigden deze twee tegenover hem die zij voor een vreemdeling hielden.

Een profeet. Iemand die namens God spreekt.

Kracht in werk en woord. Opmerkelijk is dat 'werk' voorop staat. Jezus' werken hebben grote indruk achtergelaten. Maar zijn woord was ook krachtig: het drong door tot harten en gewetens en op zijn machtswoord werden zieken genezen en bezetenen bevrijd.

Voor God. Hij was iemand die voor God werkte, Gods werk deed en God verheerlijkte.

Al het volk. Jong en oud, geringen en aanzienlijken.

Luk. 24:20

Lu 24:20  hoe onze overpriesters en oversten Hem hebben overgeleverd tot het doodvonnis en Hem hebben gekruisigd. (Telos)

Tot het doodvonnis. Ze eisten bij stadhouder Jezus' dood. Het doodvonnis mocht alleen de wereldlijke rechter vellen.

Hem hebben gekruisigd. Niet eigenhandig, maar door de handen van enkele Romeinse soldaten. Maar het mag de overleveraars worden aangerekend, zij hebben ervoor gezorgd dat Jezus is veroordeeld en gekruisigd.

Luk. 24:21

Lu 24:21  Wij echter hoopten dat Hij Degene was die Israël zou verlossen; maar al met al is het nu al de derde dag sinds dit is gebeurd. (Telos)

Wij echter hoopten dat Hij Degene was die Israël zou verlossen. Hun hoop zal vervuld worden.

Ro 11:26  en zo zal heel Israël behouden worden, zoals geschreven staat ‘Uit Sion zal de Redder komen; Hij zal de goddeloosheden van Jakob afwenden. (Telos)

Is het nu al de derde dag sinds dit is gebeurd. Vrijdag: de kruisiging; zaterdag: de sabbat; zondag: hun ontmoeting met de vreemdeling.

Luk. 24:22

Lu 24:22  Maar ook hebben enige vrouwen uit ons midden ons buiten onszelf gebracht: zij waren vroeg bij het graf geweest, (Telos)

Vroeg bij het graf. "Zeer vroeg" zelfs (vers 1).

Luk. 24:26

Lu 24:26  Moest de Christus dit niet lijden, en zo in zijn heerlijkheid binnengaan? (Telos)

En zo in zijn heerlijkheid binnengaan. Vermoedelijk is Hij, die een verheerlijkt lichaam had, pas na veertig dagen in zijn heerlijkheid in de hemel binnengegaan. Maar Hij spreekt alsof het al gebeurd is. En dit gebeurt vaker in de Schrift.

Ro 8:30  En hen die Hij tevoren heeft bestemd, die heeft Hij ook geroepen; en die Hij heeft geroepen, die heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij heeft gerechtvaardigd, die heeft Hij ook verheerlijkt. (Telos)

Luk. 24:28

Lu 24:28  En zij naderden het dorp waar zij heengingen; en Hij deed alsof Hij verder wilde gaan. (Telos)

Het dorp. Emmaüs (11).

Luk. 24:29

Lu 24:29  En zij drongen bij hem aan en zeiden: Blijf bij ons, want het is tegen de avond en de dag is al gedaald. En Hij ging naar binnen om bij hen te verblijven. (Telos)

Blijf bij ons. De vreemdeling had hen ingelicht en uit hun droeve stemming opgebeurd. Hun harten waren verwarmd, ja, brandende geworden (32). Hij was een kennis geworden, aan wie ze goed wilden doen.

Luk. 24:30

Lu 24:30  En het gebeurde, toen Hij met hen aanlag, dat Hij het brood nam en zegende en nadat Hij het gebroken had, gaf Hij het hun. (Telos)

Dat Hij het brood nam en zegende en nadat Hij het gebroken had, gaf Hij het hun. Alsof Hij, de genodigde, opeens gastheer was. Hij handelde op dezelfde wijze als bij het laatste maal met Jezus.

Luk. 24:31

Lu 24:31  Hun ogen nu werden geopend en zij herkenden Hem; en Hij werd onzichtbaar voor hen. (Telos)

Hun ogen nu werden geopend.

Lu 24:16  hun ogen werden echter ervan weerhouden Hem te herkennen. (Telos)

Lu 24:35  En zij verhaalden wat er onderweg gebeurd was en hoe Hij hun bekend was geworden in het breken van het brood. (Telos)

Hij werd onzichtbaar voor hen. Hij was geen geest, maar had een lichaam van vlees en beenderen (39). Met dit lichaam kan hij opeens verschijnen (36) en ook onzichtbaar worden.

Luk. 24:33

Lu 24:33  En zij stonden op datzelfde ogenblik op en keerden terug naar Jeruzalem, en zij vonden de elf en hen die bij hen waren, samenvergaderd, (Telos)

Op datzelfde ogenblik. Toen het inmiddels avond was, of tegen de avond (vers 29). Het invallende duister verhinderde hen niet, ze waren opgewonden en moesten hun ervaring diezelfde avond nog vertellen aan de discipelen die zo'n 11 tot 12 kilometer verderop in Jeruzalem waren.

De elf. De twaalf apostelen minus Judas Iskariot.

Luk. 24:34

Lu 24:34  die zeiden: De Heer is werkelijk opgewekt en is aan Simon verschenen. (Telos)

Die zeiden. De samenvergaderde discipelen. Ook deze groep was opgewonden en wilde de aangekomen twee broeders direct vertellen wat zij wisten.

Aan Simon verschenen. Vermoedelijk de eerste mannelijke leerling aan de opgestane Heiland verscheen. Misschien waren er deze tweede redenen voor: 1. Hij was met Johannes naar het graf gesneld, na de boodschap van enkele vrouwen vernomen te hebben. 2. Hij als eerste het graf binnengaan. 3. Hij had iets goed te maken in zijn betrekking tot de Heer. Ongetwijfeld had hij zijn verloochening al als zonde beleden aan God, maar de Heer had hij nog niet ontmoet. 4. De Heer kende de bittere nasmaak in Petrus' hart nadat deze zijn Heer tot driemaal toe verloochend had en in zichzelf zeer teleurgesteld was. De Heer kende de nood van Petrus' ziel.

Luk. 24:35

Lu 24:35  En zij verhaalden wat er onderweg gebeurd was en hoe Hij hun bekend was geworden in het breken van het brood. (Telos)

Hoe Hij hun bekend was geworden in het breken van het brood.

Lu 24:30  En het gebeurde, toen Hij met hen aanlag, dat Hij het brood nam en zegende en nadat Hij het gebroken had, gaf Hij het hun. (Telos)

Luk. 24:36

Lu 24:36  Terwijl zij nu hierover spraken, stond Hijzelf in hun midden en zei tot hen: Vrede zij u. (Telos)

Hij was geen geest, maar had een lichaam van vlees en beenderen (39). Met dit lichaam kan hij opeens verschijnen en ook onzichtbaar (31) worden.

Luk. 24:37

Lu 24:37  Zij werden echter angstig en erg bang en meenden een geest te zien. (Telos)

Hoewel zij op de ontmoeting waren voorbereid door de berichten van Jezus' opstanding, boezemde de verschijning hen vrees aan. Dit kwam door de eerste interpretatie van de verschijning die in hun opkwam.

Luk. 24:39

Lu 24:39  Ziet mijn handen en mijn voeten, dat Ik het Zelf ben; betast Mij en ziet, want een geest heeft geen vlees en beenderen, zoals u ziet dat Ik heb. (Telos)

Ziet Mijn handen en mijn voeten. Die de tekenen van zijn kruiswonden droegen. De Heer was, naar het schijnt, niet herkenbaar aan zijn gelaat. Hij identificeerde zich met zijn de wondtekenen aan zijn handen en zijn voeten.

Betast Mij en ziet.

1Jo 1:1  Wat van het begin af was, wat wij gehoord, wat wij gezien hebben met onze ogen, wat wij aanschouwd en onze handen betast hebben betreffende het woord van het leven (Telos)

Luk. 24:40

Lu 24:40  En toen Hij dit zei, toonde Hij hun zijn handen en voeten. (Telos)

Joh 20:19  Toen het dan avond was op die eerste dag van de week, en de deuren waar de discipelen waren, wegens hun vrees voor de Joden waren gesloten, kwam Jezus, ging in het midden staan en zei tot hen: Vrede zij u! Joh 20:20  En toen Hij dit had gezegd, toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De discipelen dan verblijdden zich toen zij de Heer zagen. (Telos)

Luk. 24:44

Lu 24:44  Hij nu zei tot hen: Dit zijn de woorden die Ik tot u sprak toen Ik nog bij u was, dat alles moest worden vervuld wat over Mij geschreven staat in de wet van Mozes en in de profeten en psalmen. (Telos)

Wie alleen de geschiedenis van Lukas. 24 leest, krijgt de indruk dat de Heer slechts eenmaal aan zijn vergaderde apostelen is verschenen en daarna naar de hemel is gevaren. Zijn tweede boek echter maakt Lukas duidelijk dat Jezus gedurende veertig dagen door hen werd gezien.

Hnd 1:1 Het eerste boek heb ik gemaakt, Theofilus, over alles wat Jezus is begonnen zowel te doen als te leren, Hnd 1:2  tot op de dag dat Hij werd opgenomen, nadat Hij door de Heilige Geest zijn opdrachten had gegeven aan de apostelen die Hij had uitverkoren; Hnd 1:3  aan wie Hij Zich ook, nadat Hij had geleden, levend heeft vertoond met vele duidelijke bewijzen, terwijl Hij gedurende veertig dagen door hen werd gezien en met hen sprak over de dingen die het Koninkrijk van God betreffen. (Telos)

Daarom kan men de verzen 44-49 als een samenvattend deel nemen. Met vers 44 verlaat onze evangelist de eigenlijke vorm van vertellen en stelt de inhoud van de laatste gesprekken van Jezus met Zijn discipelen vóór de hemelvaart in een hoofdsomma bij elkaar. Hij gaat de verschijningen in Galilea geheel voorbij, ze zijn inbegrepen in die veertig dagen durende periode waarin Hij "zich levend heeft vertoond met vele duidelijke bewijzen" (Hand. 1:3).

Luk. 24:49

Lu 24:49  En zie, Ik zend de belofte van mijn Vader op u; u echter, blijft in de stad totdat u wordt bekleed met kracht uit de hoogte. (Telos)

In zijn tweede boek schrijft Lukas:

Hnd 1:1 Het eerste boek heb ik gemaakt, Theofilus, over alles wat Jezus is begonnen zowel te doen als te leren, Hnd 1:2  tot op de dag dat Hij werd opgenomen, nadat Hij door de Heilige Geest zijn opdrachten had gegeven aan de apostelen die Hij had uitverkoren; Hnd 1:3  aan wie Hij Zich ook, nadat Hij had geleden, levend heeft vertoond met vele duidelijke bewijzen, terwijl Hij gedurende veertig dagen door hen werd gezien en met hen sprak over de dingen die het Koninkrijk van God betreffen. Hnd 1:4  En terwijl Hij met hen vergaderd was, beval Hij hun zich niet van Jeruzalem te verwijderen, maar op de belofte van de Vader te wachten, die u zei Hij van Mij hebt gehoord. (Telos)

Ik zend ... op u.

Joh 20:21  Jezus dan zei opnieuw tot hen: Vrede zij u! Zoals de Vader Mij heeft gezonden, zend ook Ik u.  Joh 20:22  En toen Hij dit had gezegd, blies Hij in hen en zei tot hen: Ontvangt de Heilige Geest. (Telos)

De belofte van de Vader. Zie Hand. 1:4 hierboven aangehaald.

Blijft in de stad. Zie Hand. 1:4 hierboven aangehaald.

Luk. 24:51

Lu 24:51  En het gebeurde, terwijl Hij hen zegende, dat Hij van hen scheidde en werd opgenomen in de hemel. (Telos)

Terwijl Hij hen zegende. Zie vers 50. Na zijn vertrek met zegening zullen de discipelen God zegenen (vers 53).

Werd opgenomen in de hemel. Dit is een van de opnemingen ten hemel in de Bijbel.

Daarin is de Heer een voorloper, aangezien ook wij zullen worden opgenomen in de hemel.

Heb 6:20  waar Jezus als voorloper voor ons is ingegaan, naar de orde van Melchizedek hogepriester geworden tot in eeuwigheid. (Telos)

1Th 4:17  daarna zullen wij, de levenden die overblijven, samen met hen in wolken worden opgenomen de Heer tegemoet in de lucht; en zo zullen wij altijd met de Heer zijn. (Telos)

Het Griekse werkwoord voor opnemen in vers 51 is αναφερω, anaphero. Letterlijk betekent dit: 'iemand overplaatsen' (van de ene naar een andere plaats)[1]. De Heer werd omhoog gedragen, geleid. In 1 Thess. 4:17 is het Griekse werkwoord voor opnemen: αρπαζω, harpazo. Dit betekent hier: snel grijpen en meenemen[1]. Wij zullen niet plechtig opstijgen, maar plotseling worden weggegrist (zie Opneming van de Gemeente).

Luk. 24:52

Lu 24:52  En zij aanbaden Hem en keerden terug naar Jeruzalem met grote blijdschap. (Telos)

Met grote blijdschap. De komst van de Heer wordt bekendgemaakt door de verkondiging van grote blijdschap.

Lu 2:10  En de engel zei tot hen: Weest niet bang, want zie, ik verkondig u grote blijdschap, die voor het hele volk zal zijn; (Telos)

Het vertrek van de Heer wordt gevolgd door een terugkeer van de leerlingen met grote blijdschap.

Luk. 24:53

Lu 24:53  En zij waren voortdurend in de tempel en prezen en zegenden God. (Telos)

De tempel. Het door God bedoelde huis van gebed, waar Jezus in de laatste week van zijn leven dikwijls geleerd heeft.

Zegenden God. Dat deden zij allicht dat met woorden als "U zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid", "Uw naam worde grootgemaakt", "U zij de kracht", "Uw naam worde geheiligd", "U zij de lof" en dergelijke.

Bron

Karl August Dächsel; F. P. L. C. van Lingen; H. van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) : met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901). Enige tekst van het commentaar op Luk. 24 is onder wijziging verwerkt op 17 maart 2021.

Voetnoot

  1. 1,0 1,1 Grieks-Nederlands Lexicon, onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia.