Melchizedek: verschil tussen versies

Uit Christipedia
Regel 24: Regel 24:
 
* zijn ''zegening'': Melchizedek zegende "hem die de beloften had" (Hebr. 7:6), dat is Abraham. De Heer Jezus zal het nageslacht van Abraham, het overblijfsel van Jacob,  zegenen en het maken tot een zegen onder de heidenen (Zac. 8:13). 
 
* zijn ''zegening'': Melchizedek zegende "hem die de beloften had" (Hebr. 7:6), dat is Abraham. De Heer Jezus zal het nageslacht van Abraham, het overblijfsel van Jacob,  zegenen en het maken tot een zegen onder de heidenen (Zac. 8:13). 
   
* zijn ''ontvangen ''tiende: de geschenken van de volken zullen te Jeruzalem worden gebracht
+
* zijn ''ontvangen ''tiende: de geschenken van de volken zullen te Jeruzalem worden gebracht<BR><BR>
   
 
Jezus Christus is voor altijd priester geworden, naar de orde van Melchizedek.<blockquote>''Heb 6:20 waar Jezus als voorloper voor ons is ingegaan, naar de orde van Melchizedek hogepriester geworden tot in eeuwigheid.'' (TELOS)</blockquote>
 
Jezus Christus is voor altijd priester geworden, naar de orde van Melchizedek.<blockquote>''Heb 6:20 waar Jezus als voorloper voor ons is ingegaan, naar de orde van Melchizedek hogepriester geworden tot in eeuwigheid.'' (TELOS)</blockquote>

Versie van 20 apr 2018 07:06

Melchizedek (ook gespeld Melchisedek) was 'koning van Salem, priester van God de Allerhoogste' (Hebr. 7:1). Zijn naam betekent ‘koning van de gerechtigheid’ (Hebr. 7:2). Daar de plaatsnaam ‘Salem’ ‘vrede’ betekent, is hij tevens ‘koning van de vrede’ (Hebr 7:2). Hij is een oudtestamentische voorafbeelding van de priesterkoning en rechtvaardige vredevorst Jezus Christus, van wiens regering de heilige plaats Jeruzalem het middelpunt zal zijn. 

In de Bijbel worden van Melchizedek noch zijn voorgeslacht noch zijn eventueel nageslacht noch zijn geboortejaar noch zijn sterfjaar vermeld.

Priesterkoning Melchizedek zegent Abraham, die hem een tiende van de buit schenkt.

Hij ging Abraham, die terugkwam van het verslaan van de koningen, tegemoet en zegende hem (Hebr. 7:1, 6). Daarop schonk Abraham hem een tiende van de buit. Schriftplaatsen: Hebr. 7:1v

Het priesterschap van Melchizedek was van andere orde dan dat van de Levietische priesters in Isräel. Melchizedek was geen Hebreeër, laat staan een nakomeling van Levi, en hij was niet voor een bepaalde tijd, maar priester voor altijd (Hebr. 7:3), zonder voorganger of opvolger. Als priester was hij meerder dan een Levietische priester.
Heb 7:1 Want deze Melchizedek, koning van Salem, priester van God de Allerhoogste, die Abraham tegemoet ging toen hij van het verslaan van de koningen terugkeerde, en hem zegende, Heb 7:2 aan wie ook Abraham een tiende van alles gaf, is in de eerste plaats naar de uitleg van zijn naam: koning van de gerechtigheid, en vervolgens ook: koning van Salem, dat is koning van de vrede, Heb 7:3 en terwijl hij zonder vader, zonder moeder, zonder geslachtsregister, zonder begin van dagen of einde van leven is, maar op de Zoon van God lijkt, blijft hij priester voor altijd. Heb 7:4 Aanschouwt nu hoe groot deze was, aan wie zelfs de aartsvader Abraham een tiende van de buit gaf. (TELOS)

Type van Christus

In verschillende opzichten is Melchizedek een type, een voorafschaduwing, van Christus (vgl. Hebr. 7:15):

  • zijn bestaan: Melchizedek is “zonder vader, zonder moeder, zonder geslachtsregister, zonder begin van dagen of einde van leven” (Hebr. 7:3). Daarin lijkt hij op de eeuwige Zoon van God (Hebr. 7:3). 
  • zijn afstamming: niet uit Levi, ofschoon een priester
  • zijn koningschap: Melchizedek was "in de eerste plaats naar de uitleg [van zijn naam]: koning van de gerechtigheid" (Hebr. 7:2). Jezus Christus zal een rechtvaardige Heerser zijn. "Zie, er komen dagen, spreekt de HEERE, dat Ik voor David een rechtvaardige SPRUIT zal doen opstaan. Hij zal als Koning regeren en verstandig handelen, Hij zal recht en gerechtigheid doen op de aarde." (Jer. 23:5)
  • zijn priesterschap (Hebr. 6:20): niet-Levietisch, blijvend, meerder dan het Levietische.
  • zijn grootheid: Hij (de meerdere) zegende Abraham (de mindere) en Abraham gaf hem tienden (Hebr. 7:4, 7) en door Abraham ook Levi (Hebr. 7:9)
  • zijn zetel: Salem. Vrijwel algemeen wordt aangenomen dat Salem, waarvan Melchizedek koning was, het latere Jeruzalem is. De Heer Jezus zal over de aarde regeren, met Jeruzalem, 'de stad van de grote Koning', als middelpunt. "Salem" betekent "vrede". Melchizedek wordt eerst genoemd "koning van de gerechtigheid" en daarna "koning van de vrede" (Hebr. 7:2). Door de (eerste) gerechtigheid van Christus is daarna vrede met God, vrede in het duizendjarig vrederijk mogelijk en vrede in het hart mogelijk. 
  • zijn zegening: Melchizedek zegende "hem die de beloften had" (Hebr. 7:6), dat is Abraham. De Heer Jezus zal het nageslacht van Abraham, het overblijfsel van Jacob,  zegenen en het maken tot een zegen onder de heidenen (Zac. 8:13). 
  • zijn ontvangen tiende: de geschenken van de volken zullen te Jeruzalem worden gebracht

Jezus Christus is voor altijd priester geworden, naar de orde van Melchizedek.
Heb 6:20 waar Jezus als voorloper voor ons is ingegaan, naar de orde van Melchizedek hogepriester geworden tot in eeuwigheid. (TELOS)

Meer informatie

Kris Tavernier, Melchisedek, de koning-priester, artikel op OudeSporen.nl, 2008. Pagina's: 4.