Openbaring 1

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Openbaring 1 van de Openbaring van Johannes wordt hieronder samengevat en/of becommentarieerd. De volgende hoofdstukken zijn samengevat en/of passages ervan becommentarieerd:

Openbaring van Johannes: 1 · 2 · 3 · 4 · 5 · 6 · 7 · 8 · 9 · 10 · 11 · 12 · 13 · 14 · 15 · 16 · 17 · 18 · 19 · 20 · 21 · 22.

Samenvatting

In 't kort: inleiding en visioen.

1

Opb 1:1  Openbaring van Jezus Christus, die God Hem heeft gegeven om zijn slaven te tonen wat spoedig moet gebeuren; en Hij heeft die door zijn engel gezonden en aan zijn slaaf Johannes te kennen gegeven. (TELOS)

Openbaring van Jezus Christus. Hoewel het boek heet "Openbaring van Johannes" is het eigenlijk "de openbaring van Jezus Christus". Johannes was als het ware de secretaris, die notuleerde.

Opb 1:19 Schrijf dan hetgeen gij ziet, zoo hetgeen is als hetgeen hierna geschieden zal, (TELOS)

Zijn slaven. Onder wie Johannes, de schrijver. Het boek is bestemd voor de slaven van God/Jezus. Vergelijk:

Opb 22:6 En hij zei tot mij: Deze woorden zijn getrouw en waarachtig, en de Heer, de God van de geesten van de profeten, heeft zijn engel gezonden om zijn slaven te tonen wat met spoed moet gebeuren. (TELOS)

Spoedig. 'Met spoed' (Opb.22:6, hierboven aangehaald), 'de tijd is nabij' (4).

Door zijn engel gezonden. Jezus heeft zijn engel gezonden. Dat zegt Hijzelf aan het eind van het boek:

Opb 22:16 Ik, Jezus, heb mijn engel gezonden om u deze dingen te betuigen voor de gemeenten. ... (TELOS)

Hij, onderscheiden van de engelen (Hebr. 1) is de gebieder der engelen. Merk op dat aan het eind van het boek ook wordt gezegd dat de Heer, God, zijn engel heeft gezonden:

Opb 22:6 En hij zei tot mij: Deze woorden zijn getrouw en waarachtig, en de Heer, de God van de geesten van de profeten, heeft zijn engel gezonden om zijn slaven te tonen wat met spoed moet gebeuren. (TELOS)

Dat Hij "zijn" engel zendt, is een teken van Zijn Godheid. Zie Godheid van Jezus Christus#Heer der engelen.

Bekendmaken aan mensen is een van de diensten die engelen voor mensen verrichten.

Opb 22:8 En ik, Johannes, ben het die deze dingen hoorde en zag. En toen ik ze hoorde en zag, viel ik neer om te aanbidden voor de voeten van de engel die mij deze dingen toonde. (TELOS)

Aan zijn slaaf Johannes te kennen gegeven. Johannes was niet de eindbestemming van de boodschap. Hij moest op zijn beurt de boodschap doorgeven aan de gemeenten. De beoogde lezers zijn dus de plaatselijke vergaderingen van Jezus Christus.

Opb 22:16 Ik, Jezus, heb mijn engel gezonden om u deze dingen te betuigen voor de gemeenten. Ik ben de wortel en het geslacht van David, de blinkende morgenster. (TELOS)

2

Opb 1:2 Deze heeft het woord van God betuigd en het getuigenis van Jezus Christus, alles wat hij heeft gezien. (Telos)

Het getuigenis van Jezus Christus. Het getuigenis dat Jezus Christus, 'de trouwe getuige' (5), heeft afgelegd.

Alles wat hij heeft gezien. Het boek 'De openbaring' is niet verdicht, verzonnen, maar berust op waarneming door ogen (en gehoor).

Opb 22:8 En ik, Johannes, ben het die deze dingen hoorde en zag. En toen ik ze hoorde en zag, viel ik neer om te aanbidden voor de voeten van de engel die mij deze dingen toonde. (TELOS)

3

Opb 1:3  Gelukkig hij die leest en zij die de woorden van de profetie horen en die bewaren wat daarin geschreven staat; want de tijd is nabij. (TELOS)

Gelukkig. Een gelukkig- of zaligspreking. Deze zaligspreking wordt deels herhaald in het laatste hoofdstuk:

Opb 22:7 En zie, Ik kom spoedig. Gelukkig hij die de woorden van de profetie van dit boek bewaart. (TELOS)

Het nieuw lezen of horen is gebeurd, nu komt het aan op bewaren.

Hij de leest. De voorlezer in de gemeente, hij die de tekst voorleest aan de medegelovigen.

Zij die de woorden van de profetie horen. Uit de mond van de voorlezer. Niet allen konden lezen.

Profetie. Profetie is openbaar maken van Gods woorden. De geest of adem van de profetie is het getuigenis van Jezus. Om hem gaat het.

Opb 19:10 En ik viel voor zijn voeten neer om hem te aanbidden; en hij zei tot mij: Zie toe, doe dit niet; ik ben een medeslaaf van u en van uw broeders die het getuigenis van Jezus hebben; aanbid God! Want het getuigenis van Jezus is de geest van de profetie. (TELOS)

De Bijbel is een profetisch boek. Het is een boek van mensen, waarin de Heer Jezus geopenbaard wordt:

Lu 24:27 En te beginnen met Mozes en alle profeten legde Hij hun uit wat in al de Schriften over Hem stond. (TELOS)

Die bewaren wat daarin geschreven staat.

Opb 22:7 En zie, Ik kom spoedig. Gelukkig hij die de woorden van de profetie van dit boek bewaart. (TELOS)

De tijd is nabij. De beschreven gebeurtenissen moeten spoedig gebeuren (vs. 1).

4

Opb 1:4 Johannes aan de zeven gemeenten die in Asia zijn: genade zij u en vrede van Hem die is en die was en die komt, en van de zeven Geesten die voor zijn troon zijn, (TELOS)

Johannes. De schrijver noemt zijn naam ook in het laatste hoofdstuk:

Opb 22:8 En ik, Johannes, ben het die deze dingen hoorde en zag. En toen ik ze hoorde en zag, viel ik neer om te aanbidden voor de voeten van de engel die mij deze dingen toonde. (TELOS)

De zeven gemeenten die in Asia zijn. Ze worden in hoofdstukken 2 en 3 genoemd: Efeze t/m Laodicea.

Hem die is en die was en die komt. Dat is 'de Heer, God', zie vs. 7.

De zeven Geesten. Vergelijk de zeven dingen die van de Geest worden gezegd in Jes. 11. De Geest rust op Hem. Vergelijk de stam van de zesarmige kandelaar in het Heilige.

Jes 11:1 Want er zal een Rijsje voortkomen uit den afgehouwen tronk van Isaï, en een Scheut uit zijn wortelen zal Vrucht voortbrengen. Jes 11:2 En op Hem zal de Geest des HEEREN rusten, (2) de Geest der wijsheid en (3) des verstands, (4) de Geest des raads en (5) der sterkte, (6) de Geest der kennis en (7) der vreze des HEEREN. (SV)

5

Opb 1:5 en van Jezus Christus, de trouwe getuige, de eerstgeborene van de doden en de overste van de koningen van de aarde. Hem die ons liefheeft en ons van onze zonden heeft verlost door zijn bloed, (TELOS)

Merk de volgorde op:

  1. De trouwe getuige – tijdens zijn leven op aarde
  2. De eerstgeborene van de doden – zijn dood en opstanding
  3. De overste van de koningen der aarde – zijn verhoging

En van Jezus Christus. In de verzen 4-5 lijkt de Drie-Enige te worden aangeduid: God, de Geest en Jezus Christus.

De trouwe getuige. Zie vs. 2: 'het getuigenis van Jezus Christus'.

Eerstgeborene uit de doden. Van hen die gestorven zijn. Hij is geen dode meer, want Hij is opgestaan en leeft. Hij is niet de eerste die uit de dood weer levend werd. Hij is wel de hoogste in rang. Dat is de betekenis van "eerstgeborene" hier.

Hoeveel doden zullen er helaas vallen in de tijd van de oordelen!

De overste van de koningen van de aarde. Deze koningen zullen helaas tegen Hem opstaan en verzameld worden in de eindstrijd.

6

Opb 1:6 en ons gemaakt heeft tot een koninkrijk, tot priesters voor zijn God en Vader, Hem zij de heerlijkheid en de kracht tot in alle eeuwigheid! Amen. (Telos)

Koninkrijk. “Koningdom” of “koningschap” is misschien beter. Johannes was een mededeelgenoot in het koninkrijk (1:9).

Priesters voor Zijn God en Vader. Ook hierdoor, door ons zo deze functie te verlenen, heeft Hij God willen eren behagen.

Hem zij de heerlijkheid. Hem, die geen aanzien of heerlijkheid had in zijn nederige wandel op aarde.

En de kracht. Hem, die in zwakheid is gekruisigd.

Nabeschouwing (4-6)

In Opb. 1:4-6 worden zeven dingen genoemd die tot het wezen, stand en doen van de Zoon van God behoren:

  1. Die is en die was en die komt. Hij is Jahweh, die zal verschijnen in de wereld;
  2. De zeven Geesten. Deze zijn de ogen van het Lam (Opb. 5:6). Zie Openbaring van Johannes/Onderwerpen#Zeven geesten;
  3. Jezus Christus (1:5). De Zoon van God is mens geworden, die gezalfd werd (Christus = Gezalfde) en op aarde heeft geleefd;
  4. Eerstgeborene;
  5. Overste van de koningen;
  6. Verlosser;
  7. Die ons verhoogt.

Zeven staat voor volheid, compleetheid.

7

Opb 1:7  Zie, Hij komt met de wolken, en elk oog zal Hem zien, ook zij die Hem doorstoken hebben; en alle stammen van het land zullen over Hem weeklagen. Ja, Amen. (Telos)

Met de wolken. Vergelijk de Sjechina. In een wolk is Hij ten hemel gevaren, en op dezelfde wijze zal Hij terugkeren.

Elk oog zal Hem zien.

Jes 40:5 En de heerlijkheid des HEEREN zal geopenbaard worden; en alle vlees te gelijk zal zien, dat [het] de mond des HEEREN gesproken heeft. (SV)

Jes 52:15  zo zal hij veel volken opschrikken, en koningen zullen sprakeloos staan. En zij aan wie niets was verteld, zullen zien, zij die niets hadden gehoord, zullen begrijpen. (NBV04)

Ook zij die Hem doorstoken hebben. Zij, de Joden, door de hand van een Romeinse soldaat.

Joh 19:34  Maar een van de soldaten doorstak zijn zijde met een speer en terstond kwam er bloed en water uit. (...) Joh 19:37  En weer een ander Schriftwoord zegt: ‘Zij zullen zien op Hem die zij hebben doorstoken’. (Telos)

Zac 12:10  Doch over het huis Davids, en over de inwoners van Jeruzalem, zal Ik uitstorten den Geest der genade en der gebeden; en zij zullen Mij aanschouwen, Dien zij doorstoken hebben, en zij zullen over Hem rouwklagen, als [met] de rouwklage over een enigen zoon; en zij zullen over Hem bitterlijk kermen, gelijk men bitterlijk kermt over een eerstgeborene. (SV)

Alle stammen van het land. De twaalf stammen van Israël; vgl. Zacharia. Of anders al de stammen van de aarde.

Weeklagen. Rouw bedrijven, diep berouw voelen over hun overtreding, de verwerping van de Messias.

8

Opb 1:8 Ik ben de alfa en de omega, zegt de Heer, God, Hij die is en die was en die komt, de Almachtige. (Telos)

Hij die is en die was en die komt. Zie vs. 4. Ook Christus komt (7). In Christus kom God Zelf.

9

Opb 1:9  Ik, Johannes, uw broeder en medegenoot in de verdrukking en het koninkrijk en de volharding in Jezus, was op het eiland, genaamd Patmos, om het woord Gods en de getuigenis van Jezus. (TELOS)

In de verdrukking. Johannes verhaalt niet wat hem allemaal overkomen is. Hij volstaat met een korte mededeling. Niet hij, maar Jezus Christus staat in het middelpunt.

14

Opb 1:14 en zijn hoofd en haar als witte wol, als sneeuw, en zijn ogen als een vuurvlam (TELOS)

Zijn hoofd en haar als witte wol. Herinnert aan het gezicht dat Daniël zag van de Oude van dagen (Dan. 7:9)

Da 7:9 Ik keek toe totdat er tronen werden geplaatst, en de Oude van dagen Zich neerzette. Zijn gewaad was wit als de sneeuw en het haar van Zijn hoofd als zuivere wol. Zijn troon waren vuurvlammen en de wielen ervan waren laaiend vuur. (HSV)

Ogen als een vuurvlam. Die dwars door je heen zien. Niets is voor hem verborgen.

15

Opb 1:15 en zijn voeten aan blinkend koper gelijk, als gloeiden zij in een oven, en zijn stem als een gedruis van vele wateren. (TELOS)

Koper. Koper dat aan het vuur wordt blootgesteld wordt gloeit. Het spreekt van oordeel, vuur dat beproeft.

Nabeschouwing (14-16)

We zien in Opb. 1:14-16 zeven uitwendige dingen, zeven kenmerken van Zijn verschijning:

  1. hoofd en haar: wit
  2. ogen: gelijk een vuurvlam
  3. voeten: gelijk blinkend koper
  4. stem: gelijk een gedruis van vele wateren
  5. handen: vasthoudend zeven sterren
  6. mond: daaruit een zwaard komend
  7. gezicht: gelijk de zon

De eerste zeven dingen (Opb. 1:4-6) betreffen zijn wezen, stand en doen. Hier zien wij zeven dingen van zijn lichaam, dingen die Johannes zag en hoorde.

17

Opb 1:17 En toen ik Hem zag, viel ik als dood aan zijn voeten; en Hij legde zijn rechterhand op mij en zei: Vrees niet, Ik ben de eerste en de laatste, (TELOS)

Viel ik als dood aan zijn voeten. Dat overkwam ook Daniël en Ezechiël. Johannes had verheerlijking van de Heer gezien op de berg, maar wat hem nu overkwam, sloeg alles.

19

Opb 1:19 Schrijf dan wat u hebt gezien en wat is en wat hierna zal gebeuren. (TELOS)

Wat Johannes had gezien was de verschijning van de Heer. "Wat is" verwijst naar de toenmalige toestand van de gemeenten. "Wat hierna zal gebeuren" heeft betrekking op de voor Johannes toekomstige dingen. Vergelijk de 'tweedeling' in Hand. 26:16, waar de Heer tot Saul, die op weg was naar Damascus, zegt:

Hnd 26:16 Maar sta op en ga op je voeten staan; want daartoe ben Ik je verschenen, om je voor te bestemmen tot een dienaar en getuige zowel van wat je van Mij hebt gezien als van dat waarin Ik je zal verschijnen, (TELOS)