Papias

Papias (ca. 65 - ca. 130 n.Chr.) was opziener van de gemeente van Jezus Christus te Hiërapolis in Frygië (Klein-Azië), ten noorden van Laodicea.

Papias (Grieks: Παπίας) was volgens de kerkleraar Ireneüs van Lyon[1] (135-202) een metgezel van Polycarpus (ca. 69 - ca. 156, opziener van de gemeente in Smyrna) en een leerling van de apostel Johannes.

Papias schreef een boek in vijf delen met als titel Uitleg van de woorden van de Heer, waarvan echter slechts fragmenten bekend zijn. Korte gedeelten zijn onder andere bewaard gebleven in Tegen de ketters van Ireneus van Lyon en in Kerkelijke geschiedenis van Eusebius van Caesarea (ca. 263-339?).

Papias’ vijfdelig boek bevatte gegevens uit mondelinge overlevering van leerlingen van de Heer Jezus, niet alleen gegevens over het leven en de prediking van de Heer Jezus, maar ook over de apostelen en de eerste christenen. Deze informatie had hij gekregen van mensen die een generatie ouder waren dan hijzelf en die de apostelen gekend moeten hebben.

Genoemd werk bevatte een bericht over de oorsprong van het evangelie naar Mattheus en dat naar Marcus. Papias is de eerste die Matteüs en Marcus als schrijvers van een evangelie noemt. Volgens Papias is het Evangelie volgens Mattheüs oorspronkelijk in het Hebreeuws - d.i. het Aramees-Joodse dialect van die tijd - geschreven. Hij schreef: “Mattheus heeft de uitspraken [van Christus] in de Hebreeuwse taal samengevoegd en eenieder vertaalde ze zo goed hij kon.” (Fragment in Eusebius’ Kerkelijke geschiedenis, boek 3, hoofdstuk 39).

Ook lijkt hij onderscheid te maken tussen de evangelist Johannes en een gelijknamige oudste. Latere geleerden vermoeden daarom dat deze oudste de drie Brieven van Johannes geschreven heeft. De verschillende samenvattingen van Papias’ woorden zijn echter niet duidelijk en spreken elkaar gedeeltelijk tegen.

Duizendjarig rijk van Christus. Papias geloofde dat er na de verrijzenis van de doden een duizendjarig rijk zou volgen, wanneer de persoonlijke regering van Christus op aarde gevestigd zal zijn[2]. Eusebius meldt van Papias: “Zo zegt hij, dat er ’n duizend jaren zullen verlopen na de verrijzenis der doden, waarin er een zichtbaar rijk van Christus op deze aarde zal zijn. Ik meen echter dat hij dit aan verhalen van Apostelen ontleend heeft …”[3]. Volgens Eusebius waren “de meeste kerkelijke schrijvers na hem van dezelfde mening”. Eusebius zelf echter wijst die opvatting af.

De Rooms-katholieke Kerk en de Orthodoxe Kerk hebben een jaarlijkse gedenkdag aan Papias gewijd: 22 februari.

Meer informatie

Fragments of Papias op Early Christian Writings

Bron

Art. Papias op Wikipedia.nl. Hieraan is op 6 juni 13 tekst ontleend.

Voetnoten

  1. Tegen de ketters, V, 33, 4
  2. Papias, fragment VI, zie http://www.earlychristianwritings.com/text/papias.html
  3. Kerkelijke Geschiedenis, boek 3, hfdst. 39