Romeinen 2

Romeinen 2 is een hoofdstuk van de Brief van Paulus aan de Romeinen. Het wordt hieronder samengevat en/of becommentarieerd. De volgende hoofdstukken zijn samengevat en/of passages ervan becommentarieerd:

Hoofdstukken van Romeinen: 12345678911121316.

Samenvatting

1-16 Oordelen over anderen. Het toekomstige rechtvaardige oordeel van God. 17-29 Ook de Joden, die de wet van God hebben en hierin roemen, zondigen, door de wet te overtreden.

Oordelen over anderen. Het toekomstige oordeel van God (1-16)

1

Ro 2:1 Daarom bent u niet te verontschuldigen, mens, wie u ook bent die oordeelt; want waarin u de ander oordeelt, veroordeelt u zichzelf; want u die oordeelt, bedrijft dezelfde dingen. (Telos)

Mens, wie u ook bent die oordeelt. Wat hij zegt is toepasselijk op de Jood en de heiden, op de aanzienlijke en de geringe. Doch Paulus denkt wellicht in de eerste plaats aan de Joden, die hij pas in vs. 17 uitdrukkelijk aanspreekt.

Oordeelt. Van Gr. krino.

Veroordeelt. Van Gr. katakrino.

2

Ro 2:2 Wij nu weten, dat het oordeel van God naar waarheid is over hen die zulke dingen bedrijven. (Telos)

Oordeel. Gr. krima.

4

Ro 2:4 Of veracht u de rijkdom van zijn goedertierenheid en verdraagzaamheid en lankmoedigheid, zonder te weten dat de goedertierenheid van God u tot bekering leidt? (Telos)

De rijkdom van Gods goedertierenheid, verdraagzaamheid en lankmoedigheid is geen vrijbrief om te zondigen, maar geeft een kans om een nieuw, rechtvaardig leven te beginnen. Die rijkdom, die tot bekering opwekt, verachten houdt in dat de verachter zich niets aantrekt van die rijkdom en in de zonde blijft.

Ro 6:1  Wat zullen wij dan zeggen? Zouden wij in de zonde blijven, opdat de genade toeneemt?  Ro 6:2  Volstrekt niet! Hoe zouden wij, die ten opzichte van de zonde gestorven zijn, nog daarin leven? (Telos)

5

Ro 2:5 Maar naar uw hardheid en onbekeerlijk hart hoopt u voor uzelf toorn op in [de] dag van [de] toorn en van [de] openbaring van [het] rechtvaardig oordeel van God, (Telos)

Vergelijk:

Hnd 17:31 omdat Hij een dag heeft bepaald, waarop Hij het aardrijk in gerechtigheid zal oordelen door een man die Hij daartoe heeft bestemd, waarvan Hij aan allen zekerheid heeft gegeven door Hem uit de doden op te wekken. (TELOS)

Toorn. Zie vs. 8: "toorn en gramschap". In Rom. 1:18 is al gesproken over de openbaring van Gods toorn.

Ro 1:18 Want toorn van God wordt van de hemel geopenbaard over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van mensen die de waarheid in ongerechtigheid bezitten; (TELOS)

Daar lijkt het te gaan over de toorn van God die zich in zijn regeringswegen openbaart. Maar het is ook mogelijk dat Paulus daar doelde op de dag van de toorn.

Dag van toorn. Vergelijk vs. 16: "de dag dat God het verborgene van de mensen zal oordelen door Christus Jezus".

Hand. 17:31, zojuist aangehaald, zegt dat God 'een dag heeft bepaald', waarop hij het aardrijk in gerechtigheid zal oordelen.

Wat de dag teweegbrengt bij de kwaaddoeners: "verdrukking en benauwdheid over elke ziel van een mens die het kwade werkt" (9).

7

Ro 2:7 hun die met volharding in goed werk heerlijkheid, eer en onvergankelijkheid zoeken, eeuwig leven; (Telos)

Eer. Niet van mensen, maar van de Godheid (vs. 29: "lof ... van God"), want onvergankelijkheid of eeuwige heerlijkheid kunnen mensen niet schenken.

8

Ro 2:8 maar hun die twistziek zijn en ongehoorzaam aan de waarheid maar gehoorzaam aan de ongerechtigheid, toorn en gramschap. (Telos)

Die twistziek zijn. Geneigd tegen de goede boodschap in te gaan en een woordenstrijd te voeren. Vooral de tegenstrevende Joden waren dat. Maar ook heidenen konden (rede)twisten.

Hnd 17:17  Hij onderhield zich dan in de synagoge met de Joden en met de godsdienstigen, en op de markt elke dag met hen die hij er aantrof. Hnd 17:18  En ook sommigen van Epicureische en Stoicijnse wijsgeren redetwistten met hem, en ook sommigen zeiden: Wat wil deze naprater toch zeggen? En anderen: Hij schijnt een verkondiger van vreemde goden te zijn, - omdat hij hun Jezus en de opstanding verkondigde. (Telos)

Ongehoorzaam aan de waarheid. Ze bezitten de waarheid in ongerechtigheid (1:18). Zij kennen de eis van het recht van God (1:32)

Ro 1:18 Want toorn van God wordt van de hemel geopenbaard over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van mensen die de waarheid in ongerechtigheid bezitten; (TELOS)

Ro 1:32 die, hoewel zij de eis van het recht van God kennen-dat zij die zulke dingen bedrijven, de dood verdienen-,ze niet alleen doen, maar ook een welgevallen hebben aan hen die ze bedrijven. (TELOS)

2Th 1:6  daar het rechtvaardig is bij God, aan hen die u verdrukken, verdrukking te vergelden, 2Th 1:7  en aan u die verdrukt wordt, rust met ons bij de openbaring van de Heer Jezus van de hemel met de engelen van zijn kracht, 2Th 1:8  in vlammend vuur, als Hij wraak brengt over hen die God niet kennen en over hen die het evangelie van onze Heer Jezus niet gehoorzamen. (Telos)

Toorn en gramschap. Zie vs. 5.

9

Ro 2:9  Verdrukking en benauwdheid over elke ziel van een mens die het kwade werkt, eerst van de Jood en ook van de Griek; (Telos)

Verdrukking en benauwdheid. Brengt de dag van Gods toorn (5).

2Th 1:6  daar het rechtvaardig is bij God, aan hen die u verdrukken, verdrukking te vergelden, 2Th 1:7  en aan u die verdrukt wordt, rust met ons bij de openbaring van de Heer Jezus van de hemel met de engelen van zijn kracht, 2Th 1:8  in vlammend vuur, als Hij wraak brengt over hen die God niet kennen en over hen die het evangelie van onze Heer Jezus niet gehoorzamen. 2Th 1:9  Zij zullen als straf lijden het eeuwig verderf, verwijderd van het aangezicht van de Heer en van de heerlijkheid van zijn sterkte, 2Th 1:10  wanneer Hij komt om op die dag verheerlijkt te worden in zijn heiligen en bewonderd te worden in allen die hebben geloofd; want ons getuigenis aan u is geloofd geworden. (Telos)

10

Ro 2:10  maar heerlijkheid, eer en vrede voor ieder die het goede werkt, eerst voor de Jood en ook voor de Griek; (Telos)

Heerlijkheid, eer en vrede. Vgl. vers 7: "heerlijkheid, eer en onvergankelijkheid". Zie ook vs. 29: "lof ... van God".

2Th 1:4  zodat wij zelf in u roemen in de gemeenten van God over uw volharding en geloof onder al uw vervolgingen en verdrukkingen die u verdraagt:  2Th 1:5 een bewijs van het rechtvaardig oordeel van God, dat u het koninkrijk van God waard geacht wordt, waarvoor u ook lijdt; 2Th 1:6  daar het rechtvaardig is bij God, aan hen die u verdrukken, verdrukking te vergelden, 2Th 1:7  en aan u die verdrukt wordt, rust met ons bij de openbaring van de Heer Jezus van de hemel met de engelen van zijn kracht, 2Th 1:8  in vlammend vuur, als Hij wraak brengt over hen die God niet kennen en over hen die het evangelie van onze Heer Jezus niet gehoorzamen. 2Th 1:9  Zij zullen als straf lijden het eeuwig verderf, verwijderd van het aangezicht van de Heer en van de heerlijkheid van zijn sterkte, 2Th 1:10  wanneer Hij komt om op die dag verheerlijkt te worden in zijn heiligen en bewonderd te worden in allen die hebben geloofd; want ons getuigenis aan u is geloofd geworden. (Telos)

11

Ro 2:11 want er is geen aanzien des persoons bij God. (Telos)

Hij is onpartijdig. Als Rechter trekt hij de Jood niet voor de Griek, begunstigt Hij de Jood niet boven de Griek.

Ook ten opzichte van ons zoonschap van God, is er geen verschil tussen Jood of Griek.

Ga 3:26 want u bent allen zonen van God door het geloof in Christus Jezus. Ga 3:27 Want u allen die tot Christus bent gedoopt, hebt Christus aangedaan. Ga 3:28 Daar is geen Jood of Griek, daar is geen slaaf of vrije, daar is geen man of vrouw; want u bent allen een in Christus Jezus. (Telos)

12

Ro 2:12 Want allen die zonder wet gezondigd hebben, zullen ook zonder wet verloren gaan; en allen die onder de wet gezondigd hebben, zullen door de wet geoordeeld worden (Telos)

Allen die zonder wet gezondigd hebben. De heidenen die niet onder de wet van Mozes zijn (14) en gezondigd hebben.

Allen die onder de wet gezondigd hebben. De Israëlieten die onder de wet van Mozes zijn en gezondigd hebben.

Zullen door de wet geoordeeld worden. Zie vs. 16.

13

Ro 2:13 (want niet de hoorders van de wet zijn rechtvaardig bij God, maar de daders van [de] wet zullen gerechtvaardigd worden; (TELOS)

Daders van [de] wet. Dat is, volbrengers van de wet. Vergelijk:

Ro 2:27 en zal de van nature onbesnede die de wet volbrengt, niet u oordelen die met letter en besnijdenis een overtreder van de wet bent? (TELOS)

Zullen gerechtvaardigd worden.

Ro 10:5  Want Mozes beschrijft de gerechtigheid die op grond van de wet is: ‘De mens die deze dingen heeft gedaan, zal daardoor leven’. (Telos)

Le 18:5  Mijn verordeningen en Mijn bepalingen moet u in acht nemen. De mens die ze houdt, zal erdoor leven. Ik ben de HEERE. (HSV)

De 4:1  Nu dan, Israël, luister naar de verordeningen en de bepalingen die ik u leer te doen; opdat u leeft en u het land dat de HEERE, de God van uw vaderen, u geeft, binnengaat en in bezit neemt. (HSV)

14

Ro 2:14 want wanneer [de] volken, die geen wet hebben, van nature de [geboden] van de wet doen, dan zijn dezen die geen wet hebben, zichzelf tot wet, (TELOS)

Die geen wet hebben. Niet de zedenwet van God uitdrukkelijk hebben ontvangen.

De geboden van de wet doen. In 2:21v worden enkele geboden genoemd. Vergelijk:

Ro 2:27 en zal de van nature onbesnede die de wet volbrengt, niet u oordelen die met letter en besnijdenis een overtreder van de wet bent? (TELOS)

In Malta ondervonden Paulus en de andere opvarenden 'buitengewone menslievendheid' van de kant van de heidense Maltezers.

Hnd 28:1 En nadat wij behouden waren, vernamen wij dat het eiland Malta heette. Hnd 28:2 En de inheemsen bewezen ons buitengewone menslievendheid, want zij staken een vuur aan en haalden er ons allen bij vanwege de regen die begon te vallen en vanwege de koude. (TELOS)

15

Ro 2:15 en zij tonen dat het werk van de wet in hun harten geschreven staat, terwijl hun geweten meegetuigt en hun gedachten elkaar onderling beschuldigen of ook verontschuldigen), (TELOS)

Zij tonen .... geschreven staat. God heeft hen geopenbaard, door hun geweten, wat goed en kwaad is.

16

Ro 2:16 op de dag dat God het verborgene van de mensen zal oordelen door Christus Jezus, naar mijn evangelie. (TELOS)

De dag dat God het verborgene van de mensen zal oordelen. Dat is de 'dag van toorn en van openbaring van [het] rechtvaardig oordeel van God' (Rom. 2:5). Zie ook vs. 12.

Wellicht is die 'dag dat God het verborgene van de mensen zal oordelen' de periode die begint met de beoordeling van de gelovigen voor de rechterstoel van Christus en eindigt met het oordeel vanaf de grote witte troon.

De gelovigen komen niet in het oordeel, maar worden wel beoordeeld voor de rechterstoel van Christus, die hun verlosser is.

1Co 4:5 Oordeelt daarom niets voor de tijd, totdat de Heer komt, die ook wat in de duisternis verborgen is, aan het licht zal brengen en de raadslagen van de harten openbaar zal maken; en dan zal ieder zijn lof ontvangen van God. (TELOS)

Het verborgene. Zie vs. 29: "een Jood die het in het verborgen is".

Naar mijn evangelie. De goede boodschap gaat gepaard met, of sluit ook in, de verkondiging dat Gods oordeel door Christus, die door God is opgewekt en verhoogd, zal plaatsvinden.

Ook de Joden, die de wet van God hebben, zondigen (17-29)

22

Ro 2:22 U die zegt dat men geen overspel mag plegen, pleegt u overspel? U die de afgoden verfoeit, pleegt u tempelroof? (Telos)

U die de afgoden verfoeit, pleegt u tempelroof? Rooft schatten uit de tempels der afgoden? Nu en dan vond onder de Joden beroving van heidense heiligdommen plaats.

De 7:25  De gesneden beelden van hun goden zult gij met vuur verbranden; het zilver en goud, dat daaraan is, zult gij niet begeren, noch voor u nemen, opdat gij daardoor niet verstrikt wordt; want dat is den HEERE, uw God, een gruwel. (SV)

Betreffende Paulus en de zijnen in Efeze, de stad van de godin Artemis, werd gezegd:

Hnd 19:37  Want u hebt deze mannen hier gebracht, die geen tempelrovers zijn en geen lasteraars van onze godin. (Telos)

In de vzn. 21-22 voert Paulus drie voorbeelden van het verderf van de zonde onder de Joden aan. Zondigen tegen de naaste, tegen zichzelf en tegen God. Bij de heidenen had Paulus eerst de zonden tegen God, vervolgens tegen zichzelf, ten slotte tegen de naaste aangewezen; nu keert hij de orde om, want bij de heidenen waren de zonden tegen God het meest openbaar, niet zo bij de Joden.

24

Ro 2:24 Want om u wordt de naam van God onder de volken gelasterd, zoals geschreven staat. (Telos)

Zoals geschreven staat.

Jes 52:5  En nu, wat staat Mij hier [te doen]? spreekt de HEERE. Want Mijn volk is voor niets weggevoerd, zijn overheersers doen [het] weeklagen, spreekt de HEERE, en voortdurend, heel de dag, wordt Mijn Naam gelasterd. (HSV)

26

Ro 2:26 Als dan de onbesnedene de rechten van de wet bewaart, zal niet zijn onbesnedenheid voor besnijdenis worden gerekend, (TELOS)

De onbesnedene. De niet-Jood.

De rechten van de wet bewaart. De geboden van de wet doen (vers 14), daders van de wet zijn (vers 13).

27

Ro 2:27 en zal de van nature onbesnedene die de wet volbrengt, niet u oordelen die met letter en besnijdenis een overtreder van de wet bent? (TELOS)

De van nature onbesnedene. De niet-Jood. De Jood is vanaf zijn achtste levensdag besneden.

Die de wet volbrengt. Die de rechten van de wet bewaart (2:26), dader van de wet is (2:13), de geboden van de wet doet (2:14).

Ro 13:8  Weest niemand iets schuldig dan elkaar lief te hebben; want wie de ander liefheeft, heeft de wet vervuld. (Telos)

Ro 13:10  De liefde doet de naaste geen kwaad. Daarom is de liefde de vervulling van de wet. (Telos)

Mt 22:40  Aan deze twee geboden hangt de hele wet en de profeten. (Telos)

U oordelen.

1Co 6:2  Of weet u niet, dat de heiligen de wereld zullen oordelen? En als door u de wereld wordt geoordeeld, bent u dan onwaardig voor de geringste rechtszaken? (Telos)

1Co 6:3  Weet u niet, dat wij engelen zullen oordelen? Hoeveel te meer de dingen van dit leven? (Telos)

Mt 12:41  Mannen van Nineve zullen opstaan in het oordeel met dit geslacht en het veroordelen, want zij bekeerden zich op de prediking van Jona; en zie, meer dan Jona is hier! Mt 12:42  De koningin van het Zuiden zal worden opgewekt in het oordeel met dit geslacht en het veroordelen, want zij kwam van de einden der aarde om de wijsheid van Salomo te horen; en zie, meer dan Salomo is hier! (Telos)

Opb 20:4  En ik zag tronen, en zij gingen daarop zitten, en het oordeel werd hun gegeven; en ik zag de zielen van hen die om het getuigenis van Jezus en om het woord van God onthoofd waren, en die het beest of zijn beeld niet hadden aangebeden en niet het merkteken aan hun voorhoofd en aan hun hand ontvangen hadden; en zij werden levend en regeerden met Christus duizend jaren. (Telos)

Letter. De wet van Mozes, die opgeschreven is.

28

Ro 2:28  Want niet hij is een Jood die het uiterlijk is, en niet dat is de besnijdenis die iets uiterlijks is, in [het] vlees, (Telos)

In [het] vlees. Het uitwendige vlees staat tegenover het inwendige hart, de inwendige geest (29).

29

Ro 2:29 maar hij is een Jood die het in het verborgen is, en dat is besnijdenis: die van het hart, naar de geest, niet naar de letter; zijn lof is niet van mensen, maar van God. (TELOS)

Een Jood die het in het verborgen is. In zijn hart, waaruit de uitgangen van het leven zijn. Zie ook vs. 16.

Naar de geest. Staat niet alleen tegenover de letter, maar ook tegenover het vlees (28).

Niet naar de letter. Niet naar de letterlijke betekenis van het woord 'besnijdenis'.

Zijn lof is ... van God. Zie ook vzn. 7 en 10: "eer". Vergelijk

1Co 4:5 Oordeelt daarom niets voor de tijd, totdat de Heer komt, die ook wat in de duisternis verborgen is, aan het licht zal brengen en de raadslagen van de harten openbaar zal maken; en dan zal ieder zijn lof ontvangen van God. (TELOS)

Nabeschouwing

We zijn niet langer beschouwers en oordelaars van het kwaad (Romeinen 1), ook wij doen kwaad. Wat we bij een ander afkeuren, bedrijven we zelf. We kunnen bijvoorbeeld tegen fraude en bedrog zijn, maar onszelf schuldig maken aan oneerlijkheden bij de belastingaangifte. We kunnen bijvoorbeeld tegen zinloos geweld zijn en een pleger van zinloos geweld oordelen, terwijl we onszelf er schuldig aan maken, bijvoorbeeld thuis of op het werk, misschien in een andere vorm (collega pesten). (Een christen moet anderen terechtwijzen, ziende op zichzelf, dat is in het besef dat we dergelijke of andere morele fouten hebben gemaakt of ook zelf kunnen maken.)

Daarom ontkomen ook wij niet aan het oordeel van God. Ook al keuren we zonde bij een ander af (2:3). En ook al is God goed jegens ons (2:4). God is goed, zodat wij ons kunnen bekeren (2:4).

Als we ons echter niet bekeren, hopen we toorn van God op. Want er komt een dag van het rechtvaardig oordeel van God. In die dag word ieder mens, de goede en de kwade, vergolden naar zijn werken. Het verschil en de overeenkomst van Jood en heiden ten aanzien van het oordeel. Overeenkomst: geen aanzien des persoons bij God; vergelding naar werken; de vergelding zelf (wat men krijgt). Verschil: de Jood wordt door de wet geoordeeld, de heiden door zichzelf (geweten, gedachten). Christus Jezus zal oordelen (2:16).

Bron

Karl August Dächsel; F. P. L. C. van Lingen; H. van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting): met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901), commentaar op Rom. 2:22. Enige tekst hiervan is onder wijziging verwerkt op 22 nov. 2021.