Romeinen 2

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Romeinen 2 is een hoofdstuk van de Brief van Paulus aan de Romeinen. Het wordt hieronder samengevat en/of becommentarieerd. De volgende hoofdstukken zijn samengevat en/of passages ervan becommentarieerd:

Romeinenbrief, hoofdstukken: 12345678911121316.

Samenvatting

1-16 Het toekomstige rechtvaardige oordeel van God. 17-29 De Joden, de wet en de besnijdenis.

1

Ro 2:1 Daarom bent u niet te verontschuldigen, mens, wie u ook bent die oordeelt; want waarin u de ander oordeelt, veroordeelt u zichzelf; want u die oordeelt, bedrijft dezelfde dingen. (Telos)

Oordeelt. Van Gr. krino.

Veroordeelt. Van Gr. katakrino.

2

Ro 2:2 Wij nu weten, dat het oordeel van God naar waarheid is over hen die zulke dingen bedrijven. (Telos)

Oordeel. Gr. krima.

4

Ro 2:4 Of veracht u de rijkdom van zijn goedertierenheid en verdraagzaamheid en lankmoedigheid, zonder te weten dat de goedertierenheid van God u tot bekering leidt? (Telos)

De rijkdom van Gods goedertierenheid, verdraagzaamheid en lankmoedigheid is geen vrijbrief om te zondigen, maar geeft een kans om een nieuw, rechtvaardig leven te beginnen. Die rijkdom, die tot bekering opwekt, verachten houdt in dat de verachter zich niets aantrekt van die rijkdom en in de zonde blijft.

Ro 6:1  Wat zullen wij dan zeggen? Zouden wij in de zonde blijven, opdat de genade toeneemt?  Ro 6:2  Volstrekt niet! Hoe zouden wij, die ten opzichte van de zonde gestorven zijn, nog daarin leven? (Telos)

5

Ro 2:5 Maar naar uw hardheid en onbekeerlijk hart hoopt u voor uzelf toorn op in [de] dag van [de] toorn en van [de] openbaring van [het] rechtvaardig oordeel van God, (Telos)

Vergelijk:

Hnd 17:31 omdat Hij een dag heeft bepaald, waarop Hij het aardrijk in gerechtigheid zal oordelen door een man die Hij daartoe heeft bestemd, waarvan Hij aan allen zekerheid heeft gegeven door Hem uit de doden op te wekken. (TELOS)

Toorn. Zie vs. 8: "toorn en gramschap". In Rom. 1:18 is al gesproken over de openbaring van Gods toorn.

Ro 1:18 Want toorn van God wordt van de hemel geopenbaard over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van mensen die de waarheid in ongerechtigheid bezitten; (TELOS)

Daar lijkt het te gaan over de toorn van God die zich in zijn regeringswegen openbaart. Maar het is ook mogelijk dat Paulus daar doelde op de dag van de toorn.

Dag van toorn. Vergelijk vs. 16: "de dag dat God het verborgene van de mensen zal oordelen door Christus Jezus".

Hand. 17:31, zojuist aangehaald, zegt dat God 'een dag heeft bepaald', waarop hij het aardrijk in gerechtigheid zal oordelen.

Wat de dag teweegbrengt bij de kwaaddoeners: "verdrukking en benauwdheid over elke ziel van een mens die het kwade werkt" (9).

7

Ro 2:7 hun die met volharding in goed werk heerlijkheid, eer en onvergankelijkheid zoeken, eeuwig leven; (Telos)

Eer. Niet van mensen, maar van de Godheid, want onvergankelijkheid of eeuwige heerlijkheid kunnen mensen niet schenken.

8

Ro 2:8 maar hun die twistziek zijn en ongehoorzaam aan de waarheid maar gehoorzaam aan de ongerechtigheid, toorn en gramschap. (Telos)

Die twistziek zijn. Geneigd tegen de goede boodschap in te gaan en een woordenstrijd te voeren.

Ongehoorzaam aan de waarheid. Ze bezitten de waarheid in ongerechtigheid (1:18). Zij kennen de eis van het recht van God (1:32)

Ro 1:18 Want toorn van God wordt van de hemel geopenbaard over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van mensen die de waarheid in ongerechtigheid bezitten; (TELOS)

Ro 1:32 die, hoewel zij de eis van het recht van God kennen-dat zij die zulke dingen bedrijven, de dood verdienen-,ze niet alleen doen, maar ook een welgevallen hebben aan hen die ze bedrijven. (TELOS)

2Th 1:6  daar het rechtvaardig is bij God, aan hen die u verdrukken, verdrukking te vergelden, 2Th 1:7  en aan u die verdrukt wordt, rust met ons bij de openbaring van de Heer Jezus van de hemel met de engelen van zijn kracht, 2Th 1:8  in vlammend vuur, als Hij wraak brengt over hen die God niet kennen en over hen die het evangelie van onze Heer Jezus niet gehoorzamen. (Telos)

Toorn en gramschap. Zie vs. 5.

9

Ro 2:9  Verdrukking en benauwdheid over elke ziel van een mens die het kwade werkt, eerst van de Jood en ook van de Griek; (Telos)

Verdrukking en benauwdheid. Brengt de dag van Gods toorn (5).

2Th 1:6  daar het rechtvaardig is bij God, aan hen die u verdrukken, verdrukking te vergelden, 2Th 1:7  en aan u die verdrukt wordt, rust met ons bij de openbaring van de Heer Jezus van de hemel met de engelen van zijn kracht, 2Th 1:8  in vlammend vuur, als Hij wraak brengt over hen die God niet kennen en over hen die het evangelie van onze Heer Jezus niet gehoorzamen. 2Th 1:9  Zij zullen als straf lijden het eeuwig verderf, verwijderd van het aangezicht van de Heer en van de heerlijkheid van zijn sterkte, 2Th 1:10  wanneer Hij komt om op die dag verheerlijkt te worden in zijn heiligen en bewonderd te worden in allen die hebben geloofd; want ons getuigenis aan u is geloofd geworden. (Telos)

10

Ro 2:10  maar heerlijkheid, eer en vrede voor ieder die het goede werkt, eerst voor de Jood en ook voor de Griek; (Telos)

Heerlijkheid, eer en vrede. Vgl. vers 7: "heerlijkheid, eer en onvergankelijkheid".

2Th 1:4  zodat wij zelf in u roemen in de gemeenten van God over uw volharding en geloof onder al uw vervolgingen en verdrukkingen die u verdraagt:  2Th 1:5 een bewijs van het rechtvaardig oordeel van God, dat u het koninkrijk van God waard geacht wordt, waarvoor u ook lijdt; 2Th 1:6  daar het rechtvaardig is bij God, aan hen die u verdrukken, verdrukking te vergelden, 2Th 1:7  en aan u die verdrukt wordt, rust met ons bij de openbaring van de Heer Jezus van de hemel met de engelen van zijn kracht, 2Th 1:8  in vlammend vuur, als Hij wraak brengt over hen die God niet kennen en over hen die het evangelie van onze Heer Jezus niet gehoorzamen. 2Th 1:9  Zij zullen als straf lijden het eeuwig verderf, verwijderd van het aangezicht van de Heer en van de heerlijkheid van zijn sterkte, 2Th 1:10  wanneer Hij komt om op die dag verheerlijkt te worden in zijn heiligen en bewonderd te worden in allen die hebben geloofd; want ons getuigenis aan u is geloofd geworden. (Telos)

11

Ro 2:11 want er is geen aanzien des persoons bij God. (Telos)

Hij is onpartijdig. Als Rechter trekt hij de Jood niet voor de Griek, begunstigt Hij de Jood niet boven de Griek.

Ook ten opzichte van ons zoonschap van God, is er geen verschil tussen Jood of Griek.

Ga 3:26 want u bent allen zonen van God door het geloof in Christus Jezus. Ga 3:27 Want u allen die tot Christus bent gedoopt, hebt Christus aangedaan. Ga 3:28 Daar is geen Jood of Griek, daar is geen slaaf of vrije, daar is geen man of vrouw; want u bent allen een in Christus Jezus. (Telos)

13

Ro 2:13 (want niet de hoorders van de wet zijn rechtvaardig bij God, maar de daders van [de] wet zullen gerechtvaardigd worden; (TELOS)

Daders van [de] wet. Vergelijk:

Ro 2:27 en zal de van nature onbesnede die de wet volbrengt, niet u oordelen die met letter en besnijdenis een overtreder van de wet bent? (TELOS)

Rom. 2:14

Ro 2:14 want wanneer [de] volken, die geen wet hebben, van nature de [geboden] van de wet doen, dan zijn dezen die geen wet hebben, zichzelf tot wet, (TELOS)

De geboden van de wet doen. In 2:21v worden enkele geboden genoemd. Vergelijk:

Ro 2:27 en zal de van nature onbesnede die de wet volbrengt, niet u oordelen die met letter en besnijdenis een overtreder van de wet bent? (TELOS)

In Malta ondervonden Paulus en de andere opvarenden 'buitengewone menslievendheid' van de kant van de heidense Maltezers.

Hnd 28:1 En nadat wij behouden waren, vernamen wij dat het eiland Malta heette. Hnd 28:2 En de inheemsen bewezen ons buitengewone menslievendheid, want zij staken een vuur aan en haalden er ons allen bij vanwege de regen die begon te vallen en vanwege de koude. (TELOS)

Rom. 2:15

Ro 2:15 en zij tonen dat het werk van de wet in hun harten geschreven staat, terwijl hun geweten meegetuigt en hun gedachten elkaar onderling beschuldigen of ook verontschuldigen), (TELOS)

Zij tonen .... geschreven staat. God heeft hen geopenbaard, door hun geweten, wat goed en kwaad is.

Rom. 2:16

Ro 2:16 op de dag dat God het verborgene van de mensen zal oordelen door Christus Jezus, naar mijn evangelie. (TELOS)

De dag dat God het verborgene van de mensen zal oordelen. Dat is de 'dag van toorn en van openbaring van [het] rechtvaardig oordeel van God' (Rom. 2:5).

1Co 4:5 Oordeelt daarom niets voor de tijd, totdat de Heer komt, die ook wat in de duisternis verborgen is, aan het licht zal brengen en de raadslagen van de harten openbaar zal maken; en dan zal ieder zijn lof ontvangen van God. (TELOS)

Naar mijn evangelie. De goede boodschap gaat gepaard met, of sluit ook in, de verkondiging van Gods oordeel. Gegeven Gods oordeel, is de boodschap zeer goed, namelijk dat er ontkoming, ja, rechtvaardigmaking is voor wie zich bekeert en gelooft. Het nieuws dat er een bekwame en hulpvaardige tandarts voor je is, wordt goed nieuws als je flinke kiespijn hebt.

Rom. 2:26

Ro 2:26 Als dan de onbesnedene de rechten van de wet bewaart, zal niet zijn onbesnedenheid voor besnijdenis worden gerekend, (TELOS)

De onbesnedene. De niet-Jood.

De rechten van de wet bewaart. De geboden van de wet doen (vers 14), daders van de wet zijn (vers 13).

Rom. 2:27

Ro 2:27 en zal de van nature onbesnedene die de wet volbrengt, niet u oordelen die met letter en besnijdenis een overtreder van de wet bent? (TELOS)

De van nature onbesnedene. De niet-Jood. De Jood is vanaf zijn achtste levensdag besneden.

Die de wet volbrengt. Die de rechten van de wet bewaart (2:26), dader van de wet is (2:13), de geboden van de wet doet (2:14).

Rom. 2:29

Ro 2:29 maar hij is een Jood die het in het verborgen is, en dat is besnijdenis: die van het hart, naar de geest, niet naar de letter; zijn lof is niet van mensen, maar van God. (TELOS)

Zijn lof is ... van God. Vergelijk

1Co 4:5 Oordeelt daarom niets voor de tijd, totdat de Heer komt, die ook wat in de duisternis verborgen is, aan het licht zal brengen en de raadslagen van de harten openbaar zal maken; en dan zal ieder zijn lof ontvangen van God. (TELOS)