Sodom

Uit Christipedia
Versie door Kees Langeveld (overleg | bijdragen) op 2 mrt 2018 om 13:26 (Nieuwe pagina aangemaakt met ''''Sodom''' (Hebr. ''sedom'', Gr. ''sodoma'', Lat. ''sodoma'') is één van de Kanaänitische steden, bij het dal Siddim, welke tot een verschrikkelijk strafger...')
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)

Sodom (Hebr. sedom, Gr. sodoma, Lat. sodoma) is één van de Kanaänitische steden, bij het dal Siddim, welke tot een verschrikkelijk strafgericht, door een vuur- en zwavelregen verwoest en omgekeerd werden. God verwoestte de stad om de slechtheid van de bevolking, Gen. 19:24-28. De zonden waren trots (Ezech. 16:49), verwaarlozing van de armen en behoeftigen (Ezech. 16:49) en seksueel wangedrag. De figuurlijke vruchten waren bitter (vgl. De 32:32). 

Zie Gen. 10: 19; 13: 10; 19: 24, 25; Jes. 1: 9. Amos 4: 11. In het N.T. wordt Sodom genoemd in: Mt 10:15; 11:23-24; Mr 6:11; Lu 10:12; 17:29; Ro 9:29.

De naam ‘Sodom’ betekent ‘branden’[1].

Sodom was gelegen aan de zuidoostelijke grens van Kanaän:
Ge 10:19 En de grens van de Kanaänieten reikte van Sidon in de richting van Gerar tot aan Gaza, [en] in de richting van Sodom, Gomorra, Adama en Zeboïm, tot aan Lasa. (HSV)
Sodom lag in de toen waterrijke, paradijselijke Jordaanvlakte.
Ge 13:10 En Lot sloeg de ogen op en zag dat heel de Jordaanvlakte rijk aan water was; voordat de HEERE Sodom en Gomorra te gronde gericht had, was zij in de richting van Zoar als de hof van de HEERE, als het land Egypte. (HSV)
Mogelijke ligging van Sodom in de zuidoosthoek van de tegenwoordige Dode Zee 

Lot ging er wonen (Gen. 13:12; 14:10) en vervulde er kennelijk een bestuurlijke taak; hij zat er in de poort.

Eén koning van Sodom wordt in de Schrift vermeld: Bera, koning ten tijde van Abram. Tegen hem en vier andere Kanaänitische koningen trokken vier koningen uit het Oosten ten strijde. Sodom werd ingenomen, Lot en andere inwoners als gevangenen weggevoerd, maar later werden ze door Abram bevrijd. 

De mannen van Sodom waren grote zondaars.
Ge 13:13 De mannen van Sodom waren echter slecht en grote zondaars tegenover de HEERE. (HSV)
Ge 18:20 Verder zei de HEERE: De roep van Sodom en Gomorra is groot en hun zonde heel zwaar. (HSV) Het waren openlijke zondaars.
Jes 3:9  Hun gelaatsuitdrukking getuigt tegen hen. Zoals Sodom maken zij hun zonden [openlijk] bekend, zij verbergen [ze] niet. Wee hun ziel, want zij doen zichzelf kwaad aan. (HSV)
De zonden van Sodom die vermeld worden zijn: het seksueel wangedrag van de mannen (homoseksueel en biseksueel gedrag), de begeerte om de gasten van Lot te verkrachten (groepsseks), trots en de verwaarlozing van armen en behoeftigen.
Eze 16:49 Zie, dit was de ongerechtigheid van uw zuster Sodom: trots, overvloed van voedsel en zorgeloze rust had zij met haar dochters. De hand van de arme en de behoeftige ondersteunde zij echter niet. (HSV)
Jds 1:7 Zoals Sodom en Gomorra en de steden daaromheen, die op dezelfde wijze als dezen hoereerden en ander vlees achterna gingen, daar liggen als een voorbeeld, doordat zij een straf van eeuwig vuur ondergaan. (TELOS)
Het Nederlandse woord sodomie herinnert aan de ontucht van de mannen van Sodom.  De vruchten van de Sodomieten, hun houding en werken, waren bittere vruchten: 
De 32:32 Want hun wijnstok is uit de wijnstok van Sodom en uit de velden van Gomorra; hun druiven zijn giftige druiven, bittere trossen hebben zij. (HSV)
Om het slechte gedrag van hun burgers verwoestte God de steden Sodom en Gomorra door vuur en zwavel uit de hemel te laten neerkomen, nadat Lot en zijn gezin door twee engelen uit Sodom waren uitgeleid.
Lu 17:29 op de dag echter dat Lot uit Sodom ging, regende het vuur en zwavel van de hemel en verdelgde hen allen. (TELOS)
'De verwoesting van Sodom en Gomorra', schilderij van John Martin (1789-1854), 1852
  1. Aldus Hebreeuws-Nederlands Lexicon; op basis van Strong-coderingen. Onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia. Het is gebaseerd op het Engelstalige Online Bible Hebrew-Englisch Lexicon van Larry Pierce. S.J. van Ronkel, Woordenboek der eigennamen (Groningen: M. Smit, 1835) s.v. Sodom, noemt als betekenis, naar het arabisch, treurigheid. Ronkel was destijds hoofdonderwijzer aan een Joodse school en beëedigd vertaler.