Strafrecht van God

Uit Christipedia
Versie door Kees Langeveld (overleg | bijdragen) op 11 aug 2017 om 07:18 (Nieuwe pagina aangemaakt met 'Het '''strafrecht van God''' is Zijn recht waarin Hij bepaalt heeft wie, wanneer en hoe gestraft zal worden. Een toepassing van Gods strafrecht zien wij in het oo...')
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het strafrecht van God is Zijn recht waarin Hij bepaalt heeft wie, wanneer en hoe gestraft zal worden.

Een toepassing van Gods strafrecht zien wij in het oordeel aangaande het grote Babylon in het laatste bijbelboek.
Opb 18:4 En ik hoorde een andere stem uit de hemel zeggen: Gaat uit van haar, mijn volk, opdat u met haar zonden geen gemeenschap hebt en opdat u van haar plagen niet ontvangt; Opb 18:5 want haar zonden zijn opgestapeld tot aan de hemel en God heeft Zich haar ongerechtigheden herinnerd. Opb 18:6 Vergeldt haar zoals ook zij vergolden heeft, en verdubbelt haar dubbel naar haar werken; mengt haar dubbel in de drinkbeker die zij gemengd heeft. Opb 18:7 Naarmate zij zichzelf verheerlijkt heeft en weelderig geleefd heeft, geeft haar zoveel pijniging en rouw. Want zij zegt in haar hart: Ik zit als koningin en ben geen weduwe en zal helemaal geen rouw zien. Opb 18:8 Daarom zullen haar plagen op een dag komen: dood en rouw en honger, en met vuur zal zij verbrand worden; want sterk is de Heer, God, die haar geoordeeld heeft. (TELOS)
Gods straf is altijd passend bij de begane zonde(n), ook als de vergelding een dubbele is (vgl. Opb. 18:6). Een belangrijk beginsel van Zijn strafrecht is dat van de wedervergelding.

Om de zonden van mensen te straffen, zijn er drie of vier zware gerichten waarvan God zich bedient:

  • het zwaard
  • de honger
  • de pest
  • het wild gedierte
Eze 14:21 Maar zo zegt de Here HERE: En toch, al zend Ik ook mijn vier zware gerichten, het zwaard, de honger, het wild gedierte en de pest, naar Jeruzalem om daar mens en dier uit te roeien, (NBG51)
David wordt na zijn ongeoorloofde volkstelling door de dienst van de profeet Gad voor de keus gesteld:
1Kr 21:12 óf drie jaar hongersnood, óf drie maanden weggevaagd worden voor uw vijanden, terwijl het zwaard van uw vijanden u inhaalt; óf drie dagen het zwaard van de HEERE: de pest in het land, met de engel van de HEERE die in heel het gebied van Israël verderf aanricht. Welnu, zie wat voor antwoord ik Hem Die mij gezonden heeft, moet brengen. (HSV)
Salomo verwijst naar de onheilen van zwaard, pest en hongersnood:
2Kr 20:9 Als ons enig onheil overkomt, het zwaard van het gericht, de pest of een hongersnood, zullen wij voor dit huis en voor Uw aangezicht staan, omdat Uw Naam in dit huis is. Wij zullen uit onze benauwdheid tot U roepen, en U zult verhoren en verlossen. (HSV)
God spreekt in verscheidene Schriftplaatsen van zijn drie soorten straf zwaard, honger en pest.
Jer 14:12 Al vasten zij, Ik luister niet naar hun geroep. Ook al brengen zij een brandoffer en een graanoffer, Ik zal in hen geen behagen scheppen, maar door het zwaard, door de honger en door de pest zal Ik een einde aan hen maken.
Jer 21:7 Daarna, spreekt de HEERE, zal Ik Zedekia, de koning van Juda, zijn dienaren, het volk, en hen die in deze stad overgebleven zijn van de pest, het zwaard en de honger, in de hand geven van Nebukadrezar, de koning van Babel, in de hand van hun vijanden en in de hand van hen die hen naar het leven staan. Hij zal hen slaan met de scherpte van het zwaard: Hij zal hen niet sparen, geen medelijden hebben, en zich over hen niet ontfermen. (...) Jer 21:9 Wie in deze stad blijft, zal sterven door het zwaard, door de honger of door de pest. Maar wie vertrekt en overloopt naar de Chaldeeën, die u belegeren, die zal in leven blijven en zijn leven zal hem tot buit zijn. (HSV)
Jer 24:10 Ik zal onder hen zenden het zwaard, de honger en de pest, totdat zij omgekomen zullen zijn uit het land dat Ik hun en hun vaderen heb gegeven. (HSV)
Deze straffen hebben niet alleen Israël getroffen. God past ze ook toe op andere volken:
Jer 27:8 En het zal gebeuren dat het volk of het koninkrijk dat hem, Nebukadnezar, de koning van Babel, niet wil dienen, en dat niet zijn nek wil geven onder het juk van de koning van Babel, dat volk-spreekt de HEERE-zal Ik straffen met het zwaard, met de honger en met de pest, totdat Ik hen omgebracht zal hebben door zijn hand. (HSV)
Opvallend is dat deze straffen meestal in deze volgorde worden genoemd. Als eerste het zwaard. Dit spreekt van oorlog, conflict, geweld. Dan de honger. Hongersnood volgt vaak op een uitbarsting van geweld. Toen Jeruzalem rond 70 na Christus belegerd werd, kwam er een zware hongersnood in de stad. Als derde straf wordt de pest genoemd. Niet zelden breken ziekten als bijv. cholera uit in een plaats die geteisterd is door oorlog en honger. Zwaard, honger, pest en wild gedierte komen als straffen ook voor in het laatste bijbelboek.
Opb 6:8 En ik zag en zie, een bleekgroen paard, en hij die erop zat, zijn naam was de dood en de hades volgde hem; en hun werd macht gegeven over het vierde deel van de aarde om te doden met het zwaard en met honger en met de dood en door de wilde dieren van de aarde. (TELOS)
Mt 24:7 want volk zal opstaan tegen volk en koninkrijk tegen koninkrijk, en er zullen hongersnoden en aardbevingen zijn in verschillende plaatsen. (TELOS)
Lu 21:11 En grote aardbevingen en in verschillende plaatsen hongersnoden en pest zullen er zijn, en er zullen vreselijke dingen en grote tekenen van de hemel zijn. (TELOS)
Opb 16:11 en lasterden de God van de hemel vanwege hun pijnen en vanwege hun zweren, en zij bekeerden zich niet van hun werken. (TELOS)