Teleologie: verschil tussen versies

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Regel 17: Regel 17:
 
De ''wijsgerige'' teleologie daarentegen gaat niet uit van de erkenning van een regelende Voorzienigheid, maar tracht integendeel juist het bestaan van zo’n ordenende Voorziening uit de geschapen dingen zelf te bewijzen. Zij zoekt aan de hand van het gezond verstand een verklaring, een wijsgerige verklaring van het doelmatigheidsfeit. Zij zoekt te bewijzen dat God bestaat. Dit bewijs te leveren is haar hoofddoel. Het wijsgerig finalisme wil, zonder zich te beroepen op de geschreven Openbaring in de Bijbel, niets anders geven dan een rationele verklaring van de natuurlijke feiten, met name van het doelmatigheids- of orde-element, dat de waarneembare wereld feitelijk blijkt te bezitten. Wat de diepste voor de rede erkenbare grond of oorzaak is van de bestaande orde en regelmaat, ziedaar wat het wil onderzoeken. Dat een intelligente of zelfs alwijze oorzaak die orde bedoelde en voortbracht, is voor het wijsgerig finalisme (in tegenstelling met het theologische), geen gegeven, geen punt van uitgang, doch juist de vraag en in geen geval dus meer dan een laatste gevolgtrekking. In tegenstelling met het theologische moet dus het wijsgerig finalisme naar zijn uitgangspunt als doelmatigheids-theorie worden aangeduid.
 
De ''wijsgerige'' teleologie daarentegen gaat niet uit van de erkenning van een regelende Voorzienigheid, maar tracht integendeel juist het bestaan van zo’n ordenende Voorziening uit de geschapen dingen zelf te bewijzen. Zij zoekt aan de hand van het gezond verstand een verklaring, een wijsgerige verklaring van het doelmatigheidsfeit. Zij zoekt te bewijzen dat God bestaat. Dit bewijs te leveren is haar hoofddoel. Het wijsgerig finalisme wil, zonder zich te beroepen op de geschreven Openbaring in de Bijbel, niets anders geven dan een rationele verklaring van de natuurlijke feiten, met name van het doelmatigheids- of orde-element, dat de waarneembare wereld feitelijk blijkt te bezitten. Wat de diepste voor de rede erkenbare grond of oorzaak is van de bestaande orde en regelmaat, ziedaar wat het wil onderzoeken. Dat een intelligente of zelfs alwijze oorzaak die orde bedoelde en voortbracht, is voor het wijsgerig finalisme (in tegenstelling met het theologische), geen gegeven, geen punt van uitgang, doch juist de vraag en in geen geval dus meer dan een laatste gevolgtrekking. In tegenstelling met het theologische moet dus het wijsgerig finalisme naar zijn uitgangspunt als doelmatigheids-theorie worden aangeduid.
   
'''Grondslag.''' De ''grondslag'' van de wijsgerige teleologie is de bestaande wereldorde, het orde-feit, het teleologisch feit. Bij haar bewijsvoering voor het bestaan van een orde-beginsel ''boven'' de wereld gaat zij daarvan uit. Er is een zekere orde, een zekere doelmatigheid in de wereld. Een chaos of warboel is het wereldverloop voor niemand, maar wel een systeem of stelsel, waarin feitelijk orde en regelmaat bestaan. Het feit van orde, regelmaat en doelmatigheid is een feit dat door iedereen te erkennen is.
+
'''Grondslag.''' De ''grondslag,'' het uitgangspunt van de dualistische teleologie als ''wijsgerige'' theorie is de bestaande wereldorde, het orde-feit, het teleologisch feit. Bij haar bewijsvoering voor het bestaan van een orde-beginsel ''boven'' de wereld gaat zij daarvan uit.
  +
  +
Er is een zekere orde, een zekere doelmatigheid in de wereld. Een chaos of warboel is het wereldverloop voor niemand, maar wel een systeem of stelsel, waarin feitelijk orde en regelmaat bestaan. Het feit van orde, regelmaat en doelmatigheid is een feit dat door iedereen te erkennen is.
   
 
Daarmee is niet gezegd dat alles in de natuur hoogst doelmatig is. Ook bedoelt de wijsgerige teleologie met 'zekere doelmatigheid' niet: door een bewust, een verstandelijk wezen tot het doel gericht. Want of er zo’n bewust en verstandelijk wezen bestaat, gaat men juist onderzoeken. Het bestaan van zo'n wezen wordt geenszins vooropgesteld. Met die doelmatigheid wordt alleen het nuchtere, voor een ieder zichtbare en tastbare feit bedoeld, dat in de ons omringende wereld blijkbaar verschillende ongelijksoortige dingen naar een bepaald punt streven, een bepaald resultaat voortbrengen, geheel afgezien van de vraag, of ze het doen onder invloed van een hoger en bewust beginsel of niet.
 
Daarmee is niet gezegd dat alles in de natuur hoogst doelmatig is. Ook bedoelt de wijsgerige teleologie met 'zekere doelmatigheid' niet: door een bewust, een verstandelijk wezen tot het doel gericht. Want of er zo’n bewust en verstandelijk wezen bestaat, gaat men juist onderzoeken. Het bestaan van zo'n wezen wordt geenszins vooropgesteld. Met die doelmatigheid wordt alleen het nuchtere, voor een ieder zichtbare en tastbare feit bedoeld, dat in de ons omringende wereld blijkbaar verschillende ongelijksoortige dingen naar een bepaald punt streven, een bepaald resultaat voortbrengen, geheel afgezien van de vraag, of ze het doen onder invloed van een hoger en bewust beginsel of niet.
Regel 24: Regel 26:
   
 
De grondslag van de wijsgerige teleologie is het feit van orde en doelmatigheid. Bij dit feit is van dualisme nog geen sprake. Juist uit dit feit zal de wijsgerige theorie het goed recht van haar dualisme, haar aannemen van een dubbel orde-beginsel, trachten te bewijzen. Het teleologisch feit, zoals het hier wordt opgezet, kan eenvoudig door niemand worden geloochend.
 
De grondslag van de wijsgerige teleologie is het feit van orde en doelmatigheid. Bij dit feit is van dualisme nog geen sprake. Juist uit dit feit zal de wijsgerige theorie het goed recht van haar dualisme, haar aannemen van een dubbel orde-beginsel, trachten te bewijzen. Het teleologisch feit, zoals het hier wordt opgezet, kan eenvoudig door niemand worden geloochend.
  +
  +
Een ander uitgangspunt is het beginsel dat de gehele werkelijkheid der wereldse dingen een voldoende grond moet hebben. Het steunt op het recht van de denkende mens, om die voldoende werkelijkheidsgrond desnoods ook onder of buiten de verschijnselen te zoeken en aan te wijzen.
   
 
'''Doel der wereldorde.''' Wat is het doel der wereldorde in haar gehéél, voor zover dit langs de weg der ervaring erkenbaar is? Geen ander dan het althans tijdelijk ''behoud'' van het wereldgeheel.
 
'''Doel der wereldorde.''' Wat is het doel der wereldorde in haar gehéél, voor zover dit langs de weg der ervaring erkenbaar is? Geen ander dan het althans tijdelijk ''behoud'' van het wereldgeheel.
   
 
Elk afzonderlijk ding heeft eigen natuur of wet, en in die zin ook eigen bestemming of doel; maar geen enkel ding in deze werkelijke wereld staat op zich alleen en los van de andere, geen enkel heeft betekenis voor zich zelf alleen. Alles, de mens niet uitgezonderd, behoort als integrerend onderdeel tot het grote geheel en is in veelzijdige afhankelijkheid van het overige wereldgebeuren.
 
Elk afzonderlijk ding heeft eigen natuur of wet, en in die zin ook eigen bestemming of doel; maar geen enkel ding in deze werkelijke wereld staat op zich alleen en los van de andere, geen enkel heeft betekenis voor zich zelf alleen. Alles, de mens niet uitgezonderd, behoort als integrerend onderdeel tot het grote geheel en is in veelzijdige afhankelijkheid van het overige wereldgebeuren.
  +
  +
'''Onvolmaakte ordening of doelmatigheid.''' Het bestaande is gebrekkig. Niet alles lijkt (volkomen) doelmatig te zijn geordend. We hebben allerlei klachten over de onvolmaaktheden van deze wereld; met verzuchtingen over wat er beter kon wezen. Beschouwt men de middelen, ter verwerkelijking van het werelddoel aangewend, dan springt het in het oog, dat er van een volmaakte wereldordening geen sprake is, dat het volstrekt gesproken onder velerlei opzicht beter wezen kon, dat er in afzonderlijke gevallen positief een betrekkelijke nutteloosheid valt aan te wijzen, het nut in andere gevallen problematisch of minstens onbegrijpelijk moet schijnen. Zeker ook is het, dat het met name uit het oogpunt van de enkelingen en van hun eigen natuurlijke bestemming velerlei mislukking valt te constateren, en het lot van de bewuste wezens, gemeten naar menselijke gemoedsstemming, soms beklagenswaardig is. Waarbij niet mag verzwegen worden, dat deze mislukkingen en rampen niet maar alleen voortvloeien uit een samenloop van ongunstige omstandigheden, maar zelfs wortelen in de gestelde wettelijk geregelde wereldverhoudingen.
  +
  +
'''Vraag naar de oorzakelijke verklaring van de wereldorde.''' De vraag is nu, hoe de wereldorde, gelijk wij ze door de ervaring kennen, zij zij dan volmaakt of onvolmaakt, moet verklaard worden. Met andere woorden, de vraag is: „Welke oorzaak als de voldoende werkelijkheidsgrond van de feitelijk bestaande orde moet worden aangewezen.”
  +
  +
'''Misverstand: geloof versus wetenschap.''' Er is een misverstand, een valse voorstelling, die men voortdurend, zowel in geleerde werken als in populaire geschriften op alle mogelijke wijzen en in alle mogelijke vormen herhaald vindt, namelijk dat we hier te doen hebben met een conflict tussen natuurwetenschap en wijsbegeerte, of, gelijk het gewoonlijk nog oppervlakkiger geformuleerd wordt, tussen wetenschap en geloof. Het geloof - zo beweert men - zegt dat de bestaande orde haar oorsprong dankt aan God, maar de wetenschap heeft aan de dag gebracht, dat tal van verschijnselen die men vroeger aan hogere machten toeschreef, het werk zijn van natuurkrachten. Naarmate dus de kennis van de natuurkrachten toeneemt, zal het aannemen van een bewust beginsel der dingen, van een God, al meer en meer onnodig blijken.
  +
  +
De dualistische teleologie beweegt zich niet op het terrein der natuurwetenschap. Het stelsel dat een bewuste oorzaak erkent van de wereldorde, wordt door onkunde hoegenaamd niet gebaat, hetgeen trouwens genoegzaam blijkt uit het feit, dat men ook onder de grootste natuurkundigen de meest besliste Gods-belijders vindt; de dualistische teleologen ontkennen allerminst de werking van de natuurlijke oorzaken, zij laten ze terdege meetellen. Dat ze meewerken is immers een feit voor ieder zichtbaar. Maar de vraag is: of er achter hetgeen we waarnemen nog een hoger beginsel zit. Nog eens, het ligt niet op het gebied van de natuurwetenschap, dit uit te maken. De theologische teleologie onderstelt een hoger ordebeginsel, de wijsgerige teleologie tracht het bestaan ervan te bewijzen of althans aannemelijk te maken.
  +
  +
Gesteld dat alle werkingen der natuurkrachten, die bij het wereldgebeuren in het spel zijn, voor ons openlagen; gesteld dat wij al de wetten kenden, volgens welke zij in die bepaalde richting worden gedreven, maar dan bleef het teleologische vraagstuk nog steeds, ja nog met des temeer drang om oplossing vragen. De natuurwetten zijn immers hun eigen verklaring niet. Zij vragen evengoed een verklaring als elk ander verschijnsel. Het antwoord kan dus hier door de natuurwetenschap, zelfs al had zij haar hoogste hoogte bereikt, niet gegeven worden. Het teleologische vraagstuk wordt niet opgelost, maar gesteld door de definitieve uitkomsten van de natuurwetenschap. De wetenschap, die hier uitspraak moet doen, staat dus zelf van buiten en boven de natuurwetenschap, m.a.w. zij is geen fysica (natuurwetenschap), maar metafysica (bovennatuurwetenschap).
  +
  +
Het meningsverschil daaromtrent bestaat dus niet tussen natuurwetenschap en wijsbegeerte, doch tussen mechanistische en finalistische wijsbegeerte of metafysica, m.a.w. tussen de wijsbegeerte die tegen alle gezond denken en tegen de evidentie in een mechaniek wil zonder mechanicus, een verschijnsel (orde) zonder oorzaak (een wel eigenaardige wijsbegeerte!) en de wijsbegeerte, die zich grondend op de evidentie ook voor de wereldorde een voldoende oorzaak vraagt.
  +
  +
'''Onvolmaakte wereldorde en de oneindige Wijsheid.''' De orde wijst op een oneindige Wijsheid die ordent. Zij die uit de orde tot het bestaan van een oneindige wijsheid besluiten, komen voor de gewettigde nadere vraag te staan staan, hoe dan de onvolmaaktheid in de ordening van de wereld met zulk een Oorsprong te rijmen is. Het is mogelijk dat er bedoelingen in het spel zijn, waarvan wij mensen langs de weg der ervaring absoluut niets weten en die toch terdege meetellen, waardoor, als wij ze kenden, het misschien wel zou duidelijk worden, dat de dingen, gelijk ze nu feitelijk bestaan, eigenlijk nog maar het beste zijn.
   
 
== Bron ==
 
== Bron ==
Th. F. Bensdorp, ''Apologetica''. Verzameld en ingeleid door M. Stoks. Derde deel. Amsterdam: N.V. de R.K. Boek-Centrale, 1922. Tekst van blz. 85-89 is onder wijziging verwerkt op 4 mei 2021. De tekst van deze bladzijden bevat ook delen uit een rede van prof. Beysens over de dualistische teleologie als wijsgerige theorie.
+
Th. F. Bensdorp, ''Apologetica''. Verzameld en ingeleid door M. Stoks. Derde deel. Amsterdam: N.V. de R.K. Boek-Centrale, 1922. Tekst van blz. 85-93 is onder wijziging verwerkt op 4 mei 2021. De tekst van deze bladzijden bevat ook delen uit een rede van prof. Beysens over de dualistische teleologie als wijsgerige theorie.
   
 
== Voetnoot ==
 
== Voetnoot ==

Versie van 6 mei 2021 20:24

Teleologie of doelleer is de leer over de doelstreving der dingen.

Synoniem: finalisme.

Het feit van orde en doelmatigheid in de wereld

De ons omringende wereld vertoont een zekere orde en regelmaat, een zeker doelmatigheid. Een chaos of warboel is het wereldverloop voor niemand, maar wel een systeem of stelsel, waarin feitelijk orde en regelmaat bestaan. In die zin is eenvoudig iedereen teleoloog of finalist, want iedereen erkent dat er een zekere orde, regelmaat en doelmatigheid in de dingen rondom ons en in ons bestaat.

De natuurwetenschap constateert het feit van orde en regelmaat en beschrijft het in zijn bijzonderheden, maar laat het feit zelf onverklaard. De natuurwetenschap zegt niets anders en kan niets anders zeggen, dan hoe, d.i. naar welke wetten en natuurlijke verhoudingen het wereldproces verloopt. De vraag naar de grond van die orde rijst door de natuurwetenschappelijke uitkomsten op, maar de natuurwetenschap lost die vraag niet op. ”De natuurwetten", zei de Duitse filosoof Friedrich Paulsen (1846-1908) zeer juist, "zijn niet de oplossing van het raadsel, maar vormen zelf het raadsel.” [1]

Dualistische teleologie

Dualistische teleologie is een doelleer die een dubbel beginsel voor de bestaande wereldorde aanneemt. Zij staat voor dat de orde in de ons omringende wereld een dubbel beginsel heeft, een dubbel orde-beginsel: één in de dingen zelf en één daar buiten.

Theologische teleologie

Wanneer men in de doelleer uitgaat van het bestaan van God, kan men spreken van theologische teleologie of theologisch finalisme. De God-erkennende doelleer gaat uit van de erkenning, dat er een alwiize en almachtige Voorzienigheid bestaat, die alles regelt en bestuurt. Het theologisch finalisme is in de volle zin van het woord een bedoelingen-theorie. Beoefenaars van deze theologische teleologie zien het als hun taak die leiding van Goddelijke Voorzienigheid zoveel mogelijk in de geschapen dingen na te vorsen en in het licht te stellen.

Wijsgerige teleologie

De wijsgerige teleologie daarentegen gaat niet uit van de erkenning van een regelende Voorzienigheid, maar tracht integendeel juist het bestaan van zo’n ordenende Voorziening uit de geschapen dingen zelf te bewijzen. Zij zoekt aan de hand van het gezond verstand een verklaring, een wijsgerige verklaring van het doelmatigheidsfeit. Zij zoekt te bewijzen dat God bestaat. Dit bewijs te leveren is haar hoofddoel. Het wijsgerig finalisme wil, zonder zich te beroepen op de geschreven Openbaring in de Bijbel, niets anders geven dan een rationele verklaring van de natuurlijke feiten, met name van het doelmatigheids- of orde-element, dat de waarneembare wereld feitelijk blijkt te bezitten. Wat de diepste voor de rede erkenbare grond of oorzaak is van de bestaande orde en regelmaat, ziedaar wat het wil onderzoeken. Dat een intelligente of zelfs alwijze oorzaak die orde bedoelde en voortbracht, is voor het wijsgerig finalisme (in tegenstelling met het theologische), geen gegeven, geen punt van uitgang, doch juist de vraag en in geen geval dus meer dan een laatste gevolgtrekking. In tegenstelling met het theologische moet dus het wijsgerig finalisme naar zijn uitgangspunt als doelmatigheids-theorie worden aangeduid.

Grondslag. De grondslag, het uitgangspunt van de dualistische teleologie als wijsgerige theorie is de bestaande wereldorde, het orde-feit, het teleologisch feit. Bij haar bewijsvoering voor het bestaan van een orde-beginsel boven de wereld gaat zij daarvan uit.

Er is een zekere orde, een zekere doelmatigheid in de wereld. Een chaos of warboel is het wereldverloop voor niemand, maar wel een systeem of stelsel, waarin feitelijk orde en regelmaat bestaan. Het feit van orde, regelmaat en doelmatigheid is een feit dat door iedereen te erkennen is.

Daarmee is niet gezegd dat alles in de natuur hoogst doelmatig is. Ook bedoelt de wijsgerige teleologie met 'zekere doelmatigheid' niet: door een bewust, een verstandelijk wezen tot het doel gericht. Want of er zo’n bewust en verstandelijk wezen bestaat, gaat men juist onderzoeken. Het bestaan van zo'n wezen wordt geenszins vooropgesteld. Met die doelmatigheid wordt alleen het nuchtere, voor een ieder zichtbare en tastbare feit bedoeld, dat in de ons omringende wereld blijkbaar verschillende ongelijksoortige dingen naar een bepaald punt streven, een bepaald resultaat voortbrengen, geheel afgezien van de vraag, of ze het doen onder invloed van een hoger en bewust beginsel of niet.

De wijsgerige teleologie neemt ook niet bij voorbaat aan dat alle afzonderlijke of concrete gebeurtenissen een eigen positieve ordening hebben. Zo'n positieve ordening wordt niet ontkend, maar de bewijsvoering van de wijsgerige teleologie gaat er niet van uit. Zij wil uitgaan van een klaarblijkelijk en voor ieder te voelen en te tasten feit. Zo’n eigen positieve ordening voor alle afzonderlijke of concrete dingen is empirisch, dat is langs de weg der ervaring, niet erkenbaar.

De grondslag van de wijsgerige teleologie is het feit van orde en doelmatigheid. Bij dit feit is van dualisme nog geen sprake. Juist uit dit feit zal de wijsgerige theorie het goed recht van haar dualisme, haar aannemen van een dubbel orde-beginsel, trachten te bewijzen. Het teleologisch feit, zoals het hier wordt opgezet, kan eenvoudig door niemand worden geloochend.

Een ander uitgangspunt is het beginsel dat de gehele werkelijkheid der wereldse dingen een voldoende grond moet hebben. Het steunt op het recht van de denkende mens, om die voldoende werkelijkheidsgrond desnoods ook onder of buiten de verschijnselen te zoeken en aan te wijzen.

Doel der wereldorde. Wat is het doel der wereldorde in haar gehéél, voor zover dit langs de weg der ervaring erkenbaar is? Geen ander dan het althans tijdelijk behoud van het wereldgeheel.

Elk afzonderlijk ding heeft eigen natuur of wet, en in die zin ook eigen bestemming of doel; maar geen enkel ding in deze werkelijke wereld staat op zich alleen en los van de andere, geen enkel heeft betekenis voor zich zelf alleen. Alles, de mens niet uitgezonderd, behoort als integrerend onderdeel tot het grote geheel en is in veelzijdige afhankelijkheid van het overige wereldgebeuren.

Onvolmaakte ordening of doelmatigheid. Het bestaande is gebrekkig. Niet alles lijkt (volkomen) doelmatig te zijn geordend. We hebben allerlei klachten over de onvolmaaktheden van deze wereld; met verzuchtingen over wat er beter kon wezen. Beschouwt men de middelen, ter verwerkelijking van het werelddoel aangewend, dan springt het in het oog, dat er van een volmaakte wereldordening geen sprake is, dat het volstrekt gesproken onder velerlei opzicht beter wezen kon, dat er in afzonderlijke gevallen positief een betrekkelijke nutteloosheid valt aan te wijzen, het nut in andere gevallen problematisch of minstens onbegrijpelijk moet schijnen. Zeker ook is het, dat het met name uit het oogpunt van de enkelingen en van hun eigen natuurlijke bestemming velerlei mislukking valt te constateren, en het lot van de bewuste wezens, gemeten naar menselijke gemoedsstemming, soms beklagenswaardig is. Waarbij niet mag verzwegen worden, dat deze mislukkingen en rampen niet maar alleen voortvloeien uit een samenloop van ongunstige omstandigheden, maar zelfs wortelen in de gestelde wettelijk geregelde wereldverhoudingen.

Vraag naar de oorzakelijke verklaring van de wereldorde. De vraag is nu, hoe de wereldorde, gelijk wij ze door de ervaring kennen, zij zij dan volmaakt of onvolmaakt, moet verklaard worden. Met andere woorden, de vraag is: „Welke oorzaak als de voldoende werkelijkheidsgrond van de feitelijk bestaande orde moet worden aangewezen.”

Misverstand: geloof versus wetenschap. Er is een misverstand, een valse voorstelling, die men voortdurend, zowel in geleerde werken als in populaire geschriften op alle mogelijke wijzen en in alle mogelijke vormen herhaald vindt, namelijk dat we hier te doen hebben met een conflict tussen natuurwetenschap en wijsbegeerte, of, gelijk het gewoonlijk nog oppervlakkiger geformuleerd wordt, tussen wetenschap en geloof. Het geloof - zo beweert men - zegt dat de bestaande orde haar oorsprong dankt aan God, maar de wetenschap heeft aan de dag gebracht, dat tal van verschijnselen die men vroeger aan hogere machten toeschreef, het werk zijn van natuurkrachten. Naarmate dus de kennis van de natuurkrachten toeneemt, zal het aannemen van een bewust beginsel der dingen, van een God, al meer en meer onnodig blijken.

De dualistische teleologie beweegt zich niet op het terrein der natuurwetenschap. Het stelsel dat een bewuste oorzaak erkent van de wereldorde, wordt door onkunde hoegenaamd niet gebaat, hetgeen trouwens genoegzaam blijkt uit het feit, dat men ook onder de grootste natuurkundigen de meest besliste Gods-belijders vindt; de dualistische teleologen ontkennen allerminst de werking van de natuurlijke oorzaken, zij laten ze terdege meetellen. Dat ze meewerken is immers een feit voor ieder zichtbaar. Maar de vraag is: of er achter hetgeen we waarnemen nog een hoger beginsel zit. Nog eens, het ligt niet op het gebied van de natuurwetenschap, dit uit te maken. De theologische teleologie onderstelt een hoger ordebeginsel, de wijsgerige teleologie tracht het bestaan ervan te bewijzen of althans aannemelijk te maken.

Gesteld dat alle werkingen der natuurkrachten, die bij het wereldgebeuren in het spel zijn, voor ons openlagen; gesteld dat wij al de wetten kenden, volgens welke zij in die bepaalde richting worden gedreven, maar dan bleef het teleologische vraagstuk nog steeds, ja nog met des temeer drang om oplossing vragen. De natuurwetten zijn immers hun eigen verklaring niet. Zij vragen evengoed een verklaring als elk ander verschijnsel. Het antwoord kan dus hier door de natuurwetenschap, zelfs al had zij haar hoogste hoogte bereikt, niet gegeven worden. Het teleologische vraagstuk wordt niet opgelost, maar gesteld door de definitieve uitkomsten van de natuurwetenschap. De wetenschap, die hier uitspraak moet doen, staat dus zelf van buiten en boven de natuurwetenschap, m.a.w. zij is geen fysica (natuurwetenschap), maar metafysica (bovennatuurwetenschap).

Het meningsverschil daaromtrent bestaat dus niet tussen natuurwetenschap en wijsbegeerte, doch tussen mechanistische en finalistische wijsbegeerte of metafysica, m.a.w. tussen de wijsbegeerte die tegen alle gezond denken en tegen de evidentie in een mechaniek wil zonder mechanicus, een verschijnsel (orde) zonder oorzaak (een wel eigenaardige wijsbegeerte!) en de wijsbegeerte, die zich grondend op de evidentie ook voor de wereldorde een voldoende oorzaak vraagt.

Onvolmaakte wereldorde en de oneindige Wijsheid. De orde wijst op een oneindige Wijsheid die ordent. Zij die uit de orde tot het bestaan van een oneindige wijsheid besluiten, komen voor de gewettigde nadere vraag te staan staan, hoe dan de onvolmaaktheid in de ordening van de wereld met zulk een Oorsprong te rijmen is. Het is mogelijk dat er bedoelingen in het spel zijn, waarvan wij mensen langs de weg der ervaring absoluut niets weten en die toch terdege meetellen, waardoor, als wij ze kenden, het misschien wel zou duidelijk worden, dat de dingen, gelijk ze nu feitelijk bestaan, eigenlijk nog maar het beste zijn.

Bron

Th. F. Bensdorp, Apologetica. Verzameld en ingeleid door M. Stoks. Derde deel. Amsterdam: N.V. de R.K. Boek-Centrale, 1922. Tekst van blz. 85-93 is onder wijziging verwerkt op 4 mei 2021. De tekst van deze bladzijden bevat ook delen uit een rede van prof. Beysens over de dualistische teleologie als wijsgerige theorie.

Voetnoot

  1. Aangehaald in Th. F. Bensdorp, Apologetica. Verzameld en ingeleid door M. Stoks. Derde deel. Amsterdam: N.V. de R.K. Boek-Centrale, 1922. Blz. 93.