Teleologie

Uit Christipedia
Versie door Kees Langeveld (overleg | bijdragen) op 4 mei 2021 om 14:07 (Nieuwe pagina aangemaakt met ''''Teleologie''' of doelleer is de leer over de doelstreving der dingen. Synoniem: ''finalisme''. == Het feit van orde en doelmatigheid in de wereld == De ons om...')
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Teleologie of doelleer is de leer over de doelstreving der dingen.

Synoniem: finalisme.

Het feit van orde en doelmatigheid in de wereld

De ons omringende wereld vertoont een zekere orde en regelmaat, een zeker doelmatigheid. Een chaos of warboel is het wereldverloop voor niemand, maar wel een systeem of stelsel, waarin feitelijk orde en regelmaat bestaan. In die zin is eenvoudig iedereen teleoloog of finalist, want iedereen erkent dat er een zekere orde, regelmaat en doelmatigheid in de dingen rondom ons en in ons bestaat.

De natuurwetenschap constateert het feit van orde en regelmaat en beschrijft het in zijn bijzonderheden, maar laat het feit zelf onverklaard. De natuurwetenschap zegt niets anders en kan niets anders zeggen, dan hoe, d.i. naar welke wetten en natuurlijke verhoudingen het wereldproces verloopt. De vraag naar de grond van die orde rijst door de natuurwetenschappelijke uitkomsten op, maar de natuurwetenschap lost die vraag niet op. ”De natuurwetten", zei de Duitse filosoof Friedrich Paulsen (1846-1908) zeer juist, "zijn niet de oplossing van het raadsel, maar vormen zelf het raadsel.” [1]

Dualistische teleologie

Dualistische teleologie is een doelleer die een dubbel beginsel voor de bestaande wereldorde aanneemt. Zij staat voor dat de orde in de ons omringende wereld een dubbel beginsel heeft, een dubbel orde-beginsel: één in de dingen zelf en één daar buiten.

Theologische teleologie

Wanneer men in de doelleer uitgaat van het bestaan van God, kan men spreken van theologische teleologie of theologisch finalisme. De God-erkennende doelleer gaat uit van de erkenning, dat er een alwiize en almachtige Voorzienigheid bestaat, die alles regelt en bestuurt. Het theologisch finalisme is in de volle zin van het woord een bedoelingen-theorie. Beoefenaars van deze theologische teleologie zien het als hun taak die leiding van Goddelijke Voorzienigheid zoveel mogelijk in de geschapen dingen na te vorsen en in het licht te stellen.

Wijsgerige teleologie

De wijsgerige teleologie daarentegen gaat niet uit van de erkenning van een regelende Voorzienigheid, maar tracht integendeel juist het bestaan van zo’n ordenende Voorziening uit de geschapen dingen zelf te bewijzen. Zij zoekt aan de hand van het gezond verstand een verklaring, een wijsgerige verklaring van het doelmatigheidsfeit. Zij zoekt te bewijzen dat God bestaat. Dit bewijs te leveren is haar hoofddoel. Het wijsgerig finalisme wil, zonder zich te beroepen op de geschreven Openbaring in de Bijbel, niets anders geven dan een rationele verklaring van de natuurlijke feiten, met name van het doelmatigheids- of orde-element, dat de waarneembare wereld feitelijk blijkt te bezitten. Wat de diepste voor de rede erkenbare grond of oorzaak is van de bestaande orde en regelmaat, ziedaar wat het wil onderzoeken. Dat een intelligente of zelfs alwijze oorzaak die orde bedoelde en voortbracht, is voor het wijsgerig finalisme (in tegenstelling met het theologische), geen gegeven, geen punt van uitgang, doch juist de vraag en in geen geval dus meer dan een laatste gevolgtrekking. In tegenstelling met het theologische moet dus het wijsgerig finalisme naar zijn uitgangspunt als doelmatigheids-theorie worden aangeduid.

De grondslag van de wijsgerige teleologie is de bestaande wereldorde, het orde-feit, het teleologisch feit. Bij haar bewijsvoering voor het bestaan van een orde-beginsel boven de wereld gaat zij daarvan uit. Er is een zekere orde, een zekere doelmatigheid in de wereld. Een chaos of warboel is het wereldverloop voor niemand, maar wel een systeem of stelsel, waarin feitelijk orde en regelmaat bestaan. Het feit van orde, regelmaat en doelmatigheid is een feit dat door iedereen te erkennen is.

Daarmee is niet gezegd dat alles in de natuur hoogst doelmatig is. Ook bedoelt de wijsgerige teleologie met 'zekere doelmatigheid' niet: door een bewust, een verstandelijk wezen tot het doel gericht. Want of er zo’n bewust en verstandelijk wezen bestaat, gaat men juist onderzoeken. Het bestaan van zo'n wezen wordt geenszins vooropgesteld. Met die doelmatigheid wordt alleen het nuchtere, voor een ieder zichtbare en tastbare feit bedoeld, dat in de ons omringende wereld blijkbaar verschillende ongelijksoortige dingen naar een bepaald punt streven, een bepaald resultaat voortbrengen, geheel afgezien van de vraag, of ze het doen onder invloed van een hoger en bewust beginsel of niet.

De wijsgerige teleologie neemt ook niet bij voorbaat aan dat alle afzonderlijke of concrete gebeurtenissen een eigen positieve ordening hebben. Zo'n positieve ordening wordt niet ontkend, maar de bewijsvoering van de wijsgerige teleologie gaat er niet van uit. Zij wil uitgaan van een klaarblijkelijk en voor ieder te voelen en te tasten feit. Zo’n eigen positieve ordening voor alle afzonderlijke of concrete dingen is empirisch, dat is langs de weg der ervaring, niet erkenbaar.

De grondslag van de wijsgerige teleologie is het feit van orde en doelmatigheid. Bij dit feit is van dualisme nog geen sprake. Juist uit dit feit zal de wijsgerige theorie het goed recht van haar dualisme, haar aannemen van een dubbel orde-beginsel, trachten te bewijzen. Het teleologisch feit, zoals het hier wordt opgezet, kan eenvoudig door niemand worden geloochend.

Bron

Th. F. Bensdorp, Apologetica. Verzameld en ingeleid door M. Stoks. Derde deel. Amsterdam: N.V. de R.K. Boek-Centrale, 1922. Tekst van blz. 85-88 is onder wijziging verwerkt op 4 mei 2021. De tekst van deze bladzijden bevat ook delen uit een rede van prof. Beysens over de dualistische teleologie als wijsgerige theorie.

Voetnoot

  1. Aangehaald in Th. F. Bensdorp, Apologetica. Verzameld en ingeleid door M. Stoks. Derde deel. Amsterdam: N.V. de R.K. Boek-Centrale, 1922. Blz. 93.