Vervolgen

Vervolgen betekent volgens het online woordenboek van Van Dale

  1. doorgaan met; voortzetten
  2. achternazitten
  3. in rechte aanklagen: iem gerechtelijk ~

Vervolgen van christenen is hen vijandig volgen, achternazitten, volgen met het oogmerk hen te straffen. “Ver zet aan volgen iets vijandelijks bij” (Gerbrand Bruining)[1].

Vervolging is niet hetzelfde als verdrukking. Vervolging is een vorm van verdrukking als de vervolgde weet heeft van de vervolging. Iemand kan verdrukt worden zonder vervolgd te worden.

Een geval van vervolging in het Nieuwe Testament verhaalt Lukas:
Hnd 9:1 Terwijl nu Saulus nog steeds dreiging en moord blies tegen de discipelen van de Heer, ging hij naar de hogepriester Hnd 9:2 en vroeg hem om brieven naar Damaskus, voor de synagogen, om, als hij er vond die van de Weg waren, zowel mannen als vrouwen geboeid naar Jeruzalem te brengen. (TELOS)
Een vervolger was Saulus, de latere apostel Paulus.
1Ti 1:12  Ik dank Christus Jezus, onze Heer, die mij kracht gegeven heeft, dat Hij mij trouw heeft geacht, daar Hij mij in de bediening gesteld heeft,  1Ti 1:13  mij die vroeger een lasteraar, een vervolger en een smader was; maar mij is barmhartigheid bewezen, omdat ik het onwetend heb gedaan, in ongeloof;  1Ti 1:14  en de genade van onze Heer is meer dan overvloedig geweest met geloof en liefde, die in Christus Jezus is. (Telos)
Dat Saulus de heiligen vervolgde en daarmee hun Meester zelf, blijkt uit de woorden van Jezus:
Hnd 26:14 En toen wij allen op de grond vielen, hoorde ik een stem tot mij zeggen in de Hebreeuwse taal: Saul, Saul, waarom vervolg je Mij? Het valt je hard tegen de prikkels achteruit te slaan. Hnd 26:15 En ik zei: Wie bent U, Heer? En de Heer zei: Ik ben Jezus die jij vervolgt. (TELOS)
Over de vervolging van christenen, zie het hoofdartikel Vervolging van christenen.

Houding tegenover vervolger(s)

Ro 12:14 Zegent wie u vervolgen; zegent en vervloekt niet. (Telos)
Jezus bewees de onwetende vervolger Saulus barmhartigheid:
1Ti 1:12  Ik dank Christus Jezus, onze Heer, die mij kracht gegeven heeft, dat Hij mij trouw heeft geacht, daar Hij mij in de bediening gesteld heeft,  1Ti 1:13  mij die vroeger een lasteraar, een vervolger en een smader was; maar mij is barmhartigheid bewezen, omdat ik het onwetend heb gedaan, in ongeloof;  1Ti 1:14  en de genade van onze Heer is meer dan overvloedig geweest met geloof en liefde, die in Christus Jezus is. (Telos)

Voetnoten

  1. Gerbrand Bruining, Nederduitsche synonymen: of woorden, die elkanderen somwijlen vervangen kunnen, doch somwijlen niet, taalkundig, en ten deele ook etymologisch, behandeld, Volume 2 (Google eBook), 1836, blz. 66 Internetadres: http://books.google.com/books?id=q5QIAAAAIAAJ