Wellust

Wellust betekent[1]:

1. (verouderd) innig genoegen, welgevallen. Voorbeeld: "de wellust van de trouw en de zelfopoffering" (Huizinga).

2. sterk zinnelijk genoegen, intens zinnelijk genot, met name dat wat met seksuele gevoelens gepaard gaat. Synoniem: zingenot.

3. dat wat het genoemde gevoel teweegbrengt. Synoniem: weelderigheid. Voorbeeld: "alles zwelt nog aan met den wellust van deze regens" (Van Schendel)

Hebreeuws. Het Hebreeuwse woord in het Oude Testament is עדן, eden, of het vrouwelijke woord עדנה, ednah. Het woord komt van het werkwoord עדן, adan = weelderig leven, zich vermaken. Het zelfstandig naamwoord betekent[2]: 1. weelde, lekkernij, genoegen, opschik; 2. genot. Het woord komt 4x voor in het Oude Testament. Het Strongnummer is 05730. De Statenvertaling zet over door: lekkernijen (1x), weelde met (1x), wellust (1x), wellust hebben (1x). De NBG51-vertaling heeft: lekkernijen (1x), liefelijkheden (1x), weelderig (1x), wellust hebben (1x). De Engelse King James vertaling heeft: pleasure (2x), delights (1x), delicates (1x).

Toen de kinderloze Sarah, 90 jaar oud, hoorde dat zij volgend jaar een zoon zou krijgen, moest zij lachen en zei: "Zal ik wellust hebben, nadat ik oud geworden ben, en mijn heer oud is?" (Gen. 18:12, Statenvertaling). Zou zij nog seksueel genot hebben, nu zij zo oud was?

Bronnen

Van Dale's Groot woordenboek der Nederlandse taal (13e uitgave), digitale versie 1.0 Plus, jaar 2000.

Hebreeuws-Nederlands Lexicon; op basis van Strong-coderingen. Onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia. Het is gebaseerd op het Engelstalige Online Bible Hebrew-Englisch Lexicon van Larry Pierce.

Voetnoten

  1. Van Dale's Groot woordenboek der Nederlandse taal (13e uitgave), digitale versie 1.0 Plus, jaar 2000.
  2. Hebreeuws-Nederlands Lexicon; op basis van Strong-coderingen. Onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia. Het is gebaseerd op het Engelstalige Online Bible Hebrew-Englisch Lexicon van Larry Pierce.